In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

DE GEMEENTE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE GEMEENTE

16 minuten leestijd

Voor een Nederlander die de Reformatie is toegedaan, is het wellicht moeilijk te begrijpen dat het nodig is aan roomskatholieken het Evangelie te verkondigen. Maar ik moet vanaf het begin duidelijk stellen dat ik niet spreek in de context van twee verschillende religies, maar in de context van de persoonlijke kennis van de Heere Jezus Christus als persoonlijke Zaligmaker. Als wij in deze toespraak inhoudelijk niet deze kennis van de Heere Jezus Christus centraal stellen, zullen we elkaar waarschijnlijk niet kunnen begrijpen.

Als gelovige in Jezus Christus die is voortgekomen uit de Rooms-Katholieke Kerk èn als voorganger die de verantwoordelijkheid heeft voor een jonge plaatselijke gemeente, heb ik samen met de anderen die in onze gemeente verantwoordelijkheid dragen, veel moeten nadenken over het kerkmodel dat de Bijbel ons voorstelt. Het feit dat je begint met iets dat nieuw voor je is, heeft als nadeel dat je geen ervaring hebt, maar brengt ook als voordeel met zich mee dat je kunt leren van de goede dingen en óók van de fouten van anderen.

Je kunt het is Spaanse protestantse kringen vaak meemaken dat mensen door bepaalde teleurstellingen of soms ook omdat het ze niet echt kan schelen, hebben besloten om buiten de gemeente te leven. Deze mensen bekritiseren de fouten die je in alle gemeenten wel hebt, en besluiten ertoe om als christenen op zichzelf te gaan leven, in eenzaamheid en zonder enige kerkelijke gemeenschap. Zij kennen blijkbaar niet de duidelijke door Luther zo goed verwoorde gedachte dat de gemeente tegelijkertijd heilig en zondig is.

Het is misschien goed dat we ons eerst eens afvragen waarom we bij een gemeente behoren. Misschien door geboorte, uit gewoonte, omdat onze omgeving of onze familie dat van ons verwacht of omdat we bang zijn voor kritiek. Of is het omdat we echte gelovigen zijn, gestorven en opgewekt met Christus. Alleen een bevestigend antwoord op deze laatste vraag kan betekenis geven aan ons behoren tot een plaatselijke gemeente. Als wij echte gelovigen zijn, moeten we concluderen dat we tot de gemeente behoren om minstens twee redenen: gehoorzaamheid en behoefte.

Gehoorzaamheid aan Jezus Christus Die Zijn gemeente heeft gesticht en Die wil dat zij die van genade leven zich ook bij de gemeente voegen, en gehoorzaamheid aan de Heilige Geest Die ons er toe aanzet ons te voegen bij het lichaam van Christus.

Behoefte, omdat we daar, in de gemeente, groeien en gevoed worden, maar ook omdat we als echte gelovigen onze gaven willen inzetten voor het lichaam van Christus.

In Openbaring 2 en 3 laat de Heere Jezus Christus ons verscheidene typen van gemeenten zien, maar - op gevaar af dat we de zaken al te zeer onder één noemer brengen - kunnen we zien dat er in principe twee soorten van gemeenten zijn. De zelfvoldane gemeente, die vindt dat ze alles goed voor elkaar heeft, trots op hetgeen zij bereikt heeft en ingenomen met haar lange traditie èn de gemeente die "op haar knieën" en in het besef van haar eigen armoede alles van God verwacht. Dat is geen gemeente die het voor elkaar heeft, maar die nog steeds bezig is vorm te krijgen. Het ideaal van de Hervorming dat de kerk "semper reformanda" is, is het ideaal van de gemeente die zich vernedert voor de Heere, die geen behagen in zichzelf heeft, maar enkel en alleen in haar God. Het is een gemeente die beeft voor het Woord van God, maar niet beeft van vrees, maar beeft van liefde. Het beginsel van steeds weer een her-vorming te moeten beleven geeft aan de kerk een wonderbaarlijke vitaliteit, omdat het er ons van verzekert dat de kerk er zich van bewust is verkeren. Wanneer het Woord van God in een nimmer eindigend leerproces te gebieden van ons leven verlicht waarin we ons nog niet voor de Heere vernederd hebben, zullen die moeten veranderen, als ons tenminste christenen willen blijven noemen.

