In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Is mijn geloof meer waard dan dat van een ander?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Is mijn geloof meer waard dan dat van een ander?

8 minuten leestijd

Lezing, uitgesproken door prof. dr. W.H. Velema uit Apeldoorn op de conferentie in Rhederoord, 1 tot 4 maart 1996.

Inleidend woord

Graag wil ik beginnen met te zeggen dat ik blij ben om hier vanmorgen te mogen zijn. Het is voor mij eigenlijk een wat merkwaardige morgen.

U weet wellicht dat ik 31 januari met emeritaat gegaan ben als hoogleraar in Apeldoorn. Dit is de eerste keer dat ik een taak daarna vervul. Dus u maakt het mij mogelijk om te zeggen: "Ik ben nog niet uitgediend, maar ik heb nog werk te doen". Ik dank u daar wel voor dat ik bij u die gelegenheid ontvang.

Ik heb een paar boekjes meegebracht, dat doe ik tegenwoordig wel meer als ik een lezing moet houden, dan kunt u in de pauze als u dat wilt die eens even inzien. Ik zal daar in mijn lezing op terugkomen en zal even aanwijzen wat er zo'n beetje instaat in verband met ons onderwerp. Het is dus een vorm waarin u kunt kennismaken met wat andere gedachten.

Ik vind het eigenlijk zo geweldig boeiend dat hier mensen zijn van veel verschillende leeftijden. Een, zoals je dat noemt, zeer gemeleerd gezelschap wat leeftijdsopbouw betreft. Ik vind dat erg aardig en ik hoop dat we ook in de bespreking daar nut van mogen hebben. Ouderen en jongeren die met elkaar aan het discussiëren raken.

LEZING

Het onderwerp voor vanmorgen: "Is mijn geloof meer waard dan dat van een ander?" Heel eerlijk gezegd heb ik tegen die titel een beetje aangekeken. "Is mijn geloof meer waard dan dat van een ander?" Als je over die titel eens even nadenkt dan zeg je: "Het is eigenlijk een heel praktische, om niet te zeggen pragmatische titel". Het is heel weinig principieel om zo te zeggen: "Meer waard". Met andere woorden: "Ik heb een meerwaarde, ik heb meer nut, wat meer profijt van mijn geloof dan dat een ander dat heeft". En dan gaat het er vanmorgen natuurlijk ook om: "Wie is die ander?" Moeten wij daar vanmorgen ook over spreken? Vanuit IRS kunnen we denken aan rooms-katholieken. Ik heb hier het boek van de paus, de bestseller "Over de drempel van de hoop", waarin hij het rooms-katholieke geloofsbelijder) nogeens op een geweldige manier bevestigd heeft. Wellicht dat ik daar straks nog iets van kan zeggen. Ik heb hier ook een boekje dat in de vormingscursus van de Christelijk Gereformeerde Kerken is ontstaan: "Vorming en verdieping". Daar heb ik zelf een hoofdstuk in geschreven, dat is dus een les die ik in een bepaalde periode behandeld heb over de vraag: "Jezus, de enige Weg?" In dat hoofdstuk komt dan de islam, het boeddhisme en het hindoeïsme heel kort aan de orde. Zijn dat de anderen tegenover wie wij zouden moeten en mogen zeggen dat ons geloof meer waard is? Je kunt die vraag op verschillende manieren beantwoorden. Laat ik ook dat ter inleiding op de verdere ontvouwing van het thema vanmorgen heel duidelijk mogen zeggen. Je zou bij wijze van spreken een geweldig dogmatisch antwoord kunnen geven. Dus dat je de islam vergelijkt met het dogma van de christelijke kerk. Of dat je de dogmatische verschillen tussen rooms-katholieken en orthodox- protestanten naar voren haalt. Dat zou een dispuut kunnen opleveren, maar dat zou wellicht het hart koud laten. Je zou ook een confessioneel antwoord kunnen geven. Dat is een beetje een variatie van de vorige opstelling, dogmatisch. Je zou bij wijze van spreken uit het belijden van de kerk, Catechismus,

Nederlandse Geloofsbelijdenis,

Dordtsche Leerregels dingen naar voren kunnen halen om die te plaatsen tegenover de gedachten van andersgelovigen. En je zou ook vergelijkenderwijs te werk kunnen gaan, comperatief. Ik heb hier een boek van een VU- hoogleraar, prof. Vroon: "Geen andere goden". Een boek dat inderdaad vergelijkenderwijs te werk gaat. De auteur komt eigenlijk tot een geweldige relativering, gelijkschakeling, van het christelijk geloof.

Als christenen hebben wij meer

Maar zijn conclusie is wel: "Als christenen hebben wij wat meer". Dus in zekere zin geeft prof. Vroon een antwoord op de vraag en het thema van vanmorgen: "Is mijn geloof meer waard dan dat van een ander?" Maar in die meerwaarde geeft hij een heel ander antwoord dan ik zou willen geven op de vraag van het thema. Ik zou u willen zeggen hoe ik probeer van morgen het onderwerp aan te pakken Ik zou het antwoord willen geven met een woord dat tegenwoordig nogal eens gebruikt wordt: heel existentieel. En daar bedoel ik eigenlijk mee: een antwoord vanuit de beleving. Vanuit de doorleving van ons christelijk geloof. Daar zou ik eigenlijk met u naartoe willen. Als u zou willen zeggen: bevindelijk, dan is mij dat ook goed.

