HEEFT DE ROOMS-KATHOLIEKE KERK ALLEENRECHTEN?
Het is een zeer boeiende zaak als de paus opnieuw over allerlei zaken een uitspraak doet. In zijn jongste pennevrucht "Over de drempel van de hoop" geeft paus Johannes Paulus II zijn visie op aangelegen zaken als de almacht van God en het kwaad in de wereld, de verhouding met andere godsdiensten, de secularisatie, de eeuwige straf, Maria-verering, de ethiek enz.
In deze lezing willen we de vraag onderzoeken welke visie in het bijzonder de paus verwoordt. Wat is volgens hem de kerk? Is er zaligheid buiten de kerk? Hoe zit het met de paus als de plaatsvervanger van Christus hier op aarde? Om er zicht op te krijgen hoe de paus de kerk definieert, onderzoeken we een aantal omschrijvingen. We komen de uitdrukkingen tegen: "Christus, verlosser van de wereld en van de mens, is de bruidegom van de kerk en van allen die in haar zijn" (p.35), op p. 59 lezen we: "Het ware geloof in Christus, de God-mens volgens de belijdenis van Petrus in de omgeving van Cesarea Filippi, is steeds het centrum gebleven van het leven, van het getuigenis, van de eredienst en van de liturgie. Men zou kunnen spreken van een christologische concentratie van het christendom die zich reeds in het begin voordeed". De kerk is veeleer een levend organisme. Dat is precies wat Paulus tot uitdrukking heeft gebracht in zijn geniale intuïtie van het Lichaam van Christus" (p.131), op dezelfde pagina schijnt de paus het exclusieve denken van de roomse kerk tegen te willen gaan als hij schrijft: "Zo is de kerk er wel ver van om een willekeurig ecclesiocentrisme te verkondigen. De conciliaire leer is juist christocentrisch in al zijn aspecten".
Deze uitspraken zijn veelbelovend. Zou er dan toch sprake van zijn dat de roomse kerk nadert tot de bijbelse opvattingen over de kerk? Heeft deze kerk dan toch haar absolute pretenties laten varen? Is er dan toch meer oog gekomen voor Christus en Zijn werk en het geloof in Hem? Is de afstand tussen Rome en de Reformatie dan de laatste eeuw kleiner geworden?
Voordat we daartoe concluderen, moeten we eerst doorvragen wat de paus met bovengenoemde uitspraken bedoelt. Dan valt ons het volgende op:
1e.ln de Nederlandse Geloofsbelijdenis art. 27 belijden we dat de kerk de vergadering van alle ware Christgelovigen is.
Bij de door de paus gebruikte uitdrukking "lichaam van Christus" denken wij aan degenen die door het geloof met de Heere Jezus Christus verbonden zijn en in die zin Zijn lichaam of ook wel Zijn bruid genoemd worden. Moeten we deze uitdrukking zo verstaan in dit geschrift van de heilige Vader? Dat blijkt allerminst het geval te zijn.
De paus vat de roomse kerk op als het mystieke lichaam van Christus. Ondanks de mooie woorden dat de kerk een organisme is en dat het niet gaat om de organisatie, blijkt het bij het nader doorvragen toch uiteindelijk te gaan om de struktuur van de kerk. Deze is niet alleen van groot, maar zelfs van doorslaggevend belang. Wie deel heeft aan de kerk, heeft deel aan Christus.
De paus schrijft dat ook met zoveel woorden: "Volledig deel van de gemeenschap van de kerk zijn zij, die in het bezit van de Geest Christus, onverkort haar organisatie en alle heilsmiddelen, die in haar zijn ingesteld, aanvaarden, en die in haar zichtbaar lichaam verbonden zijn met Christus door de banden van de geloofsbelijdenis, de sacramenten, het kerkelijk bestuur en de kerkelijke gemeenschap" (p. 133).
"De kerk is het lichaam van Christus, zij is een levend lichaam dat aan alles het leven schenkt" (p.84).
In het reformatorische denken over de kerk kennen wij de spanning tussen de kerk als vergadering en als moeder der gelovigen. Als we alle nadruk laten vallen op de kerk als vergadering der gelovigen, vervallen we tot een sectarische visie op de kerk. We handhaven ontzettend rigoreus de tucht om de zuiverheid van de kerk maar te handhaven. De kerk is echter ook de moeder der gelovigen, doordat in haar schoot zondaren wedergeboren worden. Het is in de bedding van het verbond dat God Zijn verkiezing verwerkelijkt. Dit geeft geduld met de zwak heden en de gebreken van de zichtbare kerk, omdat de volmaaktheid er nog niet is.
