TOT VERKRIJGING DER ZALIGHEID (1 Thess. 5:9)
Goede vrienden,
U zult het ook wel bij ervaring weten dat de toekomst, waar wij naar uitzien, in sterke mate het leven van nü beïnvloedt. Op allerlei manieren wordt het leven vandaag bepaald door dat wat wij straks verwachten.
Toen ik indertijd overtuigd was dat ik priester en kloosterling zou worden, hield ik nog weinig of helemaal geen rekening meer met bepaalde cursussen, waarvan ik dacht: daar kan ik later toch niet zoveel meer mee doen.
En ik concentreerde me volledig op de cursussen godsdienst en godsdienstwetenschappen. Vanaf dat moment ging ik rusteloos informeren naar de voor mij geschikte kloosterorde.
Al mijn gedachten, alles waar ik mee bezig was, werden bepaald door de toekomst.
Dat is ook het eigene van de jeugd. Het zet op de jeugd het stempel van optimisme en verwachting. Je kijkt vooruit en je hebt idealen.
Maar als je ouder wordt, moet je erkennen dat de realiteit van het leven toch heel anders is geworden dan je in je jeugdjaren had gedroomd. Dat kan voor velen een grote teleurstelling zijn die moeilijk te verwerken is. Bijna dagelijks horen we van mensen, die bij gebrek aan hoop en toekomst, er een eind aan maken.
Zorg over de toekomst
Mijn vrienden, ook wij hebben allen onze eigen specifieke verwachtingen voor de toekomst. Maar we weten ook dat door al onze plannen er plotseling een streep kan worden getrokken. We weten dat de weg die we "moeten" gaan, wel eens heel anders kan zijn dan de weg die we "willen" gaan, en dat we weieens heel anders kunnen terechtkomen dan we onszelf hadden voorgesteld. En vandaag is dat risico zoveel groter dan vroeger. Want wat komt er vandaag niet allemaal op je af? Wat kan er in één jaar tijd veel gebeuren! En je vraagt je soms bezorgd af: heeft het nog wel zin om plannen te maken op lange termijn?
Vijf jaar geleden zag de wereld er heel anders uit dan nu. Hoe zal het over 10 jaar zijn? We weten het niet en we hebben de neiging om er niet al te diep over na te denken, want het maakt je alleen maar onzeker en onrustig. Zoals die man die zei: "lk heb mijn krant maar opgezegd, want je wordt er ziek van, van alles wat er in staat!"
En inderdaad, veel mensen durven niet meer doordenken over de toekomst, want diep in hun hart leeft er vrees voor wat komen gaat!
De mensen praten daar niet graag over, maar als je de kans krijgt om te praten over de diepste dingen van het leven, dan ontdek je dat er bij velen bezorgdheid leeft.
Bezorgdheid over de toekomst van de wereld.
Bezorgdheid over de toekomst van de kerk.
Bezorgdheid over de toekomst van de kinderen.
En er is, geloof ik, geen generatie die zo weinig vertrouwen heeft in de toekomst, als de onze. En als we eerlijk zijn, dan moeten we zeggen: het is te begrijpen. Hoe kun je nog vertrouwen hebben in politieke leiders, die zich schuldig maken aan allerlei duistere praktijken? Hoe kun je nog vertrouwen hebben in kerkelijke leiders, die, zoals in Nederland, als een stel verdwaasden gaan applaudisseren voor een uitspraak van een minister, die op een predikantenconferentie het lef had om te zeggen: "dat de klassieke Schriftuitleg over homoseksualiteit anderen schendt en straks bij wet verboden zal zijn"!
En laten we maar zwijgen van het afschuwelijke leed in zovele landen van onze wereld. Is het dan niet te begrijpen dat de meeste mensen de toekomst met weinig vertrouwen tegemoet zien?
Toekomst in Christus
Maar daartegenover zou het zo moeten zijn dat wij als gemeente van Jezus Christus anders zijn, want wij hebben weet van een hoopvolle toekomst. Dat wil niet zeggen dat er geen vragen en geen moeite meer zijn kan! Maar wij hebben het Woord van God dat zo duidelijk spreekt van een heerlijke toekomst voor hen die geloven! En daarvan hebben wij te getuigen.
Met klem te getuigen, van de hoop die in ons is!
