BIJ WIE IS REDDING?
Hoe pijnlijk diep treft mij telkens weer de onwetendheid van onze r.-k. medemens. Groot is de onwetendheid met betrekking tot de Schriften en de kennis van het heil. Zegt Jesaja niet: "Een os kent zijn bezitter en een ezel de kribbe zijns heren; maar Israël heeft geen kennis, Mijn volk verstaat niet" (Jes.1:3). "Mijn volk verstaat niet"! Wat een aangrijpende klacht uit de mond des Heeren! Het doet hartzeer en je kunt er niet onverschillig onder blijven wanneer je hoort, huis aan huis, dat men weinig of niets afweet van het Evangelie van genade en geen raad weet met de Gekruisigde Christus. Het is voor onze mensen zo vanzelfsprekend dat men zélf zijn schuld moet afbetalen bij God; dat men zélf, door 'goed-doen en braaf-zijn' zijn hemel moet verdienen. De verblijdende en vertroostende boodschap van het Evan gelie van genade is hen vreemd! Hoe kan het ook anders? Wanneer zondag op zondag een menselijk evangelie-woord wordt gepredikt, en het ene nodige wordt verzwegen? Hoe kunnen ze dan verstaan?
Zo gaat een volk ten gronde door gebrek aan kennis!
O, ik weet wel dat velen zullen denken: 'Beste broeder, zie je 't niet wat al te donker? Doe maar rustig je werk en trek het je niet te veel aan…'. Beseffen we dan wel goed dat de genadetijd spoedig ten einde zal zijn? Dat deze generatie wel eens de laatste kon zijn voor de wederkomst van Christus? Waarmee zal Hij u dan bezig vinden?
Laten we werken zolang het dag is
Er komt een nacht waarin niemand werken kan. Zo horen we de Heere Jezus in Joh.9.
Laten we dan werken en getuigen van Jezus Christus zolang het dag is. Ons niet schamen om het op te nemen voor de zaak van Jezus Christus. Om voor Hem uit te komen en vol te houden dat het Evangelie van Jezus Christus de waarheid is. Dat in Hem alleen leven en overvloed te vinden is! En bij niemand anders! Zo deed het de Samaritaanse vrouw in Joh. 4. Na de wonderlijke ontmoeting met Jezus Christus verliet ze haar watervat en ging heen in de stad en zeide tot de lieden: "Komt, ziet een Mens.."
Zo mogen ook wij iedereen nodigen tot Jezus Christus: Komt en ziet! De bekende Engelse prediker J.C.Ryle (1816-1900) zegt naar aanleiding van dit woord: "Zoals de Samaritaanse vrouw het hier deed, behoren alle ware christenen het te doen. De kerk heeft het nodig. De toestand van de wereld verlangt het. Het gezond verstand geeft aan dat het goed is. ledereen die de genade van God heeft ontvangen en heeft ge smaakt dat Christus genadig is, behoort woorden te vinden om van Christus te getuigen tegen anderen. Waar is ons geloof, als wij er toch van overtuigd zijn dat de zielen rondom ons sterven en dat Christus alleen hen kan redden, terwijl wij daar onze mond over dichthouden? Waar is onze liefde als we anderen in de richting van de hel zien gaan en hen toch niets vertellen over Christus en Zijn verlossing?"
Nog een korte tijd
Ziende op de ernst van de tijd mogen wij het woord van Paulus uit Hand.17 ter harte nemen: "God dan de tijden der onwetendheid overgezien hebbende, verkondigt nu alle mensen alom dat zij zich bekeren. Daarom dat Hij een dag gesteld heeft, op welke Hij de aardbodem rechtvaardig zal oordelen door een Man, Dien Hij daartoe geordineerd heeft…" (v.31).
Deze boodschap van geloof en bekering mag en moet ook worden verkondigd in Tongeren/België. Tongeren ligt immers op dezelfde geestelijke route als Athene: een plek van beeldendienst en afgodische praktijken.
We lezen dat, toen Paulus te Athene kwam, "zijn geest in hem ontstoken werd, ziende dat de stad zo zeer afgodisch was". Stel je het maar even voor: Paulus te Athene, de stad van Socrates, van Phidias en Sophocles; de moederstad der beschaving, de stad van tempels en kapellen ter ere van de Griekse godenwereld.
