WAARHEEN LEVEN WIJ?
O mens, zo vol van bezigheid,
bedenk, dat straks de eeuwigheid
het einddoel is van 't aardse leven,
dat hier zo kort u werd gegeven.
Leef dichter bij de werk'lijkheid,
die verder strekt dan deze tijd,
want hier vangt slechts het leven aan,
een klein begin van uw bestaan.
Hoe zal het later niet u zijn ?
Zult u, bevrijd van ziekt' en pijn,
van alle strijd, van ieder lijden,
niet eeuw'ge vreugde u verblijden?
Of zult u onder zyvare druk
in moeite zijn en ongeluk,
gekweld door machten van de dood,
met niets dan uitzichtloze nood?
Want dat is voor de mens het slot,
die leeft en werkt, maar zonder God:
de bron van alle vreugd' en zegen
verwerju hij immers, staat hij tegen.
Wie eens het goede wil ontvangen,
moet naar het hoogste Goed verlangen,
moet in de hier gegeven dagen
naar Hem, zijn goede Vader, vragen.
O mens, zo vol van bezigheid,
zoek eerst uw God in deze tijd,
want straks begint de eeuwigheid,
die hier door u wordt voorbereid.
Lees in de Bijbel: Johannes 3:36 en 5:28, 29; Openbaring 20:11 - 21:8; 2 Thessalonicenzen 1:8, 9; 1 Cor. 9:22 en Hand. 26:18
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1993
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1993
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
