WAAROM MOET
Dat is de titel van een bijzonder boeiend, zeer, zéér waardevol boek van de theoloog Nico van der Voet (uitg. Boekencentrum-Zoetermeer, 139 blz. ƒ 21.-).
De auteur behandelt op heldere wijze een veel voorkomend psychisch probleem. Hij geeft daarop een op de Bijbel gegrond psychisch, wijs antwoord.
Dat probleem luidt: Hoe kan en mag en moet ik op een psychisch evenwichtige manier voor mezelf opkomen? Deze gezonde levenshouding noemt men 'assertiviteit' (van het Latijn assero = aanspraak maken op, staande houden, handhaven, beweren).
Maar er is ook een ongezonde levenshouding. Die noemt men de 'subassertiviteit". Die tref je aan bij mensen, die zich op een psychisch onevenwichtige manier altijd schikken naar de verlangens van andere mensen.
Vragenlijst
De auteur begint het eerste hoofdstuk met een vragenlijst, waarvan hij terecht zegt dat die eindeloos zou kunnen worden uitgebreid. We citeren:
"Als wij boodschappen kunnen doen in een dure winkel waarvan een familielid eigenaar is, of in een goedkope supermarkt, wat doen wij dan? Wat doen we als we moeten kiezen tussen geld weggeven aan hongerige mensen in Afrika, of extra sparen om een groter huis te kunnen kopen? Laten we het contact met onze lakse vrienden maar los, of zetten wij ons met dubbele energie in om de relatie goed te houden? Laten we onze woede blijken over de herrie bij de buren, of slikken we die maar in? Hoe reageren we op de moeilijke eigenschappen van ouders, kinderen, broers en zusters, man of vrouw? Aanvaarden we die of verzetten we ons ertegen? Ontfermen we ons over een aan alcohol verslaafde broer, of doen we net alsof we zijn probleem niet zien? Als onze moeder zeurt, geven we haar dan een grote mond of zwijgen we omdat ze onze moeder is? Wat doen we op ons werk, ons uitsloven terwijl de anderen er de kantjes af lopen? Keihard werken en niet aan onszelf denken, omdat we zoveel mogelijk andere mensen het naar de zin moeten maken? Doen we mee met de feestjes van vrienden, of zeggen we ronduit dat hun feesten ons niet aanstaan? Gaan we lekker schaatsen, terwijl we dringend een zieke moeten bezoeken?"
Hoogmoedig zelfbeklag
Mocht u de lezing van dit boek niet voor uzelf nodig hebben, dan zult u er zeker veel aan hebben voor het begrijpen van anderen. Wat denkt u van deze rake opmerkingen:
"Dienstvaardigheid, behulpzaamheid en gehoorzaamheid zijn grote deugden. Alleen, als ze voortdurend onbewust plaatsvinden, kunnen het vermoeiende ondeugden zijn" (38).
"Onbewuste dienstvaardigheid en sloven voor anderen zonder keuzen te maken, kunnen een mens krampachtig maken. Op één dag bezoekt een drukbezette huismoeder twee eenzame mensen, plakt zij behang op de muur bij een oude dame, doet zij de boodschappen voor de zieke buurman, belt zij op naar het jarige nichtje èn stuurt zij een pakje naar haar op, koopt zij kleren voor manlief die zelf niet naar de winkel wil. Zij regelt ook nog haar eigen huishouden. Uiteindelijk ploft ze zeer vermoeid aan het einde van de dag op bed neer, maar niet dan nadat ze - zelf al in de nachtkleding - nog in allerijl de jurk gestreken heeft voor de dochter van twintig jaar, die deze de andere ochtend wil aantrekken. Op bed realiseert ze zich dat die dag niemand haar enthousiast bedankt heeft. Met een zoete pijn in haar hart valt ze vervolgens in slaap. De volgende dag begint het liefdevolle, maar zo gejaagde leven weer opnieuw.
