'K HEB ANDEREN AL DE RECHTEN VAN UW MOND…
(Enkele gedachten over evangelisatie)
Er kan geen enkel misverstand over bestaan, dat elke oprechte en ware christgelovige de roeping heeft te evangeliseren. Dat is een heilige 'vanzelfsprekendheid'. We kunnen daar niet genoeg de nadruk op leggen. Immers wie zelf door het Evangelie van Gods genade is aangeraakt en overweldigd, zal ook anderen daarmee bekend willen maken.
Wie zelf gesmaakt heeft de goedheid en de ontfermende zondaarsliefde van God, zal er alles aan gelegen zijn ook anderen te doen delen in het heil. Wie zelf in de rechte stand voor God mag leven, door bekering en het geloof in Christus Jezus de Heere, zal ook anderen die Borg en Middelaar voorstellen en aanprijzen. Dat zal geschieden in bewogenheid en met een laatste ernst. Het gaat op de eeuwigheid aan. Er wacht alle mensen het gericht. Dwars door de turbulente gebeurtenissen van dit laatste der dagen heen horen we de voetstap van Christus. Hij komt om te oordelen de levenden en de doden.
Christen-zijn is dan ook niet in een gemakkelijke fauteuil achterover leunen, om de zaken op hun beloop en zij die ten dode wankelen aan hun lot over te laten. De christen kent geen zorgeloos bestaan. Want het is nog altijd onmogelijk, dat, zo wie Christus door een waarachtig geloof ingeplant is, niet zou voortbrengen vruchten der dankbaarheid (H.C. vr. en antw. 64).
Dat heeft dan ook in zich anderen te vertellen de rechten van Gods mond. Met lust. Nu kan niet ontkend worden dat er de laatste jaren veel aandacht is gegeven aan de methoden waarop dat zou moeten gebeuren.
De bezinning dus op de vraag hoe wij vandaag dat Evangelie “aan de man” moeten brengen. Vergissen wij ons niet dan is dat min of meer ten koste gegaan van de bezinning op de inhoud van de boodschap.
Wat is evangeliseren?
Daaronder verstaan wij eenvoudig het uitdragen van de boodschap van het Evangelie. Het is Christus Jezus de Heere verkondigen, niet als voorwerp van discussie of als voorwerp van kritische beschouwingen. Maar wel als Zaligmaker van zondaren. Christus en Zijn werk in relatie tot de nood van de gevallen mensen, die zonder God en zonder Christus zich bevinden onder de toom van God als Rechter. En die daarom krachtig worden aangespoord tot Christus te komen en Hem als hun Zaligmaker aan te nemen. Christus, Die hun als de enige hoop wordt aangeboden voor deze en voor de toekomende wereld. Daarmee erkennende dat ze zonder Hem in de meest volstrekte zin van het woord verloren zijn. Daarbij is er ook de aansporing Hem niet alleen als Zaligmaker te kennen, zich aan Hem over te geven, het alles van Hem te verwachten, door de Heilige Geest hun vertrouwen in Hem alleen te stellen, maar ook Hem als Koning in de gemeenschap van Zijn kerk te dienen. Voor Hem te leven, naar al de geboden en rechten van de Heere. Èn zo voor Hem te lijden en te strijden. Onder Zijn banier, door Zijn kracht en van Zijn genade. Evangeliseren is verkondiger zijn van een goede boodschap. Daarmee op een hoge berg klimmen, de stem opheffen, niet vrezen en zeggen: Zie hier is uw God (Jes. 40:9). Evangeliseren is dus goed nieuws brengen. Goed nieuws van God. Wat de Schepper heeft gedaan en wil doen om zondaren zalig te maken. Goed nieuws over Jezus van Nazareth. Het goede nieuws dat God de gekruisigde en opgestane Jezus tot een Heere en Zaligmaker gemaakt heeft. De Profeet, Priester en Koning. Hoe Hij als Priester het offer voor de zonde bracht, als Profeet de raad en wil van God tot onze verlossing heeft geopenbaard, als Koning het oordeel is gegeven over heel de wereld. Hij zal regeren tot alle knie zich voor Hem zal hebben gebogen en Hij zal redden allen die Zijn Naam aanroepen. Het gaat daarbij om de waarheid aangaande de Heere Jezus Christus, de waarheid aangaande Zijn Woord.