Dit is grotendeels de taak van de prediking: deze doorlichting door het Woord niet uit de weg gaan, ons geweten wassen en wakker maken. Preken is niet: zeggen mensen zeggen wat God wil dat zij horen. wat de mensen willen horen, het is de En daartoe moet degene die predikt, dicht bij God leven.

De gemeente die steeds opnieuw ge-reformeerd moet worden is de gemeente die belijdt: "Doch hetgeen waartoe wij gekomen zijn, laat ons daarin naar dezelfde regel wandelen, laat ons hetzelfde gevoelen" (Fil. 3:16).

De zin "waartoe wij gekomen zijn...", houdt in dat wij nog niet alles bereikt De zin "waartoe wij gekomen zijn… hebdoemd om spoedig te verdwijnen. ben, dat wij tot nog meer kunnen komen. Paulus spreekt hier niet over de volmaaktheid die niet meer te overtreffen is. Hij heeft het hier over de "volwassenheid", de geestelijke rijpheid. De gemeente belijdt dit voortgaan en dit gevoelen in volwassenheid, die op hun beurt uitdrukking zijn van een niet alleen maar formele, maar ook geestelijke eenheid. Het feit dat we in de gemeente zo dikwijls met problemen te kampen hebben, zou ons tot het besef moeten brengen dat we in "hetgeen waartoe wij gekomen zijn" géén zelfde regel volgen en evenmin van hetzelfde gevoelen zijn. Een gemeente die niet in staat is "hetzelfde te gevoelen" is onvolwassen en derhalve gedoemd om spoedig te verdwijnen.

Wat is de basis waarop eenheid-van-gevoelen gebouwd kan worden? God verstaan in Christus. Het is niet voldoende dat we geloven aan God. Het is nodig God te geloven. De satan gelooft ook aan God, maar hij siddert daarbij. God geloven betekent: geloven dat Jezus Christus voldoende voor ons is. Het is onmogelijk dat Jezus niet genoeg voor ons zou zijn. Als we aan Jezus Christus en Zijn kruiswerk iets toevoegen, als we aan Hemzelf iets toevoegen dan volgt en voelt ieder zijn eigen ideeën en niet die van God. Christus alleen is voldoende, het kruis alleen is voldoende. Onze "geestelijke temperatuur" valt niet te meten met de thermometer van nieuwe wetten of inzettingen van mensen, maar alleen aan onze echte relatie met God.

Wanneer een christen zich niet bewust is van het buitengewone feit dat hij met Christus gestorven is toen Hij stierf aan het kruis, dan is zo'n "christen" nog nergens "toe gekomen", dan kan hij nog niet eens lopen, laat staan wandelen als een christen. Niemand heeft me in de RoomsKatholieke Kerk ooit verteld dat Jezus Christus mijn persoonlijke Zaligmaker was, Die alles volbracht had wat volbracht moest worden, zodat er niets aan toegevoegd hoeft te worden.

Er bestaat niets kwalijkers in de godsdienst dan dat men elkaar menselijke wet ten oplegt waardoor Gods kinderen opnieuw tot slaven gemaakt worden. Als wij twijfelen aan onze zaligheid, twijfelen we niet aan ons zelf, maar twijfelen we aan God Die de zaligheid teweeg brengt. Dan kunnen we misschien wel zeggen dat we geloven aan God, maar dan kunnen we beslist niet zeggen dat we God geloven. Zo kan een mens geen vrede met God hebben, alleen maar angst voor Hem. Dan kunnen we niet geloven in Zijn liefde en de Schrift zegt ons: God is liefde.

Als ik weet wat Hij voor mij gedaan heeft, dan weet ik ook wat Hij voor mijn broeders en zusters gedaan heeft, dan kan ik met hen "hetzelfde gevoelen" omdat ik bij het zien van mijn broeder weet wat hij waard is: niet meer en niet minder dan het bloed van Christus. Wij dan gerechtvaardigd zijnde door het geloof hebben vrede bij God. Wanneer wij vrede met God hebben, dan kunnen wij ook vrede met elkaar hebben, hetzelfde gevoelen en eenzelfde regel volgen.

