In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Aflaat

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Aflaat

3 minuten leestijd

Eén van de grote geschilpunten, waar et ten tijde van Luther om ging en nu iog om gaat, is de aflaat. Via de iflatentheorie van de Rooms-Katholie- ;e Kerk komen we dan voor de vraag 3 staan: bestaat er, zoals Rome leert, ien vagevuur? Over het algemeen iaat men, zoals de catechismus der Jederlandse Bisdommen doet, uit van iet feit dat er een vagevuur bestaat. Vat ons echter vooral interesseert is: vaar heeft men de leer over het vageruur gevonden?

De locus classicus (=bewijsplaats) is, volgens dr. B. Alfrink, te vinden in het weede boek van de Makkabeeën, loofdstuk 12, de verzen 43-46. Daar mmers staat dat Judas voor de doden een zoenoffer liet opdragen, opdat zij van hun zonden zouden worden verost.

Nu is het zo, dat wij als protestanten het boek der Makkabeeën als een apocrief boek beschouwen. De reden hiervan is duidelijk. Dit boek immers komt wel voor in de Griekse Septuagint, maar niet in de Hebreeuwse Bijbel. Voor wat het Oude Testament betreft mogen we zeker zeggen dat de Heere Jezus, telkens als Hij Zich op de Bijbel beroept, Zich beroept op de onder de Palestijnse Joden gekende Bijbel, namelijk de Hebreeuwse Bijbel, zonder de apocriefe boeken. Dit beroep dus op deze plaats als de bewijsplaats voor het vagevuur, mogen we rustig naast ons neerleggen.

Een ander bewijs, zij het dan minder bindend, zou te vinden zijn bij Paulus in 1 Korinthe 3:10-15. In vers 15 heeft Paulus het over iemands werk, dat verbrandt, omdat hij op het Fundament, dat Christus is, gebouwd heeft, niet met goud of zilver, maar bijvoorbeeld met stro. Dit werk, zegt Paulus, zal verbrand worden omdat het mensenwerk is, maar de bouwer zelf zal behouden worden, omdat hij toch wilde bouwen op het juiste Fundament: Jezus Christus. Nu staan er in de Canisius- tekst twee cursief gedrukte woordjes, die dus niet bij de tekst horen, maar die gans de leer over het vagevuur moeten schragen. Daar lezen we immers: "dat hij die met stro gebouwd heeft, eersf door het vuur moet." In de Nieuwe Vertaling staat echter: "hijzelf zal gered worden, maar als door vuur heen (als het ware ternauwernood), zijn werk echter zal verbranden. Het verbranden slaat dus op het werk. Het als door vuur heen, is een beeld om te zeggen dat hij nauwelijks gered zal worden.

Het is dus wel duidelijk: een schriftuurlijke grondslag om het bestaan van het vagevuur te rechtvaardigen, bestaat er niet. De eigenlijke reden waarom Rome hieraan vasthoudt, is het feit dat zij aan het verdienende karakter van de goede werken niet wil voorbijgaan, dat zij inziet dat niet alle rooms-katholieken hier de hemel verdienen en dat zij ze er tenslotte toch niet van wil uitsluiten. Ook hier zien we dus: waar het Evangelie van de genade alléén verworpen wordt, draait de mens rond in een vicieuze cirkel, waar hij zich alleen door een "kunstgreep" weet uit te redden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 maart 1997

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Aflaat

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 maart 1997

In de Rechte Straat | 32 Pagina's