Bekijk het origineel

ONTVLIEDT DE TOEKOMENDE TOORN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

ONTVLIEDT DE TOEKOMENDE TOORN

12 minuten leestijd

"En het geschiedde dat de bedelaar stierf, en door de engelen gedragen werd in de schoot van Abraham. En de rijke stierf ook, en werd begraven. En toen hij in de hel zijn ogen ophief zijnde in de pijn, zag hij Abraham van verre en Lazarus in zijn schoot" (Lukas 16 vers 22, 23).

Alle mensen zijn op reis naar de eeuwigheid, maar niet met dezelfde eindbestemming. Er zijn twee eindbestemmingen: hemel of hel. Wanneer aan mensen gevraagd wordt waar de reis naar de eeuwigheid naar toe leidt, wordt er heel verschillend gereageerd. Velen zeggen onverschillig: "Dat zal mij een zorg zijn. Dat zie ik dan wel". Als het zo blijft, zullen mensen hetzelfde zien als de rijke man. Zij zullen hun ogen opheffen in de hel, zijnde in de pijn. Anderen zeggen: "Ik hoop dat het goed komt". Dit antwoord is een weinig-, ja uiteindelijk, een nietszeggend antwoord. Want wanneer we ervan overtuigd zijn dat de hemel en de hel een realiteit zijn, wie zou dan niet hopen dat hij in de hemel komt?! Zij die antwoordden: "Ik hoop dat het goed komt" kunnen niet aangeven waar die hoop op gebaseerd is. Die ongegronde hoop doet mensen onbekeerd verder leven. Wanneer we werkelijk als eindbestemming de hemel hebben, weten we dat. Er is droefheid in ons hart naar God. We hebben heimwee naar God en zijn hier op aarde gasten en vreemdelingen.

De realiteit van de eeuwige rampzaligheid wordt door velen ontkend en door anderen verzwegen. Heel uitdrukkelijk wil ik u erbij bepalen. De Schrift zelf doet het ook. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de gelijkenis van de rijke man en Lazarus. Ik wijs u op de toekomende toorn, opdat u haar ontvliedt en u niet na het sterven met de rijke man uw ogen opslaat in de hel. Mijn bede is dat u evenals Lazarus in dit leven God tot uw deel mag krijgen, opdat u na dit leven opgewacht zult worden door de engelen en gevoerd zult worden in de schoot van Abraham.

De rijke man uit de gelijkenis leefde als een vorst. Hij was werkelijk schat- en schatrijk. Rijkdom op zich houdt een mens niet uit de hemel, maar rijkdom is wel een geweldige verzoeking. Hoevelen kwamen vanwege hun rijkdom nooit toe aan het lopen van de loopbaan van het geloof. Niemand van ons is zo rijk als de rijke man uit de gelijkenis, maar hoeveel mensen zijn er niet voor wie het het hoogste levensdoel is om in deze wereld vooruit te komen. Voor de toekomende wereld heeft men totaal geen belangstelling. Voor allen die zo leven, geldt dat hun einde het eeuwig verderf is.

God vraagt van Zijn kinderen dat zij matig, rechtvaardig en godzalig leven. Dat was bij de rijke man uit de gelijkenis wel heel ver te zoeken. Hij leefde alle dagen vrolijk en prachtig. Hij bekommerde zich niet om God en evenmin om zijn naaste. Aan de poort van zijn prachtige villa zat een arme bedelaar. Arm in materieel opzicht, maar rijk in God. Een man die het beeld van God droeg. De rijke man dacht er echter niet aan om die arme man ook maar iets te geven. Als je je geld goed wilt beleggen, doe je wel aan alle mensen en vooral aan de huisgenoten van het geloof, aan de kinderen van God. Op de jongste dag zal Christus immers zeggen: "Voor zoveel gij dit één van deze Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat Mij gedaan." De rijke man was een slaaf van zijn eigen geld en van zijn eigen begeerten. Hij had niet de kracht om de arme bedelaar aan de poort van zijn villa in zijn rijkdom te laten delen. Hij was met al zijn rijkdom een mens zonder God en daarom ook een mens zonder naaste.

Hoe groot was het verschil tussen de rijke man en die arme bedelaar. Zelfs de kruimels van de tafel van de rijke man werden hem niet gegeven. De bedelaar was niet alleen arm, maar ook ziek. Hij zat vol zweren. Honden, onreine beesten, kwamen om zijn zweren af te likken, maar hij had niet de kracht om die honden van zich af te houden. De bedelaar was één hoop ellende en toch was hij rijk, rijk in God. Met de psalmist mocht hij ervaren: "Schoon ik arm ben en ellendig, denkt God aan mij bestendig."

