Maarten Luther in de strijd gestort
Groot moet de zielenood van Maarten Luther geweest zijn in de jaren rond 1510. Zijn hart heeft gebrand van verlangen naar de levende God. Maar niemand had hem troost te bieden. De hele kerk van die dagen liet hem in de steek. De paters, de biechtvaders, de rondtrekkende predikers, de filosofen, en wie je ook noemen wilt, niemand kon hem helpen.
Hoe onberispelijk de monnik Maarten ook trachtte te leven, in het besef van Gods tegenwoordigheid voelde hij zich een arme zondaar. Zijn geweten werd door onrust verteerd. Hij durfde niet te hopen dat hij God kon behagen door alle voldoening waarmee hij God probeerde te benaderen.
Diep heeft hij het voelen branden in zijn hart toen hij het neerschreef: "Ik voelde in mijn hart, dat ik Hem niet liefhad, nee, dat ik Hem veeleer haatte. De rechtvaardige God, Die de zondaars straft".
En was het dan niet met openlijke godslastering, dan toch zeker met veel gemor dat hij kwaad was op God.
Diep is Luther in dit moeras weggezonken…
Zo diep dat hij tot de volgende uitspraak is gekomen: "Alsof het al niet genoeg is dat ongelukkige zondaars door de erfzonde voor eeuwig verdoemd zijn en door de wetten van de tien geboden allerlei ellende hebben te doorstaan, stapelt God ook nog smart op smart en zelfs door het Evangelie dwingt Hij ons om Zijn rechtvaardigheid en toorn te dulden".
Wat vreselijk als het Evangelie, de blijde boodschap van de levende God een obsessie wordt voor een mens!
Dit gebeurt ook vandaag nog! In de Rooms-Katholieke Kerk… maar helaas ook in kerken waar in vorige eeuwen het heerlijke lied van de Reformatie heeft geklonken: "Eén Naam is onze hope…" Zijn Naam, Jezus Naam!
Gevonden
Luther heeft het gevonden. In Romeinen 1:17… de rechtvaardige zal door het geloof leven…
En daar ligt het ook voor vandaag. Het geloof in Jezus Christus, door de Heilige Geest gewerkt in het hart. dat alleen maakt zalig. Dat alleen verzoent met God. Dat alleen maakt Gods toornig aangezicht een vriendelijk en een vaderlijk aangezicht.
Fel heeft Luther alles wat niet heen wees naar Christus van de hand gewezen. Fel heeft hij geageerd tegen alle prediking van goede werken tot zaligheid. Fel heeft hij getoornd tegen allen die Christus voorstellen als: de vertoornde Rechter, de Aanklager van alle zondaren Die eenmaal zal oordelen… Zonder Hem voor te stellen zoals het Evangelie Hem ons doet kennen:
…de getrouwe Zaligmaker, Die zondaren nodigt om tot Hem te komen…
Luther noemde dit 'godslasterlijk, goddeloos'.
"Christus zal hen niets baten" heeft hij op een andere plaats neergeschreven.
"Welk gewin zullen zij hebben van Christus' lijden en sterven?" zo zegt hij later, "Wat zal hen baten Zijn overwinning op dood en hel, op zonde en duivel, zij denken immers zelf deze monsters wel te verslaan met hun goede werken en wetsvolbrenging."
Afgronden
Welk een afgronden gapen er ook voor ons in deze tijd. Velen vergapen zich aan allerlei plannen van verbroedering, waarbij de Christus uit het oog wordt verloren!
Anderen kennen God alleen als de gestrenge Rechter van hemel en aarde en spreken van niets anders dan van oordeel en zonde, van verdorvenheid en verlorenheid, zonder het oog te richten (van hen zelf of van anderen) op de ene Naam, Jezus.
Afgronden van wetticisme en slaafse vrees, afgronden van raak niet en smaak niet, en roer niet aan….
Afgronden van onmogelijkheden die opgeworpen worden voor de arme mens in de kerk, terwijl de ene mogelijkheid, die zo wijd is en zo breed en zo diep, verborgen wordt voor een zoekende ziel. De mogelijkheid die er is in Jezus Christus. In Zijn lijden en sterven en opstaan uit de dood.
Voor een moordenaar aan het kruis, voor een Manasse in de gevangenis, voor een Petrus die verloochende, voor een Paulus die vervolgde, voor een Henk en een Marietje, een Yvonne en een Jurriën, die het vandaag helemaal verkeerd doen en gedaan hebben… En die in hun nood roepen tot God…
God zoekt de zondaar.
Waar geen zonde is heeft God niets te zoeken!
Zondebesef is verdwenen en daarvoor in de plaats is gekomen: eigengerechtigheid, dit is het meest griezelige kwaad van vandaag. Dit is de grote (zo niet de doodsvijand) van de Reformatie.
Eigengerechtigheid bezitten is de illusie hebben dat God je niet kan veroordelen, zowel binnen als buiten de kerk. Buiten de kerk zegt men dan: "is er wel een God" en "wat heb ik aan geloven?"
Binnen de kerk weet men niet meer te leven met een God, Die veroordeelt; "God is toch liefde, en Hij houdt van mensen!"
Als er geen zondaren meer zijn in de kerk heeft God er niets meer te zoeken en de mensen verdwijnen bij duizenden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 november 1993
In de Rechte Straat | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 november 1993
In de Rechte Straat | 24 Pagina's
