IK WIL OOK WAT ZEGGEN
Een paar reacties op het artikel over het gebed in het vorige nummer van ons blad: HET GEBED IS DE ADEMHALING VAN DE ZIEL.
C.J.H. te Z. schrijft het volgende: "Met instemming las ik in het meinummer van "In de Rechte Straat" uw artikel over het gebed. Daar wil ik graag even op ingaan. Het betreft het stukje over gebedshoudingen. Vooraf moet ik bekennen dat ook ik, net als de broeder uit uw gemeente, de ogen weieens open heb gehad onder het bidden. Daarbij is het mij opgevallen dat veel gemeenteleden (ook kerkenraad) bidden in een gemakshouding. U weet wel: het ene been over het andere geslagen. Of men nu luistert naar de schriftlezing of de preek, bidt of zingt: de houding blijft ongewijzigd.
Inderdaad is de houding niet bepalend voor de verhoring van het gebed, maar wat stijlgevoel (zeker in de eredienst) zou een christen niet misstaan.
Er is wel een heel groot verschil tussen de gelovige Jood, die staande en met opgeheven handen uitdrukking geeft aan zijn eerbied voor en verbondenheid met de Allerhoogste en de vaak negatieve houding van de kerkganger tijdens schriftlezing en gebed. Gaarne zie ik enig antwoord op dit schrijven tegemoet in ons maandblad."
Het valt mij ook vaak op dat er zo weinig eerbied is in de kerk. Wel wil ik duidelijk stellen dat er verschil is tussen eerbied en gewoonte. Zeker in de houding tijdens het gebed is dit er heel sterk. Maar wat nu precies de juiste houding is weet ik niet. 'Staan' en het 'opheffen van heilige handen' kom ik in de Bijbel net zo goed tegen als 'liggen op de aarde'. Ik lees niet dat er voorgeschreven wordt hoe onze houding moet zijn onder het gebed, maar in de gemeente past heel beslist eerbied en aandacht, ook onder het gebed. Zo heel gauw kunnen onze gedachten afwijken of wegdwalen. En dat is eigenlijk het allerergst. Eén van de meest indrukwekkende gebedshoudingen die ik ooit zag was de houding van een stokoude man in een kerk in Roemenië. Diep gebogen, zijn gezicht in de handen zat hij met schokkend lichaam zijn nood en zonde uit te snikken voor het aangezicht van God. Toen de prediker "amen" zei merkte hij het eerst niet eens. Eerbied, verbrokenheid… en de vorm werd vergeten.
P.B.te W.
schrijft:
"Bij deze dan een reactie over het onderwerp gebeden. Veel zou hierover te schrijven zijn, want wij weten niet te bidden gelijk het be- taald is: "Geef ons elke dag ons da gelijks Persoonlijk brood". onpas gebeden en afgeraffeld wordt en Gods Naam ijdellijk wordt gebruikt, ook d hoort; een kleine heenwijzing kregen de jongeren des Heren hoe te bidden. Heiaas geloof ik dat het gebed des Heren op twee manieren is vertaald door de evangelisten. De ene vertaling luidt: "Geef ons heden ons dagelijks brood", terwijl het bij Lukas ver spreek ik nooit in gebed van "geef", maar van "schenk". Luther schrijft over het 'Onze Vader' als de grootste marte laar der kerk, omdat het te pas en te oor ons protestanten.
Dan nog dit mijnerzijds: de uitdrukking bij vele gebeden aan het eind "om Jezus' wil". Dit is totaal niet zoals Jezus ons geleerd heeft, maar wel: "Alles wat gij de Vader in Mijn Naam zult bidden, zal Hij u schenken". In het woord "om" zit iets van onszelf, maar een lief onderwijs krijgen de discipelen en dat is voor geen twee-erlei uitleg vatbaar, zie het Evangelie van Johannes, zie ook Efeze 2. Uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof, alles uit en door en in Hem, leven tot verheerlijking van Hem, onze Borg en Middelaar. Dit alles wordt geleerd op de school der genade, onderwezen uit de Schriften door Gods Heiligen Geest en dan gaan we aanbidden.
