GETUIGENIS
Beste Geloofsgenoot,
Heel erg bedankt voor het toezenden van het boek "Wat is Geloven?", èn voor de mooie kaart. Ik ga er meteen in lezen en hoop er veel van te kunnen leren, want ik sta nog maar aan het begin in de wereld van het geloof.
Hopeloos ongelukkig
Ik ben op het platteland geboren en in een christelijk gezin opgegroeid. Tevens christelijk onderwijs mogen ontvangen. Maar op de middelbare school - ik was toen 14 jaar - begon ook de andere wereld te trekken. Ik was toen al fan van de 'top 40' en de hele rommel. Ik kreeg verkering en het uitgaansleven in het weekend begon mij zeer te lokken. Die verkering duurde niet lang, de een volgde de ander wel weer op. Door de week altijd druk voor school en in het weekend druk met uitgaan. Op zondagmorgen uitslapen, want ik was veel te moe om uit mijn bed te komen. Maar om mijn ouders plezier te doen ging ik dan 's avonds naar de kerk. Dit hobbelde zo een tijdje door.
Op een gegeven moment kreeg ik verkering met een jongen, aan wie ik me heel erg ging hechten. Maar van de een op de andere dag was het uit: er was voor hem "een ander" in het spel. Mijn hele wereld stortte in elkaar. Een zwarte periode was het. Bovendien kreeg mijn heste vriendin de ziekte van Pfeiffer. Met haar kon ik nog moeilijk praten. Ik begon mezelf meer en meer af te sluiten voor anderen. Ik had nog alleen mijn school. Ik heb heel goede hersens en stortte mij volledig op mijn school- en huiswerk.
Het gebeurde vaak dat ik afwezig was op school, omdat ik zo moe kon zijn en mij zo ellendig voelde. En toch ging ik zo maar verder. Met hoge cijfers kon ik naar de eindexamenklas van het VWO.
Het was in september vorig jaar dat ik het niet meer aankon. Ik wist dat ik iets wezenlijks miste. Ik was op zoek.
Ik schreef een lange brief naar onze dominee, waarin ik alles vertelde wat ik voelde. Ik leed ook sterk onder al het geweld en de nood die vanuit TV en krant op je afkomen. Ik voelde me schuldig en machteloos. Van de dominee kreeg ik een heel bemoedigende brief terug. Ik citeer daaruit:
“De Geest is als de wind. Hij blaast waarheen Hij wil. En ik weet zeker dat Hij ook in jouw hart waait. Hij maakt je onrustig, maakt je hopeloos ongelukkig zonder die grote Herder en Vriend.”
Ik wist goed genoeg dat ik verkeerd bezig was om op zondagmorgen in bed te blijven liggen. Ook al ging ik niet meer uit, ik leefde in mijn eigen kleine wereldje. Ik moest alleen die drempel nog over, en dat gebeurde door die brief. Vanaf die tijd moest ik op de een of andere manier iedere zondag beide diensten meemaken. Ik was ertoe gedrongen. Ik luisterde dan altijd heel intens, maar alles bleef donker in mijn hart. Het was Gods tijd nog niet. In die periode leerde ik dag en nacht. Ik was van een heel levendig en drukdoend meisje heel stil geworden en in mijzelf gekeerd. Ik kreeg last van 'bulinia nervosa', echte eetaanvallen, en dan alles overgeven. En dat hield ik allemaal verborgen. Niemand wist ervan. Mijn ouders zagen wel dat het niet goed ging, maar ik zei nooit wat. Ik leefde op een eilandje. Zo ging het maar verder. Op school haalde ik prima cijfers, maar of ik echt gelukkig was? Welnee, ik was ontzettend eenzaam en alleen.
Vlak voor de herfstvakantie klapte ik dicht. Ik wilde zo niet meer verder. Maar ik had geen alternatief; dus, na de vakantie, toch maar weer door… tot op maandagmorgen 15 december.
Alles mocht ik bij Hem neerleggen
Zoals altijd fietste ik op mijn mountainbike naar school.
Onderweg werd ik aangereden door een bestelwagen. Hoe alles gebeurd is kan ik me niet herinneren, want ik kwam later op de dag in het ziekenhuis bij bewustzijn. Ik had gemakkelijk dood kunnen zijn. Op dat moment wilde ik dat ook, want nu was het allerlaatste, de school, mij ook nog ontnomen.
