ONTMOETINGEN
In Maastricht was begin december 1994 gefolderd en ik kreeg kort daarna een telefoontje van een man van tegen de dertig jaar, die graag een gesprek met mij wilde over een bepaald bijbelgedeelte, waar hij erg mee zat.
Ik heb hem in zijn socio-woning opgezocht en al heel gauw legde hij zijn probleem op tatel: "Wat heeft het verhaal van de onvruchtbare vijgeboom mij te vertellen? Wat betekent het als een boom alleen maar bladeren heeft en geen vruchten? En moet zo'n boom dan hierom vervloekt worden? (Mat. 21:19). Mijnheer, wat betekent dit verhaal voor mij?
Ik heb dit ook aan mijnheer pastoor gevraagd, maar deze kon mij hierop geen antwoord geven! En daarom vraag ik het aan u! Wat bedoelt God toch met dit verhaal?"
Ik heb m'n best gedaan om hem dit uit te leggen en heb gezegd dat God bij ons allemaal zoekt naar vruchten van geloof en bekering en dat is meer dan alleen maar religieus zijn. Want dan zijn het slechts bladeren, die bijvoorbeeld volop aanwezig waren bij Farizeeërs en Schriftgeleerden. Maar ook bij mond- en naamchristenen.
Bladeren alleen is niet genoeg. Het gaat om de vruchten. Daar let God op bij ieder mens. Bij mij en bij jou….
Tijdens het gesprek bleek dat deze man toch wel behoorlijk thuis was in de Bijbel en ook dat hij hierdoor ernstig aan het denken was gezet.
Eigenlijk zat hij vol vragen en daarom stelde ik hem voor om onze Kerstzangavond te bezoeken. Op die avond zou er niet alleen een koor zingen in de AUW-kerk van Bunde, maar ik zou daar ook een kerstmeditatie houden over de Engelenzang en de herders.
Omdat ik ook vernomen had dat deze vriend aan epilepsie leed en geen auto bezat, stelde ik voor om hem voor deze avond met mijn auto op te halen en weer thuis te brengen.
Toen de bewuste avond aangebroken was, kwam ik echter zo in tijdnood, dat ik gedwongen werd om voor deze vriend een taxi te bestellen. De kosten hiervoor had ik er graag voor over. Ik belde hem hierover op en hij ging hiermee akkoord. Iemand anders uit de gemeente zou hem wel weer thuis brengen na afloop van onze kerst bijeenkomst. Wat was ik van binnen blij, toen ik mijn nieuwe vriend begroeten kon, want ik had in mijn hart een diep verlangen om hem onder het WOORD te hebben.
Toen ik na afloop nog even met hem sprak, was ik verrast van zijn opmerking: "Als u zo preekt, dan neemt u mij mijn geloof af!"
"Hoe kan dat?" zei ik verwonderd. "Ik heb in mijn meditatie geen enkele aanval gedaan op het r.-k. geloof. Ik meen dat ik daar niets over gezegd heb".
Maar hij zei, dat hij dit toch zo aanvoelde en hij was door mijn meditatie toch in een soort crisis terecht gekomen.
Op dat moment besefte ik dat mijn boodschap hem geraakt had, daar ik groot had mogen spreken over de liefde van God en van Zijn Zoon, Die bereid was om af te dalen in onze ontredderde wereld. Zodoende was er ook geklopt op zijn gesloten zondaarshart en werd er ook aan zijn deur geroepen: Doe open, doe open!
Zijn vermeende vastigheden waren hierdoor danig aan het wankelen gebracht en ik wist geen beter voorstel te doen, dan dat ik beloofde hem nog eens gauw op te zoeken.
Bij de volgende ontmoeting merkte ik tot mijn verbazing, dat hij veel in zijn Bijbel las en ook dat hij heel wat kennis had opgedaan door om de drie weken op zondagmiddag een r.-k. Bijbelkring te bezoeken.
Maar hij vertelde me ook van zijn jeugd, die zulke diepe littekens had nagelaten door de vaak ernstige mishandeling door zijn eigen vader, wanneer die dronken was. En dat gebeurde maar al te vaak.