En dit aan een wereld die arm is aan hoop, arm aan uitzicht, zat van onrust en onvrede. Ik geloof dat de tijd waarin wij leven een uitdaging is voor de gemeente om in haar leven te laten zien en in haar getuigenis te doen horen wat zij van de toekomst verwacht.
Was dit niet de kracht van de eerste gemeente?
Was dit niet de kracht van de gemeente te Thessalonica?
De toekomst van Jezus Christus stond er centraal. Deze beheerste het gehele leven van de gelovigen. Het was zelfs zo dat er gelovigen waren die daar zo gespannen mee bezig waren dat ze de realiteit van de dag uit het oog verloren. Ze lieten gewoon hun werk liggen, want dat was niet meer zo belangrijk - dachten ze - nu Christus toch elk moment kon terugkomen.
Paulus gaat daar duidelijk tegenin en wil enkele verkeerde voorstellingen daaromtrent wegnemen. Dat doet hij dan ook in het vorige gedeelte.
En als hij dat gedaan heeft, gaat Paulus in ons hoofdstuk verder spreken over Christus' komst. En als je de tekst goed leest, dan voel je zo dat Paulus een scherpe tegenstelling maakt tussen de ongelovigen en de lezers van zijn brief. Voor de ongelovigen, voor de wereld, zal de dag van Christus' komst als een dief zijn, ongedacht en onverwacht.
Het zal voor hen een verschrikkelijk iets zijn! Kon de wereld dat toch maar zien! Dat de zaligheid uitsluitend in Christus gevonden wordt! Maar voor de gemeente zal het een heerlijke en feestelijke gebeurtenis zijn, want - zo staat geschreven - "God heeft ons niet gesteld tot toom, maar tot het verkrijgen van zaligheid"! (v. 9).
Hoe totaal verschillend de toekomstverwachting is van de wereld en van de gemeente, blijkt hier uit dit woord. En omdat de toekomstverwachting zo totaal verschillend is, daarom is er ook een totaal verschillend levensgedrag! Althans zo zou het moeten zijn! Wij zijn anders en wij doen anders omdat wij een ander uitzicht hebben. En dit zal moeten blijken op alle terreinen van ons leven. Zo niet, dan neigen we naar wereldgelijkvormigheid.
Vreemdelingen in deze wereld
We horen vandaag nog aleens klachten over wereldgelijkvormigheid. En terecht. Maar het is wel belangrijk om te weten wat dat eigenlijk betekent. Als wij over wereldgelijkvormigheid spreken, denken we nogal vlug aan bepaalde modieuze stromingen, zowel in de gedachten en opvattingen als in de gedragingen. En deze kunnen inderdaad werelds zijn. Als het denken van de wereld in de gemeente wordt ingebracht, dan zijn we inderdaad werelds bezig. Als je een rok, een broek of een bloesje draagt waarin nauwelijks voldoende stof is verwerkt om de meest kiese lichaamsdelen te bedekken, dan ben je werelds bezig.
Maar anderzijds is het ook zo dat een mens zich uiterlijk korrekt en stijlvol kan gedragen en dat hij töch door en door werelds kan zijn. Want werelds is, als de toekomst waarover Paulus spreekt, in ons leven de beheersende plaats verliest, als die toekomst ons eigenlijk niets meer doet, ons niet meer motiveert tot een heilige wandel en een godvruchtig leven (2 Petr. 3:11).
Wereld is als wij vergeten dat we als vreemdelingen in deze wereld op weg zijn en dat het eigenlijke nog moet komen. Want als ik dat vergeet, dan ga ik vanzelf zo leven alsof mijn geluk en mijn blijdschap afhangt van wat ik hier in deze wereld kan krijgen en genieten. En dat hoeven daarom geen slechte dingen te zijn. Dat kan ook mijn gezin zijn, dat kan ook mijn werk zijn waaraan ik me volledig geef alsof dit de hele inhoud van mijn leven is. Maar zo leeft de wereld, zegt Paulus! En die wereld is dronken. Hij drinkt bovenmate in wat het leven hier inschenkt!
Wij echter moeten niet zo zijn, wij moeten nuchter zijn, zegt Paulus. Dat wil zeggen, dat in het licht van de toekomst, de dingen van dit leven hun overmacht voor ons verloren hebben. Rijkdom of armoede, ziekte of gezondheid, succes in zaken of mislukking, dat is niet het 'alles' voor een gelovige. Mijn geluk hangt daar uiteindelijk niet meer vanaf!