Wellicht dat op het eerste gezicht de visie dat de roomse kerk het eeuwige leven geeft aan de leden van de kerk lijkt op de reformatorische gedachte dat de kerk de moeder van de gelovigen is. Dat is echter geenszins het geval. Het stilzwijgen over persoonlijk verstaan van de Schrift en persoonlijk geloof is hier veelzeggend. Het geloven gaat niet verder dan geloven wat de kerk gelooft, een "impliciet geloof". De band met de kerk is uiteindelijk reddend, zonder dat er sprake is van een persoonlijke relatie met God in Christus. Het "Sola Fide" van de Reformatie blijkt ook in 1995 nog steeds aktueel.
In geval van nood kun je eventueel zonder het instituut van de kerk, maar we kunnen nimmer zonder de persoonlijke omgang met God doorZijn Woord.
Het is niet verwonderlijk dat de roomse kerk uitdrukkelijk spreekt van het geloof in de kerk. Alle evangelisatie-arbeid zal er uiteindelijk op gericht zijn mensen tot de kerk (niet tot Christus!) te brengen. We luisteren naar de eigen woorden van de paus: "Toen Hij van de dood was opgestaan, stortte Hij Zijn levenschenkende Geest uit over de apostelen, en door middel van Hem vormde Hij Zijn Lichaam, dat is de kerk, tot een heilssacrament voor allen. Zittend aan de rechterhand van de Vader werkt Hij voortdurend in de wereld om de mensen tot de kerk te brengen en hen door haar nauwer aan zich te binden deelachtig te maken aan Zijn glorievolle leven" (p.163).
Als het er om gaat dat een zondaar in de kerk gelooft, staat daarmee de kerk op gelijk plan met God. Hoewel de kerk van een andere orde is, omdat mensen haar vormen, kan de paus toch verklaren: "Wij plaatsen dus de kerk op hetzelfde plan als het mysterie van de allerheiligste Drie-eenheid en de mysteries van menswording en verlossing" (p.158).
2e. De manier waarop we gaan delen in de Christus en in Zijn heil is niet de weg van het Woord en het geloof in dat Woord, maar de weg van de sacramenten. De paus zegt daarvan: "Het feit dat het christendom een reddende godsdienst is, komt tot uitdrukking in het sarcamentele leven van de kerk. Christus die in de wereld gekomen is opdat wij 'het leven hebben en het ook hebben in overvloed' ontsluit voor ons de bronnen van het leven. Hij doet dat op bijzondere wijze door middel van het paasmysterie van dood en verrijzenis. Daarmee zijn verbonden enerzijds het doopsel, anderzijds de eucharistie, sacramenten die in de mens de kiem leggen voor het eeuwige leven" (p.82).
Niet de preekstoel staat in het midden van een roomse kerk, maar het altaar. De sacramenten delen de genade mee. Onafhankelijk van de aanwezigheid geloof of geen geloof, van berouw of geen berouw storten de sacramenten de genade in ons hart: "Zo moet men (…) rekening houden met het feit dat iedere gedoopte deel heeft, ieder op zijn eigen niveau, aan de profetische, priesterlijke en koninklijke zending van Christus" (p. 159).
Dit is een gruwelijke verminking van Gods Woord. De verkondiging daarvan functioneert totaal niet. Zaken als het gezag van de Schrift en ook de inhoud van het Woord van God komen volstrekt niet aan de orde. Het gaat er niet om dat we het Woord van God gaan verstaan en dat dat kracht doet in ons persoonlijk leven, het enige dat van belang is, is dat we een band krijgen met de kerk. Uit het Woord van God leren wij zo heel anders. De Heere maakt ons duidelijk dat het geloof uit het gehoor is (Rom.10:14).
De roomse kerk beroept zich erop dat zij de apostolische kerk is (p.32), maarzij gaat niet in de weg van de apostelen. Of het nu Petrus is of Johannes of Paulus, zij hebben allen niet anders gedaan dan het Woord van God verkondigen. Jezus Zelf heeft als hoogste Profeet en Leraar gepreekt. Dat verandert mensenlevens. Dat is het instrument waar we grote verwachting van mogen hebben. Het Evangelie is een kracht Gods ter zaligheid. Onze reformatoren hebben daarom ronduit beleden dat de verkondiging van het Woord van God het eerste kenmerk is van de ware kerk. Daarmee staat of valt de kerk. De sarcamenten zijn uiteindelijk "slechts" tekenen en zegelen bij en aan dat Woord. Zonder het Woord hebben de sacramenten geen betekenis. Het zijn uitroeptekens, maar dan moet er wel de zin van het Woord aan voorafgaan, wil het uitroepteken ook betekenis hebben. Waar Gods Woord is, is Gods kerk. Waar de verkondiging van dat Woord ontbreekt, ontbreekt de Geest van God.