Daarom haatte hij zijn vader nog zeer diep.
Mijn vraag was toen: "Hoe kun je toch met deze negatieve bagage, in vrede verder leven? Deze haat moet eigenlijk alles blokkeren in je, ook je verhouding met God. Wat moet God van jou denken?" Toen begon hij het op te nemen voor zich zelf: "O, maar ik doe steeds mijn best om het met God in orde te krijgen. Ik kan gelukkig heel veel goede werken doen en ik denk dat ik er zo wel kom". Met een nieuwe afspraak liet ik hem achter.
Tijdens de volgende ontmoeting werd er weer openhartig gesproken en al pratende legde hij zijn diepste nood zomaar aan mij voor:"lk ben zo bang om verloren te gaan en om in de hel te komen. Ik biecht regelmatig, maar het helpt niet. Het overkomt mij gedurig, dat een half uur na de biecht, de grofste vloeken in mijn hart opborrelen. Deze godslasteringen zijn vreselijk.
En ik weet deze boze influisteringen ook niet kwijt te raken. Is dit nu allemaal van de duivel of komt dit uit mijn eigen verdorven bestaan voort?
Meestal wil ik dan gaan bidden en pak ik mijn rozenkrans, maar het helpt me niet. Het vloeken gaat gewoon door. En ook andere rituelen, die ik volgens de r.-k. traditie probeer op te volgen, helpen niets en niemendal, 't Lijkt wel of de duivel mij uitlacht om al deze pogingen. Niets helpt er en daarom ben ik zo bang, wanneer ik als een vloekbeest naar de hel zou moeten….U moest eens weten welke benauwdheden ik vaak heb. En om van deze benauwde gedachten verlost te zijn, heb ik ook meerdere malen zelfmoord willen plegen…. Maar dat mislukte telkens. God heeft mij dan toch willen bewaren voor een totale ondergang. Want anders had ik al lang in de hel gelegen. En nu probeer ik mijn leven goed te maken, door veel goede werken te doen".
"Maar hoe doe je dat dan? En wat voor troost heb je in dit eenzame benauwde, aangevochten leven?" zo vroeg ik onze vriend. En toen kwam er weer iets naar voren, waar ik niet op gerekend had: "Mijn troost heeft met dit vers te maken". En toen begon hij te zingen, hij ging er expres voor staan:
O hoofd vol bloed en wonden, met smaad gedekt en hoon.
O Goddlijk hoofd omwonden, met scherpe doornenkroon.
O, Gij die and're kronen en glorie waardig zijt,
Ik wil mijn hart U tonen, dat met U medelijdt…
Mijn God, die zonder klagen, het zwaarste hebt doorstaan al wat Gij hadt te dragen, wie heeft het u gedaan….?
Het was een ontboezeming, die mij echt ontroerde, temeer toen hij mij vertelde, dat hij zich altijd weer verbaasde over het feit, dat de Heiland alle lijden steeds zo geduldig verdroeg en nooit iets uit wraak terug deed. Waarom was Hij zo? Waarom deed Hij niets terug?
Toen was voor mij het ogenblik aangebroken om hoog op te geven van deze lieve, lijdende Zaligmaker, die alles, maar dan ook alles, voor ons wil zijn. Zijn striemen dienen immers tot onze genezing. Maar toen ik hem dit alles met gloed en verve had uitgelegd, zei hij toch: "Ik begrijp niet, waarvoor dit lijden zo nodig was. Vertel het nog eens! Leg me het nog eens uit!" We zaten toen samen in mijn auto en weer met andere woorden heb ik hem de noodzakelijkheid van Jezus' lijden en sterven voorgehouden. Vooral probeerde ik hem duidelijk te maken, dat de Zaligmaker in onze plaats heeft willen en moeten lijden. En dat deed Hij tot volle tevredenheid van God, zodat Hij uitroepen mocht: HET IS VOLBRACHT! Dat kunnen wij Hem nooit nadoen. Ook niet voor een klein deel Wie dat denkt is ergens toch nog hoogmoedig. Heus, geen enkele zondaar heeft hiervoor de vereiste kwaliteiten in zich. Wij kunnen door ons doen en laten God nimmer tevreden stellen.
