In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

UIT DE KERKGESCHIEDENIS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE KERKGESCHIEDENIS

Bekering van een vrouw

5 minuten leestijd

Het onderwijs dat Martin Boos geeft, blijft niet zonder zegen. De troosteloze leer van de roomse kerk biedt op geen enkele wijze oplossingen voor verontruste zielen. Zij werpt de mensen geheel terug op zichzelf en benauwd hen met harde eisen.

Zo was er een vrouw in de streek, waarin Boos leefde en werkte, die het besluit genomen had om in een klooster te gaan. Zij beeldde zich in dat zij hier rust kon krijgen en dat de zonde hier geen vat op haar kon krijgen. Maar hoe bedrogen kwam zij uit. Nu probeerde zij door bedevaarten rust voor haar ziel te krijgen; zij ging naar Einsiedeln in Zwitserland, maar ook dat hielp niet. Ten einde raad komt zij in contact met pastoor Boos, die haar rechtstreeks Jezus Christus verkondigt, als voor haar zonden gestorven. De Heere opent haar ogen, zoals eenmaal bij Lydia en brengt haar tot Jezus. Van toen af aan krijgt zij een sterke tegenzin in alles wat alleen maar de schijn van deugd heeft. Zelfs haar rozenkrans legt zij opzij, hoewel zij zich wel begint af te vragen of zij op de goede weg is. Boos vraagt waarom zij geen gebruik meer maakt van de rozenkrans. "Ik heb niets lief dan Jezus, omdat Hij met en in mij is", geeft zij als antwoord. Boos knikt instemmend en voegt haar toe: "U kunt niets beters doen, want dat is geen ketterij als men de Heere liefheeft, aan Hem denkt, en alles voor Hem doet; dat is oneindig beter dan een aantal gebeden op de rozenkrans."

Een korte tijd daarna is er in een nabijgelegen dorp een feest, waar veel aflaten worden gegeven. Dit zijn schriftelijke verklaringen, waarin absolutie wordt gedaan voor de zonden. De vrouw heeft weinig zin om hier naartoe te gaan. Boos wil weten wat hiervan de reden kan zijn. De vrouw antwoordt: "Mijn absolutie is Jezus Christus, voor mij gestorven; Zijn bloed is de enige en enkele vrijspraak voor mijn zonden". "Wie heeft u dat geleerd?" zegt Boos. "Niemand; deze gedachte is mij vanzelf voor de geest gekomen. Jezus neemt mijn zonden van mij weg, met al die dingen waaraan ik te zeer gehecht ben geweest, en waarin ik tevergeefs mijn heil gezocht heb. Nu ben ik verzekerd dat alles tot niets dient, als Jezus ons niet van onze zonden bevrijdt, en niet in onze harten woont. Ik heb mij lange tijd, ja bijna tot de dood toe, met die praktijken gekweld, en heb daarin slechts een grotere mate van moeiten en angsten gevonden. Maar nu bezit ik Jezus en Zijn vrede".

Nieuw leven in Wiggensbach

Het dorpje Wiggensbach komt tot nieuw leven. Regelmatig vinden bekeringen plaats onder de prediking van Martin Boos. Velen zijn verbaasd bij het zien van het geloof, de liefde en het geduld dat hun gedrag kenmerkt. Bij sommigen wekt dit vijandschap op. Zij beschuldigen hen van omgang met de satan. Een vader die ziet dat zijn dochter geheel veranderd is, wordt nijdig op haar en begint haar met lasteringen te bejegenen. Hoe meer zij in nederigheid toeneemt, hoe erger zijn woede wordt. "Je houdt je vroom", zo werpt hij haar voor de voeten, "om des te beter je duivelskunsten te verrichten." Op een avond jaagt hij haar het huis uit. Met een biddend hart vertrekt zij en zij houdt aan in het smeken om de bekering van haar vader. Enkele dagen later komt hij haar achterop en na lang zoeken vindt hij haar in een afgelegen stad. Hij valt voor haar voeten neer en smeekt haar om vergeving.

Een priester bezoekt een zieke vrouw die door middel van Boos tot het geloof gekomen is. Hij begrijpt niet veel van het geestelijke leven dat zij aan de dag legt. Een ziekenoppasser geeft de onwetende man een Bijbel mee, die hij uit louter nieuwsgierigheid inkijkt. De Heere gebruikt het Woord om hem aan zijn zonden te ontdekken. Hij smelt weg in tranen en erkent zijn grote blindheid en gebrek aan godsvrucht. Hierna wordt hij een fervent aanhanger van de leer die Boos preekt. Zo wordt de vijandschap van een aantal gebroken, maar de duivel geeft het zomaar niet op.

'Geloof in Christus voor u en in u…'

Op 1 januari 1797 preekt hij met veel zalving en kracht in Wiggensbach. De hoofdinhoud van zijn preek is: Bekeert u, want het koninkrijk Gods is nabij gekomen. Geloof in Christus voor u en in u, dan zult u de gave van de Heilige Geest ontvangen. Vertreed niet alle u nu reeds bekend geworden paarlen (namelijk de bijzondere genadegaven die God Zijn gemeente in Hem reeds geschonken heeft). Zijn woorden hebben een diepe uitwerking. Meer dan veertig personen worden in hun hart geraakt, waarvan sommigen zo door angst worden getroffen dat zij de kerk uitgedragen moeten worden. Zij worden zo overtuigd van hun zonden en schuld, dat zij geen raad weten. Velen begrijpen niet wat er aan de hand is. Het schouwspel van de getroffen zielen geeft een grote opschudding in de stad. Gods kinderen verblijden zich in de grote daden des Heeren, maar anderen zien dit alles tandenknarsend aan.

De tegenstanders roeren zich

Behalve de bijval die Boos oogst, nemen de stemmen van de tegenstanders in kracht toe. Zij brengen hun klachten bij de pastoor en eisen dat deze de kapelaan overplaatst. Zijn vrienden bellen ook bij de pastoor aan en smeken of Boos mag blijven. Zo gaat het de gehele nacht en de daaropvolgende dag door. De duivel slaat nu echt toe. De vijanden van het Evangelie van het kruis bestormen de huizen van de gelovigen, bedreigen hun leven en proberen hen zelfs voor de rechter te brengen. Een drieste vervolgwoede breekt los. Sommigen zijn genoodzaakt om zich maandenlang verborgen te houden. Ook de priesters mengen zich in de hetze tegen de vredelievende christenen die veelvuldig in deze streek voorkomen Zij hitsen de overheid op en weten gedaan te krijgen dat sommige mede standers achter slot en grendel geworpen worden. Geestverwanten worden aan indringende verhoren blootgesteld. Ook Boos wordt in de kraag gevat en naar Augsburg gevoerd. De Jezuïten proberen hem van ketterij te beschuldigen.

Maar Boos verdedigt zich waardig en op de meest zachtmoedige manier voor de kerkelijke rechtbank.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juni 1994

In de Rechte Straat | 24 Pagina's

UIT DE KERKGESCHIEDENIS

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 juni 1994

In de Rechte Straat | 24 Pagina's