In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

DE SPAANSE MYSTICI WAREN PROTESTANT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE SPAANSE MYSTICI WAREN PROTESTANT

5 minuten leestijd

Tot mijn verbazing en vreugde ontdekte ik hij de boeken en brochures van en over de Spaanse reformatoren ook drie brochures met als titel: Waren de Spaanse mystici protestant? (Madrid 1892). Toen men merkte dat ik daar zeer in geïnteresseerd was, gaf men mij een fotocopie van die brochures mee.

Daarin behandelt Pedro Sala y Villaret de geschriften van Johannes van het Kruis, Theresia van Avila en Luis de León en zijn conclusie luidt onomwonden en hij bevestigt die met vele citaten: Inderdaad, zij waren in hun gedachtengang volledig protestant.

Dat trof mij zeer, omdat ik in mijn boekje "Bijbelse elementen bij r.-k. mystici" (uitg. Kok-Kampen, ƒ 13,50; kan ook bij ons besteld worden; in dat geval plus porto) datzelfde heb betoogd.

Intussen werd Pedro Sala vanwege de stelling die hij in zijn brochures geponeerd had, aangevallen door het blad "La Revista Carmelitana". Johannes van het Kruis had namelijk behoord tot de orde van de carmelieten. Hij is na zijn dood heilig verklaard, maar tijdens zijn leven hebben de carmelieten hem vreselijk behandeld en mishandeld, omdat hij een hervorming van de verwereldlijkte kloosterorde wilde bewerken.

In de derde brochure, namelijk over Luis de León, antwoordt Pedro Sala in een Woord vooraf op die aanvallen van het tijdschrift van de carmelieten.

We citeren daaruit:

Onze bescheiden studies over de Spaanse mystici zijn de eer waardig gekeurd om met een bijzondere woede bestreden te worden door hen, die deze mystici gedurende hun leven als hun slachtoffers hebben behandeld, terwijl ze hen na hun dood verheven hebben tot 'de eer der altaren', doordat ze hen heilig hebben laten verklaren.

Door deze schijnheiligheid hebben ze de toom van Christus over zich gehaald, die tot de farizeeën heeft gezegd: "Wee u …" (Mat. 23:29-32).

De carmelieten van nu zijn als de farizeeën van toen. Eens hebben zij die grote mystici die de glorie van ons vaderland hebben betekend, gekweld, gefolterd en vernederd. Nu eren ze hen en doen alsof zij het altijd met hen eens zouden zijn geweest, terwijl ze toen hun vervolgers en beulen waren.

Ze hebben wat ik getracht heb te bewijzen, hautain afgewezen als 'onzin, belachelijk, dwaasheid'.

We gaan voorbij aan al die verwijten, schaamteloosheden en bedreigingen (waarmee ze vroeger deze mystici ook te lijf zijn gegaan). Ik zal mij beperken tot citaten uit de levensbeschrijving van Johannes van het Kruis, waarmee zijn verzamelde werken worden ingeleid (Las Obras de San Juan de la Cruz en la Biblioteca de Clasicos Españoles, edición de Rivadeneyra).

"Johannes zat gevangen in een klooster van de ongeschoeide carmelieten in Toledo. Zijn gevangeniscel was heel klein en donker. Er viel zo weinig licht in, dat hij niet kon lezen, en er was zo weinig ruimte dat hij er zich niet in kon bewegen. Zijn gevangenbewaarder was een leek, niet-kloosterling, die het hart niet op de juiste plaats droeg, een blind instrument van de haat en de wraak van zijn vijanden. De grootste pijn voor Johannes was dat men hem voortdurend beledigingen toesnauwde. Die kwamen harder bij hem aan dan de bittere lichamelijke kwellingen waarmee hij gestraft werd. Ze verweten hem dat hij zich zou hebben schuldig gemaakt aan ontucht; ze probeerden hem tot geloofstwijfels te brengen; ze beweerden dat hij één brok schijnheiligheid was.

De bedorven lucht van de cel en de teleurstelling dat hij de hervorming in de kloosterorde niet had kunnen doorvoeren, hadden tot gevolg dat hij na enkele maanden totaal terneergeslagen en ontmoedigd was. Hij had zelfs geen kracht meer om zijn leven in stand te houden door te eten. En waarschijnlijk zou hij vanzelf zijn weggeteerd, als hij niet kracht had gevonden in zijn verlangen om voor God te lijden en in zijn besliste wil om ondanks alle tegenstand het werk van de hervorming dat hij begonnen was, voort te zetten."

"Hij wist te ontsnappen, doordat hij zich aan een touw door het venster naar beneden liet zakken tot aan de oever van de rivier, de Tajo (Taag). Hij klopte aan bij een klooster van de carmelitessen (dat de hervorming door Theresia van Avila had aanvaard), waar hij met veel liefde werd opgevangen, zodat hij voor een ogenblik de maanden van smart en duisternis kon vergeten. Hij kreeg echter het advies van zijn beschermers dat het veiliger voor hem zou zijn als hij spoedig Toledo zou verlaten".

Ik vertel niet wat hij nog méér moest ondergaan; dan zou dit artikel te lang worden. Zo werd hij in de eetzaal afgeranseld door zijn confraters; hij moest er half naakt in een vernederende lichaamshouding neerzitten enz.

Om aan zijn vervolgers te ontkomen trok Johannes zich terug in de woestijn van de Peñ uelas,"gelegen in het hartje van de Siera Morena, waar men alleen lam komen langs nauwe paadjes en diepe afgronden … maar zelfs tot daar in die trieste en verlaten bergen bereikte hem de laster", aldus zijn biograaf.

Waar spreekt Johannes van het Kruis in zijn werken over de biecht als middel voor de vergeving der zonde? Waar verheerlijkt hij het kerkinstituut?

Ik krijg de indruk dat de carmelieten, die mij in hun tijdschrift hebben aangevallen, nooit de werken van Johannes van het Kruis gelezen hebben.

Waarom hebben ze niet geprobeerd mijn stelling te weerleggen, die ik met letterlijke citaten onderbouwd had, dat Johannes het misbruik van de beeldenverering zoals die in de R.-K. kerk gebeurt, veroordeelde. Johannes striemde ook de pracht en praal in de r.-k. kerkelijke plechtigheden. Hij wees op de schade voor het geestelijke leven die veroorzaakt werd door de veruiterlijking en verstoffelijking van de eredienst, waardoor het krijgen van valse visioenen en verschijningen bevorderd werd en waardoor de heilige God beledigd werd en de ogen van Christus werden afgetrokken. Tot zo ver Pedro Sala y Villaret.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 1992

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

DE SPAANSE MYSTICI WAREN PROTESTANT

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 1992

In de Rechte Straat | 32 Pagina's