Die dingen bepalen mijn leven niet, want - zo leert onze tekst - mijn rijkdom ligt ergens anders, en die rijkdom is onaantastbaar voor alles wat er in dit leven kan gebeuren!
"God heeft ons niet gesteld tot toorn maar tot verkrijging der zaligheid"
Daartoe zijn we bestemd. Daar kan niets of niemand nog iets aan veranderen. Vanuit deze zekerheid wordt ons geloof een werkzaam geloof! Als we echt geloven dat ons leven gesteld is tot zaligheid, dan moet dat ons leven toch heel anders maken!
O wat leven wij vaak arm, alsof ons geluk afhangt van wat wij hier op aarde meemaken. Hoe vlug ga ik aan het klagen als het tegenloopt, als ik mijn verlangens voor dit leven niet vervuld krijg, als het niet naar mijn wens gaat, hoe vlug ben ik ontmoedigd als er tegenslag komt…
Maar, broeders en zusters, zo mag het toch niet! Voor mensen die van deze toekomst geen weet hebben is het te begrijpen dat ze zo zijn. Maar voor u en mij is het anders! "Want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot het verkrijgen van zaligheid"!!
Dat is onze hoop. Deze hoop verzacht zoveel leed. Deze hoop mildert zoveel verdriet. We mogen echt daarop gaan staan, op dit woord, op deze zekerheid! En om alle twijfel uit ons hart weg te nemen, zegt Paulus erbij: "door onze Heere Jezus Christus". Dat is het geheim. Door onze Heere Jezus Christus is er toekomst en door onze Heere Jezus Christus is er, voor wie gelooft, ook zekerheid van die toekomst. Die toekomst is bijgevolg niet meer mijn werk. Ik moet die zaligheid niet meer zelf verdienen. In geen enkel opzicht is die toekomst van mij afhankelijk, ook niet van mijn trouw, ook niet van mijn kracht!
Die toekomst is uitsluitend en alleen afhankelijk van Christus, van Zijn trouw, van Zijn kracht! Want als het aan mij moest liggen, dan wordt het nooit iets! En in dit verband denk ik weieens: als de omstandigheden moeilijker zouden worden en er zou eventueel verdrukking komen, zal ik dan sterk genoeg zijn om vol te houden? Zal ik trouw kunnen blijven? Maar, mijn vrienden, hier horen we dit troostend woord: 'JIJ' hoeft er niet doorheen te komen, je wordt er doorheen gebracht, door Jezus Christus! Je mag al zwak zijn en je mag al onbekwaam zijn, je komt er toch door Hem! Door onze Heere Jezus Christus! Van u wordt niets anders gevraagd dan te laten staan wat God Zelf heeft neergeschreven: die toekomst is er alléén, maar ook ten volle, door onze Heere Jezus Christus!
Met Hem leven
En wij, die dit alles weten en geloven, moeten erkennen dat we nog zo weinig leven uit de troost van die toekomst! Ons leven getuigt zo weinig van die blijdschap over wat komen gaat. Die toekomst ligt in ons gewone leven zo ver van ons af. Het doet in ons dagelijks leven zo weinig!
Voor de meeste christenen wordt die toekomst pas belangrijk wanneer ze op sterven liggen. We zijn eigenlijk het uitzicht op die toekomst kwijt geraakt.
En de vraag die wij onszelf moeten stellen is: hoe kunnen wij in het leven van elke dag iels van die blijde toekomst meedragen?
Wel, broeders en zusters, het antwoord staat in vers 10: "Die voor ons gestorven is, opdat wij, hetzij wij waken hetzij wij slapen, tezamen met Hem zouden leven".
Het was zo dat de gemeente van Thessalonica een beetje in de war was gebracht door het feit dat enkelen onder hen gestorven waren en ze vreesden dat die gestorvenen het feest van de wederkomst zouden missen. Ze waren in onzekerheid, in droefheid over het lot van deze gestorvenen. Wel, zegt Paulus, je hoeft niet te treuren als mensen die geen hoop hebben. Christus is gestorven opdat wij, hetzij wij waken hetzij wij slapen d.w.z. hetzij wij leven hetzij wij gestorven zijn, samen met Hem zouden leven. Hij wil hiermee duidelijk stellen dat de dood geen scheiding meer kan maken tussen Christus en de gelovigen.
