GEMEENTE ZIJN -
eenheid in verscheidenheid
'Schaap en bok, in één hok'. Het is de titel van een boek dat voor de ooriog verscheen. Een predikant geeft in dit boek allerhande voorvallen weer van zijn leven in de gemeente.
Uit de gebeurtenissen die de schrijver opnoemt blijkt een heleboel wat iedereen al weet; er zijn gemakkelijke gemeenteleden maar er zijn ook moeilijke gevallen bij; er zijn armen en rijken; mensen die gestudeerd hebben en mensen die al jong de maatschappij zijn ingegaan; er zijn mensen die op de voorgrond treden en anderen die zich meer achteraf houden. Er zijn bejaarden bij en ook jongeren. En voor veel gemeenten geldt dan ook nog: er zijn mensen die dicht bij je in de buurt wonen en er zijn mensen die kilometers bij je vandaan wonen.
Maar hoe dan ook; ze bevinden zich in één en dezelfde gemeente en ze zullen met elkaar moeten leven, hoe verschillend ze ook zijn. 'Schaap en bok in één hok'. De gemeente is een bont gezelschap. Van alles wat. Maar wat nu juist in een gemeente zo opvallend is? Zondags zitten al die mensen, hoe verschillend ook, in dezelfde kerk en wat nog belangrijker is: zij zitten onder hetzelfde Woord, het Woord van God. Dat is heel treffend, vooral als je het vanaf de preekstoel ziet. Hoe komt dat en hoe kan dat: zozeer verschillend en toch één?
Misschien is het heel goed om dan vooral ook te letten op de omstandigheid, dat bejaarden en jongeren bij elkaar en naast elkaar zitten. Dat is best opvallend, vooral met de generatiekloof die men in onze tijd zo heel uitdrukkelijk wil laten bestaan. De ouderen zeggen niet: "Wat doen die jongeren hier?"
En de meisjes en jongens zeggen niet: "Waarom blijven die oude mensen eigenlijk niet weg?"
Welnee, er is juist een aanvaarden van elkaar, een accepteren en vaak zelfs een heel uitdrukkelijk waarderen van elkaar.
wat zit daar achter
Wat daar achter zit? Het spreken van God Zelf, Zijn spreken door de Bijbel. In bijbels licht gezien is het duidelijk dat jongeren en ouderen samen in één gemeente behoren. God is God, Die Zijn trouw bewaart van geslacht tot geslacht. Hij is de God van het Verbond. Ouderen en jongeren mogen in de gemeente samen leven onder de bediening van Gods genadeverbond. En als zodanig heeft God hen allemaal gemerkt, getekend. Zij dragen allen het teken van Zijn Verbond.
Zoals de Heere onder het Oude Testament het volk Israël aansprak als "Mijn volk", zo doet Hij dat ook onder het Nieu we Testament als het gaat om de gemeente. De gemeente is krachtens het verbond: "Gods volk". Nee, dat betekent niet dat iedereen, hoofd voor hoofd, metterdaad in de genade deelt. Maar de Heere spreekt zo om daarmee aan te geven dat Hij een bijzonder recht op de gemeente heeft, omdat Hij hen deed geboren worden in Zijn verbond en omdat Hij de beloften van dat verbond heeft uitgeschreven en aan hen heeft verzegeld in de doop.
En als we ons zo gemerkt weten met het teken van de Heilige Doop dan betekent dat. dat we hoe verschillend ook, samen de gemeente uitmaken. De gemeente, de ecclesia, die wordt gevormd door de 'er-uit-geroepenen'.
een bijzondere plaats
Kijk eens goed rond in de wereld. Hoevelen hebben er in de tijd na de tweede wereldoorlog niet afgehaakt van de kerk? Ouderen en jongeren….
God heeft afgedaan en Godsdienst is ouderwets. Zijn wij beter dan die velen? Zeker niet, maar het is Gods genadevolle hand in ons leven die ons 'eruit heeft geroepen' om te behoren bij Zijn gemeente. Juist binnen die gemeente wil de Heere Zijn verbond bevestigen en Zijn genade openbaren.
