INTIMITEIT EN SOLIDARITEIT
Dat is de titel van een proefschrift van dr. J. Beumer dat handelt "over het evenwicht tussen dogmatiek, mystiek en ethiek" (uitg. Ten Have/Baarn, 354 blz. ƒ 45).
Er zijn boeken die je snel kunt doorsnuffelen en dan weet je wel ongeveer wat de schrijver wil zeggen en dat is dan niet veel.
Er zijn echter ook boeken, die op elke bladzijde iets nieuws bieden. Die boeken verwerk je slechts langzaam, maar het is een genot om die bladzijden tot je te zuigen. Dat is ook het geval met dit zeer inhoudrijke boek van dr. Beumer!
Het is daarom onbegonnen werk om de inhoud ook maar een beetje globaal weer te geven. Ik moet volstaan met hier en daar een hap en een snap. Bijvoorbeeld:
Om aan te geven wat het verschil is tussen geloof en mystiek citeert hij Borchert: "Geloof aanvaardt op gezag, geloofservaring betekent dat men dit gezagswoord kan beamen vanuit eigen ervaringen. Mystiek daarentegen is weten van binnenuit. Het is een onmiddellijk weten, in de letterlijke zin van het woord: er is geen middel tussen de werkelijkheid die zich openbaart en de eigen ervaring, geen woord, geen beeld, geen leerstelling, geen gedachte. Zoals bij een omhelzing." (121).
"De Eeuwige laat Zich niet manipuleren, ook niet door godsdienstige riten en rituelen. God breekt Zelf in, dwars door ons uiterlijke en innerlijke schild heen. Die overweldigende ervaring heeft de mysticus, daar schrijft hij stamelend over" (132).
Er is ook een hoofdstuk over "Mystiek en bevinding". Daarin citeert hij prof. Van Ruler: "Het huwelijk en het leven zijn dus nooit af. Zo is ook de bevinding nooit af. Er is nadering tussen God en mens, er is ook weer verwijdering. Er is verlangen en verwachting, er is ook verzadiging en verrukking. Er is de donkere nacht van de geestelijke verlating, er is ook de extase der vreugde. Een mens leert zichzelf steeds meer kennen in zijn diepe en totale verlorenheid en hij verliest zichzelf in de overgave der liefde aan Gods barmhartigheid.
Als het uur der minne slaat, kunnen wij alleen vol verwondering en ontroering staan daarover, dat ons diep-verdoemde bestaan in alle eeuwigheid gered en verheerlijkt is door Gods ongehouden goedheid. Maar gewoonlijk brengen wij onze dagen door in geestelijke dorheid en in doodsheid onzer ziel, opdat wij het gelóóf zouden leren en in alle eenvoud er alleen maar zouden zijn" (171).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 1993
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 1993
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
