In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

OPROEP VAN CHRISTUSWEGE: BIDT OM DE VREDE VAN JERUZALEM (PSALM 122:6A)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

OPROEP VAN CHRISTUSWEGE: BIDT OM DE VREDE VAN JERUZALEM (PSALM 122:6A)

5 minuten leestijd

David heeft zich geen rust gegund, totdat hij voor de ark des Heeren en daarmee voor de Heere Zelf een plaats gevonden had, woningen voor de Machtige Jakobs (Psalm 132:5)

Die plaats was Jeruzalem en die woningen een tent door David opgezet, waarin de ark werd geplaatst door de priesters. Zo was de Heere Zelf komen inwonen bij Zijn volk in die tent tussen de cherubs boven het verzoendeksel in de stad door Hemzelf verkoren. Jeruzalem. Salems stad.

Salem betekent vrede (sjaloom). Het Hebreeuwse woord sjaloom betekent eigenlijk: ongedeerd zijn, gelukkig zijn, in goede welstand en gezondheid zijn, dus kortom: welzijn. Verder betekent het ook: ongestoorde verhouding, vriendschaps-verhouding, vrede. De groet sjaloom betekent dus eigenlijk: alle goeds. Bidden om vrede voor Jeruzalem betekent dus: bidden om alle goeds voor Jeruzalem. Hiertoe wekt David op. Van Godswege, van Christuswege.

Nee, David redeneerde of dacht niet: "De Heere is nu Zelf komen inwonen in Zijn stad temidden van Zijn volk, dus nu is alles in orde en behoeven we ons verder nergens meer om te bekommeren". Integendeel! Juist nu de Naam des Heeren tot zijn vreugde zo nabij was, wekte hij ertoe op met ernst en aandrang en volharding persoonlijk en gezamenlijk te bidden en te smeken, pleitend op Zijn verbond en woorden, om de vrede van Jeruzalem, opdat vrede en aangename rust en milde zegen haar zou verblijden en welvaart in haar vesting zij, in haar paleizen, vooral 's Heeren huis, vreugd' en lust.

De vrede van Jeruzalem is ten diepste de vrede en zegen door de grote Zoon van David verworven in een weg, die niemand begreep, ook de inwoners van Jeruzalem niet, vooral de geestelijke leidslieden niet, zodat Jezus moest klagen: "Och, of gij ook bekendet, ook nog in deze uw dag, hetgeen tot uw vrede dient! Maar nu is het verborgen voor uw ogen" (Lukas 20:42). Ja, uitgeworpen werd Hij uit de stad en aan het vloekhout gehecht. Maar het woord van de engelen in Efratha's velden is in rijke vervulli ng gegaan: "Vrede op aarde". Want zojuist overwon Hij zonde, satan, dood en hel, ja stilde Hij in Zichzelf de toorn van Zijn Vader, waaronder wij eeuwig hadden moeten verzinken. Hij vond daarbij rust noch vrede vanwege onze zonden, totdat "de vrede met een kus van het recht gegroet" was en het overwinningswoord uit Zijn mond klonk: "Het is volbracht". Door Hem, door Hem alleen, de Koning der Joden, de hoogste Profeet en Leraar, de enige, eeuwige en volkomen Hogepriester. Tegelijk is Hij het Lam van God en de Ark der getuigenis, dragend Gods heilige wet in Zijn hart, waaraan Hij volkomen voldeed in oneindige gehoorzaamheid tot in de dood aan het kruis, het vloekhout, een vloek geworden zijnde voor ons. Er staat immers geschreven: "Vervloekt is een iegelijk die aan het hout hangt (Deuteronomium 21:23). Zo heeft Hij ons verlost van de vloek der wet (Galaten 3:13).

Zo is Hij de Ark der "getuigenis Israëls" (vers 4), de Ark der behoudenis met Gods wet, de getuigenis

Israëls in Zijn hart, besprenkeld met Zijn Eigen bloed, dat niet roept om wraak, maar om verzoening, opdat een ieder, die in Hem gelooft niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. Hij is zo ook de Poort tot de Godsstad van Zijn Kerk. Uit genade, niet werkende, maar alleen gelovende met ons hart in Hem, mogen we door Zijn Woord en Geest geleid door Hem binnengaan en opgaan tot Gods altaar op Golgotha opgericht, om uit genade de vrede en de gerechtigheid te ontvangen van de God van ons heil en de Naam des Heeren daarvoor in aanbidding te danken (vers 4). Voor die vrede en dat heil heeft Hij Zelf op zo'n ongekende wijze gebeden en gestreden en geleden, opdat zelfs "het wederhorig kroost" altijd bij Hem zou wonen. Hier reeds door het geloof samen met allen, die des Heeren zijn, dat is Zijn kerk, Zijn broeders en vrienden, samen delend in Zijn vrede en milde zegeningen.

Moogt ook u daarbij behoren? Zo niet, bedenkt dan nog heden, wat tot uw eeuwige vrede dient. Zoekt Hem biddend en smekend om Zijn ontferming, die Hij ons in Zijn Woord zo rijk heeft geopenbaard, dat u daar niet aan moogt vertwijfelen. Wendt u dan naar Hem toe en gelooft in Hem in al uw zonden en ellenden, ja, belijdende uw misdaden en laat u door Hem met God verzoenen, zoals de tollenaar achter in de tempel, die bad: "O God, wees mij zondaar genadig". Letterlijk staat er: "O God, wees met mij de zondaar verzoend".

"Hier wordt de rust geschonken, hier 't vette van Zijn Huis gesmaakt, een volle beek van wellust maakt hier elk in liefde dronken" (Psalm 36:2). Zo mogen we tegelijk "in Israël ingelijfd worden en de naam van Sions kind'ren dragen" (Psalm 87:4).

Zo worden we tegelijk pelgrims op reis naar het hemels Jeruzalem, waar de Voorloper reeds is ingegaan met Zijn Eigen bloed in het binnenste Heiligdom, waar Hij dag en nacht voor Zijn volk bidt als de grote Hemeltolk. Hij zoekt daar zo het beste voor Zijn volk. Op grond van Zijn verdiensten en voorbede mogen wij daar dan ook op onze bede, uit genade, in delen. Hij heeft immers beloofd: "Al wat u ontbreekt, schenk Ik, zo gij 't smeekt, mild en overvloedig". Hij wil dat juist door de dienst van Woord en sacrament, door Hemzelf ingesteld, opdat dat ook overeenkomstig Zijn wil zou geschieden en Hij ons in die weg uit Zijn volheid van genade zeeg'nen zou met vrede en troost.

Bidden om de vrede van Jeruzalem betekent dan ook: onze harten opwaarts heffen tot Hem, Die in de he mel zit en bidden, dat Hij Zijn dienaars met Zijn heil wil bekleden om het volk te doen juichen wel tevreden. Ja, dat Hij ook vele dienaars zal uitstoten in Zijn oogst en er een rijke oogst van voorspoed gezien moge worden.

(Slot in volgende nummer)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 1996

In de Rechte Straat | 24 Pagina's

OPROEP VAN CHRISTUSWEGE: BIDT OM DE VREDE VAN JERUZALEM (PSALM 122:6A)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 1996

In de Rechte Straat | 24 Pagina's