Reken maar dat iedereen in het bewuste stadje wist wie de rijke man was. Dat lag met de bedelaar anders. Bedelaars waren er genoeg. Wellicht dat de meeste van zijn stadsgenoten zelfs zijn naam niet kenden. En nu is het opmerkelijke dat de naam van de bedelaar wel in de gelijkenis wordt genoemd, maar de naam van de rijke man niet. Dat is natuurlijk niet zonder betekenis. Al had de rijke man een naam in de wereld, hij had geen naam bij God. Zijn naam stond niet in het boek des levens des Lams. Voor Lazarus lag het precies omgekeerd. Al telde hij in de wereld niet mee, hij was bij God bekend. God zag in gunst op hem neer. Niet zonder reden heet hij Lazarus. Lazarus betekent: God is mijn sterkte. Zo lag het bij Lazarus. Hij mocht leven uit het geloof: "De HEERE is mijn licht en mijn heil, voor wie zou ik vrezen?"

Lezer, de belangrijkste vraag die wij onszelf kunnen stellen, is: "Weet God van mij a f / " Dat we een naam hebben in de wereld zegt niets. Dat we een naam in de kerk hebben evenmin. Op de jongste dag, zo leert ons de Schrift, zullen mensen naar voren komen en zeggen: "Wij hebben in Uw Naam geprofeteerd". Mensen zullen Izich erop beroepen dat zij in het ambt hebben gestaan. Anderen zullen naar voren brengen: "Wij hebben in Uw tegenwoordigheid gegeten en gedronken, en Gij hebt in i onze straten geleerd". Dat wil zeggen: "Wij ontbraken niet in de kerk en hebben niet nagelaten het Avondmaal te gebruiken". De Bijbel maakt ons echter duidelijk dat er ambtsdragers en avondmaalgangers verloren gaan. Christus zal zeggen: "Ik heb u ; nooit gekend". Dat mensen zelf naar voren komen en zeggen wie ze zijn en wat zij allemaal wel gedaan hebben, is al een teken aan de wand. Als Christus ons werkelijk Ikent, voelen wij niet de behoefte om naar voren te komen. Dat is dan trouwens ook helemaal niet nodig. Want Hij roept de Zijnen. Al degenen die Hij hier riep uit de duisternis tot Zijn wonderbare licht en een nieuwe naam gaf, zal Hij op de jongste dag ook roepen om met Hem de bruiloft van het Lam te vieren.

In dit leven had de rijke man zo goed als alles mee en Lazarus zo ongeveer alles tegen. Maar wie de rijke man ook mee had, hij had God niet mee. En wat baat het de mens, zo hij de gehele wereld wint, maar schade lijdt aan zijn ziel. Lazarus daarentegen had God tot zijn deel. Rn zo God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn?! Ieder mens moet sterven. Noch de rijke man, noch Lazarus bleef dit bespaard. Lazarus stierf als eerste. Over zijn begrafenis lezen we niet. Natuurlijk heeft men zijn lichaam niet onbegraven laten liggen, maar hoogstwaarschijnlijk had hij helemaal geen vrienden en bekenden. Maar wie er ook niet waren, toen Lazarus de laatste adem uitblies, er stonden wel engelen klaar om hem te dragen in de schoot van Abraham. God verlaat nooit wat Zijn hand begon. Door tijd noch eeuwigheid te scheiden, ter dood toe zal Hij ons geleiden. Lazarus had evenals Abraham in dit leven leren geloven in God Die de goddelozen rechtvaardigt, en daarom mocht hij ook de eeuwigheid doorbrengen met Abraham in het nieuwe paradijs.

De rijke man is tenslotte ook gestorven. Het zal wel een geweldige begrafenis geweest zijn. Het is mogelijk dat op zijn graf met stelligheid is uitgesproken dat hij nu boven was. De rijke man was immers ook een zoon van Abraham, een kind van het verbond. Maar welke lovende woorden ook op zijn graf geuit zijn, de werkelijkheid was dat hij zich inmiddels in de buitenste duisternis bevond. Wat is dat voor de rijke man een ontstellende ervaring geweest. Na het sterven sloeg hij zijn ogen op in de pijn. Toen pas zag hij het geluk van Gods volk. Hij zag Lazarus in de schoot van Abraham. In dit leven had hij het geluk van Gods kinderen nooit willen zien. Hij keek op Gods volk neer, maar nu kon hij er niet meer om heen dat Gods volk gelukzalig is.