Heb acht op uzelf
Om van die waarheid getuigenis te geven moeten we zelf door die waarheid gegrepen zijn en moeten we Hem, Die de Waarheid is, gezien hebben. Als ik geroepen word voor de rechtbank te getuigen, moet ik een eed afleggen dat ik de waarheid en niets dan de waarheid zal spreken. En bovendien moet ik wel weten waar het over gaat. Ik moet er getuige van geweest zijn, om iets ten gunste of ten nadele van de verdachte te verklaren. Verander maar wat er veranderd moet worden, het is ook van toepassing op het getuige zijn in bijbelse zin. Met andere woorden, het is van het allergrootste belang dat ik door de Heilige Geest geleid, de waarheid versta en het werk van de genade mij grondig is toegeëigend. Die vraag komt, ook als wij evangeliseren, met kracht naar ons toe. Het kan toch niet zo zijn dat we mensen wijzen op een Zaligmaker, Die we zelf niet kennen. Dat we een Borg voorstellen en een Heere voor Wie we zelf niet gebogen hebben. Al geldt in de kerk altijd het oordeel van de liefde, aan deze vraag mag niet voorbij worden gegaan.
Omdat het allerminst vanzelf spreekt en we er niet zondermeer van uil kunnen gaan dat elk en ieder die zich aandient een ware christen is. Er zijn voorbeelden te geven vanuit de Bijbel dat de schijn werd opgehouden. Het naamchristendom heeft de kerk altijd veel schade berokkend. Bijbels gesproken is het allerminst denkbeeldig dat we ons vergissen. Niemand is er te goed voor. Het gaat om de waarheid in ons binnenste. Christus Zelf spreekt van de velen die in Zijn Naam hebben geprofeteerd, duivelen uitgeworpen en krachten gedaan. Maar die Hij openlijk aanzegt: Ik heb U nooit gekend (Mat. 7:22-23).
Het is dan ook naar het apostolisch vermaan acht te geven op onszelf (vgl. Hand. 20:28). Dat geldt in dit verband weliswaar de ouderlingen van Efeze, maar ook de bredere toepassing ligt voor de hand.
En op de leer
Het is maar niet om het even welke boodschap er wordt verkondigd.
De waarheid hebben we te verstaan en uit te dragen. Daar dient volstrekte helderheid over te zijn.
We moeten hier op onze hoede zijn. De waarschuwingen van Christus Zelf en van Zijn apostelen zijn te duidelijk om misverstaan te worden. Algemeen gesproken, heerst er thans een geest van dogmatische onverschilligheid. Het doet er allemaal niet zoveel toe. Het woord leer (een voluit Bijbels woord) is niet populair. Het wordt al snel geïdentificeerd met star, kil en koud. De papieren van de gereformeerde belijdenis staan ook al niet hoog genoteerd. Onze tijd stelt andere vragen en roept om andere antwoorden. In dit licht is het niet te verwonderen dat het calvinisme (het heil is des Heeren!) meer en meer wordt gezien als een verbijzondering van het algemeen christelijk geloof. Ten onrechte. Daar komt nog bij de veelvuldig geuite gedachte dat het calvinisme niet evangelisatorisch zou zijn. Een blik in de geschiedenis van de kerk leert ons het tegendeel. Ik hoef hier alleen maar de namen te noemen van Whitefield en Spurgeon. Dat waren calvinisten. Met hoeveel inzet en zegen hebben zij niet gediend. Het calvinisme (inclusief de leer van Gods genadige verkiezing) vormde en vormt geen enkele belemmering om de Christus Gods te verkondigen aan allen en ieder.
Waar gaat het om?
Gaan we hier nog wat op door, dan luidt de vraag: wat is nu de bedoeling van het evangeliseren? Wat is het oogmerk van evangelisatie?
De bekende Londense predikant Eloyd Jones (1899-1981) merkt ergens op dat er een aantal grondbeginselen in het oog moeten worden gehouden. Het zal in de eerste plaats in het uitdragen van het Evangelie moeten gaan om de eer en de glorie van de drieënige God. Dat moet dan ook altijd en overal de eerste plaats innemen, daar moet het ons om te doen zijn. Dat betekent niet dat de zaligheid van zondaren van geen belang zou zijn, maar die is daarin vervat. Vervolgens moeten we ons bewust zijn van het feit dat het eigenlijke werk gedaan wordt door God de Heilige Geest. Die alleen kan mensen overtuigen. Niet wij, maar Hij doet dat. Vroeger en nu. Zonder de Heilige Geest is alles vruchteloos. We lezen in de Bijbel dat mensen soms dingen doen in eigen kracht, maar dat is tot mislukken gedoemd. In de geschiedenis van de christelijke kerk komen we mensen tegen die ophouden instrument van de Geest te zijn. Hun dienst is dan met vruchteloosheid geslagen. Aangrijpend altijd weer is het te lezen hoe Simson speelde met het heilige, dat zijn kracht week en dat Hij niet wist dat de Heere van Hem geweken was (Richt. 16:20).
In de derde plaats is het enige middel wat de Heilige Geest gebruikt het Woord. Dat is vanuit het Nieuwe Testament gemakkelijk aan te tonen. Het middel in de hand van de Heilige Geest is het Woord der Waarheid. Daar waar de Heilige Geest werkt, gaan de Schriften open. Daar worden de Schriften ontvouwd. Daar wordt de kennis van de waarheid bijgebracht. En bidden mensen: Maak in Uw Woord mijn gang en treden vast.
