Zending en/of evangelisatie
Er is een spanningsveld bij zending en evangelisatie tussen de achterban en de doelgroep. De evangelist of de zendeling richt zich op de mensen aan wie hij het Evangelie wil verkondigen. Hij past zich aan, spreekt hun taal en probeert zich te identificeren met de doelgroep. Tegelijk moet hij het werk vertalen naar de achterban, die hem heeft uitgezonden. Zij staan ver van de praktijk af en kunnen zich soms moeilijk verplaatsen in zijn situatie. Dat dit spanningsveld tot grote problemen kan leiden, is met vele voorbeelden te illustreren. Wij willen proberen dit probleem vanuit de Schrift te doordenken en ons bezinnen op de juiste verhouding tussen de gemeente en degenen die uitgezonden worden.
jgaad artikel is van de hand va. H. van den Belt, Ned. Herv. prekant in Oud-Alblas. Het is de zing die hij op zaterdag 8 maat houden heeft op onze voorjaarsinferentie in kasteel Rhederoord.
Het getuigenis is niet afhankelijk van de omstandigheden
Wij kunnen veel leren van de eerste zendingsreis van Barnabas en Saulus vanuit de gemeente van Antiochië. De eerste les uit deze geschiedenis is dat wij ons nooit moeten laten ontmoedigen door de omstandigheden. Antiochië was een vluchtelingengemeente van Messiasbelijdende Joden uit Jeruzalem. Zij waren van huis en haard verdreven door de vervolging die over Stefanus geschied was (Handelingen 11:19). Een kleine, jonge en vervolgde gemeente, vervuld met de kracht van de Heilige Geest. Zij konden niet zwijgen van de grote werken van God. Eerst spraken zij alleen tot de Joden, later ook tot de Grieken. Zij verkondigden de Heere Jezus. Zij lieten zich niet ontmoedigen, maar getuigden van de zeer blijde boodschap. Gods kinderen kunnen niet zwijgen over hun God. Dat is het grote geheim van het getuigenis. Het is niet afhankelijk van organisatietalent of welsprekendheid. De boodschap zelf is een kracht van God tot zaligheid. Waar die boodschap kracht doet, komt het getuigenis naar buiten.
De gemeente van Antiochië had wonderen gezien. Een groot getal geloofde en bekeerde zich tot de Heere. Onder de bekeerlingen was ook Saulus van Tarsen, die kort tevoren nog dreiging en moord blies tegen de discipelen van Jezus. Nooit is het te donker voor het Licht. Nooit mogen wij het hoofd in de schoot leggen en zeggen: "Nu kan God niets meer beginnen." God werkt juist als het niet meer kan. Daardoor wordt Hij het meest verhoogd. De kerkgeschiedenis is vol met voorbeelden van Gods verrassend handelen. Het getuigenis hoeft immers niet gedragen te worden door ons. Het fundament is het geloof in God de Vader, de Almachtige.
De eerste zendingsreis is vanuit een vluchtelingengemeente begonnen. Deze gemeente heeft ondanks haar belabberde omstandigheden de zegen van de Heere ervaren. Daarom mogen onze omstandigheden nooit een verhindering vormen voor zending en evangelisatie.
