DE HEMEL…OF DE GOD VAN DE HEMEL?
Als ik in mijn gemeente aan mensen vraag of zij bekeerd willen worden, wordt er eigenlijk altijd "ja" gezegd. Ik neem aan dat het in de meeste gemeenten waar in de prediking de noodzaak van bekering benadrukt wordt, niet anders ligt. Dan komt de vraag naar boven hoe het toch komt dat er zovele mensen bekeerd willen worden en er maar zo weinigen zijn die werkelijk bekeerd zijn. Je zou bijna denken dat het aan God ligt. Sommigen zeggen dat trouwens openlijk. Zij vinden dat zij hun best doen, maar dat God er geen notitie van neemt. Wie het zo benadert, zit er grondig naast. Bij iedereen die wel bekeerd wil worden, maar het niet is, ligt het zo dat hij na dit leven naar de hemel wil en niet naar de hel. Maar mocht zo iemand kiezen tussen de hemel en altijd hier op aarde blijven, dan koos hij zonder aarzelen voor het laatste. Iedereen die onbekeerd is, is namelijk uit de aarde aards en dat blijkt in doen en laten. Ik weet ook wel dat er nog tal van kerkgangers zijn, die zich in hun levenswandel gunstig van de wereld onderscheiden. Zijn het kinderen van God, dan kunnen zij het daar echter niet mee doen. Degenen die onbekeerd zijn, zeggen echter: "Ik doe toch mijn best." En juist daaruit blijkt dat zij niet door genade zalig willen worden.
Wanneer een onbekeerde zegt dat hij bekeerd wil worden, is dat een bewijs van gebrek aan zelfkennis. Hij laat dan ook zien dat hij niet weet waarin de waarachtige bekering bestaat.
De waarachtige bekering bestaat namelijk in het haten en het wegvluchten van de zonde en het zich verheugen in de dienst des Heeren, omdat Christus ons dierbaar is geworden. Wie werkelijk bekeerd wil worden, kan niet langer doorgaan met het opgaan in de wereld en het dienen van de zonde. Zo iemand veroordeelt zichzelf en kan niet meer roemen in verdiensten, maar durft alleen nog maar te pleiten om genade in de naam van Jezus Christus. Elk kind van God heeft heimwee naar God. Hoewel hij opziet tegen de dood, ja er soms helemaal niet overheen kan zien, zou hij toch niet altijd op aarde willen blijven. Met de psalmist belijdt hij: "God des levens, ach wanneer, zal ik naderen voor Uw ogen, in Uw huis Uw Naam verhogen?!"
Het gaat een kind van God niet om de hemel, maar om de God van de hemel. Een ware christen voelt zich heiwaardig, maar heeft een verlangen naar de hemel omdat hij daar verlost van alle eigenbedoelingen Gods lof mag bezingen. Dan denk ik aan wat ik onlangs hoorde van een godvrezende vrouw die onder zware bestrijdingen was. Zij had in haar gebed beleden: "O HEERE, als ik dan verloren moet gaan, mag ik dan mijn psalmboekje meenemen naar de hel, want in de psalmen ligt mijn hart verklaard." Ach het zal duidelijk zijn dat iemand waar het zo ligt, onmogelijk verloren kan gaan. Wie zo spreekt, zou in de hel volledig uit de toon vallen. In de hel worden geen psalmen gezongen. Dat gebeurt wel in de hemel. De hemel is de plaats waar God alles is in allen. Bij Zijn wederkomst zal Christus een nieuwe hemel en een nieuwe aarde scheppen. Dan gaat in vervulling: "Gij hemel, aard' en zee vermeldt Gods lof, laat al wat leeft Zijn Naam en goedheid prijzen… Daar zal Zijn volk weer wonen naar Zijn raad, God eeuwig hun Zijn volle gunst betonen; daar zullen zij, Gods knechten, met hun zaad, Zij die Zijn Naam beminnen, erf'lijk wonen."
Een kind van God kan God niet missen. Er is nog iets veel belangrijkers: God wil Zijn kinderen niet missen. Ik denk aan een kind des Heeren dat de laatste jaren van zijn leven dement was. Hij werd verpleegd in een tehuis. Op een gegeven moment werd hij ernstig ziek en het was duidelijk dat hij niet lang meer zou leven. Eén van zijn oude vrienden kwam om afscheid van hem te nemen. Toen het bewuste kind des Heeren nog goed bij zijn verstand was, hadden zij veel met elkaar gesproken over God en Goddelijke zaken. Hoe moeilijk was het geworden om hem te bereiken. Zijn vriend wist ook niet goed wat hij moest zeggen. Hij vroeg hem: "Gerard, je verlangt nu zeker wel heel erg naar God." Hij kreeg daarop wel een zeer opmerkelijk antwoord, namelijk: "Ach Gerrit, dat is waar, maar er is nog veel meer, God verlangt naar mij en daarom zal het niet lang meer duren." Gods kinderen verlangen naar God, omdat Hij naar hen verlangt. "Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad." Al Gods volk belijdt: "Wie heb ik nevens U omhoog, wat zou mijn hart, wat zou mijn oog, op aarde nevens u toch lusten? Niets is er waar ik in kan rusten. Bezwijkt dan ooit in bitt're smart of bange nood mijn vlees en hart, zo zult Gij zijn voor mijn gemoed, mijn rots, mijn deel. mijn eeuwig goed." Belijdt u dat ook?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 1992
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 1992
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
