GETUIGENIS
HET EENVOUDIGE KINDERLIJKE GELOOF
Goede Vrienden,
Ik zal proberen wat te vertellen uit mijn leven. Daar moet u beslist geen wet van maken, want Gods wegen kunnen zo wonderlijk verschillend zijn. Vanaf mijn prille jeugd heb ik al indrukken van God gehad; van Zijn Majesteit en van Zijn Grootheid. Vooral wanneer het onweerde, voelde ik me heel klein en nietig. Dan voelde ik mijn zonde en onbekeerlijkheid.
Toen ik 16 jaar was, mocht ik mij reeds vastklampen aan Gods belofte. Ik kan dat onmogelijk onder woorden brengen. Gods wegen zijn wonderlijk en niet na te speuren. Aanvankelijk wilde ik geheel en al voor de Heere leven. Maar o… dat zondige en niet-buigende inwendige verderf. Ik dronk de zonde in als water, 's Zondags op het voetbalveld en in de bioskoop, totdat God zei: "Nu is het genoeg!"
Toen heb ik mijn zonde uitgeschreid voor de Heere. En o wonder, er was ook een droefheid bij naar God, welke een onberouwelijke bekering werkt tot zaligheid. Later heb ik dat allemaal beter leren verstaan.
Ik moest mij bekeren! Dat staat geschreven op vele plaatsen in de Bijbel. Gelukkig heeft God er mij voor willen bewaren dat ik geen mensen sprak die zeiden: "Je kunt je niet bekeren. Zoiets moet God doen". De zeer verderfelijke pijl van de valse lijdelijkheid trof bij mij geen doel. Met deze zeer giftige vrome pijl des satans heeft de duivel in de gereformeerde gezindte zijn duizenden verslagen. Want honderden mensen - ik ontmoet er veel - blijven in een dodelijke gerustheid voortleven, zeggende: 'God moet het doen'. O diepte des satans!
Ze komen nooit tot het eenvoudige kinderlijke aannemen, waarvan de Bijbel toch zo duidelijk spreekt. Waar de belijdenisgeschriften ook duidelijk van spreken. Men zet als het ware het welmenende aanbod van Gods genade op zijn kop. Men wil de verborgen dingen doorgronden. Daar speelt de vorst der duisternis op in. En zodoende houdt hij velen van het geloof in Jezus als de enige Zaligmaker vandaan.
In het formulier van de heilige Doop komen zij niet verder dan dat zij van nieuws geboren moeten worden. Daar houden zij wettisch aan vast. Al het andere zegt hen weinig of niets.
Jezus alleen
Ik hoop van harte dat dit schrijven tot zegen mag zijn. Dat er velen in waarheid zich tot God mogen bekeren en zullen ophouden met redeneren, maar kinderlijk vertrouwend bij de Heere terecht mogen komen.
Ik hoop dat de twijfelende zielen moed mogen scheppen en uitroepen: "Ik geloof, Heere Jezus, maar kom mijn ongeloof te hulp".
Ook onze rooms-katholieke vrienden roep ik toe: zie toch af van elk vertrouwen in de mens, ook al is hij uw pastoor. Steun op God en op Jezus Christus alléén. Steun op Zijn volbrachte werk en gij zült zalig worden!
Ik was 19 jaar oud toen de Heere mij mijn zondige weg voor ogen stelde, waar ik bittere tranen over geschreid heb.
En al was ik dan aanvankelijk getrokken en al had ik dan aangename ogenblikken… de vaste verzekering was er nog niet. Bij ogenblikken wel. Petrus de rotsman mocht door het geloof getuigen: 'Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God'. Vlees en bloed had dat aan hem niet geopenbaard, zei Jezus. Maar Petrus moest de zaal van Kajafas nog passeren. Daaruit kan men leren dat er wel geloof is, maar men is nog niet ontdekt aan dat onbuigzame inwendige verderf. Men verstaat nog niet waar Paulus mee worstelde: 'Het goede dat ik wil dat doe ik niet, maar het zondige dat ik niet wil. dat doe ik. Ik dank God voor Zijn genade in Christus Jezus'.