Je vindt dat ook heel treffend terug in het woordje "kerk". Daar zit de naam "kurios" in, dat is: 'heer'. Daarom is de kerk:" Wat van de Heere is".
Het komt van bovenaf, bij God vandaan. Daarom zijn kerk en gemeente ook zulke kostbare woorden en begrippen. Onder verschillende omstandigheden, met verschillende achtergronden en in verschillende leeftijden brengt God ons samen onder het dak van dezelfde kerk onder de Evangelieboodschap van schuld en genade, zonde en vergeving, dood en leven. En DAAR wil de Heere werken en wonen. Daar wil Hij werken met Zijn Geest.
een bijzonder leven
Wie goed let op die bijzondere plaats die de gemeente inneemt, zal ook weet hebben van de betrokkenheid op de ander. Dan is er dankbaarheid als je die ander in de kerk ziet. En het geeft zorgen als je mensen mist.
Dat is een belangrijk aspect van het gemeenteleven. Acht hebben op elkaar en oog hebben voor elkaar. In de (gesloten) dorpsgemeenschap ligt dat wat eenvoudiger dan in een streek- of 'grote-stads1- gemeente. Het is daar gemakkelijker om eens even bij iemand aan te kloppen of binnen te lopen: "Hé, ben je ziek? Ik miste je al in de kerk".
Maar meeleven op afstand kan ook wonderen doen en de band versterken. Het medium telefoon bewijst daartoe goede diensten.
In feite moet je de gemeente zien als het huisgezin van God. In de gemeente brengt God ons in aanraking met mensen, die wijzelf niet uitgekozen hebben. Hij brengt mensen van allerhande slag bij elkaar om samen de ene gemeente te vormen, het ene huisgezin.
En hoe is dat in een gezin?
Je vrienden, die kies je zelf uit. Maar je broers en zusters die krijg je, die ontvang je. Dat is een principieel verschil. Als er nieuwe mensen in de gemeente komen, krijg je er familie bij. Die heb je niet opgezocht, maar je hebt ze gekregen.
Bij gezinsuitbreiding staat iedereen om de wieg. Heb je het broertje al gezien? Hoe is het nieuwe zusje…?
Mogen zo de 'nieuwkomers' in de gemeente ook geen bezoek verwachten? Het is heel schrijnend als de buren uit de straat wel kennis komen maken, maar buren uit de kerk niet. Natuurlijk, de hele gemeente hoeft haar opwachting niet te maken. Maar het is wel heel aangenaam als er maar een begin is van mensen die in de buurt wonen, die niet alleen goedendag zeggen, maar ook de moeite nemen om even binnen te wippen. gemeente als ontmoetingsplaats Zeker in een stads- of streekgemeente is het zo van belang dat, als je 's zondags samenkomt in Gods huis, je in ieder geval een paar mensen kent. Mensen die je gedag kunt zeggen en die omgekeerd jou begroeten: "Fijn dat je er bent".
God heeft de mens niet eenzaam gezet in deze wereld. Nee, Hij heeft de mens een plaats gegeven op aarde in relatie met de ander. De mens is een sociaal wezen. In alle verbanden is hij aangelegd op een ander. Op school, op 't werk, in de buurt en ook in de kerk. Wat is het heerlijk als er uit de groep aandacht aan ons geschonken wordt.
Als je op school gaat en je bent ziek en niemand informeert eens hoe het met je is, dan zeg je: snap je dat nou? Of als je gemist wordt op het werk en er komt nooit iemand?
Welnu, in de gemeenschap van de kerk is de bijzondere band en verantwoordelijkheid naar elkaar toe er op een nog veel indrukwekkender wijze, zij is er niet alleen vanuit een stukje warmte naar elkaar maar zij is er vooral krachtens Gods verbond. Dat moet steeds goed voor ogen staan.
God is de God van het verbond. In de kerk gaat het om God en Zijn gemeente. Het is het ene huisgezin, waartoe geheel verschillende mensen behoren, die niettemin familie van elkaar zijn.
hoever gaat dat
Je hoeft de lijn niet in alles even strak door te trekken, maar er is meer te doen dan er doorgaans gedaan wordt.