De kerkgeschiedenis is voorbeelden van Cods send handelen
Een gemeente kan niet zonder getuigenis
En er waren te Antiochië, in de Gemeente, die daar was, enige profeten en leraars, namelijk Barnabas, en Simeon, genaamd Niger, en Lucius van Cyrene, en Manahen, die met Herodes den viervorst opgevoed was, en Saulus. (Handelingen 13:1) De gemeente had vijf voorgangers. De vijf beste predikanten, die zij zich maar wensen kon. Voor zo'n grote en verrasactieve gemeente was dat ook wel nodig. Toch waren het er teveel. De Heere keurde het niet goed dat zij allemaal bij elkaar gingen zitten. Er was in Antiochië een predikantenoverschot. Het was ongezond om zo aan elkaar te klitten, terwijl de wereld de naam van Christus nog nooit gehoord had. Wij hebben in Nederland ook een predikantenoverschot. Als wij de situatie hier vergelijken met een land als China, dan moeten wij zeggen dat er hier veel te veel dominees zijn. Natuurlijk kan niemand gemist zij in Antiochië ook gezegd hebben. De neiging om bij elkaar te kruipen is nogal sterk. Als we een dagje uit gaan met het gezin, kijken we in de rondvaartboot om ons heen of er ook mensen van ons soort aanwezig zijn. Dan voelen wij ons beter op ons gemak. De christelijke gemeente loopt altijd het gevaar om introvert te worden. Meer op zichzelf gericht dan op de wereld. Dat is ongezond. De kerk vindt haar doel niet in zichzelf, maar in God en in de wereld. Het gaat in de gemeente om Gods eer en om het heil van onze naaste. Gij zijt het licht der wereld en het zout der aarde. Vijf dominees voor een gemeente is teveel, zeker als er nog zovelen zijn die het Evangelie nog nooit gehoord hebben. Twee van hen worden door de Heere uitgezonden. Welke twee? De besten. Barnabas, een goed man en vol van de Heilige Geest, die met zoveel zegen gewerkt had en Saulus, de bekeerde schriftgeleerde, die zoveel gaven had om het Evangelie aan de Joden uit te leggen. De andere drie had de gemeente misschien wel willen missen, maar deze twee vast niet. Ook daaruit kunnen wij iets leren. Voor ons gevoel is een evangelist nog lang geen dominee. Opmerkingen zoals: "Die man heeft weinig gaven, maar hij is toch wel geschikt voor evangelist" en "Het is maar goed dat hij zendeling is, want hij preekt eigenlijk te eenvoudig", worden nogal eens gehoord. Als we een hiërarchie willen - die is toch met de Reformatie afgeschaft- laten we dan een schriftuurlijke nemen: "Sommigen tot apostelen' en sommigen tot profeten en sommigen tot evangelisten en sommigen tot herders en leraars" (Efeze 4:11). De evangelisten zijn voor de dominees gerangschikt. Hun taak is ook veel moeilijker dan die van de predikanten. Zij moeten zonder gemeente, zonder kerkenraad en zonder kader werken. Ook de 'besten' zullen zeggen: "Wie is tot deze dingen bekwaam?" Toch moeten zij die de meeste gaven van de Heere ontvangen hebben uitgaan. De gemeente mag afstaan aan het zendingswerk, opdat het getuigenis van Christus voortgang hebbe.
De christelijke gemeente loopt altijd het gevaar om introvert te worden
Het is niet goed om allemaal bijeen te blijven. De Babylonische spraakverwarring was een oordeel van God op deze zonde. Op de Pinksterdag is dat oordeel weggenomen. Er is nog maar één taal, de tale Kanaans, de taal van het Koninkrijk Gods. Deze taal moet in alle talen vertaald worden; deze boodschap aan alle volken bekendgemaakt. In de introverte gemeente herhaalt zich de zonde van Babel. De Heilige Geest wordt bedroefd en na korte of langere tijd komt het oordeel van de spraakverwarring. Men verstaat elkaar niet meer en gaat uiteen. De kerkelijke verdeeldheid is een gevolg van het navelstaren van de gemeente. Het isolement verzwakt meer dan dat het versterkt. Ja maar… dat is wel erg ongenuanceerd. We moeten toch een heilig volk zijn, afgezonderd van de wereld? Het isolement bewaart ons toch voor veel afval? Het is juist de wereldgelijkvormigheid, die de kerk krachteloos maakt. Precies! Maar uiterlijk isolement en innerlijke secularisatie gaan samen. Zolang het zuivere getuigenis van de gemeente klinkt, is het onmogelijk dat zij zich aan de wereld aanpast. Dan heeft zij immers niets meer te zeggen. Het getuigenis is een beter middel tegen het bederf van de gemeente dan het isolement. Stilstaand water gaat stinken. Levend water stroomt.
