In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Ik geloof in de Heilige Geest

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ik geloof in de Heilige Geest

DE VERVULLING MET DE GEEST VAN PINKSTEREN

7 minuten leestijd

De geestesgaven (charismata)

Op Pinksteren is de Geest dus aan de kerk gegeven. Dat gebeurde in grote overvloed, zoals een bruisende bergrivier naar beneden stroomt via allerlei stroomversnellingen. Denk aan de bijzondere geestesgaven zoals de tongentaai, de profetie en de gave van de gezondmaking. Nu is dat alles wat minder opzienbarend en opvallend, want diezelfde rivier stroomt nu, na tweeduizend jaar, wat rustiger door de bedding van de kerk in het laagland. Dat laatste neemt echter niet weg dat bij de vervulling met de Geest onafscheidelijk de 'geestelijke gaven' horen. Daardoor mogen de gelovigen juist een bijdrage leveren aan de roeping van de gemeente in de wereld en de opbouw van de gemeente zelf.

Nu wordt er vaak gevraagd: "Komen die geestesgaven nog steeds voor of behoorden ze alleen tot de tijd van de Bijbel en de eerste christengemeenten?" Waar staat dat echter in de Bijbel? Moet je vanwege het feit dat bepaalde geestesgaven door gebrek aan vervulling met de Geest niet meer voorkomen in de gereformeerde gezindte dan maar concluderen dat de periode van de charismata tijdelijk is geweest ter bevestiging van het Evangelie? Ik denk dat we dan de normen aanpassen aan de praktijk en niet zoals het behoort, namelijk dat we ons christelijk leven laten normeren door het Woord. Er wordt door sommige uitleggers wel geprobeerd om op grond van 1 Korinthe 13:8-13 te bewijzen dat de 'geestesgaven' tijdgebonden waren en beperkt werden tot de apostolische tijd. Het 'kennen ten dele' zou dan slaan op de periode voor de Bijbel compleet was en het 'volmaakte' dat komen zou op de tijd dat de Schrift voltooid is. Zo ook het 'zijn als een kind' tegenover het 'zijn van een man', dus het volwassen zijn. Eveneens het 'zien door een spiegel in een duistere rede' tegenover het 'zien van aangezicht tot aangezicht'. Alle gereformeerde Schriftuitleggers (zoals bijvoorbeeld Calvijn, de kanttekeningen op de Statenvertaling, Matthew Henry, F.W. Grosheide in de Korte Verklaring) vatten het 'volmaakt zijn', de 'volwassenheid van de man' en het 'zien van aangezicht tot aangezicht' niet op als de tijd dat de canonisering van de Bijbel voltooid was, maar als de toekomst van de volmaakte heerlijkheid na de wederkomst van Christus. En als deze theologen spreken over de geestesgaven die tijdelijk zijn, bedoelen ze de tijd tussen Pinksteren en de wederkomst en niet alleen de apostolische tijd. Ook 1 Korinthe 13:8-13 is dus geen bewijs dat de charismata tijdgebonden zijn geweest.

In Romeinen 12 en 1 Korinthe 12 blijkt dat de geestesgaven niet alleen voorkwamen bij de apostelen, maar ook bij de gemeenteleden. We mogen natuurlijk wel rekening houden met het feit dat er in de tijd van de apostelen weer andere geestesgaven op de voorgrond konden staan dan in latere perioden in de kerkgeschiedenis. Duidelijk is in ieder geval dat de Heilige Geest Zelf bepaalt welke gaven Hij aan de gelovigen schenkt en in welke mate Hij die schenkt. En of het nu gaat over de gave van de ambten, de gave van de wijsheid, de kennis, de vermaning, de artistieke gaven, de gave van het leiderschap, het dienstbetoon, de gave van het gebed, de gave van het spreken, de gave van het onderscheidingsvermogen, de gave van de profetie of van de uitlegging, het gaat erom dat ze alle dienstbaar gemaakt worden voor de opbouw van de gemeente en de vervulling van de roeping van de gemeente in de wereld. Door die gaven van de Geest wordt de plaats van de gelovigen in het lichaam van Christus bepaald en ze mogen deze gaven alleen in samenhang daarmee gebruiken (1 Kor. 12:12).

De Geest (met de daarbij behorende geestesgaven) is dus aan de kerk gegeven. Maar…, toch niet alleen aan de kerk in zijn algemeenheid, ook aan mij, zegt de catechismus (en ze spreekt daarin de Schrift na), heel persoonlijk, omdat ik van die kerk een levend lidmaat ben. Daarom heb ik persoonlijk deel aan dit gemeenschappelijk bezit van de kerk. En zo alleen kan ik echt lid zijn van de Pinksterkerk, de kerk van Christus in het laatste der dagen. Ook mij gegeven. Lees daar niet overheen. De gave van de Geest is een geschenk. Daar zit het welbehagen van God achter. Daar zit het verzoenend werk van Christus achter. Want Hij heeft deze gave van de Geest voor Zijn kerk verdiend.