Paulus zag een stad vol afgoden en zijn geest ontbrandde in een diepe verontwaardiging.
Hij moet bijzonder geïrriteerd geweest zijn bij het zien van de vele afgodsbeelden in de stad. Hij werd er niet moedeloos onder, neen! Het bewoog hem des te meer om elke dag, zowel in de synagoge als op de markt, de mensen aan te spreken en ze te bewegen zich van de afgoden tot God te bekeren!
Calvijn zegt daarover: "Wanneer Lukas zegt dat zijn geest in hem ontstoken was, geeft hij daarmee niet alleen te kennen dat Paulus eenvoudig verontwaardigd was, noch dat hij zich alleen maar aan zo'n schouwspel ergerde; maar hij drukt erdoor uit: de ongewone hitte van zijn vrome en heilige toorn, die zijn ijver scherpte, zodat hij zich te vuriger aangordde. Daarmee heeft Paulus betuigd dat niets hem dierbaarder was dan de ere Gods".
De ijver voor Gods huis liet hem niet met rust
De nood was Paulus op het hart gelegd! Daarom schrijft hij in de Efezebrief om elke gelegenheid te benutten en de tijd uit te kopen, want de dagen zijn boos! (Ef.5:16).
Zo lezen we vervolgens van Paulus dat hij met een ongekende ijver en wijsheid de Gekruisigde en Opgestane Heere gaat verkondigen, ook al botst het met de Epicureïsche en Stoïcijnse wijsgeren. En welke was dan de reaktie van het volk? Op het eerste gezicht ontmoedigend. Verbijsterend zelfs! Velen spotten en degenen die blijkbaar toch getroffen waren, bleken zich toch verhard te hebben.
Ik kan me goed voorstellen dat Paulus op dat moment, toen hij de stenen trappen van de Areopagus afdaalde, bedroefd zal geweest zijn.
Maar Paulus wist ook dat hij een gezant was van Godswege en dat het Woord, in Zijn Naam gesproken, nooit ledig wederkeert maar doet wat Hem behaagt! Daarom stelt hij de uitkomst van zijn werk in Gods hand en hij is verzekerd dat het Woord, op de Areopagus gesproken, zal blijken te zijn een kracht Gods tot zaligheid!
En het wonder geschiedt: sommige mannen hingen hem aan en geloofden! Ziende op de Heere en rustend in Zijn Woord mogen ook wij geloven: de Heere verzamelt in Tongeren de Zijnen tot een volk dat zich zal be roemen in Zijn heilige Naam! We zien ze reeds uitspruiten tussen in het gras, als de wilgen aan de waterbeken en zeggen: 'Ik ben des Heeren..' (Jes.44:4).
Wanneer Paulus Athene verlaten heeft en in Korinthe Gods Woord verkondigt, ontvangt hij er van de Heere dat bemoedigende woord: "Zijt niet bevreesd, maar spreek en zwijg niet. Want Ik ben met u en niemand zal de hand aan u leggen om u kwaad te doen; want Ik heb veel volk in deze stad" (Hand.18:9,10).
Wat is dat een rijke belofte! Deze mogen wij ons toch ook toeëigenen? Hoe vertroostend moeten deze woorden voor Paulus geweest zijn! "Ik heb veel volk in deze stad". Ons klein geloof zegt: 'Dat moeten we dan maar eerst afwachten… we zien wel wat er van komt…' Maar de Heere zegt: 'Ik heb veel volk in deze stad'!
Het is een belofte die spreekt en straalt van Goddelijke majesteit! De Heere Zelf garandeert de voortgang van de Evangelieverkondiging!
Er staat eigenlijk geschreven: 'Er is nog veel volk voor Mij in deze stad'. 'Veel volk voor Mij'! Er zijn er nog velen die tot geloof moeten komen en omwille van die velen moet er blijvend verkondigd en getuigd worden.
We mogen dit doen in het vaste vertrouwen op Zijn belofte en biddend bezig zijn: 'Heere, geef het toch… dat Gij de hemelen scheurdet en licht doet nederdalen in menig mensenhart..'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 1994
In de Rechte Straat | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 1994
In de Rechte Straat | 24 Pagina's