Dat kan alleen Jezus. En Hij heeft dit volbracht, in alle eenzaamheid. In alle voortreffelijkheid! En hierom heb ik deze Zaligmaker lief. En daar moet jij ook terecht komen. Pas dan ben je een getroost mens.
Het is nooit de genade, die in ons is, waardoor we tot God en tot Jezus kunnen opklimmen. Dat is een r.-k. principe. Dat moeten we loslaten. Nee, het is de genade, die uit God voortvloeit en naar de zondaar afdaalt, door die lieve Zaligmaker, die alle GERECHTIGHEID in een weg van de hoogste gehoorzaamheid, van lijden en sterven, heeft volbracht. Daar ligt mijn troost en mijn blijdschap.
Toen heb ik verteld hoe de HEERE mij uit de diepste nood gered heeft.
En dat ik heb leren geloven dat al mijn zonden volkomen afgestraft zijn op Goede Vrijdag. Toen heeft mijn Zaligmaker voor al mijn zonden willen boeten.
Daarom klonk het luid: "HET IS VOLBRACHT!"
Door mijn boetedoeningen kan ik Zijn Borgwerk echt niet aanvullen of completer maken. Dit te denken is reeds een belediging van Zijn heerlijk Zoenoffer, waaraan God de Vader zulk een wegevallen had. Zijn volbrachte werk troost mij en blijft mij troosten.
"Ja maar", zei onze vriend toen weer, "je moet je zonden niet alleen belijden, maar je moet ze ook laten. Zo staat het in de Bijbel. Pas dan, wanneer je je zonden ook laat, pas dan zal een zondaar barmhartigheid verkrijgen. Ik merk dat ik met de zonde vergroeid ben. Helaas! Net zoals de huid van een Moorman aan hem vastgegroeid zit. Daar kan ik nooit van loskomen, van deze macht der zonde". Toen heb ik hem verteld, dat wij Gods geboden alleen maar kunnen houden, als we door het geloof met Christus verbonden zijn. Die band hebben we allereerst groeid zit. Daar kan ik nooit van loskomen, van deze macht der zonde". Toen heb ik hem ver nodig. Dan gaan we daarna Gods geboden uit dankbaarheid doen, uit liefde tot Hem. Dan worden ze gedaan door de kracht, die Christus hiervoor geeft. Hij doet ons dan zowaar in Zijn wegen gaan. Is het geen wonder, dat deze dief toch niet steelt. Is het geen wonder, dat deze vloeker toch niet vloekt. Is het geen wonder, dat deze overspeler toch niet in overspel leeft?
Daar zorgt nu mijn lieve Zalgmaker voor, dat de zonde niet over mij heerst. De allerdiepste wond in Zijn zijde heeft niet alleen bloed tot vergeving, maar ook water tot heiliging te voorschijn gebracht. Een betere erfenis bestaat er niet. Het is allemaal liefde zonder woorden En niet alleen de vergeving maar ook deze heiliging heeft Hij toen op dat grootse moment, zwijgend, aan Zijn ganse Kerk gegarandeerd. Daar mag ik Mijn Heiland altijd op aanspreken.
Zeker wanneer ik in verzoeking geleid wordt. En dat mag jij ook doen.
Klop maar op de deur van Zijn hart. Hij is en blijft de fontein, die geopend is voor het huis van David, maar ook voor de inwoners van Jeruzalem. En die laatsten heb je toch. Ze zagen meer in Barabbas dan in ben het er niet best afgebracht. Dat weet Jezus. Niettemin is deze fontein ook voor hen geopend.
Door mijn boetedoeningen kan ik Zijn Borgwekecht niet aanvullen of completer maker.
Na dit gesprek hebben we samen gebeden in de auto en toen ik wegreed heeft hij mij nog lang staan uitzwaaien. Boordevol gedachten reed ik naar huis.
Wat is zo een uur gauw om! Telkens rees in mij de bede op: "Verlaat niet wat Uw hand begon. O Levensbron, wil bijstand zenden."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 april 1995
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 april 1995
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
