In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Een theologische dwaling?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een theologische dwaling?

13 minuten leestijd

Naar aanleiding van de verspreiding te Hasselt (B) van de folder "Rechtuit' over dt r.-k. heiligenverering, verscheen een reaktie daarop in het 'Valentinusblad'.

Het 'Valentinusblad' is een tijdschrift dat drieemmandelijks verschinjt, en word uitgegeven door de Paters Minderbroeders ter bevordering van de godsvrucht tot he heilig Paterke van Hasselt'.

In zijn reaktie schrijft pater H.R. Roggen het volgende:

"Je hebt het misschien ook gelezen, in dat nummer met op de voorpagina het beek van P. Valentinus: "De mensen brengen hun leed naar 'het heilig Paterke'… er wondere verhalen doen de ronde". De ondertoon echter is nogal meewarig-spottend. De schrijver ervan - die nochtans Bijbel gestudeerd heeft! - doet alles af met enkele teksten uit de H. Schrift. Zo bv. als God de heiligenverering gewild had, zou Hij daar toch wel 'duidelijke uitspraken' over gedaan hebben. Kom nu. Is de Bijbel dat, een 'spoorboekje', waar alles in staat? Wat heeft God gezegd over onze moderne sociale en milieu problemen, o.a.? En "werkt" God enkel in de Bijbelse teksten (want de Bijbel is blijkbaar een tekstboek voor die man). God is ook nu werkzaam in de mens!

Overigens… teksten! De schrijver haalt enkele teksten aan uit de Bijbel die tegen de heiligenverering spreken. Maar er zijn er ook die ervoor zijn. Neem Job 33:23 of 2 Makkabeeërs 15:11 vv. Met teksten kun je alle kanten uit, vooral de eigen kant. Bijbel-lezen vraagt deemoed èn geloof in de werking van de Geest, ook nú.

Newman, een bekeerling, schreef: 'Elke daad die de heiligheid en de vrede bevordert, kan nooit een theologische dwaling zijn".

Ik meen… dat ook God zo denkt!"

Zo duidelijk proef ik in deze reaktie een manier van Schriftgebruik, dat dienstbaar wordt gemaakt aan eigen kerkelijke dogmatiek.

Het is een algemeen erkend principe in de R.-K. Kerk dat het gezag van de Schrift afhankelijk wordt gesteld van de beslissing van de kerk.

Dit heeft als gevolg dat aan een kerkelijke uitspraak meer gezag wordt toegekend dan aan de Schrift! Dit is ook het geval met de kerkelijke uitspraken over de ' heiligenverering'.

Officieel is het volgende door Rome vastgelegd:

"Het is goed en nuttig de heiligen smekend aan te roepen en de toevlucht te nemen tot hun gebeden, invloed en voorspraak om weldaden te verkrijgen voor God door Zijn Zoon. Jezus Christus, onze Heere, die alleen onze Vrijkoper en Zaligmaker is.

Degenen die ontkennen dat de heiligen die het eeuwig geluk in de hemel genieten, moeten worden aangeroepen; of die beweren dat zij niet voor de mensen bidden of dat het afgoderij is te vragen dat zij voor ons, ook afzonderlijk, bidden of dat dit in strijd is met het Woord Gods of met de eer van de enige Middelaar tussen God en de mensen, Jezus Christus of dat het dom is hardop of in stilte te bidden tot hen die in de hemel regeren, - houden er een goddeloze mening op na" (Denz. 984).

De heiligen horen ons niet.

"De doden weten niets", zo staat het geschreven in Prediker 9:5.

Zij weten van ons niet en zij horen ons niet! Daarom is de kerkelijke uitspraak over de heiligenverering allereerst in strijd met het gezond verstand. Want hoe zou een gestorven gelovige, een door de paus heilig verklaard ' eindig' mensenkind, op meer dan één plaats tegelijk kunnen zijn? Dit zou toch moeten worden verondersteld als j e aanneemt dat de heiligen de gebeden en de smekingen van zovele mensen op deze wereld zouden kunnen aanhoren! (Elk schepsel is toch een eindig wezen en kan zich als dusdanig niet op meer dan één plaats tegelijk bevinden).