In de hel worden onduldbare pijnen geleden. De rijke man verging van dorst. Op aarde was hij gewend geweest te commanderen. In de hel was hij niet veranderd. Hij vroeg Abraham of Lazarus niet bij hem kon komen om zijn tong met water te verkoelen. Hij dacht alleen aan zichzelf en misgunde Lazarus de eeuwige zaligheid. Zijn verzoek wordt hem echter geweigerd. Dat is veelzeggend. Elke druppel vocht die wij hier op aarde ontvangen, en elke kruimel brood zijn roepstemmen tot bekering. In de rampzaligheid worden ons zelfs de geringste tijdelijke zegeningen onthouden. Hier worden zij ons geschonken, menigmaal in overvloedige mate, opdat wij door de goedertierenheden van God tot bekering geleid worden.

Als het eerste verzoek is geweigerd, komt de rijke man met een tweede verzoek. Is het niet mogelijk dat Lazarus terugkeert naar de aarde om zijn vijf broers te waarschuwen? Had de rijke man dan toch nog medelijden met zijn familie? Was hij bewogen met hun eeuwig heil? Wij moeten in een heel andere richting denken. Bij zijn leven had hij zijn broers nooit gewaarschuwd. Nooit had hij met hen gesproken over bekering tot God. Voorgeleefd had hij dat al helemaal niet. Zouden zijn broers in de rampzaligheid komen, dan zouden ze hem dat zeker verwijten. Hoogstwaarschijnlijk was hij de oudste, maar hij had op aarde zijn verantwoordelijkheid niet gevoeld. De rijke man vreesde de verwijten van zijn broers. Vandaar zijn verzoek aan Abraham. Wat zal het voor ouders zijn, als zij hun kinderen in de rampzaligheid ontmoeten. De beschuldigingen van hun kinderen zullen de hel nog erger maken.

Niet alleen het eerste, ook het tweede verzoek werd de rijke man geweigerd. Lazarus zou niet teruggaan naar de aarde. In de hel wordt elk verzoek geweigerd. Daarbij kunnen we trouwens nog opmerken dat de rijke man zijn verzoek niet richtte tot God, maar tot Abraham. Zelfs in de rampzaligheid meende hij dat hij een streepje voor had, omdat hij een kind was van het verbond.

Het verzoek van de rijke man of Lazarus naar de aarde kan terugkeren, wordt afgewezen. Abraham antwoordt: "Zij hebben Mozes en de profeten". Mozes en de profeten is een bijbelse aanduiding voor het Oude Testament, de Bijbel in de toenmalige omvang. De rijke man weet dat zijn broers zich niets van de Bijbel aantrekken. Hij had het op aarde ook niet gedaan. Hij herhaalt daarom zijn verzoek. Abraham herhaalt echter zijn afwijzing en antwoordt: "Indien zij Mozes en de profeten niet horen, zo zullen zij ook, al ware het dat er iemand uit de doden opstond, zich niet laten gezeggen". God heeft ons Zijn Woord gegeven om ons wijs te maken tot zaligheid. Als wij niet naar het Woord waarin God Zelf tot ons spreekt, luisteren, waarom zouden we dan wel naar een mens luisteren? Had Lazarus naar de aarde teruggekeerd, dan had dat ongetwijfeld de aandacht getrokken, maar of het ook tot waarachtig geloof had geleid, is een andere zaak. De Heere Jezus heeft eenmaal een man met de naam van Lazarus opgewekt uit de doden. En toen dat gerucht het sanhedrin bereikte, kwam het bij elkaar om te beraadslagen over de manier hoe zij de Heere Jezus ter dood zouden brengen.

Toen de farizeeërs hem eens een teken vroegen, wees de Heere Jezus op het teken van Jona de profeet. Jona verkondigde aan de heidense stad Ninevé het oordeel. De inwoners van Ninevé vroegen hem niet of hij zijn boodschap eens wilde bewijzen. Integendeel, zij bekeerden zich, terwijl Jona niet eens over de mogelijkheid van behoud had gesproken. Hoeveel meer dan Jona is de Heere Jezus Christus. Dat geldt niet alleen voor Zijn persoon, maar ook voor Zijn prediking. Christus predikte het oordeel, maar dat niet alleen. Hij verkondigde ook de weg van het behoud. Hij heeft getuigd dat Hij Zelf die Weg is. Daarom nodigde Hij zondaren tot Zich. "Komt herwaarts tot Mij gij die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven". Wij hebben niet alleen Mozes en de profeten, wij hebben ook de boeken van de evangelisten en apostelen, de negenendertig Bijbelboeken van het Oude en de zevenentwintig Bijbelboeken van het Nieuwe Testament. Of wij mogen hier tot onze zaligheid ervaren dat de Bijbel waar is, of wij zullen het straks ervaren in de hel. De Bijbel is waar. Ontvliedt daarom de toekomende toom. Laten we niet rusten voor we in Christus geborgen zijn en de onfeilbare kenmerken van het nieuwe leven vertonen.

Opheusden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 mei 1993

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

ONTVLIEDT DE TOEKOMENDE TOORN

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 mei 1993

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

PDF Bekijken