De vrucht van het isolement is innerlijke wereldgelijkvormigheid. Als de gemeente aan de wereld geen boodschap heeft, voltrekt zich onherroepelijk de innerlijke vervreemding van het Evangelie. Om het nog duidelijker en persoonlijker te zeggen: Als er geen verschil is tussen u en uw buurman, heeft u hem niets te zeggen. En als u aan uw buurman niets te zeggen hebt, komt dat omdat uw hart even vol zit van de wereld als zijn hart, hoeveel uiterlijke verschillen er ook mogen zijn. Dit blijkt ook uit het begin van de eerste zendingsreis. En als zij den Heere dienden, en vastten, zeide de Heilige Geest: Zondert Mij af beiden Barnabas en Saulus tot het werk, waartoe Ik hen geroepen heb. (Handelingen 13:2)
De Heilige Geest sprak, toen zij dienden en vastten. Blijkbaar was er een verband tussen het geestelijk leven in de gemeente en de roeping van Paulus en Barnabas. De gemeente was bezig met de dienst. Het woord is niet het bekende diakoneo, waar onze diakenen van afgeleid zijn, maar leitourgeo, dat wijst op de openbare eredienst, denk maar aan onze liturgie. De gemeente was bijeengekomen om het Woord van God te horen, om de lofzangen van Israël te zingen en om te bidden.
Wereldgelijkvormigheid in de Bijbel gaat niet over de buitenkant, maar over de binnenkant
Daar gebeurde het. Daar gebeurt het nog steeds. Dat is de wortel van het getuigenis. De Heere woont op de lofzangen van Zijn volk. Waar twee of drie in Zijn Naam vergaderd zijn, daar woont Hij Zelf en daar wordt Zijn heil verkregen. Meer is niet nodig. Alle evangelisatiecommissies kunnen worden afgeschaft en alle organisaties opgeheven. Waar God aan Zijn eer komt, gaat er een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit van de gemeente. Daar stoot de Heere Zelf arbeiders uit in de oogst. Daar gaan de gemeenteleden getuigen van het grote werk van God in Christus en in hun eigen leven. Daar ligt onze armoede. Er is geen liturgie. Waar liturgie is, daar is leven. Waar leven is, daar is vrucht. Een geestelijke opwekking is alleen daar te verwachten, waar de Heere Zijn kerk ontmoet. Hoe komt het toch dat er zo weinig wervingskracht van de kerken uitgaat? Hoe komt het dat het zo moeilijk is mensen te motiveren voor zending en evangelisatie? Helemaal fout. De mensen die je ervoor moet motiveren, moet je niet hebben. Wie door het Woord Gods wordt aangeraakt en door de Geest vervuld, gaat uit op Gods tijd en wijze. Daar ligt het hart van de zaak. Dat zijn wij kwijt. Daar moeten wij om smeken. Dat is opwekking.
En zij vastten. Moet dat dan? Zij deden het wel. De Heere Jezus zei Zelf dat de bruiloftsgasten niet konden vasten zolang de Bruidegom bij hen was, maar als de Bruidegom weggenomen werd, dan zouden zij vasten. Vasten is verlangen naar de Bruidegom. Vasten moet niet, vasten mag! Het is een geestelijke concentratie op het gebed in de verwachting van de komst van Christus. Wie vast, laat staan wat geoorloofd is, om zich geheel aan God te wijden. Wettisch vasten is vruchteloos. Daar word je niet geestelijk, maar chagrijnig van. Geestelijk vasten is een middel om eerst het Koninkrijk Gods te zoeken. Het is een vrucht van de geloofsnabijheid van Christus. Wie bedroefd is over de zonde en verblijd in God, kan soms van droefheid en van blijdschap niet meer eten. Dat is een heilig leven. Wandelen in het icht met de Heere Jezus. Een heilig leven is altijd ook een getuigend leven. Waarom gaat er zo weinig van de kerk uit? Omdat zij niet geheel anders is dan de wereld, maar innerlijk en daarna ook uiterlijk zich aanpast aan het denkschema van de wereld. Wereldgelijkvormigheid in de Bijbel gaat niet over de buitenkant, maar over de binnenkant. Het is een aanpassing aan het denkpatroon van deze wereld.