Toen onze gemeente pas bestond, moesten wij met elkaar bepalen wat onze verbintenis met de Heere inhield. Ik wil u graag deelgenoot maken van de overdenkingen van onze gemeente in die begintijd. We moeten daarbij bedenken dat we spreken over een plaatselijke gemeente die het verlangen had zich te ontplooien. Maar ik denk dat deze algemene beginselen kunnen worden toegepast op iedere willekeurige gemeente, of ook op de universele kerk waarvan wij allen deel uitmaken. De Bijbel laat ons om het grammaticaal te zeggen minstens vier "voorzetsels" zien die we in gedachten moeten houden om de plaats van de kerk in deze wereld te kunnen begrijpen.

De kerk van…

De kerk tegen…

De kerk voor…

De kerk ten behoeve van…


Het is de kerk van God, van Jezus Christus


De kerk van…

De kerk is van God, niet van een paus, niet van de kerkelijke hiërarchie, niet van de priesters, niet van de dominees, niet van de ouderlingen en zelfs niet van de gelovigen. Het is de kerk van God, van Jezus Christus. Niemand mag Heer genoemd worden, alleen God de Heere. Niemand mag ook over de kerk heer-schappij voeren, omdat zij de Heere Zelf toebehoort. Het gevaar van "papisme" is zo groot onder de mensen, dat we ons allemaal er wel voor moeten wachten, want we hebben allemaal een paus in ons binnenste, ons eigen ik.

Wanneer God tot Zijn kerk spreekt, doet Hij dat in de heerlijke woorden van liefdesuitingen (Jes.62: 3-5; Ef.5:25-27). De kerk is de bruid, is Hem onderworpen, is - in één woord - Gods eigendom. En omdat de kerk van Hem is, moet zij een gemeenschap van aanbidding en lofprijzing vormen, in een ere-dienst die Gode aangenaam is. Een bruid moet fijne dingen tegen haar bruidegom zeggen. Zo moeten wij God, onze Bruidegom, leren aanbidden in Geest en in waarheid. De Heere woont immers op de lofzangen van Zijn volk.

De kerk tegen…

Een kerk tegen de duivel, een kerk die de goede strijd strijdt zonder zich te vergissen in wie de vijand is. De vijand is niet onze medechristen, de vijand is de boze. De kerk is de enige zichtbare oppositie van God tegen de machten der duisternis. Er is niets waar de duivel meer plezier in heeft dan in een gemeente die zich distantieert van deze strijd tegen hem. Het Woord van God zegt ons dat wij de strijd niet hebben tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers van deze wereld, van de duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht. Het is mogelijk om in deze strijd te overwinnen, omdat God autoriteit en volmacht gegeven heeft om slangen en schorpioenen te verpletteren. Als wij deze zegevierende bediening die God ons heeft opgedragen, niet in de praktijk brengen, zal niemand het doen. Het is onze verantwoordelijkheid. De gemeente moet in deze strijd tegen de duivel ook aan de Heere Zelf vragen om voldoende onderscheidingsvermogen om in het kwaad dat ons omringt, de kwade hand van de duivel te zien. Want dan kan de gemeente zijn slinkse machinaties breken.

Daarvoor hebben wij een machtig wapen om te kunnen overwinnen: de Naam van Jezus. Hij heeft Zelf gezegd: "In Mijn naam zullen zij de duivelen uitwerpen".

Om de vijand binnen de kerk te onderkennen is het belangrijk te weten wat de duivel wel en wat hij niet kan doen tegen de gelovige.

Het grootste gevaar is dat we zouden denken dat satan niet bestaat, of dat "het" een onpersoonlijke macht of een mythologische kracht zou zijn. Als we inderdaad weten dat hij rondom ons reëel aanwezig is, moeten we ook weten wat hij ons kan aandoen. Bedrog, dood en duisternis zijn de belangrijkste wapens die hij gebruikt. Daarmee kan hij de gelovige verzoeken, heen en weer schudden (om te ziften als de tarwe), in het nauw drijven en beschuldigen. Door ons in verzoeking te brengen probeert hij zeggenschap over ons te krijgen, door ons heen en weer te schudden probeert hij ons in de vernieling te brengen, door ons in het nauw te drijven en te verdrukken probeert hij het plan van God te verijdelen, en door beschuldiging tegen ons in te brengen probeert hij ons de vreugde van de zaligheid te ontnemen of, wat misschien nog erger is, hij probeert ons zover te brengen dat we twijfelen aan onze zaligheid in Christus. De duivel wil niets liever dan ons altijd maar in twijfel te houden of het wel echt voor ons is.

