In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Toch nog een vagevuur?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Toch nog een vagevuur?

4 minuten leestijd

Terwijl in onze tijd de verschillende christelijke kerken naar elkaar toe lijken te groeien, zie je verschillende leerstukken in de R.-K. Kerk uit de aandacht van de mensen verdwijnen. Zo is het ook gegaan met het leerstuk van het vagevuur. Daar spreekt men niet of nauwelijks meer over. En toch…

In België is een boekje uitgegeven onder de veelzeggende titel: "Mijn gesprekken met arme zielen". Het is een vertaling van het vroeger in Zwitserland uitgegeven boekje: "Meine Gesprache mit Arme Seelen".

De schrijfster is Eugenie von der Leyen, een Beierse prinses die leefde van 1867 - 1929.

Paus Pius XII was als nuntius een huisvriend van de prinses.

Op last van haar pastoor heeft deze prinses fragmenten uit haar dagboek in druk doen uitkomen.

Velen zijn verbaasd over de uitgave van dit boekje in onze tijd.

Een r.-k. geestelijke zei: "De leer van het vagevuur is officieel wel niet afgeschaft door de R-.K. Kerk, maar we weten toch zoveel uit de Bijbel dat we hierin niet meer geloven. Dit boek hadden we niet meer verwacht."

Visioenen

In het boek worden ons visioenen beschreven die Eugenie heeft ervaren. Zielen die in het vagevuur waren, hebben zich in deze visioenen aan haar vertoond. Zij heeft het zelf als een zwaar kruis ervaren. De zielen vertoonden zich in onder afschuwelijke gedaanten, al naar gelang de zonden die zij gedaan hadden. Soms verscheen een nevelvlek, dan weer was het een aap of een slang.

Sommige van de verschijningen herkende zij ogenblikkelijk als mensen uit het dorp, zoals bijvoorbeeld een vroegere dorpspastoor, een oudgediende van het slot waar zij woonde of een schaapherder uit de buurt.

Iemand die aan haar verscheen beleed haar: "Ik heb voor niets geleefd en moet mijn leven in het vagevuur overdoen". Onder hartverscheurend gejammer verdween hij weer. Heel uitdrukkelijk vertelt de schrijfster ook hoe zij dit boetelijden voor anderen op zich heeft genomen. Dit verzwaarde haar kruis enorm.

Uitdrukkelijk wordt in dit boekje aangetoond dat niet alle zielen zomaar vrijgekocht worden uit het vagevuur. Daarom wordt er van een onvoorstelbare liefde gesproken bij zielen die voor anderen dit vagevuur- lijden op zich willen nemen.

Een recensist van het boekje schrijft in het Katholiek Nieuwsblad: "Alles wat de kerk over het vagevuur leert, is hoogste actualiteit. Een hartelijk meeleven en medelijden met de Arme Zielen behoort - nog altijd - tot onze eerste sociale plicht. Het is opmerkelijk hoezeer wij ons in dit tijdsgewricht weten in te spannen voor duizend sociale noden, dichtbij en veraf, en bezig zijn de meest dringende van alle sociale noden, de hulp aan de lijdende zielen in het vagevuur, over het hoofd te zien."

"Oh, als men toch eens wist hoe de arme zielen snakken naar onze hulp en hoe dankbaar zij zijn voor het geringste teken daarvan, wij zouden ze geen dag meer vergeten" heeft iemand eens gezegd.

Rust

Heel boeiend is het boekje geschreven. Het sleept mee over de grenzen van ons doen en denken en voert ons naar een vage wereld van visioenen en verschijningen die zo omschreven worden, dat ze sporen nalaten in de herinnering van de lezers.

En zo is het een boekje dat de lezers wegvoert van de werkelijkheid van het eens volbrachte offer van de Heiland. Het offer, waarmee Hij volkomen betaalde voor al de zonden van de Zijnen. Niet één zonde hebben ze nog over als zij hun ogen sluiten bij het sterven. Volkomen uitgewist. Als Gods kind gaat sterven, als zijn of haar aardse huis wordt afgebroken, dan is er een huis dat niet met handen gebouwd is. maar eeuwig in de hemel. Dan is het sterven een ingaan in de eeuwige vreugde. Daar mag gezongen worden: "Mijn God, U zal ik eeuwig loven". Alles is achter Gods rug geworpen, dat is de leer van de Bijbel!

Daar is de rust voor arme zielen. Laten we ons daar aan vasthouden opdat we niet opnieuw in een vage wereld van "misschien en hopelijk" terecht komen maar mogen leven in een vast vertrouwen op het werk dat Hij volbracht. In een zeker weten dat wie opnieuw geboren is, voor tijd en eeuwigheid de Zijne is, die Hij niet zal begeven noch zal verlaten, in leven noch in sterven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 november 1993

In de Rechte Straat | 24 Pagina's

Toch nog een vagevuur?

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 november 1993

In de Rechte Straat | 24 Pagina's