Ik had een zware hersenschudding, een gebroken sleutelbeen en kneuzingen over geheel mijn lichaam.
Ik mocht al snel weer naar huis, want thuis opknappen was de leus die ik meekreeg. Omwille van de zware hoofdpijnen bleef ik hele dagen in bed. Ik zonk steeds dieper weg en zag geen uitkomst meer. Ik wilde uit het leven stappen.
Toen, op een zondagavond, ben ik stiekem weggeglipt door een zijdeur naar buiten, richting station. Maar daar aangekomen had ik (God zij daarvoor dank!) de moed niet meer. Dus maar weer terug naar huis. Daar was alles in rep en roer, want ik was vermist. Die avond is de dominee nog geweest. Dat vernam ik later.
De volgende dag kwam onze huisarts en had maar één advies: 'Ergens anders naartoe jij.' Toen ben ik op stel en sprong naar mijn oma en opa gegaan. En daar gebeurde het grote wonder! Het is zo moeilijk om het onder woorden te brengen. Het was alles zo overweldigend! Daarom trof mij in het maandblad 'In de Rechte Straat', de rubriek 'Ontmoetingen'. Daarin werd geciteerd uit een brief, waarin ik zoveel van mezelf herkende.
In die periode wandelde ik heel veel. Dan leek het wel alsof ik met God wandelde. Ik vertelde alles aan Hem wat ik maar kwijt wilde. Alles mocht ik bij Hem neerleggen!
Dan overviel mij zo'n grote blijdschap van binnen, iets wat eigenlijk met geen pen te beschrijven is. Heel mijn hart was vol van liefde. Ik voelde mij er een beetje onwennig onder. Het was allemaal zo nieuw voor mij. Door de hoofdpijn kon ik met moeite lezen, maar toch las ik telkens een stukje uit het Mattheiis-Evangelie.
Het leek wel alsof ik ze nog nooit onder ogen had gezien, die woorden. Ik dronk ze in als water. Ik las met ogen van het geloof.
Ik werd er zo rustig door, ondanks al de problemen die ik nog voor me had. Maar ik had nu een nieuwe start gemaakt.
Ik moest uit mijn cocon gehaald worden
Voor mijn oma werd het helaas allemaal teveel. Zij sjouwde mijn problemen met zich mee. Het werd voor haar te zwaar, zodat zij aan de medicijnen moest. Mijn ouders zeiden: dat gaat te ver, kom maar terug naar huis!
Ik had echter zo'n grote afkeer gekregen van mijn oude omgeving, dat ik niet naar huis terug wilde. Maar ik had geen keus. Toen ben ik gedurende één week thuis geweest. Een week waarin ik wegvluchtte naar allerlei plaatsen om maar niet thuis te moeten zitten.
Ik was in het ziekenhuis bij een psychiater geweest. Wij besloten dat ik een deeltijdbehandeling zou gaan volgen in het APZ te Dordrecht. Maar in mijn woonplaats blijven, dat kon niet meer. Ik had het gevoel compleet gek te worden. Nu ik terugdenk aan die periode, lijkt het zo onwerkelijk. Enerzijds zat ik zwaar in de problemen, anderzijds was het geloof in mijn leven gekomen. Eindelijk, na veel zoeken, kon ik terecht bij een adres in de buurt. Dit was ook weer zo wonderlijk: een man en vrouw, kinderloos en bovendien christelijk. Toen begon weer een moeilijke tijd, een tijd van leren praten. Dat had ik nooit gedaan. Ik kreeg weer contact met mijn ouders. Ik moest uit mijn cocon gehaald worden. Veel gehuild, geschreeuwd, wanhopend, maar ondanks dat kon ik steeds terugvallen op mijn God. Nu is alles in rustiger vaarwater gekomen.
Maar dat verandert zeer binnenkort ook al weer.
Ik mag vertrouwen op Zijn beloften
Al ruim een jaar geleden, dus toen alle ellende net begon, had ik besloten om na mijn eindexamen eerst te gaan werken en dan naar Israël te gaan om er in een kibboets te werken.
Ik spaarde voor mijn vliegtuigticket. Dit was ook weer zo wonderlijk: ik had meteen werk te pakken, ook nog eens naast de deur!