Jezus Zelf heeft ons geleerd om tegen al deze "wapens" die de duivel in zijn strijd hanteert, te strijden. Tegen de verzoeking moeten we - zoals Jezus Zelf deed bij de verzoeking in de woestijn - het Woord van God gebruiken, en ook de duivel bestraffen in de Naam van Jezus. Als hij ons begeert te ziften als de tarwe, moeten we hem er op wijzen dat onze Heiland voor ons bidt dat ons geloof niet ophoudt. Daar kan satan nooit tegenop. Als hij beschuldigingen tegen ons inbrengt, mogen we hem zeggen: Satan, ik ga met jou niet in discussie. Het "handschrift van mijn zonden" (de complete lijst) heeft Christus aan het kruis gehecht. Er is voor al mijn zonden volkomen genoegdoening geschied. Vervoeg je met je beschuldigingen maar bij de allerhoogste Rechter Zelf. Die zal je wel vertellen dat je aan het verkeerde adres bent.

Blijft er dan geen strijd? Zeker wel! Het Woord van God heeft ons niet gezegd dat we geen strijd meer zouden kennen, wanneer we leerden rusten in God. Toen Israël het beloofde land was binnengegaan, werd de strijd nog heviger. Wij zijn gered door Jezus Christus, maar we moeten in deze wereld de strijd om Zijn Koninkrijk strijden totdat Hij komt. Wij moeten onze verantwoordelijkheid voor deze strijd op ons nemen: strijden betekent niet dat we niet zeker zijn, nee: strijden betekent: het terrein veroveren op de machten van het kwaad, in de wetenschap dat wij altijd overwinnen zullen, omdat Jezus Christus Zelf overwonnen hééft, aan het kruis en in Zijn opstanding. Eigenlijk zouden we kwaad op de duivel moeten zijn, goed kwaad, niet alleen vanwege zijn boosheidmaar vooral ook omdat hij de vijand van de Vader is. Als we kwaad op hem zijn, zullen we met des te meer moed tegen hem vechten.


Strijden betekent: het terrein veroveren of de machten van het kwaad


De kerk voor….

Een gemeente voor de gelovigen. God heeft de kerk, de gemeente ingesteld opdat de gelovigen zouden leven in die gemeente, zoals de Heere die had bedoeld. De houding van een gelovige moet zijn als van iemand die bezig is te bouwen voor de Heere.

De gemeenschap van de gemeente is als het is zoals God bedoelde - de weerspiegeling van de eenheid van de gemeente. Niet een oppervlakkige eenheid, maar een eenheid gevoed vanuit de ware gemeenschap met de Heilige Geest. De gemeente Gods is ook een liefdesgemeenschap, de liefde in God als de "band der volmaaktheid". De gemeente is een geloofsgemeenschap, waarin de zaken van het geloof worden besproken, uiteengezet (kennis, onderricht, verdediging van de leer der waarheid). Zij is ook een levens-gemeenschap (een leven dat aantrekkelijk en aanstekelijk werkt), een gemeenschap van goederen (barmhartigheid onder elkaar), een gemeenschap vanvergiffenis (je blijft elkaar de fouten niet aanrekenen), een gebedsgemeenschap (in het gezamenlijk bidden als een vaste regel om zo ook als gemeente de eenheid met de Heere te ervaren). De gemeente is ook een gemeenschap-van-actie: ze maakt een beleid voor het gemeentewerk in al zijn facetten, en probeert dat ook uit te voeren, waarbij ieder gemeentelid de gave die God hem of haar gegeven heeft, mag inzetten. De gemeente wordt in de Schrift genoemd het lichaam van Christus, dat betekent dat de gemeente dat lichaam van Christus op aarde moet zichtbaar maken. De tegenwoordigheid van Christus op aarde is zichtbaar door Zijn gemeente, omdat deze Zijn lichaam is en in deze wereld Hem moet zichtbaar maken. De wereld moet aan/in de gemeente Christus zien. Wanneer de wereld bij het kijken naar de gemeente (de kerk) alleen maar de gemeente (de kerk) ziet, komt dat omdat de gemeente in haar bediening faalt. De kerk als instituut mag haar Zaligmaker niet verbergen, en zou dat dus ook niet moeten doen. De gemeente moet zo doorzichtig zijn dat de buitenwacht door haar heen Hem ziet, Wie alle eer toekomt.