Mijnheer Van Dooijeweert, beschouw dit schrijven niet als fitterig of iets dergelijks, maar veel meer elkaar te zijn tot een hand en voet. In de 89 jaar dat ik de aarde besla, heb ik vele malen in deze geest schreven, omdat liefde het den Here me over te zetten van de dood in gesproken en ge de liefde van Christus me dringt: op 28-jarige leeftijd be het leven. Ik mag zeggen met de apostel:
"Niet meer ik, maar Christus leeft in mij".
Ben ik dan uitnemender, ganselijk niet; waarom is en was het op mij gemunt, het is enkel door genade alleen.
Maar men wordt wel een eenling, een eenzame mus op het dak, maar -en daar ben ik vele malen door getroost - ook onze Middelaar moest dit doorleven, Hij moest de pers alleen treden, niemand van de volken was met Hem.
Nogmaals, ik ben geen betweter, maar leef uit de Schriften, Die van Hem getuigen. Verder wens ik u veel zegen op uw arbeid voor "In de Rechte Straat" en verdieping van een geestelijk leven."
Allereerst wat betreft de twee manieren waarop we het 'Onze Vader' in de Bijbel tegenkomen. Dit ligt niet aan de evangelisten Mattheús of Lukas. De doxologie of lofprijzing "Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, in der eeuwigheid" is later bij het gebed gevoegd. Waarschijnlijk naar 1 Kronieken 29:1113: "Uw, oHEERE, is de grootheid, en de macht, en de heerlijkheid, en de overwinning, en de majesteit; want alles, wat in den hemel en op aarde is, is Uw: Uw, o HEERE, is het Koninkrijk, en Gij hebt U verhoogd tot een Hoofd boven alles. En rijkdom en eer zijn voor Uw aangezicht, en Gij heerst over alles; en in Uw hand is kracht en macht; ook staat het in Uw hand alles groot te maken en sterk te maken. Nu dan, onze God, wij danken U, en loven den Naam Uwer heerlijkheid."
Zeker voor de Joden was de lofprijzing of doxologie een dringende behoefte in het gebed en in hun erediensten. Misschien hebben wij daar in onze tijd weieens te weinig behoefte aan. "Om Jezus' wil" is een oude uitdrukking. Deze zeer oude uitdrukking komt van "omwille van Jezus". Zij probeert uitdrukkelijk voor God neer te leggen: "Ik heb niets waarop ik kan pleiten of waarom U het doen zou, waarom U mijn gebed zou verhoren. Maar, Heere, doe het alstublieft omwille van de Heere Jezus, Uw Zoon." Zo ziet u dat dit een heel goede uitdrukking is in het gebed. Door de verandering in onze taal komt het niet zo precies meer over als men het vroeger bedoelde en gebruikte.
H.v-H- t e G.
schrijft:
"Het gebed is bij ons in de kerk vaak niet meer dan een aan-elkaar-rijgen van allerlei mooie volzinnen die ik al duizend keer gehoord heb. Altijd gaat het om de 'vele noden en behoeften'. Altijd om dingen die wij 'van node hebben'. Nooit worden er namen genoemd of feiten gezegd. '"t Is U op het allen/olmaakst bekend", enzovoort. Kan dit niet doorbroken worden? Ik kom weieens in een evangelische gemeente in een andere plaats. Daar gaat alles heel anders. Daar is het veel warmer en veel meer in de taal van vandaag. Daar kan ik begrijpen wat er bedoeld wordt. Daar worden ook gewoon in het gebed namen genoemd. Ik houd van mijn eigen kerk, maar ik vind sommige dingen zo saai. Ik bedoel dit briefje niet als afbrekende kritiek, maar ik zit er weieens mee in de knoei."
Het grote verschil tussen uw gemeente en de evangelische gemeente waar u weieens komt is in de eerste plaats het volgende. Uw (jouw) gemeente stoelt op oude gebruiken. Van geslacht op geslacht zijn allerlei begrippen aan elkaar doorgegeven. Daardoor gaan sommige uitdrukkingen weieens een eigen leven krijgen. Dat heeft niemand bedoeld, dat moet niet, maar het gebeurt.