Geloof: doorleving

Het gaat erom dat het geloof doorleefd wordt Daarmee bedoel ik dus de vorige aspecten op te nemen in een persoonlijk doorleefd antwoord. Want je kunt natuurlijk in een discussie met mensen van een ander geloof of met roomskatholieken om zo te zeggen op punten winnen, maar dat je daarmee het hart niet wint. Ik heb dat zelf een keer meegemaakt. Toen ik bij iemand op bezoek was en het ging over het christelijk geloof. Een man die van de kerk geestelijk was afgedwaald, ver verwijderd en met wie we een geweldig gesprek hadden. Een man die geweldige bezwaren inbracht tegen het christelijk geloof. Ik kon ze allemaal ontzenuwen. En hij was eigenlijk aan het eind van het gesprek ook aaji het eind van al zijn argumenten. En toen ging ik weg. Hij gaf me de hand. Hij zegt: "Dominee, je hebt het gewonnen, maar ik geloof er geen barst van!" Voelt u wel? Je kunt op punten winnen, maar daarmee heb je het hart nog niet gewonnen. En daar gaat het mij vanmorgen om. Als wij het thema proberen te beantwoorden, dat we dat met het hart doen. Dus dat wij ook kunnen zeggen, ook wij persoonlijk, en niet alleen in deze kring (dat ook), maar ook naar buiten toe wat voor ons het wezenlijke is in ons geloof. En dan ben ik ervan overtuigd dat wat voor ons in de persoonlijke ervaring en beleving het wezenlijke is, dat je dat elders niet vindt.


JE KUNT OP PUNTEN WINNEN, MAAR DAARMEE HEB JE HET HART NOG NIET GEWONNEN


Geloof: belijdenis en actie

Ik denk aan twee aspecten daarvan, ook dat moet ik nog even naar voren brengen. Het ziet op de inhoud, de boodschap van ons geloof. Zo u wilt: de belijdenis, dat wat we uit de Bijbel mogen samenvatten en verwoorden, zoals de belijdenis van de kerk dat doet. Ons geloof ziet ook op de actie, de daad van het geloof. Die beide, het geloof dat gelooft en het geloof dat geloofd wordt.

Wellicht dat ook in een preek of op een catechisatie of in een bijbelcursus die twee dingen weieens onderscheiden zijn. Het is belangrijk dat u dat goed vasthoudt. Die horen natuurlijk bij elkaar. Als je het alleen maar hebt over het geloof als leer dan kun je daarover spreken zonder dat je hart erbij betrokken is. Als je het alleen maar hebt over het geloof dat gelooft, dus de daad van ons hart, dan vraag je wat de inhoud ervan is. En dan zijn er een heleboel mensen in onze tijd die zeggen: "Ja, ik geloof wel". Maar als je dan vraagt: "Wat geloof je nou eigenlijk?", dan komen er heel verschillende antwoorden. Dus het gaat om het geloof dat door de liefde werkt. Waarbij de persoonlijke betrokkenheid, de persoonlijke beleving en de persoonlijke bevinding duidelijk een rol speelt. Zo zou ik willen proberen de vraag die mij is voorgelegd vanmorgen met u te overdenken en te ontvouwen. Waar beginnen we dan? Wij zouden natuurlijk kunnen beginnen bij de drie stukken van de Catechismus: ellende, verlossing en dankbaarheid. Ik denk dat dat voor de meesten van ons ook een heel vertrouwd begin is, omdat de Catechismus regelmatig in de prediking besproken, behandeld, uitgelegd wordt. We zouden natuurlijk de meerwaarde van het christelijk geloof, vergeleken met andere godsdiensten, kunnen inzetten vanuit de behandeling daarvan. Je zou ook kunnen denken aan drie vragen, die eigenlijk voor ieder mens, gelovig of ongelovig, kerkelijk of onkerkelijk, van betekenis zijn. Ik kom op die drie vragen wellicht straks nog even terug.

Drie vragen

De eerste vraag is: "Waar komen wij vandaan?" Dat is een vraag die ieder mens zich op enig moment zal stellen, denk ik. "Waar komen we vandaan, wat is onze herkomst?" De tweede vraag is: "Waar gaan we naartoe? Wat is onze toekomst?" Herkomst en toekomst. En daartussen ligt natuurlijk als derde vraag: "De levensgang. Hoe maken wij de weg, de tocht van onze herkomst naar onze toekomst?" Ook dat zou een mogelijke inzet zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 mei 1996

In de Rechte Straat | 24 Pagina's

Is mijn geloof meer waard dan dat van een ander?

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 mei 1996

In de Rechte Straat | 24 Pagina's