In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

EIGENTIJDSE FEITEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EIGENTIJDSE FEITEN

4 minuten leestijd

Onze tijd is een opvallende tijd.

De kerk is totaal naar de marge van de maatschappij verbannen. Konden we in de geschiedenis zien hoe de christelijke kerk wereldkerk werd, in onze dagen kunnen we zien hoe de kerk die plaats moet afstaan aan allerlei occulte bewegingen, aan de Islam, aan het nihilisme en de verwording. De tijd van de kerk lijkt voorbij. Zeker in West Europa en Amerika. De Rooms-Katholieke Kerk is volledig de macht over haar onderdanen kwijt geraakt, men doet gewoon wat men zelf wil. Dat de paus overal bezoeken brengt en zich zelf in het strijdgewoel stort, brengt hierin geen verandering. De zucht van een man, die in hart en nieren rooms-katholiek was, was in 1963: "Mijnheer, nu gaat onze kerk er aan! Zondag is er een Beatmis". De beste man wist niet eens precies wat het voorstelde, maar zijn angstig vermoeden was juist. De kerk had niets meer te bieden aan de moderne mens. De kerk moest daarom de mens en vooral de jonge mens, maar achterna in de wereld. Dan zou de jeugd weer belang gaan stellen in de kerk… Eén ding had deze kerk natuurlijk mee. Door middel van de kerkelijke hiërarchie bleef zij nog heel lange tijd een machtsgreep uitoefenen op het kerkvolk. Ook financieel kan zij natuurlijk eeuwenlang onafhankelijk blijven door de vele schatten die in allerlei kerken en kluizen liggen opgeslagen.

Op allerlei wijze heeft men concessies gedaan

naar de wereld toe, totdat de kerk zelf wereld werd en het proces niet meer terug te draaien was.

Deze worsteling heeft niet alleen plaats in de R!-K. Kerk. Nee, helaas! Ook de kerken van de Reformatie, waarin de waar heid zo helder heeft geklonken, zijn in deze draaikolk terecht gekomen.

Ook zij hebben hun radeloze strijd gestreden

om de greep op de jeugd vast te houden. Moeders en vaders hebben hun kinderen gewaarschuwd voor de zonden, ze hebben hun vingers geheven en bestraffende woorden gesproken. Predikanten en kerkeraden hebben gedreigd met de straf van de hel en de toorn van God. Maar alles mocht niet baten. Boekdelen zijn inmiddels geschreven over de kerkverlating door jongeren. Bittere tranen zijn gestort in de gezinnen waar de één na de ander de kerk verliet. Maar het proces ging door!

En men leerde er niet van. We blijven wijzen naar de ander. De predikant wijst zijn gehoor aan dat niet meer luisteren wil..

De kerkeraad doet zo goed huisbezoek, maar de jongeren zijn nooit thuis..

De ouders hebben het "ze zo goed gezegd"… maar ze hebben verkeerde vrienden.

Durven we niet wakker te worden?

Of willen we het niet? Durven we als volwassenen en als kerkelijke ambtsbekleders niet eens echt naast David te gaan staan: "En David, als hij den engel zag, die het volk sloeg, sprak tot den HEERE en zei: Zie ik, ik heb gezondigd, en ik, ik heb onrecht gehandeld, maar wat hebben deze schapen gedaan?" (2 Samuël 24:17).

Hebben we als volwassenen niet verkeerd gehandeld, vooral na de tweede wereldoorlog… We hebben meegejaagd achter van alles dat begeerlijk was, en we vergaten onze jeugd. Jawel, we spraken wel over hen. Overal, op alle vergaderingen van de kerk. We schreven hele boeken over hen. We vermaanden hen en trachtten hen bij elkaar te houden op allerlei wijzen, maar… spraken we ook met hen.

Vertelden we ze van de liefdedienst van de Heere..?

Nee niet in de preek, maarthuis en op huisbezoek, op catechisatie en op school..? Of werd het huisbezoek vaak een droog vertellen van eigen bekering., of een buurpraatje over allerlei dingen die gebeuren en stond het vertellen over de dienst van de Heere vaak niet in het teken van het zeker stellen van allerlei dogma's. We hebben de jongeren allerlei waarheden verteld en geleerd: "Dat ze het zelf niet kunnen", "dat de Heere het moet doen", "dat er wat gekend moet worden", "dat we uitverkoren moeten zijn", "dat we moeten geloven". En we hebben gebouwd en gewerkt aan een kerk die dit allemaal gelooft. En dat is nog gelukt ook. Is het dan niet waar? Jawel! In dogmastelling. Maar niet om uit te leven. Iemand heeft eens gezegd: "De dogma is voor mijn studeerkamer, maar voor mijn Hans en Griet heb ik het Evangelie".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juni 1994

In de Rechte Straat | 24 Pagina's

EIGENTIJDSE FEITEN

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juni 1994

In de Rechte Straat | 24 Pagina's