Ook voor de gestorvenen geldt dat zij samen met Hem leven!
Dat is de zaligheid, zegt Paulus. Zaligheid is samen met Christus leven! Ik wil even terug naar de vraag hoe het komt dat wij, die toch geloven in deze zaligheid, zo weinig van die vreugde meedragen in ons leven.
Ik geloof dat het antwoord hier gegeven is, nl.: omdat we zo weinig echt met Hem leven! Dat is het wat ons veelal ontbreekt. De band met Christus is in de praktijk van ons dagelijks leven vaak zoek! Daarom is er zo weinig leven uit de zaligheid waartoe God ons bestemd heeft.
We leven zo vaak zonder Hem, we hollen maar voort op eigen wegen, maar we moeten weer leren 'met Hem te leven'!
Met Hem leven is niet maar leven in het besef dat, als er nood en moeite komt, Christus daar ook nog is, en als ikzelf aan het eind van mijn latijn ben, dat ik dan nog altijd naar Hem toe kan gaan om hulp. Neen, vrienden, met Hem leven is dagelijks met Hem omgaan, alles met Hem bespreken, dagelijks naar Hem luisteren in Zijn Woord. We zijn soms zo druk en in beslag genomen door honderd en één dingen, en we gunnen ons de tijd niet meer om te bidden en het Woord op ons te laten inwerken. Daardoor kan het niet anders dan dat ons geloof verschraalt, dat onze blijdschap verschraalt, dat ons getuigenis verschraalt…
Daarom, broeders en zusters, leef met Hem, d.w.z. leef biddend! Blijf dicht bij Hem, dicht bij Zi jn Woord. Zijn er zorgen of is er vrees voor de toekomst. Hij staat naast u. Zelf heeft Hij het beloofd: Ik zorg voor u; Ik leef en gij zult leven!
Vermaant elkander
En tenslotte, in de kontekst van deze toekomst, wijst Paulus ons op onze verantwoordelijkheid naar elkaar toe: "Vermaant elkander… sticht de een de ander (vers 11)".
- Vermaant elkander: dat betekent niet dat we elkaar op tijd en stond eens flink de waarheid zeggen. Neen! Vermaant elkander, wil zeggen dat we elkaar vasthouden op de weg naar de zaligheid. Veronderstel, je hebt pech met je auto en er komt iemand naar je toe om te helpen duwen… dan zeg je toch niet: zeg, waar bemoei je u mee. Dan ben je toch dankbaar dat hij komt duwen! Dan accepteer je toch zijn hulp.
Zo kan het gebeuren dat onze geestelijke motor wel eens afslaat. Dan is het toch een zegen als er mensen zijn die ons willen aanduwen!
- Sticht elkander: wijs elkaar op de toekomst, versterk elkaar in dit geloof! Deze vermaning van vers 11 staat immers in de kontekst van de wederkomst van Christus en onze toekomst in Hem.
Deze vermaning van vers 11 is een aansporing van Godswege om ons verantwoordelijk te weten voor elkaar.
En laten we maar eerlijk zijn: we zijn vaak geestelijk eenlingen en we gaan geestelijk onze eigen weg alsof dit de natuurlijkste zaak van de wereld is. We praten over van alles en nog wat, maar we gunnen mekaar geen blik in onze geestelijke strijd. We leven vaak geestelijk langs elkaar heen! En dit kan niet, zegt Paulus! Daarom deze nodige vermaning!
Hier ligt een taak voor ons allemaal en wij zullen ermee moeten beginnen in de kring waarin God u allereerst een plaats heeft gegeven: in uw gezin! Spreken wij als ouders en kinderen wel eens echt met elkaar over Jezus en Zijn toekomst? Maak je 't uw kinderen duidelijk dat een vaste baan en een goede boterham niet het voornaamste is en leven wij het hen voor, dat niet vele dingen maar één ding nodig is en dat dit éne de toekomst heeft? Wij zullen het elkaar moeten zeggen, in het gezin, maar ook daarbuiten! Eaten wij als gemeente zo op elkaar letten!
Houdt elkander vast en wijst elkander op Jezus Christus en leef eruit dat God ons niet gesteld heeft tot toom maar tot het verkrijgen van zaligheid door onze Heere Jezus Christus, Die voor ons gestorven is opdat wij hetzij wij waken hetzij wij slapen, tezamen met Hem zouden leven!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 1993
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 1993
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