Wie helemaal gericht is op het hier en nu, heeft niets meer te melden en kan geen vrucht dragen
Men leeft niet met het oog op de toekomende wereld. Niets is schadelijker voor het getuigenis. Wie helemaal gericht is op het hier en nu, heeft niets meer te melden en kan geen vrucht dragen. Waar de zuivere liturgie is, daar is ook de ware heiliging van het leven. De nabijheid van Christus heiligt immers geheel en al, innerlijk en uiterlijk. Daar is ook de onthouding en de gehele toewijding aan de dingen van Gods Koninkrijk.
Waar het getuigenis ontbreekt, is de gemeente ziek. De diepere oorzaak van deze ziekte is het gebrek aan liturgie en levensheiliging. De kwaal kan niet genezen worden door allerlei activiteiten. In een gemeente zonder liturgie en levensheiliging is de zendingscommissie symptoombestrijding. De kwaal wordt alleen daar genezen waar God in de eredienst ontmoet wordt en waar vanuit die ontmoeting het hele leven geheiligd wordt. Dat is het geheim van het getuigenis van een biddende gemeente. Zonder dat getuigenis kan de gemeente niet bestaan.
Het getuigenis kan niet zonder gemeente
Wij kunnen de redenering echter ook omkeren. Zonder de gemeente kan het getuigenis niet bestaan. Zondert Mij af beiden Barnabas en Saulus tot het werk, waartoe Ik hen geroepen heb. Toen vastten en baden zij, en hun de handen opgelegd hebbende, lieten zij hen gaan. Barnabas en Saulus werden officieel uitgezonden door de gemeente van Antiochië. Op de één of andere wijze maakte de Heilige Geest in Antiochië bekend dat Paulus en Barnabas afgezonderd moesten worden tot het werk waartoe Hij hen geroepen had. Let wel: geroepen had. Aan de uitzending door de gemeente ging blijkbaar een innerlijke roeping vooraf. Bij de bekering van Saulus werd aan Ananias bekendgemaakt dat hij een uitverkoren vat was om de Naam van de Heere te dragen voor de heidenen (Handelingen 9:15). Ook Paulus zelf en Barnabas moeten hiervan geweten hebben. Zij waren overtuigd van hun roeping tot dit werk. Toch wachtten zij op Gods tijd. Zij durfden er niet zomaar alleen op uit te trekken.
Het deed pijn om deze twee dienaars van Cod voor de heidenen af te staan.
De gemeente moest hen afzonderen. Pijnlijk woord. Er zit een zeker geweld in, evenals in het woord uitstoten. Het deed pijn om deze twee dienaars van God voor de heidenen af te staan. Maar zij lieten hen los, met bidden en vasten en met handoplegging. Dat laatste was een teken van de gave van de Heilige Geest. Barnabas en Saulus hadden de Geest der genade en der gebeden reeds ontvangen. Beiden waren zij door de Geest wedergeboren en door de Geest bediend. Toch hadden zij voor deze bijzondere zending bijzondere genade nodig. Hoe zouden zij prediken zo zij niet gezonden werden? (Romeinen 10:15)
Zending en evangelisatie is een kerkelijke zaak. Natuurlijk is van dit Bijbels uitgangspunt veel misbruik gemaakt. Elk spontaan initiatief dat genomen wordt om onze naaste voor Christus te winnen, kan afgedaan worden met de opmerking dat het niet kerkelijk is en dat er daarom geen zegen op kan rusten. Als de Heilige Geest afhankelijk was van synodevergaderingen, zou er van de zending niet veel terecht gekomen zijn. De kerkgeschiedenis leert dat zendingswerk vaak spontaan begint, als een particulier initiatief. De officiële kerkelijke vergaderingen lopen vaak wat achteraan. Dat geeft ook niet, als mensen maar niet gaan denken, dat zij alles alleen wel kunnen. Dat kan niet en mag ook niet. Wellicht moeten wij juist in onze tijd de rol van de plaatselijke gemeente weer benadrukken. De uitzending vindt plaats door de gemeente van Antiochië en niet door de synode van Jeruzalem. Voor de zendingsarbeiders is het belangrijk om een biddende thuisgemeente te hebben en om te weten dat zij door God geroepen en door de gemeente gezonden zijn. Hier wordt een bijbels principe aangedragen waar niemand omheen kan. Het getuigenis kan eenvoudig niet zonder gemeente. Zending en evangelisatie behoren gedragen te worden door het gebed en gesteund door de ambten. De Heilige Geest heeft de gemeente nodig. Niet omdat Hij niet zonder haar kan, maar omdat het Hem behaagt mensen in dienst te nemen en mensen kunnen nooit zonder elkaar.