Volgt dit niet, dan is het gehuichel en napraterij.
Het hoogmoedige 'ik' moet sterven, wat schier niet gelukt. Immers, het verdorven vlees, de satan en de wereld spannen samen om u naar de ondergang, ja naar het verderf te slepen.
Gelijk de kinderen
Als deze strijd er niet is, dan kunt u een heel vroom en keurig mens zijn, maar de Zaligmaker kent u niet.
Het verdorven 'ik' laat zich ook gelden in de godsdienst en dan is het des te gevaarlijker. Waarom zijn er zoveel kerkgenootschappen?
Omdat het vrome 'ik' op de troon zit. Men neemt elkander niet aan. Men twist over bijkomstigheden.
Zal er ooit een opwekking komen in Nederland, dan moeten al die godgeleerden ophouden met redeneren. Wij moeten als de kinderen worden! Zo gij niet wordt gelijk de kinderen, gij kunt het Koninkrijk Gods niet ingaan!
Vier jaar lang heb ik met vallen en opstaan geworsteld, totdat er een dag kwam dat God ingreep. Ik bad of de Heere mij wilde bewaren om niet naar het voetbalveld te gaan op zondag. Ik stond op en ging naar het voetbalveld. De eigengerechtige vrome mens kan dat niet begrijpen. Ik moet Paulus nazeggen: 'Het goede dat ik wil, dat doe ik niet'. Het werd zo aardedonker in mijn ziel, dat er schier niets overbleef van de vreze Gods.
De Heere had mij een geestelijke moeder geschonken in onze buurtschap. Iedereen was bij haar steeds welkom. Wanneer iemand in tijdelijke of geestelijke nood verkeerde, dan was hij of zij bij haar altijd welkom. Zij is al lang overleden. Zij was iemand die de daad bij het woord voegde. Zij kon zo eenvoudig en hartelijkmeelevend evangeliseren. Zij is velen tot een rijke zegen geweest. Ook mij. Zij vergat de herbergzaamheid niet. Ik kan nu nog hartstochtelijk verlangen naar die tijd. Ik schrijf dit met tranen van heimwee… om met haar en allen, die de Zaligmaker hebben lief gekregen, eeuwig God te verheerlijken. Maar nu ter zake.
Het was bij mij erg donker en de godsdienst deed mij weinig meer… Maar o wonder van Gods onbegrijpelijke genade! Alle dingen moeten medewerken ten goede, ook de verharding en zelfs de zonde.
Na deze zult gij het verstaan! Dat is dan ook gebeurd. Het was in het jaar 1939 dat ik weer eens bij mijn geestelijke moeder kwam.
Ze zei tegen mij: 'Broer (dat was mijn roepnaam), ik heb over jou gedroomd. Je zat heel erg te huilen bij mij'. - 'Ik kan het moeilijk geloven', zeide ik. Immers alles was zo donker en ik voelde mij zo verhard.
De vriendschap met haar hield ik wel aan. Wij waren weer samen op een avond. Daar lag een kalenderblaadje op tafel. Ik nam het en wat las ik daar? "Maar de Heere zal u wezen tot een eeuwig licht" (Jes. 60:19). De Heere kwam toen met zulk een onweerstaanbare kracht in mijn ziel. Met Zijn heerlijke verlossende kracht.
Het is onmogelijk om dit in woorden uit te drukken. Ik werd van stonde aan met zo'n ijver bezet om te getuigen. En dat heb ik toen ook gedaan. Heel eenvoudig en stuntelig. Ik begon zomaar te evangeliseren. Zomaar op straat begon ik te zingen. Ik werd er gewoon toe gedrongen door Gods Geest.
