HONGEREN EN DORSTEN NAAR DE GERECHTIGHEID
"Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden" (Mattheús 5:6)
een woord van verhoudingen
In de zaligsprekingen krijgen wij een beeld van wat oprecht gelovige mensen zijn. Het is niet zo dat de eerste zaligspreking zou zien op een bepaalde groep gelovigen, de tweede zaligspreking weer op een andere groep enz. Alle gelovigen, wie ze ook zijn, waar ze ook wonen en in welke tijd ze ook leven zijn mensen die arm van geest zijn, die treuren, die zachtmoedig zijn en die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid enz. Het woord gerechtigheid is een woord dat we in onze tijd veel horen.
Veelal wordt dit woord gebruikt om te spreken over de verhoudingen tussen mensen en volkeren. De gerechtigheid uit de zaligsprekingen is echter van een veel hogere orde. Deze gerechtigheid bestaat in een volkomen overeenstemming met de wet van God. Rechtvaardig zijn betekent in de Bijbel in de juiste verhouding leven met God. De Heere heeft ons de gerechtigheid in het paradijs geschonken, Hij heeft de mens geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis. Dat betekent in ware gerechtigheid en heiligheid. In het paradijs leefde de mens in de juiste verhouding tot God. Door de zonde is daar verandering in gekomen. We hebben de band met God verbroken. We zijn van Hem weggegaan. Nu geldt van ons allen: "Er is niemand rechtvaardig, ook niet één". We staan schuldig tegenover God. Deze schuld is zo groot dat we die zelf nooit kunnen betalen. Onze goede werken kunnen de schuld niet wegnemen, "al onze gerechtigheden zijn een wegwerpelijk kleed".
nood en redding
De situatie waarin wij ons van nature bevinden is geheel hopeloos. Hebben wij dat wel eens gezien in ons leven? We belijden dan met Psalm 130: "Zo Gij in 't recht wilt treden, o HEER', en gadeslaan onz' ongerechtigheden, ach, wie zal dan bestaan?"
Op deze vraag geeft de Heere ons een antwoord. In Zijn soevereine genade is de Zoon van God onze hopeloze situatie binnengegaan. Hij, Die met de Vader en de Heilige Geest de enige en waarachtige God is, is gekomen om zondaren te redden. Hij wordt daarom door de profeet genoemd "de Heere onze gerechtigheid". Hij is, terwijl Hij Zelf zonder zonde is, tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid van God in Hem. Hij is de weg gegaan naar het kruis om rechtvaardigheid te verwerven. De profeet Jesaja spreekt ervan in het bekende hoofdstuk 53: "Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons de vrede aanbrengt was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden. Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg; doch de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen".
vurig verlangen
Naar de gerechtigheid die Hij verworven heeft mogen wij hongeren en dorsten. Dat wijst op een vurig verlangen en een grote begeerte. Dat is heel wat anders dan zeggen: "Ik geloof dat er bij mij het een en het ander niet klopt", nee, het is weten van jezelf dat je een goddeloze bent. Het is een belijden dat je het verdiend hebt om voor eeuwig om te komen van honger en dorst, het is een jezelf herkennen in de verloren zoon uit de gelijkenis. Hij zei, toen hij tot zichzelf kwam temidden van de zwijnen waar hij op moest passen: "Hoe vele huurlingen van mijn Vader hebben overvloed van brood en ik verga van honger. Ik zal opstaan en tot mijn Vader gaan en ik zal zeggen tot Hem: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor U".
Hongeren en dorsten naar de gerechtigheid is zeggen: "Geef mij Jezus of ik sterf".
Aan de honger en dorst naar de gerechtigheid wordt van Godswege iets gedaan. "Zij (namelijk de hongerenden en de dorstenden) zullen verzadigd worden." Zij alleen, anderen niet. Zij die geen verlangen hebben naar Christus blijven in hun zonden, de toorn van God blijft op hen, die hun buik alleen maar vullen met de dingen van deze wereld. De toorn van God blijft eveneens op hen die op een vrome en godsdienstige wijze hun eigen gerechtigheid proberen op te bouwen. Zonder de gerechtigheid van Christus kunnen we voor God niet bestaan.