De kerk ten behoeve van…

De kerk is er ten behoeve van de mensheid, ten behoeve van de wereld. Wij behoren niet tot de gemeente om alleen maar te ontvangen, maar om te geven. Vooral om te geven, zou ik zeggen. Als het waar is dat de gelovigen het licht der wereld zijn - zoals Jezus Zelf gezegd heeft - en z//geen licht doorgeeft aan uw ongelovige buren, hoe zullen ze geloven indien ze niet gehoord hebben?

En als we dan toch die geweldige schat van de Heere ontvangen hebben, dan kun je het toch niet laten om daarvan ook uit te delen. "Gaat heen, verkondigt het Evangelie…". We moeten niet op ons gemak blijven wachten tot een ander wel doet wat God óns heeft opgedragen. Laten de straatstenen ons niet beschaamd maken.

Immers als wij niet spreken, zullen de stenen spreken…

God heeft ons opgedragen te vissen, omdat Hij in Zijn soevereine wijsheid besloten heeft om mensen zalig te maken door de dwaasheid van de prediking. Een gemeente die niet (ook aan niet gemeenteleden) het Woord verkondigt, is een club. Dat is geen gemeente. En let wel: die grote opdracht ligt er niet alleen voor de predikanten, maar voor alle leden van het Lichaam.

Wat voor gemeente staat ons dan voor ogen?

Velen menen dat de kerk in onze dagen aan restauratie toe is. Terug moet naar de basis, de eenvoud en de nederigheid van de begintijd. Daartoe moet de gemeente opzien tot God om van Hem het authentieke, het echte te ontvangen. En daarmee zich te ontdoen van allerlei zaken die mensen hebben ingesteld, zonder rekening te houden met wat God werkelijk bedoelde. Dan is er nog wel wat te doen. Handelingen 4: 29-32 laat zien wat we bedoelen.

Daar zien we een gemeente die zich bewust is van de dreiging en - juist dan in gebed gaat om met vrijmoedigheid het Woord van God te spreken.

Een gemeente die gelooft en belijdt dat Christus in alle tijden - dus ook nu - met dezelfde macht kan werken als in de dagen van de Handelingen. Hij is immers Dezelfde, gisteren en heden en tot in eeuwigheid.

Een gemeente die op haar gebed vol vertrouwen het antwoord van de Heere inwacht, bereid is voor Hem te beven en vervuld te worden met de Heilige Geest om zo onbevreesd de verkondiging ter hand te nemen.


Terug naar de basis, de eenvoud en de nederigheid van de begintijd. En daarmee zich te ontdoen van allerlei zaken die mensen hebben ingesteld


Restauratie? Ja, God zal aan Zijn planning herstellen wat de bladluis heeft opgegeten.

Joël spreekt van een tijd, eer die grote en verschrikkelijke dag des Heeren komt, een tijd waarin de Heere Zijn Geest zal uitgieten.

Ik geloof dat we sinds de Heere Jezus is opgevaren naar de hemel leven in die tijd, die de profeet "dezelve dagen" noemt. En aangezien in de relatie met God alle dingen door het geloof verkregen worden, moeten we de Heere bidden dat Hij steeds weer Zijn gemeente herstelt en dat Hij ons moge geven: visie, toewijding en heilige ijver voor het werk des Heeren.

P.S.

U kunt dit artikel van Velilla als los katern eruit nemen en bewaren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 augustus 1995

In de Rechte Straat | 40 Pagina's

DE GEMEENTE

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 augustus 1995

In de Rechte Straat | 40 Pagina's