De toepassing van het heil dat in Christus ligt, schrijft de paus dan ook niet toe aan de Heilige Geest, maar aan de kerk. Dat is centraal in geding Rome-Reformatie in de 16e eeuw. Het blijkt dat dit nog steeds een centraal verschilpunt is. Opvallend in dit boek is opnieuw hoe de Heilige Geest als het ware zit opgesloten in de kerk. De kerk beschikt over de Heilige Geest. Wie deel heeft aan de kerk heeft eigenlijk automatisch deel aan de Geest en Zijn gave.
Het is de Geest Die de roomse kerk door de eeuwen heen geleid heeft en steeds de juiste woorden op het juiste tijdstip deed spreken. De woorden van de paus, de woorden van concilies zijn rechtstreeks de woorden van de Heilige Geest. Er is geen beroep op het gezag van de Schrift, maar op de onbreekbare band van kerk en Geest. Wie aan uitspraken van de kerk twijfelt, verzet zich tegen God Zelf. Dit is een ontzettend enge gedachte. De kerk is derhalve boven alle M/e/c verheven. De paus en de hele roomse hiërarchie zijn onfeilbaar en binden de gewetens in zaken waarvan Gods Woord niet spreekt. De kerk staat uiteindelijk boven de Schrift. Niet de Schrift vormt de kerk, maar de kerk oordeelt over Gods Woord.
3e. Bovenstaande feiten hebben ook verdere consequenties. We hebben in het voorafgaande gezien dat de kerkleer doorwerkt in de genade-opvatting. Met deze kerk kan er geen sprake zijn van de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof alleen. Er is geen sprake van het Woord dat veroordeelt en vrijspreekt.
De genade is substantieel en niet relationeel.
Nauw verbonden aan het christocentrische denken van de paus is ook de Maria-devotie. Treffend is hoe hij met de Maria-cultus een dam opwerpt tegen de devaluatie van de vrouw als lustobject en zo het feminisme corrigeert. Openhartig komt hij er voor uit dat hij zelf in zijn jonge jaren geaarzeld heeft bij de waarde hiervan. Nu is dat anders geworden. Hij ziet Maria als de nieuwe Eva, de moeder van de kerk. De verering van Christus gaat derhalve samen met de verering van Maria (p. 59 en 187). Ik denk als we doorvragen dat de moeder van Christus wel minstens zo belangrijk is als Christus Zelf.
Konden Aaron en Mozes zich wel vergissen, de paus houdt met deze mogelijkheid absoluut geen rekening. De toetsing van zijn inzichten aan de Schrift is niet nodig. De Geest staat daarboven. De Geest leidt op een direkte manier in in de waarheid. Het feit dat de Geest als het ware opgesloten zit in de kerk, betekent dan ook dat de roomse kerk niet kan dwalen en dat degenen die zich daarin in de Reformatie van hebben afgescheiden nu ook de Geest van God missen.
Enerzijds is het opmerkelijk hoe de paus alle verschillen tussen godsdiensten relativeert. We geloven toch allemaal in dezelfde Christus. En als dat geloof niet bewust is, dan is het wel onbewust. De Heilige Geest werkt blijkbaar ook buiten het zichtbare organisme. We mogen niets afwijzen wat andere godsdiensten aan waars en heiligs belijden. Ze hebben allen toch iets, een lichtstraal van de waarheid (p.89). Degenen die op zoek zijn naar het geloof hebben het geloof. Zij die zoveel mogelijk naar hun geweten leven, zullen toch delen in het eeuwig heil. Wie eerlijk en rechtschapen is en niet bewust de waarheid afwijst deelt in Gods genade (p.173).
Anderzijds valt de onveranderde pretentie van de roomse kerk op. De paus heeft de zorg voor alle kerken (p.42). Christus heeft beloofd dat Hij met de kerk is al de dagen, tot aan de voleinding der wereld. De paus alleen is de plaatsbekleder van Christus op aarde (p.34). Hij bekleedt het Petrusambt, het ambt van de eenheid.