Toen ik die reis plande was dat zonder religieuze overwegingen. Maar die spelen nu zeker mee. Ik mag nu het beloofde land met eigen ogen zien en de plaatsen bezoeken waar ooit Jezus eens liep.
In de kibboets zal ik vrijwilligerswerk doen; tegen kost en inwoning kan ik er verblijven. Ik heb het voor een halfjaar besproken. Wat ik dan ga doen, weet ik nog niet. ik heb wel al plannen om naar een evangelische hogeschool te gaan. Maar wie weet wat voor plannen God met mij heeft. Hij gaat andere wegen dan wij ooit kunnen vermoeden. Ik heb nog zoveel te leren. Leren om mezelf helemaal aan Hem over te geven. En altijd alles aan Hem te vertellen.
Als je leven weer wat rustiger wordt, komt het gevaar van 'verwatering' zo snel omhoog. Ook twijfels van 'is het wel echt?' En 'maak je jezelf niets wijs?'
Ik ben nu net weer uit een dal omhoog geklommen. Het was een dal van vertwijfeling over mijn geloofsleven en een afgrijzen van mijn daden van elke dag. Toen ik daar middenin zat, heb ik de dominee geschreven. Ik kreeg een heel bemoedigend antwoord.
“Het feit dat je geloof bestreden wordt, is juist een teken dat het echt is. De zekerheid van het geloof ligt ook niet in jou, maar in Hem Die het geloof werkt. Het geloof zelf is vol zekerheid, maar het rust in een mens die zondig is en vol duisternis.#x201D; Dit is zomaar een klein stukje eruit. Daardoor kon ik weer verder. Ik moest nog zo Ieren te vertrouwen op Zijn beloften, mij geheel overgeven aan Zijn Woord.
Soms kan ik dat ook echt. maar soms ook is alles duister in mijn hart. En dan weet ik dat dit aan mij ligt. Dan ga ik weer bidden en smeken. Want zonder Jezus in mijn hart ben ik zo ongelukkig.
Ik zou alles wel kunnen missen, als ik Hem maar niet hoef te missen! Hn dan, dan verschijnt Hij weer als het grote Licht in mijn leven. Het blijft een wonder, andere woorden heb ik er niet voor!
Onbegrijpelijk, het wonder van Gods Genade!
Over drie weken vertrek in naar Israël. Ook daar gaat God mee. Dat mag ik geloven. Hier in Dordrecht heb ik een gezegende tijd gehad. Ik ging bij Ds. De Groot naar de kerk. Hij heeft mij vaak mogen bemoedigen in de kerkdiensten. Zo kwam ik ook in contact met het werk van 'In de Rechte Straat'.
Ik mag dan nog maar 17 zijn, ik voel me alsof ik jaren ouder ben, en dit door de vele gebeurtenissen in mijn laatste levensjaar. Ik mag er de Heere God echter voor danken. Hij heeft me uit de modder getrokken en mij als Zijn kind aangenomen. Waarom? Omdat Hij van me houdt! Hij wil ook mijn behoud! Onbegrijpelijk toch, dat wonder van Gods genade. Nu heb ik nog een leven voor me om Hem daarvoor te danken, om Hem te dienen en te volgen. En om daarna voor altijd bij Hem te mogen zijn. Nooit meer ellende, pijn noch verdriet!
“Daarom vertragen wij niet; maar hoewel onze uitwendige mens verdorven wordt, zo wordt nochtans de inwendige vernieuwd van dag tot dag. Want onze lichte verdrukking, die zeer haast voorbijgaat, werkt ons een gans zeer uitnemend eeuwig gewicht der heerlijkheid” (2 Kor. 4:16-17).
Dit zijn voor mij zulke troostrijke woorden. Met deze woorden wil ik afsluiten. Het is een lang verhaal geworden, maar eigenlijk is het nog veel te weinig. Gods daden in een mensenleven zijn niet met een pen te beschrijven, zo groot zijn ze!
Ik kan het zelf allemaal soms ook zo moeilijk vatten. Dan proef ik meteen iets van Gods almacht en van onze nietigheid. We denken soms dat we heel wat kunnen, maar we zijn maar nietige mensen die totaal van God afhankelijk zijn. En dat is maar goed ook! Hij weet wat goed voor ons is en leidt ons naar het Vaderhuis!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1993
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1993
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
