ONTMOETINGEN
'Wist ïk maar'…
Wat hebben de eeuwen door al velen deze zucht geslaakt:"Wist ik maar waar vader of moeder of mijn lieve kleine nu is. Wat zou dat mijn leed verzachten."
Die vraag is goed te begrijpen. Maar toch is zij niet de vraag van het geloof. Ze is de vraag van vertwijfeling en uit het oog verliezen Wie God is. De vraag 'van wist ik maar' is in strijd met het geloof. De apostel Paulus heeft geschreven aan de gemeente van Rome (Romeinen 9:33): "Een ieder die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden."
De geliefden die ons ontnomen zijn, zijn ons door God ontnomen. Ook al zijn het onze liefste geliefden. Wat God ons gaf, moeten we ook weer aan Hem afstaan. Soms dwars door het onmogelijke heen. Wij hebben zelf een kindje van twee dagen moeten afstaan aan de Heere, toch maakte Hij het dat 'moeten' afstaan ook 'mogen' afstaan werd. Juist in de weg van het 'toevertrouwen aan God' ligt de vrede en de rust.
De vraag ligt eigenlijk anders dan hij mfBestal gesteld wordt. Niet: 'wist ik maar', maar: 'kan ik de mijnen, die ontvallen zijn, aan God toevertrouwen? Kan en durf ik het oordeel aan God over te laten?' Aan de rechtvaardige maar ook genadige en barmhartige God. Die Zijn oordeel velt op gronden die wij niet kunnen bepalen.
Wij moeten dit niet omkeren. In de dagen van Jezus wilden de mensen (vooral de Farizeeën) eerst een teken zien dat Jezus deed en dan zouden ze geloven. Nou, u weet het zelf uit de Bijbel, er kwam niet veel van geloven terecht. Natuurlijk niet!
Zij bleven al die kostbare jaren wachten op een teken. Wachten op de zekerheid dat Jezus wel echt de Verlosser was die zij verwachtten.
Nooit vonden ze bij Hem de rust waar Hij mild van uitdeelde. Omdat zij zich niet aan Hem toevertrouwden.
Wat moeten wij er ook voor waken in ons persoonlijke leven om niet zo met de dingen van het geloof om te gaan. Wij moeten onze geliefden aan de Heere overlaten. In de weg van genade van God ontvangen, moeten we niet eerst allerlei goeds van onszelf opdiepen en daarmee naar de Heiland gaan. Maar we moeten en mogen gaan zoals we zijn. Zondig en bezoedeld. En wie zo bij Hem komt zal door Hem geholpen worden. Die zal behoudenis vinden in Zijn bloed. De apostel Paulus prijst de mens gelukzalig die niet werkt, maar gelooft in Hem Die de goddelozen rechtvaardigt.
Zo mag het ook zijn in de gedachten over onze overledenen. Ik las van iemand die zei: 'Toen ze nog leefden, heb ik alleen gepleit op de beloften van vrije genade. Als hun zonden en vergeten van God mij soms benauwden, of bedroefden, heb ik des te ernstiger mijn handen naar Gods beloften van vrije genade uitgestrekt. Zonder me eerst af te vragen of ze wel goed genoeg waren voor God. Zonder te vragen of God me eerst een teken wilde geven dat ik voor hen bidden mocht."
Wij moeten onze geliefden aan de Heere overlaten
Zo mogen wij ook onze verstorven geliefden, onder erkenning van onze zonden en verdorvenheid van nature, overgeven en toevertrouwen aan die God Die grondeloze genade kent en schenkt. Daar is alleen rust te vinden voor uw benauwde ziel. Dan kan soms een ogenblik temidden van alle verdriet een gekweld hart vrolijk zijn in de liefde en genade van God.
Langs die weg wil God verlossen van de 'wist ik maar'-vraag.
Van harte sterkte toegewenst en volle rust in de zekerheid dat de Heere weet wat Hij doet en wat Hij doet is welgedaan. Ook al kan ik dat op dit moment niet bezien..
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 1996
In de Rechte Straat | 36 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 1996
In de Rechte Straat | 36 Pagina's
