Toen ik een kind was
Toen ik een kind was, bad ik als een kind,
spontaan, eenvoudig, echt en recht naar boven.
Je kunt als kind zo twijfelloos geloven
voor al wat af kan leiden doof en blind.
Je wist niet wat het woordje "amen" zei,
soms was het een accent op het vertrouwen,
soms ook een woord dat je weer toe deed vouwen.
Rondom je denken en je dromerij.
Je vroeg niet bid ik wel zoals het moet?
Je dacht nog nite aan vorn en aan gehalte,
je kende niet het woord gebedsgetalte",
je wist alleeen maar: God is groot en goed.
Maar op een dag besefte ik plots wat
mij langzaamaan maar zeker was ontgleden,
Die eebvoud, die was weg uit mijn gebeden,
ik bad, maar biet meer zo ik vroeger bad.
Ik wist nu meer, maar was veel meer kwist,
en dat -wist ik- had niet aan Hen gelegen.
toen had ik" Heer', leer mij te vechten tegen
mijn grote-mensen-onaandachtigheid.
Ja, leer mij weer te bidden als een kind,
maar nu een kind dat, anders dan tevoren,
bewuster weet om Wie Gij het wilt horen,
in Wie Gij het nog het nog annziet en bemint.
Een kind dat weet om Wie Gij dag aan dag
niet meer wilt tekenen met zijn gebreken
en imn Wiens naam het vrijt tot U mag spreken,
en om Wiens wil het "amen" zeggen mag.
Jo van Veen-Nusmeijer
Uit: Zonlicht door de ramen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 april 1997
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 april 1997
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
