ONTMOETINGEN 74
Zoals ik al aankondigde, zou ik in het decembernummer mijn medewerking aan Ontmoetingen beëindigen. Of en in welke vorm en door wie deze rubriek wordt voortgezet, moet de redactie nog beslissen. U kunt voortaan in elk geval uw vragen en ontboezemingen richten tot de eindredacteur, ev. T. Vanhuysse.
Wel kunt u mij persoonlijk schrijven, dan zal ik u persoonlijk antwoorden; en misschien vraag ik dan of ik uw brief in een boek (maar niet meer in IRS) mag opnemen.
Het valt mij heel moeilijk - ik kom er eerlijk voor uit - om afscheid te moeten nemen van onze "Ontmoetingen", want juist deze rubriek is mij in de loop van de jaren erg dierbaar geworden.
Van heel nabij mocht ik daarin de aarzelingen, het openbloeien en vaak de doorbraak van de heilsvreugde meemaken. Het is alsof je dan even mag binnenkijken in de tempel van de Heilige Geest, Die immers in de gelovigen woont, zelfs in hun lichaam, van waaruit Hij Zijn onuitsprekelijke zuchtingen opzendt naar Omhoog. Je kunt dan, geestelijk, slechts de schoenen van je voeten doen, want daar in die stilte van de ziel van de ander is God aanwezig als in het brandende braambos dat niet verteerde.
Ik dank u allen voor het vertrouwen dat u mij schonk; ook voor het verlof dat u mij gaf om uw brieven te publiceren. Ik weet dat ze velen tot steun en bemoediging zijn geweest. Het was heel fijn dat ik uw oudere broeder mocht zijn, die raad kon geven vanuit veel ervaring, en dat u mij deelgenoot maakte van uw zuchten, uw tranen, soms van wanhoop, soms van onzegbare vreugde.
Ik geef u nu over in de handen van de hemelse Vader. Ik vertrouw u toe aan de liefde van de goede Herder, de Zoon. Ik weet u veilig onder de leiding van de Heilige Geest.
In deze laatste Ontmoetingen wil ik iemand aan het woord - en ik meen aan het Woord - laten, die schrijft vanuit een volheid, met een groot geloofsvertrouwen; anders dan de meeste schrijvers in deze rubriek.
Uw boekje 'Ik zag Gods heerlijkheid' (al lang uitverkocht, in een uitgebreidere vorm verschenen in "Hoe leef ik met een genadig God?". HJH) is al jaren lang in mijn bezit. Ik las er destijds wel wat in, gezien de onderstrepingen hier en daar, maar blijkbaar was ik er nog niet aan toe.
Nu nam ik het zo maar (?!) mee op een vakantie van twee weken. Het boekje - ik kan beter zeggen de Heilige Geest - heeft me zoveel gegeven dat ik nog steeds verbaasd sta over zoveel blijdschap en kracht, die over me zijn gekomen; woorden schieten te kort.
Een zekere verwantschap met wat u schreef was er al. In 1960 - ik was toen dertig -werd ik vervuld van de heerlijkheid Gods door de Heilige Geest. Dat overweldigde mij zozeer dat ik begon te bidden in een taal, die de grenzen van het gewone menselijke spreken overschreed. (Ik was blij dat u daar ook heel open over schreef en het doet mij pijn, wanneer dit zo maar even gekraakt wordt, zoals onlangs nog gebeurd is door mevrouw Amesz in haar boek dat in het R.ú. besproken werd). De Heere heeft deze gave nooit teruggetrokken, ook niet in de jaren dat ik kerkelijk maar weinig meeleefde, omdat ik nergens die heerlijkheid Gods in de preken meende te bespeuren.
Maar tweede kerstdag 1991 was ik onder de prediking van een gereformeerdebondspredikant. Het was ineens alsof er allerlei vonken oversprongen. Na afloop zei ik tegen mezelf: "Dus is het toch waar, hij kent het ook".
Er volgde een tijd van geweldige blijdschap, die nog niet voorbij is.