In de vierde plaats zal er in het evangeliseren zijn de innerlijke aandrang en ijver voor de eer en glorie van God en een liefde tot een diepe bewogenheid met de zielen van mensen.
Verder wijst Lloyd Jones nog op een drietal constante gevaren. Het gevaar van dwaling en ketterij (dat kan toeslaan zelfs onder de meest oprechten). Het gevaar van een valse ijver en het gevaar van het gebruik maken van onschriftuurlijke methoden.
Hekering is nodig
Spitsen we het nog wat nader toe op inhoud en doel van de boodschap, dan moet gezegd dat het gaat om het herstel in de rechte verhouding tot God. Al heeft het Evangelie maatschappelijke en diakonale aspecten, is het geen vraag of hulpbetoon en dienende zorg van belang zijn, het eerste gaat wel voorop. Al te veel wordt de kerk verlaagd tot een instituut van maatschappelijk welzijn. Zondaren moeten met God worden verzoend. Want van nature eren ze God niet, ze zijn van Hem vervreemd en leven op voet van oorlog met Hem, Die hun Schepper is. Daarom zijn ze in groot gevaar om verloren te gaan. Het is het oogmerk van alle evangelisatorisch werk dat zondaren met God worden verzoend. Me dunkt dat is geen (piëtistische) versmalling van het Evangelie maar het is naar de Schriften. Dat die zondaar gaat leven voor God en Zijn Naam en Zijn eer en Zijn Christus gaat bedoelen. Hij heeft bekering nodig en geloof in Christus. Zoals van Johannes de Doper wordt gezegd door de engel: “En hij zal velen van de kinderen Israëls bekeren tot de Heere, hun God (Luk. 1:16). Jakobus zegt: ”Broeders, indien iemand onder u van de waarheid is afgedwaald en iemand hem bekeert, die wete dat diegene die een zondaar van de dwaling van zijn weg bekeert, een ziel van de dood zal behouden” (Jak. 5:19v.).
Staande voor Agrippa is het de grote apostel Paulus die verklaart hoe Christus tegen hem had gezegd: “Verlossende u van dit volk en van de heidenen, toe welke Ik u nu zend; om hun ogen te openen en hen te bekeren van de duisternis tot het licht en van de macht van de satan tot God” (Hand. 26:17v.).
Paulus verkondigde dus Jood en heiden de bekering tot God. De predikant en de ambtsdrager hebben dit in het oog te houden, dat het hierom gaat. Dat hebben ze betuigd in het openbaar en bij de huizen (Hand. 20:20). En dit hebben we na te volgen ook in het evangelisatiewerk.
J.I. Packer heeft er op gewezen dat ook christenen gezonden worden om anderen te bekeren. Zij hebben Christus' Naam in deze wereld uit te dragen, opdat zondaren tot bekering zouden komen.
Evangeliseren is niet alleen een zaak van onderwijzen, instrueren of informatie verschaffen. Het is niet alleen informeren, het is ook uitnodigen. Het is pogen een antwoord uit te lokken op de vertolkte waarheid. Het gaat om het vangen van zondaren in het net van het Evangelie.
Niet voor niets noemt Jezus Zelf het visserswerk: Ik zal u vissers van mensen maken (Mat. 4:19). Paulus is een prachtig model voor ons, als hij schrijft dat hij de zwakken geworden is als een zwakke, opdat hij de zwakken winnen zou en dat hij allen alles is geworden, opdat hij in ieder geval enigen behouden zou (1 Kor. 9:22). En aan de gemeente van Rome schrijft hij: “Of ik zo mogelijk mijn vlees tot jaloersheid verwekken en enigen uit hen behouden mocht” (Rom. 11:14).
Die verantwoordelijkheid drukte hem zwaar. Naar de kant van het Evangelie dat hij had te verkondigen en te bewaren. Als ook naar de kant van het volk tot wie hij was gezonden. En die zonder dat Evangelie zouden omkomen. Samengevat kan hij zeggen: “Ik zoek niet het uwe, maar u… En ik zal zeer gaarne de kosten dragen en voor uw zielen ten koste gegeven worden” (2 Kor. 12:14).
De levende God
Is het herstel in de gemeenschap met God door Christus van doorslaggevend gewicht, dan is daar ook de noodzaak van het overtuigen van zonde. Immers anders zal een zondaar niet de toevlucht nemen tot Christus.
