HET WOORD AAN U EN AAN JOU…..!
Op de bladzijde hiernaast staan de adressen van al onze comités afgedrukt. Ongetwijfeld is er een adres bij in uw omgeving.
We willen het werk dat deze comités doen sterk uit gaan breiden.
Hiervoor hebben we mensen nodig. Vooral ook jonge mensen, om met inzet van alle krachten en alle kennis bezig te zijn in de uitbreiding van het werk onder onze naaste.
Werkzaamheden die door de comités gedaan worden:
• Opzetten, organiseren en begeleiden van Hervormingsavonden op en rond 31 oktober. Meestal zijn deze avonden interkerkelijk in de positieve zin van het woord. De laatste jaren zijn deze avonden sterk toegenomen door het verlangen, vooral bij jonge mensen, om elkaar over de kerkmuren heen te herkennen en te bemoedigen.
• Beheren en opzetten van een boekentafel bij deze avonden.
• Contacten met kerkenraden, diaconieën, scholen en verenigingen onderhouden en opzetten.
• Propaganda-avonden beleggen met bekende sprekers om het werk onder de mensen bekendheid te doen houden.
• Mee-plannen van fondswervingsactiviteiten.
• Abonneewerving onder jonge mensen.
• Nog diverse andere zaken, die per plaats verschillend liggen.
• Kortom: mee-zorgen dat het werk onder onze naaste voortgang kan hebben.
Voor inlichtingen kunt u zich wenden tot ons kantoor, tel. 026-3634959 (vragen naar evangelist J.W.N. van Dooijeweert), of tot een plaatselijk comité. Bekijk dan eerst goed welk comité het dichtst bij u is.
Is er in uw/jouw omgeving geen comité? Dan is het de hoogste tijd dat u/jij er nu mee begint.
Definitieve aanmeldingen uitsluitend schriftelijk naar ons kantoor, t.a.v. evangelist J.W.N. van Dooijeweert. "In de Rechte Straat", Postbus 131, 6880 AC Velp, met vermelding 'comitéwerk'.
Gebeden en goede werken doen voor de gelovige zielen is een voortreffelijke godsvrucht.
(Sir. 7:37: Weiger uw barmhartigheid niet aan een dode)
Op zekere dag ontstond tussen twee paters Dominicanen, Bertrandus en Benedictus genaamd, een twistrede over de vraag of het God welgevallig en ons voordeliger was, wanneer wij Hem de goede werken opdroegen voor de gelovige zielen in het vagevuur of voor de bekering der zondaars. Bertrandus was een geestvolle voorstander van de ongelukkige zondaars, voor wie hij zeer dikwijls de H.Mis opdroeg, de roerendste gebeden hemelwaarts zond en zich de zwaarste boetewerken getroostte. Hij gaf zich alle mogelijke moeite om in die strijd de overwinning te behalen. "De arme zondaars", zei hij, "zullen zeker verloren gaan, als men hen niet uit hun gevaarlijke toestand redt en Gods genade verwerft. Voortdurend is satan er op bedacht om hen in zijn netten te verstrikken en gaan zij hun rampzalige eeuwigheid en eindeloze folteringen tegemoet.
Heet het niet de waarde van een ziel miskennen, wanneer men niet alles in het werk stelt om deze zondaars voor God te gewinnen?
Toonde Hij Zelf ons niet, hoe kostbaar hun zielen in Zijn ogen waren, omdat Hij voor hen de schone hemel heeft verlaten en om hen te redden, naamloos lijden heeft willen verduren en de bitterste dood sterven? Er bestaat geen beter, Gode aangenamer en de Verlosser gelijkvormiger werk dan de zorg voor het heil der zielen.
De H.Dionysius verzekert dat het verhevenste onder de goddelijke werken is de medewerking tot redding der zondaren, opdat zij, ontrukt aan de klauwen van satan, de Goddelijke Verlosser wederom in de armen gevoerd worden. Wie een ziel te gronde laat gaan, laat de prijs van haar verlossing, het leven, ja het bloed van onze Heiland verloren gaan. De zielen in het vagevuur echter zijn alreeds ontsnapt aan het gevaar van verloren te gaan.