Ik sprak met die predikant over de volheid van de Geest, die ik ervaren had, en over dat bidden in een taal, die niet meer in het gangbare patroon past. Maar 'Bonders' kennen dat niet zo; dat wist ik wel. En als antwoord kreeg ik een negatief verhaal over excessen van pinkstermensen. Toch was hij over de ervaring zelf niet negatief. Ik ga nu keurig met een hoed op naar de kerk. Ik vind dat vreselijk, geforceerd, maar ik doe het, omdat ik niemand wil ergeren.
God is na die decemberdienst weer zo groot en machtig voor mij geworden, dat alles van vroeger weer terug is: de kracht van de Geest, de lofprijzing, veel gebed.
Ik wil voor de Heere leven, heb Jezus heel erg lief gekregen, nog veel sterker dan vroeger, ben in mijn denken totaal veranderd. En nu uw boek.
In mijn vakantiebagage stopte ik wat preken op een bandje, wat boekjes en op het laatste nippertje nog het uwe. Ik las er wat in, kon mijn ogen niet geloven, vooral dat "Gesprek met God" en dat gedeelte "Jezus leeft". Ik las het met rode oortjes en een brandend hart, ging het als het ware meebidden.
Ik kende dat spreken met God sinds een tijdje, hel was een openbaring voor me dat op papier te zien, een soort legalisering van iets wat ik bij mezelf ontdekte, maar waarvoor ik me bij de Heere (echt waar!) vaak excuseerde.
Soms knielde ik neer met de bedoeling keurig te gaan bidden zoals het behoort: vooral beginnen met schuldbelijdenis, met name de Gereformeerde Bond is hier streng in. Maar het ging niet. Er moest eerst lofprijzing, aanbidding, uit. Alles kwam op zijn kop te staan. God was zo nabij … enfin, veel elementen uit uw "Gesprek met God" kwamen er en ik bad: "Heere, als dit niet goed is, zeg het me dan".
Maar ik ontving eerder bevestiging dan afkeuring. Er was in die vakantie zo 'n diepe nabijheid van de Heere als ik zelden beleefd heb, en nog. De gemeenschap met Christus is veel intenser geworden, en ook weer anders, machtiger.
Ik ken niemand anders die dat zo beleeft, misschien die gereformeerde-bondspredikant, maar die is toch weer wat anders, zoals ik later ontdekte. Vaak zegt hij: Je kunt wel gedurende een moment op een toppunt van blijdschap vertoeven, maar dat is zo weer weg; je kunt tijdens en na een preek wel de kracht van de Geest ervaren, maar één verkeerde gedachte en dat is ook zo weer weg.
Ik weiger dit te geloven. Heus, het zijn niet alleen toppen, dat weet ik echt wel, maar zo onstabiel is het ook niet. Je kunt een hele tijd ervaren vol van de Heilige Geest te zijn; dan denk je anders, spreek je anders, je straalt iets uit.
Dat ebt wel weer weg, maar nooit lang. Je ziet Gods heerlijkheid, steeds weer opnieuw, en dan prijs je Hem, ook als er nauwelijks gelegenheid voor is.
Ik was ook zo blij met uw uitdrukking: genieten van God. Ja, dat is het, ik had het nooit iemand horen zeggen. Maar er staat inderdaad in de Psalmen: verlustig u in de Heere.
Ik stop nu, ik hoop … tja, wat hoop ik? … dat u me deze brief niet kwalijk neemt. Ik heb te veel over mezelf moeten schrijven om u een beetje de achtergronden te schetsen, maar de grondtoon en de boventoon moet zijn: ook ik zag Gods heerlijkheid. Zijn Naam zij geprezen!
COMMENTAAR:
Liever wilde ik op deze ontroerende brief geen commentaar geven, maar toch lijkt liet mij goed nog eens te onderstrepen: we moeten elkaar vrij laten in onze omgang met God; we moeten elkaar niet allerlei wetten opleggen, hoe je wel en niet tot God moet spreken.
Wanneer wij door het geloof in Christus dat de Heilige Geest in ons gewerkt heeft, een kind van God zijn geworden, wekt God Zelf dat spreken met Hem in ons op. Laat de Heere toch a.u.h. Zijn gang gaan en laat elke gelovige zich op de wijze zoals Hem door de Geest wordt ingegeven, zijn aanbidding, dankbaarheid, liefde, vertrouwen uitspreken tegenover Hem, Die onze ziel bemint.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 1992
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 1992
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