Ik denk dat het heel belangrijk is dat de predikantsvrouwen hun taak verstaan en dat ze de eigenaardigheden van hun mannen doorgeven. Maar ook de kerkenraden hebben hierin een taak. Het meest is het natuurlijk de prediker zelf die beslist moet waken voor taalgebruik dat uit de tijd is. Aan de andere kant zijn er soms van die zinnen die zo mooi weergeven wat bedoeld wordt, terwijl je er haast geen andere zin voor weet te gebruiken.
Dat in die andere gemeente de taal heel anders is, komt door haar andere ontstaan. Zij stoelt niet op een reeks van tradities of overleveringen, maar mensen uit deze tijd kropen bij elkaar rondom de Bijbel. Zij zingen met elkaar en bidden met elkaar. Vaak komt dit heel fris over. Terwijl men aan de andere kant vaak weer tobt met een tekort aan kennis die overgeleverd werd. Ik merk soms dat men in jonge gemeenten heel druk bezig is om het 'wiel uit te vinden'. Dat hoeft niet meer. Het is er al. Het zou heel goed zijn om naar beide zijden goed naar elkaar te luisteren.
Gelukkig dat je houdt van je eigen gemeente. Daar ben je tenslotte geboren en opgegroeid. Daar heb je mis schien belijdenis gedaan. Daar heb je een taak. Juist in onze tijd en met deze problemen.
H.W. te 5. schrijft:
"In nr. 5, mei 1997, Jubileum editie van het blad "In de Rechte Straat" op blz. 24, las ik uw artikel "Het gebed is de ademhaling van de ziel."
Daarin schrijft u: "Niet zoals de goden van de heidenen rondom Israël. Die bestonden niet. Die waren gedachten van mensen of beeltenissen van mensen."
En de wereldgeesten? En de demonen?
In -Visie", E.O. 11-17 mei 1997, week 20, staat op blz. 6 en 7 wat en wie er achter die gedachten van mensen zit ten. Mevr. Ina Veenemans-Lawalata ondervond het aan ziel en tichaam alhier in Barneveld.
2 Cor. 6:14-16, Joh. 12:31, 14:30, 16:11. Openb. 22:15.
Ex. 7:11 en 12. Ex. 8:7, 8:18,19. Lev. 19:31, 20:6,27. 1 Cor. 10:20,21. Een predikant zei eens, dat ze in de theologische opleiding leerden, dat de afgodsbeelden "dode goden waren." De Nederlanders, die met pensioen terugkwamen uit Nederlands lndië, namen kisten vol afgoden mee en sierden er hun huis mee op. "Ik stel mij de HEERE bestendig voor ogen." Ps. 16:8.
Of mijn mooie afgodsbeelden of de t. v. beelden.
Eens zei iemand: "Als je er maar niet in gelooft, dan mag je wel sterrebeelden dragen."
Zou dat ook van t.v. programma's gelden? Ik denk niet, dat u deze zienswijze zult volgen of leren volgen.
"Gij geheel anders" Ef. 4:20."
Hartelijk dank voor uw brief. U heeft gelijk, volkomen. Achter die wereld van afgoden schuilt de wereld van de demonen en geesten. Ik ben daar volledig van overtuigd. Als er in de Bijbel staat dat de duivel rondgaat als een briesende leeuw… dan moeten we ook aan deze werkelijkheid denken. En juist in onze tijd verstaat de duivel heel bijzonder de kunst om allerlei op zichzelf levenloze en zelfs onschuldige dingen in te zetten in deze sluipmoordenaarspraktijken. En de duizenden worden een prooi van occultisme en 'hoki-poki'.
In onze Tilburgse tijd ben ik verschillende keren getuige geweest van vreselijk ingrijpende gebeurtenissen rond 'afgodendingen' die men meegebracht had uit Indonesië. Zodoende weet ik dat wat u schrijft werkelijkheid is. Wat is er op deze manier geleden onder de macht van de demonen en afgoden! Naast de door u genoemde afgodsbeelden zijn er natuurlijk nog wel een paar te noemen!