Gods belofte is zeker
De anderen daarentegen zullen verzadigd worden. Er is geen twijfel mogelijk. Het is vast en zeker, de belofte van God is in Christus Jezus ja en amen. De Heere Jezus is immers opgestaan uit de dood om onze rechtvaardiging. Hij ruilt met zondaren. Hij neemt onze zonde en schuld op Zich en Hij schenkt ons Zijn gerechtigheid. Wie op de Heere Jezus vertrouwt en gelooft dat hij op het kruis gestorven is voor uw zonden die heeft al vergeving ontvangen. De Heere ziet u aan in Christus en niet langer in uzelf. Dat te weten geeft een diepe vrede in het hart die onuitsprekelijk en onbeschrijfelijk is. Het is een vrede die alle verstand te boven gaat. Ons hart mag verzadigd worden met Christus alleen, dat is zaligheid, het echte geluk.
De volle verzadiging staat echter nog uit. Het hongeren en dorsten naar de gerechtigheid is niet iets van één dag of één uur. Het is een proces dat levenslang duurt. Het leven van het geloof is dan ook een paradoxaal leven. Vol met schijnbare tegenstrijdigheden. Het mag gelden van allen die in de Heere Jezus geloven dat zij de gerechtigheid ontvangen hebben. En toch blijft het een hongeren en een dorsten. In Christus mogen we volkomen zijn en toch moeten we aan de andere kant met Paulus zeggen: "Niet dat ik het airede gekregen heb of airede volmaakt ben; maar ik jaag er naar, of ik het ook grijpen mocht, waartoe ik van Jezus Christus ook gegrepen ben" (Fil.3:11).
De woorden van de tekst spreken niet alleen van de rechtvaardiging, maar ook van de heiliging. Zij die weten van de vergeving van de zonden, hebben nog zoveel last van de macht van de zonde. Dat is de zonde die tegen hun wil in hen overgebleven is. Honge ren en dorsten naar de gerechtigheid is dan ook een verlangen om van de macht van de zonde te worden verlost. Om vrij te mogen zijn van het verlangen naar de zonde, om bevrijd te mogen worden van dat ik, dat telkens weer naar boven komt. Het is een verlangen om hoe langer hoe meer naar het evenbeeld van de Heere Jezus te worden vernieuwd, om te mogen zijn zoals Hij. Om te mogen wandelen in de wegen van de Heere.
andere honger valt weg
Het hongeren en dorsten naar de gerechtigheid wordt altijd herkend. Wie hongert en dorst naar de gerechtigheid van Christus, kan niet meer hongeren en dorsten naar de zonde. Zelfs de gedachte aan de zonde wordt door hen verafschuwd. Ze walgen van alles wat hen van de Heere afhoudt. Ze hebben verdriet vanwege de zonde die ons zo gemakkelijk omringt. Er is een verlangen om te doen wat de Heere behaagt.
Dit verlangen is niet een passieve zaak.
Hongeren en dorsten zijn werkwoorden. Het wijst op een bepaalde aktiviteit. Iemand die hongert en dorst laat geen gelegenheid voorbijgaan om dat te doen en daar te zijn waar de gerechtigheid te vinden is. We mogen elke dag de Bijbel lezen. Elke zondag mogen we naar de kerk gaan om van deze gerechtigheid te horen. Enkele malen per jaar wordt het Heilig Avondmaal bediend als teken en zegel van deze gerechtigheid.
Zij die hongeren en dorsten worden verzadigd met de zaligheid van Christus. Nu blijft de verzadiging ten dele, staks komt de volkomen verzadiging. We verwachten naar de belofte van God nieuwe hemelen en een nieuwe aarde waarop gerechtigheid woont. Daar geldt: "Zij zullen niet meer hongeren en zullen niet meer dorsten" (Openb.7:16).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 oktober 1995
In de Rechte Straat | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 oktober 1995
In de Rechte Straat | 24 Pagina's