De gemeente blijft achter, biddend en vastend. Voor de zendelingen een troost om te weten dat zij in deze geestelijke strijd niet alleen staan. Wie alleen staat, is zwak. Wie verenigd is met Christus en door Hem met al de Zijnen, staat in zijn zwakheid sterk. Zijn kracht wordt immers in zwakheid volbracht (2 Korinthe 12:9). Bidden is uiterste zwakheid. Wat kun je beginnen met gesloten ogen en gevouwen handen? Wie zich echter zo op God werpt en Hem in zich en voor zich laat werken in een heilige lijdelijkheid, die zal de zegen van de Heere ondervinden. Heere ons Zich ten doel gesteld heeft! Dat Hij ons in Zijn Woord de goede boodschap van Zijn Zoon laat verkondigen. Wij zijn ook allen geroepen te getuigen van deze boodschap in ons persoonlijk leven. Daar is geen bijzondere innerlijke roeping of kerkelijke uitzending voor nodig. Wie niet brandt van verlangen om het getuigenis door te geven, heeft het zelf nog nooit gehoord. Of is het vuur zo gedoofd, dat het Evangelie uw hart intussen koud laat? Dat kan toch niet! Zo vormt de gemeente een geestelijke achterban. Dat zijn de dienstplichtigen die door de leenheer letterlijk opgetrommeld worden voor de militaire dienst. Er zijn enkele voortrekkers, verspieders, maar zij weten dat het hele leger achter hen staat. Concreet betekent dit dat in de eredienst altijd gedacht wordt aan hen die uitgezonden zijn. Zending en evangelisatie worden vaak in het algemeen genoemd. Waarom worden niet de namen van hen die uitgezonden zijn voor Gods aangezicht gebracht? Dat doen wij bij de zieken immers ook. Natuurlijk hoeft dat niet in elke dienst, maar zo af en toe… Verder behoort er in de persoonlijke voorbede aandacht te zijn voor zending en evangelisatie. In de achttiende eeuw had men in Engeland de gewoonte om op een grote wereldkaart aan te kruisen waar de mensen heengezonden waren en bij het gebed die kaart voor zich neer te leggen. Noem de zendelingen bij name en leg hun concrete noden aan de Heere voor. Uiteraard schuilt er een gevaar in het eindeloos opsommen van gebedspunten. Bij het gebed moeten wij ons hoeden voor een ijdele omhaal van woorden. Bidden is aanroepen, aanbidden, schuldbelijden, smeken, pleiten, zichzelf overgeven, dankzeggen en lofprijzen. Dat waren de gebedspunten van Izaac Watts. Bidden is meer dan een lijstje met vragen indienen bij de Heere. Als wij echter alleen in het algemeen en nooit concreet bidden, kan ons gebed ook tot een lege woordenstroom verworden.
Als de Heilige Geest afhankelijk was van synodevergaderingen, zou er van de zending niet veel terecht gekomen zijn
Concreet betekent dit dat in de eredienst altijd gedacht wordt aan hen die uitgezonden zijn
In het gebed van de getuigende gemeente gaat het ten diepste om de eer van God. Het is een gebed om de heiliging van Zijn naam. Zijn naam is haar liever dan haar eigen leven. Het is een gebed om de berusting in en het leven naar de wil van God. Uw wil geschiede. Maak ons als de engelen in de hemel gewillig om Uw wil te doen. Het is het gebed om de komst van het Koninkrijk. Regeer ons en bekeer ons. Laat de loftrompet van Uw Evangelie overal schallen opdat de aarde vol worde van de kennis van Uw naam, zoals het water de bodem van de zee bedekt. Totdat tenslotte de dag aanbreekt dat gebed en getuigenis verstommen. Het gebed wordt dan aanbidding en het getuigenis wordt lofprijzing.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 april 1997
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 april 1997
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
