Bericht uit Peru
Uit en thuis
De verkoping voor de kerk was afgelopen. Er was een damespakje verkocht, een theedoek en twee gehaakte sierpopjes. Zoals we al wisten, moesten we de opbrengst vooral uit de verkoop Van eten hebben. Daarom was er dit jaar door iedere dame een zo groot mogelijke pan met eten gemaakt en gebracht. Van de klaargemaakte rijst met kip zat nog een bodempje in de pan. "Een kliekje voor vanavond", al was de kip op. Pan in de auto, kinderen erbij, en naar huis. Halverwege waar we linksaf moesten, zat een heel arme boerenfamilie op twee grote zakken met goederen leeg voor zich uit te kijken. Ze zagen er absoluut gestrand uit, zo van: "We weten amper waar we zijn, laat staan wat we moeten doen." Ik stopte, vooral voor de drie kindertjes die erbij waren. In onze middenklasserwijk moest het niet nodig zijn, dat er op straat geslapen werd. Over een uur zou het donker zijn. "Goedemiddag, kunt u het vinden?", zei ik geloof ik als eerste. "Waar komt u vandaan?" "Uit de bergen, op reisafstand van twee dagen", zei de vader. En zo ontspon zich een gesprekje. Ze waren vandaag aangekomen, hun huisje achterlatend en alle schamele bezittingen meegebracht om een beter bestaan in de stad te zoeken, niemand hier kennende, geen plaats en geen cent meer hebbend. Analfabeten. Ik bood aan bij de in aanbouw zijnde huizen in onze straat voor hen onderdak te vragen voor twee nachten. Dan hadden ze die dagen de tijd om beter onderdak en werk te zoeken. Het lukte snel. De baas wilde er eerst ƒ 20,- voor, de situatie uitbuitend. Maar voor ƒ 3,- was het uiteindelijk klaar. Water was aanwezig, licht niet. Van een ander bouwterrein kwam een stukje triplex om het raamen deurgat te kunnen afsluiten. Het kliekje bleef achter.
Diaconale taak van de kerk
Het bleek meerdere dagen goed te gaan. Tot eerst het water afgesloten werd en de baas hen ineens weg wilde hebben, weer een uur voor zonsondergang. Ze kwamen aan onze deur. Nu wisten we alleen de gastenkamer in de kerk. In de allereerste plaats een kwestie van goed vertrouwen. Uiteindelijk wisten we niet exact wat voor vlees we in de kuip hadden. Maar: waar was de gastenkamer voor? Had de kerk een diaconale taak voor bekenden of ook voor de vreemdeling? Via ouderling en dominee mochten ze twee nachten komen. De vrouw vond nog wat waswerk, maar de man vond geen werk noch onderdak. Pratend, lieten ze blijken toch niet terug te willen. Wat betreft het werk zag het er somber uit. We begonnen hen toch uit te leggen dat teruggaan voor hen meer zekerheid gaf, al was het als dagloner bij 'n andere boer en bijvoorbeeld thuis wat kleine huisdieren houden voor consumptie. Bovendien een gezondere mentaliteit voor de kinderen dan hier in de achterbuurt in een riethut op het zand te belanden, tussen de dieven, gevechten, drugs, hoererij. Door de kerk werd een ultimatum gesteld: nog één dag. Ze kwamen weer bij ons. Ik zei: "Mijn ideeën en mogelijkheden zijn op één na op. U krijgt de buskaartjes voor de terugreis, als u daartoe besluit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1999
In de Rechte Straat | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1999
In de Rechte Straat | 12 Pagina's