Familie door de band van het bloed wordt in het ziekenhuis bezocht. Wat fijn als ze bij je komen! Maar we voelen wel: alle gemeenteleden rond het bed van de zieke broeder of zuster hoeft niet, kan ook niet.
Maar weten we wel hoeveel goeds een kaart kan doen? Je moest eens weten hoe verguld de bejaarden zijn als het vermelden van hun verjaardag in de kerkbode geresulteerd heeft in het ontvangen van een paar kaarten. "Hebben ze uit de gemeente nog aan u gedacht?" Jazeker, ik heb drie kaarten gehad… nee vier! Wat een blij gezicht van zo'n bejaarde, maar het zouden er toch ook wel wat meer kunnen zijn?
Het is een zegen, dat er via het verenigingswerk ook een stuk betrokkenheid op elkaar kan worden opgebouwd. Verenigingen geven een band. Je ziet elkaar, je spreekt elkaar, je maakt eens een afspraak om elkaar op te zoeken. Laten we vooral ook nieuw binnenkomenden proberen een avond mee te nemen: bijbelkring, studievereniging, vrouwenvereniging, jeugdvereniging, een zangkoor. Heel wat mogelijkheden om je 'gemeente-familie' uit te nodigen en te ontmoeten.
het hart van dit alles
Laten we ons bij dit alles wel steeds voor ogen houden, dat het centrum van de gemeente in de zondagse kerkdienst ligt. De zondagse samenkomst van de gemeente rond het Woord en de sacramenten is het uitgangspunt van alles. De kerkdienst is de plaats waar de verenigde gemeente God ontmoeten mag. Hij laat Zich daar ontmoeten. Daar wordt Christus als de Middelaar in de prediking voorgesteld aan de samengekomen gemeente. Daar wordt het heil in Christus uitgestald en toegepast aan harten van zondaren. Daar werkt de Heilige Geest om de gemeente in alle waarheid te leiden. Het is zeker niet overdreven om de eredienst het HART van het gemeenteleven te noemen. Van daaruit vinden uiteindelijk alle andere aktiviteiten plaats.
Dat is heel duidelijk te zien in de gemeente van Pinksteren. Handelingen twee is een heel belangrijk hoofdstuk voor het gemeenteleven. Daar zien we het duidelijk; het Woord van God gaat voorop. Het sacrament komt daar direct achteraan, en zo ontstaat de eenheid en de verbondheid. Lees in dit verband eens rustig Handelingen 2 door, let vooral op vers 42, 44, 45, 46 en 47. Omstandigheden om jaloers op te worden. Duizenden worden in enkele uren één grote familie. Door het werk van de Geest van God. Verbonden in Christus, begrepen in Gods verbond.
Dit wondere werk van de Heilige Geest kun je niet organiseren. Maar je kunt menselijk gesproken de Heilige Geest wel de gelegenheid geven om te werken. Juist ook in het met elkaar meeleven en het met en voor elkaar bidden. Het gebed overstijgt alle grenzen en afstanden. Elkaar meenemen naar verenigingen of iets dergelijks, is nodig, het elkaar meenemen in het gebed nog meer.
Denk aan een bejaarde in zijn ziekte. Wat kan ik doen? Ik bid! Meeleven in allerlei tijden en omstandigheden, in allerlei moeiten en verdrietige dingen, maar ook in dagen van blijdschap en vreugde. Meeleven door mensen mee te nemen, te bezoeken, ze op te bellen, een kaart te sturen of hoe dan ook, maar vooral ook door ze mee te nemen in het gebed naar de troon van God. Toen Petrus in de gevangenis zat werd er door de gemeente een gedurig gebed tot God gedaan….
Warmte, liefde, betrokkenheid op elkaar, dat maakt de gemeente tot een thuis, tot een veilige haven, waar ik mijn broeders en zusters ontmoet, maar waar ik bovenal God ontmoet in de rijkdommen van het Evangelie.
Rheden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1995
In de Rechte Straat | 40 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1995
In de Rechte Straat | 40 Pagina's