De heiligenverering is vervolgens ook en vooral ook(!) in strijd met de leer van de Bijbel. In de gehele Bijbel kan ik geen enkel voorbeeld vinden van iemand die de afgestorvenen aanroept. De Bijbel veroordeelt zelfs het vragen van de doden! In Deut. 18 staat geschreven:

"Onder u zal niemand gevonden worden die een waarzeggende geest vraagt of een duivelskunstenaar of die de doden vraagt. Want alwie zulks doet, is de Heere een gruwel" (Deut. 18:11-12).

De profeet Jesaja stelt het even duidelijk:

"Zal niet een volk zijn God vragen? Zal men voor de levenden de doden vragen? Tot de wet en tot de getuigenis; zo zij niet spreken naar dit woord, het zal zijn, dat zij geen dageraad zullen hebben" (Jes. 8:19-20).

Nu kunt u dit alles wegwuiven met de kreet: "Teksten… teksten!"

Maar het staat er toch! En duidelijk genoeg. Teksten gesproken door de Heere God Zelf! U gelooft toch ook dat Zijn Woord waarheid is?

Wanneer Jezus Christus in Joh. 14 zegt dat Hij alléén de Weg, de Waarheid en het Leven is, en dat niemand tot God komt dan door Hem, zouden wij dan durven beweren of althans het vermoeden wekken dat bijbelse teksten niet al te letterlijk moeten genomen worden? Zouden wij Zijn woorden durven wegwuiven als ' teksten, teksten…' ?

Tijdens de verzoeking in de woestijn proclameert de Heere Jezus:

"De Heere uw God zult gij aanbidden en Hem alleen dienen".

Deze uitspraak houdt in dat er in deze niet de minste uitzondering kan wordei gemaakt: onze aanbidding en verering komen Hem alleen toe!

Overlevering en redenering: niet steekhoudend!

Uw kerkelijke redenering luidt echter geheel anders! U leert:

"De heiligen die met Christus regeren dragen hun gebeden aan God op voor d( mensen. Het is goed en nuttig hen al smekende aan te roepen en tot hen zijn toe vlucht te nemen om gunsten van God te bekomen…" (Trente, 25e zitting).

Is zo'n uitspraak niet het gevolg van een onbijbelse visie op de 'gemeenschap de; heiligen'?

De Bijbel laat duidelijk zien dat er geen andere gemeenschap bestaat tussen de levenden en de doden dan de gemeenschap des geloofs, die de 'strijdende' en de 'triomferende' kerk verenigd houdt. Een andere gemeenschap mag niet wordei gezocht of aangekweekt!

Daarom ook wordt het aanroepen van heiligen op de meest uitdrukkelijke wijze dooi het Evangelie afgewezen!

De Bijbel biedt ons geen recht om de eredienst van God te vermengen met enige dienst van heiligen. De R.-K. Kerk echter heeft de heiligen op een plaats gezet, waai Gods Woord ze niet stelt! Zelf hebben de heiligen die nooit begeerd. Integendeel, ze hebben eer en lof zelfs verworpen.

U zult toch ook wel op de hoogte zijn van de afwijzing door 't Paterke van elke eeren lofbetuiging?

Ik heb voor me een boekje liggen dat getiteld is "Het Heilig Paterke van Hasselt" door J. Witlox, een uitgave van 1931. Na een voorval tijdens zijn noviciaatsperiode deed hij eens deze uitspraak: "Dus gaat ook gij rondbazuinen dat ik een heilige ben!

Zij zullen eindelijk dwaas genoeg zijn om het te geloven!" (13).

Op een andere plaats lees ik:

"Een van 's paters vrouwelijke penitenten vertelde: 'De goede pater vroeg mij een Wees-gegroet. Ik antwoordde, dat zo'n heilig man het gebed van anderen niet nodig had. Maar toen volgde er iets, dat ik in mijn onnozelheid niet had kunnen voorzien. Pater Valentinus protesteerde geweldig tegen die lof, en hield zich zo boos, dat ik een ogenblik vreesde, hem de biechtstoel te zien afbreken!'

- Pater Valentinus, zei een van zijn confraters tot hem, men beweert, dat gij een heilige zijt. Wat denkt gij zelf ervan?

- Och, antwoordde hij met 't gewone zuchtje, laat ze maar praten. Zo houden ze arme mensen, die hun geen kwaad hebben gedaan, voor de gek" (22).