De waarde van andere kerkgemeenschappen wordt uiteindelijk bepaald door haar houding tegenover de roomse kerk (p.34): "De paus is dat (=Vicarius Christi) met betrekking tot de kerk van Rome, en middels deze met betrekking tot iedere kerk die met die van Rome in gemeenschap leeft; en deze gemeenschap betreft het geloof, de instituties en de kerkrechtelijke gemeenschap". Het is in dit licht ook geen wonder dat de paus constateert en de eerlijkheid heeft om te verklaren dat de kloof met de kerken van de Reformatie veel dieper is dan met andere kerken of godsdiensten. In die kerken zijn fundamentele elementen geschonden (p.138). Als degenen die naar hun geweten leven en de waarheid niet bewust tegenstaan delen in het heil, ziet het er voor de protestanten wel heel slecht uit, omdat zij zich wel uitdrukkelijk uitspreken tegen de hiërarchie en de genade-opvatting van de roomse kerk.
Het kerkbegrip van de roomse kerk is onlosmakelijk verbonden met het denken in termen van macht.
"In een verdeelde wereld blijft de supranationale eenheid van de katholieke kerk een grote kracht, door haar vijanden indertijd erkend en ook vandaag nog van invloed bij de verschillende politieke instanties en wereldorganisaties. Niet allen is die kracht welgevallig" (p.155). De enige reden dat Rome zich nu vriendelijker voordoet dan in de middeleeuwen is dat haar de macht ontbreekt om gewetens te dwingen. Haar eigenlijke karakter is onveranderd.
4e. Tenslotte een aantal lessen voor ons:
- Er is geen groter gevaar dan het verabsoluteren van eigen kerk.
- Een kerk die denkt in termen van macht strijdt met de eigen aard van het Evangelie.
- Onze belijdenis aangaande de Schrift is ongetwijfeld beter dan die van Rome. Kennen wij de Schrift? Wat houdt voor ons het onderzoek van Gods Woord in? Raffelen wij Gods Woord even haastig na het eten aan tafel af of wegen wij ieder woord van God?
Een christendom zonder verworteling in Gods Woord heeft geen weerstand tegen de roomse pretenties. Hoeveel "ingewikkeld geloof" is er in de protestantse kerken! De paus die zonder het gezag van het Woord direkt door de Geest spreekt, sluit blijkbaar aan bij de gevallen menselijke natuur.
- Tegenover de eenheid van de roomse kerk moeten de protestanten zich schamen voor haar verdeeldheid. Terecht merkt de paus op dat "scheiding in grote mate het gevolg is van de overtuiging van het exclusieve bezit van de waarheid" (p.138).
Onze zwakte is tegelijk de aantrekkelijkheid van de Romana.
Dagblad "Trouw" reageerde als volgt:
Uit liefde trakteerde dominee W. van Vlastuin van de Gereformeerde Bond de paus op een verbaal pak slaag dat niet mals was. "De paus wil dat we geloven in de kerk In plaats van in Christus. Als u dit leest valt u toch ook bijna van uw stoel? Volgens de paus redt de band met de kerk. Een persoonlijke relatie met Christus is niet nodig. U begrijpt dat dit een gruwelijke verminking is van het Woord van God - dat speelt volstrekt geen rot. De sacramenten zouden redden. Onafhankelijk van geloof of berouw, storten die de genade in ons hart - een ontzettend enge gedachte".
Van Vlastuin heeft de paus ook op een inconsequentie betrapt. "Enerzijds relativeert de paus in zijn boek de verschillen tussen de godsdiensten. We mogen niet afwijzen wat andere godsdiensten als waar en heilig belijden, want zij hebben ook een lichtstraal van de waarheid opgevangen. Anderzijds stelt de paus zich hard op tegenover de protestanten. Voor hen ziet het er slecht uit, want zij hebben 'fundamentele door Christus vastgestelde elementen geschonden'".
Van Vlastuin begrijpt de paus wet. "Dat schrijft hij omdat wij ons als enige wel uitdrukkelijk afzetten tegen de hiërarchie en de genade-opvatting van de roomse kerk. De enige reden waarom Rome zich tegenwoordig vriendelijker voordoet dan in de Middeleeuwen is dat haar de macht ontbreekt om ons tot volgzaamheid te dwingen. In Rome is niets wezenlijks veranderd".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 april 1995
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 april 1995
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
