Broedertwisten
Toen ik in 1991 een vakantietrip naar Turkije maakte, bezochten we ook Perge. Terwijl ik door de ruïnes van deze stad liep, dacht ik telkens aan het verhaal in Hand. 13:13. "En Paulus en die met hem waren, van Pafos afgevaren zijnde, kwamen te Perge, (een stad) in Pamfylië. Maar Johannes, van hen scheidende, keerde weer naar Jeruzalem."
Als Paulus en Barnabas de door hen gestichte gemeenten opnieuw willen bezoeken, pleit Barnabas ervoor dat ze "Johannes die genaamd is Markus, zouden meenemen." Maar Paulus is het daar niet mee eens. "Er ontstond dan een verbittering, alzo dat zij van elkander gescheiden zijn" (Hand. 15:35-41).
Bemoediging
Ik vind dit voorval een oorzaak van bemoediging. Ook onder zulke groten in Gods Koninkrijk is het dus mogelijk dat er onenigheid ontstaat. Niet alleen wij. de kleintjes, maar ook zij moeten belijden: "Want ik weet dat in mij. dat is: in mijn vlees, geen goed woont" (Rom. 7:18). Wij kennen niet de details van die onenigheid, maar op afstand ben ik geneigd om tegen Paulus te zeggen: "Broeder, was het echt nodig om zo voet bij stuk te houden? Markus was toch een neef van Barnabas. Kon u daar niet wat begrip voor opbrengen? Had u niet wat toegeeflijker moeten zijn tegenover Barnabas? Bent u dan vergeten dat Barnabas u, toen u helemaal alleen was in Tarsen en de andere christenen u zoveel mogelijk vermeden, is komen opzoeken en u mee heeft genomen naar Antiochië (Hand. 11:25), waar u schouder aan schouder met hem gestreden hebt voor de verbreiding van het Evangelie?" Maar de Heere heeft het blijkbaar toegelaten met als gevolg dat Barnabas en Paulus in heel verschillende gebieden zegenrijk hebben gearbeid.
Vermaning
Maar er zit in de beëindiging van deze broederruzie ook een duidelijke vermaning aan ons adres. Want de drie hebben elkaar weer helemaal gevonden; zie 1 Kor. 9:6; Gal. 2:1,9,13; Kol. 4:10. En: "Neem Markus mee en breng (hem) met u, want hij is mij zeer nut tot de dienst" (2 Tim. 4:11). Helaas blijft ruzie onder broeders en zusters soms lang doorzieken en het gebeurt zelfs dat er vóór hun dood geen verzoening meer tot stand komt, ook al heeft één van hen daartoe een poging ondernomen. Met verbazing vraag ik mij, als ik zo iets hoor, dan af: weten dergelijke broeders dan niet wat de Heere daarover heeft gezegd in Mat. 5:22-24? Hoe kunnen ze dan nog in vrede het Onze Vader bidden: "En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren"?
Verootmoediging
Jammer, want de verzoening tussen broeders en zusters is zo mooi. De hemelse glans van de Vader der barmhartigheid, Die ons onze zonden vergeeft om Christus' wil, ligt daarover verspreid. Dat heb ik zelf meegemaakt tijdens de opwekkingssamenkomsten in Canada, met name in Vancouver, waar de Sutera-tweelingen spraken.
Onvergetelijk was voor mij vooral een samenkomst van ambtsdragers. Het was op een middag. Na de toespraak van één van de Sutera's kwam een predikant naar voren. Hij beleed:
"Ik was trots op mijn successen. Ik gloeide van zelfvoldaanheid, toen ik zag dat de mensen in steeds groter getale naar mijn kerk stroomden. Ik genoot er intens van, als ik zag hoe ze aan mijn lippen hingen. Ik wist toen al, dat "mijn prediking" was "in beweeglijke (meeslepende) woorden der menselijke wijsheid", maar nu heb ik gezien dat het niet was "in betoning van Geest en van kracht" (1 Kor. 2:4). En dat kon ook niet anders, want ik zocht mijn eigen eer en ik keek neer op mijn collega's, die maar moeizaam het hoofd boven water konden houden."
Maar twee collega's kwamen daarop naar voren en erkenden: "Maar ik was stinkend jaloers op jouw volle kerken, die steeds meer uitpuilden. En ik beklaagde mezelf dat ik ondanks mijn harde zwoegen nauwelijks enig resultaat zag."
Ouderlingen beleden hun schuld tegenover hun predikanten en omgekeerd. Wat zou het een zegen zijn, wanneer deze geest van verootmoediging tegenover de Heere en tegenover elkaar zich meester zou maken, ook van de kerken van Nederland!
Paulus contra Petrus
Zeker, er kunnen ook principiële kwesties aan de orde zijn, waarbij je niet wijken mag, ook niet tegenover broeders en zusters, en ook al doet je dat nog zoveel pijn.
Dat is het geval geweest in Antiochië. Toen was de apostel Petrus weer vervallen tot eenzelfde soort lafheid als waardoor hij de Heere verloochend had. "vrezende voor hen die uit de besnijdenis waren" (Gal. 2:12). Daarom was hij meegegaan met hen uit de kringen van Jakobus die ten onrechte van de christenen uit de heidenen eisten dat ze zich moesten laten besnijden en dus de hele wet van Mozes moesten onderhouden. Hier stond te veel op het spel. Het gehele heilsplan Gods dreigde daardoor uit zijn voegen te worden gerukt.
Terecht schreef Paulus dan ook: "En toen ik te Antiochië gekomen was, weerstond ik hem in het aangezicht, omdat hij te bestraffen was" (vers 11). Maar ook dat is helemaal in orde gekomen. Zowel wat de leer als wat de persoonlijke verhoudingen betreft. Dat blijkt uit 2 Petr. 3:15, waar Petrus met instemming verwijst naar de brieven van "onze geliefde broeder Paulus".
Drs. Martie Dieperink
De vreugde van zo'n verzoening heb ik ook on langs nog ondervonden. U weet dat ik mij nog al krachtig gekeerd heb tegen het boek van drs. Martie Dieperink over de verhouding Rome-Reformatie. Maar op 20 november heb ik haar, en Anne Koole-Bart, één van de r.-k. schrijvers in dat boek, volgens afspraak weer ontmoet, in de restauratie van het station Driebergen. Daar, te midden van het geroezemoes van de overige reizigers, hebben we met z'n drieën gebeden. Met Anne ben ik toen doorgereden naar Noorden, waar een samenkomst van gebed en verootmoediging werd gehouden in de Ned. Hervormde Kerk. Ja, dat kan! Je één weten in de levende Christus, en toch op sommige leerpunten diepgaand van mening verschillen. De Heere ziet ons hart aan, of wij als zondige mensen vertrouwen op de algenoegzaamheid van het offer van Christus voor de verzoening van onze zonden. Zij die met hun verstand de kleinste puntjes van onze belijdenis onderschrijven, maar niet tot innerlijke verbreking en tot ootmoedig geloof des harten zijn gekomen, hebben geen deel aan de heerlijkheid van Zijn genade.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1994
In de Rechte Straat | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1994
In de Rechte Straat | 24 Pagina's