Toen hij vernam dat men stof voor een levensschets van hem verzamelde, werd hij zo kwaad dat hij de Provinciaal ging opzoeken en hem smeekte die "flauwe komedie" te verbieden!

En u gaat maar door met die "flauwe komedie'… U bedriegt en misleidt de mensen. U houdt ze af van de ene Middelaar Jezus Christus. Ziet u dat dan niet? Of wilt u het niet zien? U gelooft toch ook dat Jezus Christus de volkomen Zaligmaker is? Dat de zaligheid in geen ander te vinden is, ook niet voor het geringste deel?! Hier toch is het hart van het Evangelie in het geding! Of Jezus is geen volkomen Verlosser, of zij die deze Verlosser met een waar geloof aannemen, moeten alles in Hem hebben wat voor hun behoud nodig is!

"Van Zijn volheid hebben wij allen ontvangen; genade op genade", zo staat geschreven in het Johannes-Evangelie (Joh. 1:16).

In Jezus Christus is een oneindige volheid, een onuitsprekelijke voorraad van alles wat een mens nodig heeft in tijd en eeuwigheid. De Bijbel is radikaal in zijn afwijzing van de heiligenverering. En bij deze bijbelse afwijzing kan geen enkele overlevering, geen enkele redenering steekhoudend worden geacht!

Ook niet deze welke u verbindt aan de door u geciteerde teksten uit Job 33:23 en 2 Makk. 15:11 vv.

Job 33:23-24.

"Is er dan bij hem een gezant, een uitlegger, één uit duizend, om de mens zijn rechte plicht te verkondigen, zo zal Hij hem genadig zijn en zeggen: Verlos hem, dat hij in het verderf niet nederdale, Ik heb verzoening gevonden".

Hier is hoegenaamd geen sprake van enige melding van heiligenverering. Elihu schetst hier a.h.w. het levensverhaal van een mens, die door God wordt gered. Er is sprake van een plotseling herstel. Ook van het geheim van dit plotseling herstel. Dit geheim ligt uitgedrukt in deze verzen 23 en 24.

In de Willibrord-vertaling lees ik: "Maar als dan een engel hem bijstaat, een van de ontelbaren voor hem opkomt en hem de rechte weg wijst, dan is God hem genadig en zegt: ' Laat af, hij hoeft de afgrond niet in, ik vind het zo genoeg'."

Deze vertaling lijkt mij toch een verzwakking van de oorspronkelijke tekst. De Canisius-vertaling lijkt me veel getrouwer en sluit nauwer aan bij de Staten-vertaling.

Om terug te komen op het geheim van herstel wil ik verwijzen naar wat God Zelf spreekt in vers 24: "Verlos hem, dat hij in het verderf niet nederdale". De grond van dit verlossend bevel wordt gevonden in de woorden die volgen nl.: "Ik heb verzoening gevonden".

Verzoening, bedekking der zonden, gevonden in de engel, de Gezant des Vaders! Hier vinden we reeds een verwijzing naar de arbeid van Jezus Christus! In de ' engel' van vers 23 mogen we de gestalte van Jezus Christus zien oplichten! Hij is de engel, Eén uit duizend, de Voorspraak Die de losprijs zal betalen. Dat deed Hij op het Kruis, toen Hij het uitriep: "Het is volbracht"! Toen gaf Hij Zijn leven als losprijs voor velen! (Mat. 20:28).

Hier reeds in Job 33 mogen we iets zien van het Verzoeningswerk van Jezus Christus, Die door Zijn offer de ten dode opgeschreven mens, in opdracht van God, zal bevrijden en verlossen! Wat een wonder!

De 'engel' heeft hier geen uitstaans met de r.-k. heiligenverering. Je moet de Schrift geweld aandoen om deze gedachte in Job 33:23-24 te kunnen ontdekken!

2 Makkabeeën 15:11 vv.

Judas de Makkabeeër hoorde in een droom Onias, een vroegere hogepriester zeggen "Dit is Jeremia, de profeet van God, die zijn broeders liefheeft en veel bidt voor ziji volk en de heilige stad".

Het zou inderdaad mogelijk kunnen zijn dat gestorven gelovigen voor ons bidden Maar daaruit mogen wij niet de conclusie trekken dat wij hen mogen aanroepen on via hen gunsten van God te verkrijgen.

