EÉN UIT DUIZEND
Eén Man
Eén man uit duizend heb ik gevonden. Pred. 7:28 (midden).
Eén, geen twee of drie. Eén Man, niet één vrouw. Wel lezen we vervolgens: "maar een vrouw onder die allen heb ik niet gevonden". Blijkbaar moet die éne Man een heel bijzondere Man zijn, een Man ook, die niet zo maarte vinden is.
Die ene Man is Hij, Die kon zeggen: "Meer dan Salomo is hier"
(Matth.12:42). Hij is de schat in de akker verborgen. De akker is het Woord van God (Matth. 13:44). In Psalm 40:8 lezen we immers: "In de Rol des Boeks is van Mij geschreven".
Maar nu gaat het erom, dat we Hem daarin vinden, ontdekken, evenals Salomo, voor het eerst en opnieuw en steeds weer en steeds meer. Ook in de woorden van onze tekst.
Hoe? Door er over te gaan redeneren, om zo tot de conclusie te komen, wie er wordt bedoeld met die éne Man uit duizend? Nee! Integendeel! Alleen door het geloof met ons hart verstaan we en merken we op, dat het de Heere is, van Wie hier sprake is. Hij is het, van Wie Filippus tot Nathanaël zei: "Wij hebben Dien gevonden, van Welken Mozes in de Wet geschreven heeft, en de Profeten, namelijk Jezus, de zoon van Jozef, van Nazareth" (Joh.1:46).
En wat doet Nathanaël dan? Meteen geloven? Nee, redeneren: "Kan uit Nazareth iets goeds zijn?" En Filippus? Hij antwoordde kort en goed: "Kom en zie". En daar gaf Nathanaël gehoor aan. U ook? Kom en zie, dan wil Jezus Zichzelf in dit Zijn Woord aan en in u openbaren en alle "ja maars" en twijfels uit uw hart wegvagen, om u in volle overgave aan Hem te doen belijden: "Gij zijt de Zone Gods, Gij zijt de Koning Israëls" (Joh. 1:50).
Eén uit duizend
De uitdrukking: "Eén uit duizend" vinden we ook in Job 33: 23. Door de Heilige Geest gedreven heeft Elihu deze woorden tot Job gesproken. Elihu wijst er hier op, dat de HEERE uit enkel liefde en trouw Zijn kinderen kastijdt. Soms zo hard, dat ze zijn als degenen, die ten grave dalen. Niet om ze te verderven, maar juist om hun ziel van het verderf af te keren.
Is er dan, in die uiterste noodsituatie, waar alle hoop op 's mensen heil ons geheel en al ontvalt, bij hem een Gezant, een Uitlegger? Eén uit duizend, om de mens zijn rechte plicht te verkondigen? (vs.23).
Wie anders is die Gezant, die Uitlegger dan Hij, van Wie de dichter van Ps. 116 zong: "Ik was uitgeteerd, doch Hij heeft mij verlost" (vs. 6b)? Bij Hem zijn immers uitkomsten tegen de dood en er dwars door heen. Bij Hem is raad, bij Hem alleen! Die de verdrukte recht doet, de hongerige brood geeft, de gevangenen losmaakt, de ogen der blinden opent, de gebogenen opricht, de rechtvaardigen liefheeft, de vreemdelingen bewaart, de wees en de weduwe staande houdt, maar de weg der goddelozen omkeert (Ps.146).
Kleine stad
In Pred. 9:14 lezen we van een kleine stad met weinig inwoners (Gods kerk op aarde) en een groot koning (de overste van deze wereld) kwam tegen haar, en hij omsingelde ze, en hij bouwde grote vastigheden tegen haar. Zo leek deze stad reddeloos verloren te zijn.
Maar dan lezen we in vers 15: "En men vond daar een arme wijze man in, die de stad verloste door zijn wijsheid; maar niemand gedacht dezelve arme man".
Wie is er op aarde armer geweest, dan Hij, Die om onzentwil is arm geworden, daar Hij rijk was, opdat wij arme, schuldige zondaren door Zijn armoede rijk zouden worden (2 Kor.8:9)?
Hij is 't, in Wie al de schatten van wijsheid en kennis verborgen zijn (Kol. 2:3). Hij is het, Die door Zijn wijsheid de stad, Zijn kerk heeft verlost, verlost en verlossen zal, ook al gedacht geen mens die arme Man.
