OPPOSITIE VANUIT DE SCHRIFT
In Trouw verscheen een open brief van de r.-k. priester Antoine Bodar aan kard. Simonis, waarin hij de kardinaal wilde vertroosten tegenover de beproevingen, die deze de laatste tijd heeft moeten doormaken, vooral ook vanwege de affaire rondom mgr. Bär. Daarop verschenen bittere en felle reacties van "de teruggetreden priester Dolf Coppes, de afgevallen priester Herman Verbeek, de uitgetreden jezuïet Pieter van der Ven" - deze kwalificaties zijn van Antoine Bodar in een reactie daarop.
Ik meende er goed aan te doen zelf ook te reageren op dat artikel, maar Trouw plaatst slechts - althans, die indruk heb ik gekregen - artikelen van Rome-getrouwe priesters èn van ex-priesters die niet meer geloven in de onfeilbaarheid van de Schrift en weigerde dus mijn artikel. Ik ben daarom blij dat ik het kwijt kan in IRS. Ziehier mijn open brief aan Antoine Bodar.
Reste Antoine Bodar,
Drie ex-priesters die de Schrift niet meer als onfeilbare norm voor leer en leven aanvaarden, zijn tegen u van leer getrokken. Graag wil ik als vierde ex-priester met u in het krijt treden, maar dan wel als iemand die samen mèt u de Schrift als volstrekt betrouwbaar uitgangspunt neemt.
Ik ben het volledig met u eens, als u schrijft: "Alleen het Woord des Heeren blijft in eeuwigheid". Maar juist daarom wil ik u de volgende vragen stellen:
U schrijft: "In elke Heilige Mis is Christus de Offeraar, Die Zijn offer voltrekt." Maar is dat niet lijnrecht in strijd met wat de Schrift zegt o.a.: "Want door één offer heeft Hij voor altijd hen die zich laten heiligen, tot volmaaktheid gebracht" (Hebr. 10:14 - ik citeer uit de r.-k. Bijbelvertaling van 1975, zodat we dus over de vertaling niet hoeven te bakkeleien).
Nu weet ik dat volgens u de mis hetzelfde offer is als het kruisoffer. Maar hoe kan dat? We hebben op de lagere school geleerd: 1 en 1 is 2.
Goochelt u niet met getallen, wanneer u beweert: Elke mis is een echt offer en toch zijn die vele missen maar één offer, namelijk het offer dat Christus bijna 2000 jaar geleden bracht op Golgotha?
Uw kerk wil tegenover protestanten de schijn ophouden dat ze gehoorzamen wil aan de Schrift. Daarom beweert zij: de mis is de sacramentele, onbloedige tegenwoordigstelling van het éne kruisoffer en daarom is de mis hetzelfde als het éne kruisoffer. Maar al die spitsvondigheden kunnen niet ongedaan maken dat als elke mis een echt offer is, Christus vele offers brengt, terwijl Gods Woord zegt dat Hij slechts "door één offer" (Hebr. 10:14) ons met God verzoent. 1 + 1=2!
En waarom wilt u eraan vasthouden dat elke mis een echt offer is? Omdat u zich de eer en waardigheid wilt toekennen dat u een echte priester bent, in rangorde verre verheven boven de gewone christenen.
Maar is dat geen aanmatiging? Als de brief aan de Hebreeën het over het priesterschap heeft, lezen we: "En niemand kan zich die waardigheid aanmatigen, men moet evenals Aaron door God geroepen worden. Ook Christus heeft Zichzelf niet de eer van het hogepriesterschap toegekend; dat heeft God gedaan" (5:4.5).
Waar staat in de Bijbel dat God na Christus nog andere mensen roept om als echte priesters offers te brengen? Wat doet u met een uitspraak als deze: "Het is het lot van de mens éénmaal te sterven, en daarna komt het oordeel; zo is ook Christus éénmaal geofferd, omdat Hij de zonden van allen op Zich had genomen" (Hebr. 9:27,28)?
De brief aan de Hebreeën laat zien dat er in het Oude Testament meerdere priesters moesten zijn, omdat de dood hen belette in functie te blijven. "Maar Zijn priesterschap is onvervreemdbaar (kan niet op anderen overgaan), omdat Hij in eeuwigheid blijft" (7:23,24). Door uw bewering dat er na de opstanding van Christus nog priesters nodig zijn om Zijn priesterschap voort te zetten, ontkent u, zonder dat zelf te beseffen, dat Christus de "priester in eeuwigheid" is.
Terecht schrijft u: Eenvoud is de opperste schoonheid, hoogmoed de opperste lelijkheid." Maar waar is bij u die eenvoud te vinden?
Lees eens de brieven van de apostel Petrus. Hij noemt het hele christenvolk "een koninklijk priesterschap" (1 Petr. 2:9). Nergens spreekt hij over een aparte priesterkaste, waartoe hij zichzelf ook zou rekenen. Nergens matigt hij zich een apart priesterschap aan, boven het priesterschap van alle gelovigen. Hij noemt zichzelf alleen maar een 'mede-oudste' met de andere oudsten van de Gemeente (1 Petr. 5:1).
U beweert dat de mensen, wanneer ze hun zware zonden niet bij u als priesters willen biechten, voor eeuwig verloren gaan.