Deze tekst geeft daar ook geen aanleiding toe, en kan zeker nooit een grond ziji voor de heiligenverering!

Horen naar Gods Woord.

U schrijft: "Bijbel-lezen vraagt deemoed èn geloof in de werking van de Geest, ooi nú".

Daar ben ik het volkomen mee eens! Wij belijden immers dat de Bijbel, het Woorc van God, niet is voortgekomen uit de wil van een mens, maar dat mensen, door dt Heilige Geest gedreven, van Godswege gesproken hebben, zoals de apostel Petru; zegt (2 Petr. 1:21).

Daarom hebben wij ons te buigen voor het gezag van de Schrift!

Want de Schriftwoorden zijn van de Heilige Geest doortrokken.

Daarom ook is de Bijbel veel meer dan een cultureel interessant boek, veel meer dan een verzameling mooie teksten. In de Bijbel klinkt Gods eigen stem ons tegen. Dc Bijbel is het eigen getuigenis van Gods Geest, waardoor Hij met kracht van overtuiging werkt in onze harten.

Vandaar de noodzaak om in deemoed gehoor te geven aan de Bijbel.

God heeft ons, in al Zijn wijsheid, deze Bijbel gegeven opdat het geloof zou zijn uil het gehoor en het gehoor door het Woord Gods (Rom. 10). Hij heeft het zo gewild dat dc Schrift voor ons noodzakelijk zou zijn tot de zaligheid. Zij is een kracht Gods tot de zaligheid voor ieder die gelooft (Rom. 1:16).

Zouden wij dan wijzer willen zijn dan Hij, en Zijn Woord of geheel of gedeeltelijk als bron van leven en waarheid opzij schuiven?! Ook al moetje dan de heiligenverering uit het persoonlijke en kerkelijke levenspatroon schrappen!

De heiligenverering: een theologische dwaling.

Uw citaat van Newman dat 'elke daad die de heiligheid en de vrede bevordert, nooit een theologische dwaling kan zijn', kun je niet inschuiven in het gedachtenpatroon van de Bijbel. Tenzij je onder de begrippen 'heiligheid' en 'vrede' datgene verstaat wat de Bijbel erover leert. Jammer genoeg is het zo dat de bijbelse begrippen "heiligheid' en 'vrede' indien al niet uitgehold, dan toch zodanig worden ingevuld dat ze beantwoorden gaan aan onze menselijke of kerkelijke maatstaven van heiligheid en vrede.

Heiligheid is vrucht van de rechtvaardigmaking door het geloof. Gerechtvaardigd door het geloof zoeken wij uit dankbaarheid heilig te leven. En dat is niet een vrucht van menselijke inspanning. Een heilig leven of een leven in gehoorzaamheid aan Christus en aan Gods geboden is alleen mogelijk vanuit het deelhebben aan Christus door het geloof! Wie Jezus Christus niet kent als Borg en Zaligmaker, d.w.z. als de Ene Middelaar, Die de schuld van de zonde volkomen heeft betaald, kan ook nooit als vrucht van deze kennis, de heiliging ontvangen. Want heiliging mag j e ontvangen! Heiliging is geen deugd die j e zelf, met heel veel inspanning, moet zien te verwerven! Neen. Het is genade! Het word je ' toegerekend' ! Vrucht van een leven uit God.

"Maar nu van de zonde vrijgemaakt zijnde, en Gode dienstbaar gemaakt zijnde, hebt gij uw vrucht tot heiligmaking, en het einde het eeuwige leven" (Rom. 6:22).

Daar nu de heiligenverering afbreuk doet aan het verlossingswerk van Jezus Christus, kan het zeker nooit een daad zijn die de heiligheid bevordert! God wil dit niet. God wil niet dat heiligen worden aangeroepen! Wanneer wij nu, in weerwil van Gods duidelijke wil, toch doen wat ons goed lijkt (heiligenverering is ook goed en nuttig voor de portemonnee) hoe kan zo' n daad bevorderend zijn voor een-naarGods-wil heilige wandel?

Het is niet aan ons om aan God wegen der heiligheid voor te schrijven, maar Hij aan ons.

Met recht mag ik besluiten dat, op grond van de Schrift, de heiligenverering een theologische dwaling is!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 september 1992

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Een theologische dwaling?

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 september 1992

In de Rechte Straat | 32 Pagina's