O, als ik daar nu op terugzie, dan denk ik: 'Hoe is het toch mogelijk dat je het gedurfd hebt'. Veel spot en kritiek heb ik moeten verdragen. En dat is nog zo. Want ik werd totaal niet begrepen. Soms ook niet door Gods kinderen. Velen hebben genoeg aan hun vormengodsdienst.
God geve een heerlijke opwekking
Wie wijs is bij zichzelve, van een zot is meer verwachting dan van hem. Eaat dat op u inwerken, gij die het allemaal zo goed weet.
Vele predikanten heb ik toen bezocht. Ik kwam tot de verschrikkelijke ontdekking dat er veel eigenwillige godsdienst was. Ook bij predikanten die hoog aangeschreven stonden.
Ik ben zeer verheugd dat er toch nog een blad in Nederland is, waarin ik mijn boodschap, die ik van Godswege moet doorgeven, schrijven mag. God geve dat het als een bom in mag slaan in vele harten. Bovenal in die harten die leiding hebben te geven. Die leiders die God daartoe roepen zal.
Want als God roept, is dat niet te weerstaan… Hij gorde hen aan met kracht en moed der leeuwen.
God geve een heerlijke opwekking!
Van God uit is dat mogelijk. Vanuit de mens niet. De mens wil steeds maar redeneren.
God schenke geloof en vertrouwen. Dat niemand zegge dat het niet kan! Dit zou ongeloof zijn en anders niet! Bij God zijn alle dingen mogelijk! Wij moeten altijd weer leren de minste te zijn. Dan zal God ons verhogen. Volg Jezus na in Zijn voorbeeldig leven.
Ik zie de valse lijdelijkheid niet anders als een sekte. Deze sekte openbaart zich niet in een aparte groep of een kerkgenootschap, maar in verschillende kerkgenootschappen. Bij de een al erger dan bij de andere.
Wie afwacht tot God hem bekeert, zal nooit bekeerd worden.
In wezen schrijft hij God de wet voor.
O, laat u gezeggen en geloof God op Zijn Woord!
Klem u vast aan Zijn belofte. Jezus wil u zaligen! Hij wil u hebben met lichaam en ziel.
Bekeert u
Zonder heiligmaking zal niemand de Heere zien. O werd dit maar meer benadruk! op de kansel. Als de bekering u niet brengt tot heiligmaking, waar je ook nooit mee klaar komt, werp dan alles maar voor de mollen en vleermuizen, want het was niet uit God.
De duivel is een grote aap, zoals Luther zei, en dat is hij nog.
Hij probeert het geloof na te bootsen, en daar is hij een meester in. Men kan dit alles in Gods Woord terugvinden.
Lees er niet overheen. Laat het op u inwerken.
Leef bij Gods Woord. Stap af van alle systemen. Met een systeem-godsdienst komt u eeuwig om. Werp u met al uw vragen en onbegrijpelijke dingen aan de voeten van die God, Die in Christus al uw zonden wil vergeven en al uw zorgen dragen wil.
Bekeer u. Bekeer u! Laat de engelen in de hemel een loflied aanheffen over uw bekering. Waarom blijft u van verre staan?
Wat zal ik nog meer schrijven?
Waar zijn we in Nederland om verlegen. Om de gezonde woorden Gods? Het gezonde en zielen-vangende Evangelie?
De uitdrijvende gesel moet er overheen. De gesel der liefde. De gesel der ontgronding.
Wij hebben geleerde theologen genoeg in Nederland. Maar echte zielenvangers en vissers niet zo bar veel. Zielen vangen kun je niet op school leren. Dat kan God je alleen maar leren.
Bid daar vurig om.
Tenslotte nog dit, geliefde lezer, vlucht met al je zonde tot de troon der genade. Geloof in de Heere Jezus Christus en gij zïilt zalig worden. De duivel komt u op die weg tegen, maar vrees niet. Geloof alleen! Grijp naar het eeuwige leven tot hetwelk gij geroepen zijt!
Driebergen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 maart 1993
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 maart 1993
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