In het Evangelie wordt ons verkondigd de levende God. Het zegt ons Wie Hij is. Wat Hij gedaan heeft en doet. Wat Hij van ons, Zijn schepselen eist. Want Hij alleen heeft maar rechten, niet wij. Het Woord zegt ons dat we ons bestaan aan Hem hebben te danken. Dat onze tijden in Zijn hand zijn en dat we altijd leven onder Zijn oog. Hij draagt ons door 't Woord van Zijn kracht. Want in Hem leven wij en bewegen ons en zijn wij (Hand. 17:28). Hij de Schepper heeft een absolute claim op ons.
We zullen dat moeten weten, anders weten we ook niet wat zonde is. En alleen als we weten wat zonde is, kunnen we het heerlijke Evangelie verstaan, het goede nieuws van de bevrijding van de zonde. We moeten weten wat het is God Schepper te noemen, voordat we kunnen vatten wat het wil zeggen dat Hij de Verlosser is. Het gaat er dan wel om dat wij er goed zicht op hebben wat het begrip zonde inhoudt. De Bijbel is daar niet onduidelijk over. Zonde is niet maar een gebrek, een tekortkoming wat elk mens heeft. Zonde is opstand, vijandschap, rebellie tegen de allerhoogste Majesteit. Zonde is schuld. Dat moeten we weten. Wanneer wij evangeliseren moeten we de mensen eerst en vooral laten zien hoe hun toestand is in het oog van God. Dat we, afgedacht van wat we doen en wat we gedaan hebben, allen geboren worden als kinderen des tooms.
Dat wil dus zeggen dat we allen schuldig staan voor God. Dat we in zonde zijn geboren en in ongerechtigheid ontvangen (Ps. 51:7).
Het Woord van God, de wet van God zegt dat. Hoe we schuldig staan, besmeurd en bezoedeld zijn. Het Woord zegt ons hoe God ons ziet (Rom. 3:9-20). Dat moeten we leren beamen, opdat we tot de Zaligmaker zouden vluchten, Die redt van de zonde. We moeten in het huidige klimaat oppassen voor het religieuze sentiment en het Evangelie te brengen in termen van menselijke behoeften (Bent u gelukkig? Wilt u rust in uw geweten? Voelt u dat u hebt gefaald? Hebt u behoefte aan een vriend? Kom dan tot Jezus. Hij heeft raad en weet wel een oplossing enz.).
Het Woord van God peilt dieper. Het legt de maatstaf aan van Gods heilige Wet. Om die mens te tonen dat Hij tegen God heeft gezondigd. Opdat hij in Christus zou geloven. En zo op Hem zou leunen en steunen. Op Christus, Die Zichzelf aan ons aanbiedt als de Zaligmaker van zondaren. Als de Pleitbezorger bij God. De vergeving der zonden is de deur der kerk.
Zo schenkt Hij vrede en vreugde, vernieuwt Hij de krachten van hen die Hem vertrouwen.
Methoden
Over de vraag: welke methoden kunnen en mogen we in het evangelisatiewerk hanteren, wordt niet gelijk gedacht. Door de jaren heen is er wel het een en ander verschoven in dit opzicht, ook onder ons.
Op nieuwjaarsdag van het jaar 1952 preekt in Gouda ds. G. Boer. De preek gaat over Ps. 119:19 “Ik ben een vreemdeling op deze aarde, verberg uw geboden voor mij niet.” Hij is in die preek vrij sterk polemisch als het gaat om de invloed van de wereld in de kerk. En hij geeft dan stem aan allerlei geluiden uit de kerk. Hij heeft, dunkt me, vooral het oog op de gedachte van de doorbraak, die zich in die naoorlogse jaren voltrok. De roep die dan is te horen, is dat de kerk nog veel meer moet verwereldlijken, als ze gehoor wil krijgen bij buitenkerkelijken.
Het Evangelie moet verkondigd worden door middel van film en door middel van Kerst- en Paasspelen. Ds. Boer waarschuwt daar ernstig tegen. Die waarschuwing is, dunkt me, aktueel. Soms zijn de dingen die eens werden afgewezen, ineens gemeengoed. Het geloof is (nog altijd) uit het gehoor en het gehoor door het Woord Gods (Rom. 10:17). Er is dan ook eigenlijk maar één evangelisatiemiddel, te weten het Evangelie van Christus, verklaard en toegepast. Is dat geen ongeoorloofde versimpeling?
We zullen alles moeten doen om zo dicht mogelijk bij de mens te komen, ook bij de moderne mens. En ik ontken allerminst het gericht van een heleboel vragen. Maar bij alles wat we doen is het de vraag of het werkelijk het Woord dient. Evangeliseren is zaaien. We zijn er toe geroepen. Het zal zaak zijn dat trouw en geduldig te doen. Het goede nieuws verspreiden. Anderen al de rechten van Gods mond met lust vertellen. Al roept het nog zoveel verzet op. Al is het nog zulk moeizaam werk. De Heere staat er voor in dat het vrucht draagt (Mark. 4:26-29).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1993
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1993
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