Deze vorm van vanzelfsprekende, onbewuste dienstbaarheid is niet gezond. Ze is dwangmatig. Iemand die zo dienstbaar is, leeft onder een constante druk van 'ik moet' en vraagt zich niet af of dat werkelijk nodig is. Ze roept schuldgevoelens op. Altijd is er het gevoel van tekort te schieten. Ze roept ook agressie op ('Ze laten mij ook maar alles doen!') Ze is bron van hoogmoed ('ik ben een van de weinigen die aan een ander denkt')" (39).
De fout van een ander zien zonder boos te worden
Dit boekje is ook van grote waarde voor allen die op een of andere manier geroepen zijn om anderen geestelijk te begeleiden. Je gaat over allerlei menselijke uitingen anders denken. Een voorbeeld: "We vinden het geen geweldige daad meer als we horen dat iemand na een ruzie die door een ander veroorzaakt was, als eerste om vergeving vraagt voor zijn houding" (122).
Inderdaad, je dient er een ander die altijd verwijdering onder broeders en zusters teweeg brengt, niet mee, wanneer je je haast om zelf vergeving te vragen om wat er bij jou misschien verkeerd was in dat conflict. Je versterkt op deze manier alleen maar zijn egoïsme.
Zeker, we mogen ons nooit boos maken. Uitbarstingen van woede horen bij de werkingen van het 'vlees' (Gal. 5:20).
Zelf heb ik het daar ook nog altijd moeilijk mee. Wanneer anderen mij onrecht aandoen, ben ik al lang niet meer zoals vroeger geneigd om dan maar de schuld op mij te nemen. Ik zeg het de ander ronduit, waarin hij verkeerd is geweest. Maar ik kan maar niet tot de zachtmoedigheid van Christus komen.
Ja, ik heb grote bewondering voor Hem. omdat Hij altijd weer in rust Zichzelf bleef bezitten, terwijl Hem toch het grootst denkbare onrecht werd aangedaan. Hij kon wel toornen, maar werd nooit woedend.
Zoudt ook u niet willen worden zoals Hij? Helaas, we bereiken dat pas na onze dood. Dan pas worden we volkomen gelijkvormig aan Hem. Dat is een van de redenen, waarom het 'Maranatha - Heere Jezus, kom!" voortdurend uit de harten van de gelovigen opstijgt.
Subassertief schuldgevoel is niet de bijbelse 'droefheid naar God'
Nog een wijze raad: "Als predikers tevens in hun manier van spreken over de nietswaardigheid van mensen elk gezond gevoel van eigenwaarde de grond in boren, worden mensen volkomen klem gezet. Als die mensen zelf hun psychische nood blijven beleven als ellendekennis voor God en daarom ook nog min of meer gaan koesteren, is de ziekmakende cirkel rond. Soms is ernstige depressiviteit het gevolg" (130).
"Wie op een subassertief-vrome manier met zijn schuld bezig is, wil daar ten diepste niet van af en zal de klachten over zichzelf eindeloos blijven herhalen" (131).
Dat laatste heb ik in briefwisselingen vaak ondervonden. Soms denk je dat ze het Evangelie begrepen en aanvaard hebben (namelijk dat alle heil alleen buiten ons, in Christus, te vinden is), maar ineens komen ze weer met hun oude tegenwerpingen op de proppen: "Ja maar … is mijn geloof wel echt? Is mijn zondebesef wel diep genoeg?". Enzovoort.
Ik meen dat je op den duur er beter aan doet hun klachten maar niet meer te beantwoorden. Ze willen in wezen niet geholpen worden. Het zich wentelen in al die sombere "is het wel echt?" is een tweede natuur voor hen geworden. Zonder dat ze het zelf weten, willen ze niet door Christus bevrijd worden.
Tenslotte wil ik nog eens dit zeer waardevolle boekje van Nico van der Voet dringend aanbevelen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1993
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1993
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