Het is niet bepalend of je er in gelooft, maar wat de Heere ervan zegt. Hoe de Bijbel ons leert. Afgoderij is: naast of in de plaats van de enige God nog andere dingen hebben waar we ons vertrouwen op stellen.
S.S. te H.
schrijft:
"Met aandacht heb ik uw stukje over het gebed, in de I.R.S. van mei jl., gelezen. Mijn gebed is dat velen erdoor gezegend mogen worden, opdat Zijn Naam ge-eerd worde.
Met name het gedeelte over Israël en het gebed was nieuw voor mij en boeide me. Dit ook omdat ik in een Joodse instelling voor verstandelijk gehandicapten invalwerk doe.
Ik heb enkele vragen over wat u schreef over dit onderwerp:
1 Ik heb de bijbelteksten opgezocht die u noemde het "Sjema". Maar voor mijn gevoel is dit geen gebed, maar meer een opzeggen van de belofte en boodschap van God voor het volk Israël. Het kwam heel formalistisch bij mij over, zo anders dan de psalmen van (o.a.) David, waarin duidelijk de persoonlijke relatie die hij met God heeft is terug te vinden. Zie ik dit juist?
2 Het formalistische (ik bedoel daar- mee: het gaat er maar om dat je de juiste 'formule' uitspreekt en niet om een persoonlijke relatie met God) vind ik terug in de literatuur die ik lees over Israël
en de sabbatdiensten die ik meemaak op het centrum: vorm en symbolen zijn heel belangrijk: de inhoud telt veel minder.
Is dit werkelijk zo bij de hedendaagse Jood in het algemeen? Wat ontzettend arm dan en leeg…
Hoe zou ik Joden (o.a.) hierover nu het beste kunnen benaderen; zegt de Bijbel hier iets over?"
We moeten ons natuurlijk nooit af laten schrikken door een bepaalde vorm of formule. De Heiland Zelf leert Zijn discipelen om het "Onze Vader" te bidden. Dat is ook een vorm.
Een vorm kan heel waardevol zijn. Denk bijvoorbeeld aan het drie keer per dag, na het eten, lezen uit de Bijbel. Of aan het bidden bij het wakker worden. Je kunt ook zeggen: "Dat doe ik straks wel een keer".
Maar van de tien keer wordt het zes keer vergeten.
Het 'Sjema' is een samenvatting van beloften van zegen. Die waren niet doorgezegd om te vergeten, God voor maar juist om ze te onthouden. Om ze de kinderen in te scherpen en om ze zelf ook steeds voor ogen te houden.
U heeft zeker gelijk; de Psalmen van David zijn vaak direct uit het hart gegrepen, bruisende uitroepen van hemzelf. Maar als de gelovige Jood het Sjema uitsprak, was hij daar ook met zijn hele hart bij betrokken.
Dat in veel gevallen deze woorden alleen maar aan de deurpost gehangen werden en er verder nooit meer aan gedacht werd, dat maakt de uitspraak niet minder waar. Dat het "Onze Vader" zo vaak afgeraffeld wordt, maakt het gebed op zich niet minder waardevol. Dat wat u schrijft over de 'vormelijke opzegging' van de gebeden die je in de Joodse literatuur vindt, onderschrijf ik graag. Temeer omdat heel veel christenen zich aan hetzelfde schuldig maken.
Als het er over gaat hoe je hiermee om moet gaan, dan denk ik dat de Bijbel ons een antwoord geeft in Deuteronomium 6 bijvoorbeeld:
4 Hoor, Israël! de HEE RE, onze God, is een enig HEERE!
5 Zo zult gij den HEE RE, uw God, liefhebben, met uw ganse hart, en met uw ganse ziel, en met al uw vermogen.
6 En deze woorden, die ik u heden gebiede, zullen in uw hart zijn.
Deze verzen veroordelen alle vormendienst en wijzen op de noodzaak van God te dienen met het hart.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juni 1997
In de Rechte Straat | 40 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juni 1997
In de Rechte Straat | 40 Pagina's