Maar ik geloof in wat Jezus zei tot de Zijnen: "Gij zijt al rein dank zij het woord dat Ik tot u heb gesproken" (Joh. 15:3). Ik heb uw woord als priester niet nodig om gereinigd te worden van mijn zonden. Het Woord van Christus is mij heus genoeg.
En ik heb méér vertrouwen in wat Christus tot Paulus zei dan in uw beweringen: "Ik (Christus) zend u (Paulus) tot hen (de heidenen) (…) opdat zij door in Mij te geloven vergiffenis krijgen van hun zonden" (Hand. 26:18). Jezus voegt er helemaal niet aan toe: "Ze krijgen pas de vergeving, als ze hun zware zonden aan u. Paulus, of' aan een van uw mede-arbeiders biechten."
Nergens lees ik in de Bijbel: "Zo is de liturgie hoogtepunt van menselijk leven én bron van menselijk handelen", zoals u beweert. Dat is een wensdroom van u. U wilt met het misoffer dat u meent aan God te kunnen opdragen, iets heel bijzonders zijn.
Maar daarmee bent u in strijd met wat Christus zegt: "Wie in Mij gelooft, heeft eeuwig leven" (Joh. 6:47). En aan het slot van zijn Evangelie zegt Johannes dat hij zijn Evangelie heeft geschreven, "opdat gij door te geloven leven moogt bezitten in Zijn Naam" (Joh. 20:31). "Door te geloven …", dus niet door de liturgie, niet door uw misoffer, ontvangen wij het leven van Christus. Of denkt u in de twintigste eeuw het beter te weten dan de apostel Johannes?
Natuurlijk zult u zich nu wel gaan verschuilen achter de paus van Rome. Die heeft, zo zult u beweren, van God de macht gekregen om de Bijbel onfeilbaar voor ons te verklaren. Natuurlijk komt u aandragen met de petra-tekst van Mat. 16:18.
Maar denkt u werkelijk dat Christus zo'n machtig juridisch gebouw (de R.-K. Kerk) heeft willen optrekken op de beeldspraak van een rots? Als u Zijn optreden en Zijn leer op u laat inwerken, hoe kunt u dan denken dat Jezus ook maar in de verste verte gedacht heeft aan een kerk met een kerkelijk wetboek van 1752 canones met hun vele paragrafen?
Antoine Bodar, erken dat u niet wilt luisteren naar hen die vanuit de Bijbel tot u spreken, want dan zou heel dat kaartenhuis van uw vermeende verheffing boven de 'gewone' mensen, de 'leken', in elkaar storten.
U laat de mensen voor u als priester neerknielen (en als u later bisschop wordt, mogen ze nederig de ring van uw vinger en als u paus wordt, uw voeten kussen) en u komt niet tot de nederige belijdenis van Petrus tegenover de hoofdman in Caesarea, die voor hem was neergeknield: "Sta op, ik ben ook maar een mens" (Hand. 10:26). U vindt die knielende houding van de mensen, die naar u opzien als de uitdeler van Gods genade, maar wat fijn.
U kunt en wilt niet zeggen dat u ook maar een mens bent zoals de anderen. U vindt dat u verre boven hen staat, want - dat denkt u - God heeft u de macht gegeven om elke keer in de mis een wonder te verrichten en brood en wijn te veranderen in het lichaam en bloed van Christus.
En dan kunt u wel heel nederig doen en zeggen dat u slechts "Zijn instrument, Zijn onnutte dienstknecht" bent, maar die nederigheid is volkomen in tegenspraak met uw aanmatiging dat u uzelf als een echte priester beschouwt, terwijl uit Gods Woord blijkt dat u daar totaal niet toe geroepen bent.
Beste Antoine, kom toch van uw hoge troon af. Zowel Petrus als Jakobus onderstrepen dat God de hoogmoedigen weerstaat en de nederigen Zijn genade schenkt (Jak. 4:6; 1 Petr. 5:5).
Begrijp me goed, ik wil niet beweren dat u BEWUST uzelf die geweldige wondermachten toeschrijft, terwijl u zou weten dat de Bijbel u daarvoor geen enkele grond geeft. Nee, u gelooft dat oprecht, omdat u in die mening bent opgegroeid èn omdat uw ONDERbewustzijn dat maar al te prettig vindt.
Maar gaan secteleden (bijv. van Waco) helemaal vrijuit, omdat ze blind hun leider hebben gevolgd?
Beste Antoine, ik heb dat vroeger ook allemaal geloofd. En ook ik zag - overigens in alle (schijn)nederigheid - tegen mezelf op, als ik de woorden van de consecratie over brood en wijn uitsprak en geloofde dat daardoor onder mijn handen, enkel door die machtswoorden, een wonder gebeurde.
Maar ik heb Christus gevonden als mijn volkomen en enige Zaligmaker. Met Paulus kan ik nu getuigen: "Om Christus houd ik zelfs alles voor vuilnis, als het erom gaat Hem te winnen en één te zijn met Hem, niet met mijn eigen gerechtigheid op grond van de wet, maar met de gerechtigheid die verkregen wordt door het geloof in Christus, de gerechtigheid die van God komt en steunt op het geloof' (Fil. 3:8,9).
En die onuitsprekelijke vreugde over het in geloof en liefde kennen van Christus gun ik ook u van ganser harte.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 1993
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 1993
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