Weliswaar lijden zij veel, zijn zij gedompeld in een zee van smarten, doch zij zijn verzekerd van haar eeuwig heil en in de haven van haar zaligheid aangeland. Ja, zij zuchten in de gevangenis om haar schulden, maar zij hebben tevens de zekerheid, dat zij weldra de vrijheid der kinderen Gods zullen genieten. De zondaars integendeel zijn vijanden van God, wat het grootste en betreurenswaardigste ongeluk is, dat een mens kan treffen."
Benedictus echter, wiens hart blaakte van de tederste liefde voor de lijdende Kerk, was van een geheel ander oordeel. "De zondaars", zei hij, "liggen gekluisterd in vrijwillige ketens, welke zijzelf zich hebben gesmeed en welke zij naar goedvinden van Gods hulp kunnen verbreken. Maar de zondaars van het vagevuur worden in de verschrikkelijkste folteringen teruggehouden: hun mond alleen is vrij om de hulp der levenden met de woorden van de lijdende Job af te smeken: "Ontfermt u over mij, ontfermt u over mij, gij tenminste, mijn vrienden, omdat de hand des Heren mij heeft geraakt." (Job 19:21) Gesteld: twee bedelaars vragen u een aalmoes, de één is sterk en gezond en kan in zijn levensbehoeften voorzien door vlijtig te werken. Maar hij geeft de voorkeur aan de bedelstaf. De ander is ziekelijk en lijdend, zijn ledematen weigeren hem hun dienst en hij is onbekwaam om zijn kost te verdienen. Onder de bitterste tranen schildert hij u zijn toestand. Wie van beiden zoudt gij helpen? Wie van beiden schijnt u het meest aanspraak te mogen maken op uw aalmoes? Wie van beiden, dunkt u, heeft uw geld het meest nodig? Zonder twijfel zult gij medelijden hebben met de tweede, en met groot recht, omdat hij door grotere smart verteerd wordt. Past dit voorbeeld niet op mijn vraag? De gelovige zielen lijden onbeschrijfelijk in het vagevuur en zijn niet bij machte zichzelf te helpen, ja, niet eens in staat om zich de minste leniging te verschaffen. Waar is het, dat zij de tuchtiging door haar zonden verdiend hebben, edoch, zij hebben deze beweend, berouwd en verafschuwd. Zij hebben wederom de genade Gods verworven en zijn nu welgevallig in de ogen van de Heer. De zondaars daarentegen, die door eigen schuld Gods vijanden zijn geworden omdat zij opgestaan zijn tegen de Goddelijke Majesteit, kunnen zichzelf helpen en zich van de zonde losrukken. Het staat vast dat wij, indien wij volgens de inzichten van God willen handelen, bij voorkeur hen moeten helpen, die door God het meest bemind worden."
Bertrandus volhardde echter in Zijn mening, totdat een wonderbare verschijning hem overtuigde van de waarheid van de woorden van Benedictus. Toen hij in zekere nacht zich naar het koor begaf om te zingen, liet God toe dat een ziel uit het vagevuur hem in de vreselijkste gestalte, beladen met een zware last, verscheen. Zuchtend en klagend trad zij tot hem toe en legde op zijn schouders de ondraagbare last, waaronder de pater bezweek, ja, ter aarde viel. De smart van de last, gelijk de profeet zegt, bracht Bertrandus tot erkentenis. Nu begreep hij dat hij meer moest doen voor de lijdenden in het vagevuur. De volgende morgen was hij harer bereids in het indachtig, hetgeen hij niet meer verzuimde tot het einde van zijn leven.
De grote kerkleraar, de Heilige Thomas van Aquino, heeft deze strijdvraag opgelost in de volgende woorden: "De gebeden en goede werken voor overledenen zijn God welgevalliger dan die voor de levenden, omdat de eersten zich in groter nood bevinden en zichzelf noch helpen noch verlossen kunnen."
Verscheidene andere godgeleerden zijn echter van gevoelen en leren dat de gelovigen der strijdende kerk hun gebeden, goede werken enzovoort, moeten toevoegen aan de zielen in het vagevuur, om deze daardoor te bewegen, dat zij op haar beurt bidden voor de bekering van de zondaars op aarde.
Uit: Maandblad "Katholieke Stemmen" januari 1997
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 maart 1997
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 maart 1997
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