"Hij was veracht en wij hebben Hem niet geacht" (Jes. 53:3b). Niet geacht en niet gedacht, ja "vergeten, dagen zonder getal" (Jer. 2:32). Vandaar die zogenaamde Godsverduistering. Wie Hem en Zijn Woord verlaat en vergeet, wie afwijkt van de rechte wegen des Heeren, van de weg van Zijn voetstappen, 't zij ter rechter zijde of ter linker zijde, die zal in de duisternis wandelen met alle gevolgen van dien.
"Maar die God vreest"
Maar die God vreest, die vasthoudt aan Zijn Woord, zowel het een als het ander en zo leert buigen onder Zijn Woord aan Zijn voeten, beamend wat Hij daarin over ons en tot ons zegt zonder nog uitvluchten te zoeken om zichzelf te rechtvaardigen (zie vs. 29), die vindt Hem, de éne Man uit duizend, Die blinden schenkt het lieflijk licht: wie in 't stof lag neergebogen, wordt door Hem weer opgericht.
Die mens werd, ons in aller gelick werd, bevalve de zonde
En alles wat aan Hem is, is gans en al begeerlijk. Voor u, die gelooft is Hij dierbaar, kostbaar, zozeer dat u graag al 't uwe schade en drek acht om Zijnentwil, om Hem te gewinnen en in Hem gevonden te worden. Ver boven goud of zilver of wat meest de mens bekoort, leren we zo Hem waarderen.
Ja werkelijk Hij is de éne Man uit duizend, véél schoner dan de mensenkinderen. Hij is de Zoon van God, Die mens werd, ons in alles gelijk werd, behalve de zonde, om zo als de Man van smarten met de zonden der wereld belast, ons ten Redder te zijn.
Zie hoe het Zijn spijs was om zo de wil van Zijn hemelse Vader te doen in de weg van de diepste verne dering, waarin Hij geen gedaante of heerlijkheid meer had, dat wij Hem zouden begeerd hebben. Ja gelijk velen zich over Hem ontzet hebben, alzo verdorven was Zijn gelaat, meer dan van andere mensenkinderen (Jes. 52:14).
Maar wat lezen we dan in vers 15?" Alzo za\ Hij vele heidenen besprengen, ja de koningen zullen hun mond over Hem toehouden; want dewelke het niet verkondigd was, die zullen het zien, en welke het niet gehoord hebben, die zullen het verstaan". Ziet u het, verstaat u het?
Gans begeerlijk
Zo is Hij juist gans begeerlijk voor het oog des geloofs, Hem zo van verre ziende en in 't geloof omhelzend zingt Salomo van Hem in het Hooglied, het lied der liederen: "Mijn Liefste is blank en rood, Hij draagt de banier boven tienduizend" en wat daar verder volgt in Hooglied 5: 10 t/m 16.
Zo heeft Hij juist allermeest Zijn heerlijkheid geopenbaard voor het oog des geloofs, als van de eniggeborene van de Vader, Die het beeld van de Vader Zelf is, in oneindige liefde, wijsheid, rechtvaardigheid, goedheid, zachtmoedigheid en nederigheid.
Ja al gaf iemand al het goed van zijn huis voor deze liefde, men zou hem ten enenmale verachten (Hooglied 8:7). Die liefde doet ons hart tot Hem in wederliefde ontvlammen en zingen: "U al mijn liefde waardig schatten" en "Nevens U lust mij ook niets op aarde" (Ps.73).
Zingt u mee?
Zingt u mee ter eer van Hem, Die alleen verlossing teweegbracht? Hij werd voorzegd in het Oude Testament. Hij werd geboren in Bethlehems stal. Hij stierf op Golgotha onder Gods toorn. Hij rees uit het graf door eigen kracht, want Hij was God bekleed met macht.
Zign Naam moet eeuwig eer ontvangen
Hij voer ten hemel op vol eer,… met gaven tot der mensen troost, opdat zelfs 't wederhorig kroost, altijd bij Hem zou wonen. Nu is Hij gezeten ter rechterhand naast God, met eer en heerlijkheid gekroond.
Hij de Vorst der aard', is die hulde waard. Hij de éne Man uit duizend. Zin Naam moet eeuwig eer ontvangen, men loov' Hem vroeg en spa! De wereld hoor' en volg' mijn zangen met amen, amen, na! (Ps. 72:11 ber.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1994
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1994
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