Door onze zondeval zijn we de Geest kwijt geraakt. De Geest heeft Zich toen terug getrokken uit het hart van de mens. Maar Christus heeft door Zijn verzoenend lijden en sterven de gave van de Geest verworven. Daarom kon de Geest met Pinksteren worden uitgestort op 'alle vlees' (zondige mensen) om de door Christus verworven zaligheid toe te passen in hun hart. Dat zit achter dat woordje 'gegeven'. Ik denk dat het goed is, dat je jezelf eens afvraagt tot welk soort mensen u, jij behoort. Laten we nu eens niet beginnen bij die heerlijke Pinksterweelde van de vervulling met de Heilige Geest, die je pas kunt ontvangen als je de Heere Jezus als Zaligmaker door het geloof hebt aangenomen, maar laat ik u eens vragen: "Kent u, ken jij wel de zaligmakende werkingen van de Heilige Geest, waardoor je gaat leren wie jij bent in je schuld voor God en ook wie de Heere Jezus is in Zijn verzoenend bloed?" We gaan daar nu eerst op letten.

Hoe kun je weten of de Geest in je werkt?

Dat moet toch wel de belangrijkste vraag in uw en in jouw leven zijn. Want van het antwoord hangt af of je zalig wordt of niet. Nu gaat het opeens niet meer over de 'leer' van de Heilige Geest, maar over het feit of je deze Persoon in je leven kent en door Zijn kracht je leven in de dienst van God besteedt. Hoe geeft God aan ons Zijn Heilige Geest? Dat doet Hij - in normale gevallen - door de bediening van Zijn Woord en de sacramenten. Het geloof is uit het gehoor van Gods Woord en waar de Geest in het Woord meekomt, daar brengt Hij ook het geloof mee en daar brengt Hij het geloof teweeg. De wedergeboorte is het eerste werk, dat de Heilige Geest in iemands leven verricht. Maar…, wie zou nog precies het uur en de plaats weten, toen de Geest voor het eerst in zijn hart kwam werken? Wat u misschien nog wel weet, is dat er een honger en dorst naar God in uw leven kwam. Je kreeg in de gaten dat je God kwijt was en dat je schuldig stond voor God. Je voelde je hoe langer hoe ongelukkiger en je kreeg een intense droefheid naar God. Dat is meestal de beginfase van het leven door de Geest, maar dat kan soms zo verborgen liggen, dat je nu echt niet zeggen kan: "Toen en daar heb ik de Heilige Geest ontvangen". Dat kan al in je prille jeugd geweest zijn. Weet je wat Comrie daarover zegt? Hij zegt: "Als de zon schijnt, koester je dan in zijn warmte, en tob niet over de vraag of de zon wel opgegaan is". Hoe oud was je nog maar toen God bij de doop in je leven kwam met de belofte dat de Heilige Geest 'door dit heilig sacrament in je wonen wil'? Toen beloofde de Heilige Geest al bij jou te willen intrekken en met je mee op te trekken, je hele leven door, via de opvoeding, het onderwijs op de catechisatie, het gaan naar de kerk en het luisteren naar Gods Woord. De Bijbel is het boek van de Heilige Geest, en daarin heeft Hij alles gezegd, wat Hij te zeggen had. Dus nu gaat het eigenlijk om de vraag: "Hoe is uw, jouw houding ten opzichte van Gods Woord?" Door dat Woord komt de Geest in je leven en werkt Hij in je hart. Onwederstandelijk, levenwekkend, hartverbrekend en overtuigend van je zondeschuld, zodat je ootmoedig gaat buigen voor God. Kent u, ken jij die veroordeling in je hart vanwege je zonden en dat hartelijk zuchten en wenen en verlangen naar God? Ken je dat hartelijk schuldbelijden omdat je de zwaarste straffen eerlijk hebt verdiend? Weet u, weet jij ook van dat bidden en smeken om vergeving? Welnu, dat zijn er de eerste bewijzen van dat de Heilige Geest in uw, in jouw hart is komen wonen. Maar daar blijft het natuurlijk niet bij. (Lees hierover verder in het juninummer van ons blad.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1995

In de Rechte Straat | 24 Pagina's

Ik geloof in de Heilige Geest

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1995

In de Rechte Straat | 24 Pagina's