Ziet hier ben Ik
Met het volste recht een tekst die past bij het Kerstfeest. De profeet moet het zeggen: "Een volk dat naar Mijn Naam niet is genoemd". Daar staan we als mensen in geschilderd. Het is de volle werkelijkheid. Zoals wij geboren worden, in Nederland of België of Japan of in hartje Siberië, of waar dan ook, we dragen bij onze geboorte niet meer de Naam van God. Dat hebben we overgehouden van de val in het Paradijs.
De engelen hebben het gezien dat de mens zijn eigen weg wilde gaan, zonder God. Met een vlammend zwaard hebben ze daar gestaan, de trouwe hemelwachters. God had het gezegd: "Nooit meer de poort van het Paradijs open".
Ze hebben de mens zien gaan. Alleen, zonder God de wijde wereld in. En al de eeuwen daarna hebben ze de mens zien zwoegen op de aarde, zonder God.
Verwonderd zijn ze geweest, de trouwe hemelboden, toen ze zagen dat God toch met mensen wilde omgaan, dat Hij ze terugriep, maar bovenal dat Hij hen opnieuw tot Zijn kinderen wilde maken. Dat was een wonder, zó groot dat Mozes twee engelen moest afbeelden op het deksel van de ark. Twee hemelboden op het verzoendeksel. Ze keken naar beneden, vol verwondering. Op dat deksel werd bloed gesprenkeld….en dat was genoeg voor God. Dat bloed wees naar het bloed van Golgotha. Naar het bloed van Jezus, de Zoon van God, het Lam van God. Eeuwen en eeuwen is het zo gebleven. Maar de Verlosser kwam niet.
Totdat de kerstnacht aanbrak. Schoner dan alle dagen. Weer zijn de engelen erbij betrokken. Zij mogen in de velden van Bethlehem de wondere boodschap brengen bij een stel haveloze herders in het nachtelijk donker. En daar mag het klinken:"… dat u heden geboren is de Zaligmaker, Welke is Christus, de Heere…." Zo klinken die heerlijke tonen van het Evangelielied van de profeet uit het Oude Testament: "Ziet hier ben Ik, ziet hier ben Ik!", als verlossende donderslagen door Bethlehems nacht, een hemelboodschap klinkt over deze wereld vol nood: "Ziet hier ben Ik!"
Tot mensen die naar Mijn Naam niet genoemd zijn. Tot mensen die zondaren zijn. Tot mensen die niet meer bij God horen. Tot mensen die omkomen in alle mogelijke ellende en nood Tot mensen die nooit meer in het Paradijs kunnen komen. Tot mensen die zichzelf niet kunnen redden. "Ziet hier ben Ik!"
Dat is Kerstfeest! Gods uitgestoken hand naar een verloren liggende wereld. Gods uitgestoken hand, daar in de kribbe. Zijn Eigen Zoon is vlees geworden, is bij ons komen wonen. Om onze smarten te dragen, om onze zonden op Zich te nemen. Kerstfeest, Christusfeest, wonderfeest, Goddelijke liefde-feest. "Ziet hier ben Ik!", naamlozen, verdrukten, door onweder voortgedrevenen.
Wat is het nodig om elkaar daar steeds weer opnieuw op te wijzen. Kerstfeest is een 'geestelijk' feest. Een feest dat 'verboden toegang' bij zich heeft voor alle wereldse invulling. Een feest dat vraagt om stil gedenken. Zonder allerlei toeters en bellen van de wereld. Stil gedenken van Gods omzien naar naamlozen, die geen toekomst hebben. Maar aan wie toekomst wordt geschonken in Jezus Christus.
Kerstfeest, feest om stil na te denken, rondom het Woord van God en te zien op Zijn uitgestoken handen, naar mensen zoals u en ik. Maar ook om stil na te denken over de ontzaglijke vraag:"Ken ik Jezus al? Is het tussen mi] en God al in orde? Heb ik die nieuwe naam al ontvangen?" Dan vervagen alle aardse kerstgedachten en vluchten weg voor Gods kerstgedachte: "Zaligheid alleen door Jezus Christus, Gods Eigen Zoon".
De grote werkelijkheid van kerst, waaraan zo vaak wordt voorbijgelopen. Maar als de Heere Zelf daar ons oog op richt, dan wordt het heel stil met kerst. Dan leren we buigen met kerst. Buigen aan de voeten van het Kind in de kribbe: "Heere, wilt U ook mijn Zaligmaker zijn?"
Gedicht
Waartoe kwam Jezus?
Jezus kwam niet in het leven όm te leven, maar om 't leven óp te geven tot een offer, om gebond'nen uit hun zonden en hun lijden te bevrijden.
Hij, Die eeuwen werd verbeid, daalde uit Gods eeuwigheid om van krib naar kruis te gaan, daar in onze plaats te staan onder zware, helse slagen daar de straf voor ons te dragen en de losprijs te betalen, om verloor'nen terug te halen uit de diepe, duist're nacht, waarin hen de duivel bracht.
Mattheüs 20:29 - Jesaja 53:5 - Handelingen 26:16
(ingezonden door een lezer)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 1995
In de Rechte Straat | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 1995
In de Rechte Straat | 24 Pagina's
