In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

ONTMOETINGEN 68

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONTMOETINGEN 68

13 minuten leestijd

Toen ik overspannen werd, kwamen er allerlei opstandige en boze gevoelens boven, zelfs tegenover mijn moeder, terwijl zij toch haar uiterste best gedaan heeft mij een goede opvoeding te geven.

Ik voelde mij ook heel schuldig tegenover God vanwege die haatgevoelens. En met een zekere nuchterheid moest ik wel vaststellen: God kan mij niet vergeven, als ik mijn moeder niet kan vergeven.

Ik smeekte de Heere om die akelige gevoelens van mij weg te nemen, maar het gebeurde niet.

Enige verlichting kreeg ik, toen ik ergens las: Een mens moet zijn naaste vergeven, maar Christus is de Enige, Die werkelijk vergeven kan; wij, mensen, moeten de wil hebben om te vergeven.

Dat probeerde ik dan ook. Ik zei tegen mezelf: Ik wil vergeven, want het mdet. Maar tegelijkertijd dacht ik: ik moet het ook voelen, anders is het niet echt. Het moet uit het hart voortkomen, want God ziet het hart aan.

Toen ik begon te lezen in uw boek "Hoe leef ik met een genadig God?", rolde vrij spoedig een pak van mijn hart. U schreef al in het begin van dat boek, naar aanleiding van Fil. 2:13: "Paulus schreef dan ook niet dat God het voelen in ons werkt, maar hel willen en werken".

Beste Tetraumatismena,

Die Griekse naam geef ik je, want dat betekent: "iemand die gewond is". Maar in het Grieks staat dit verleden deelwoord in het perfectum. Met die werkwoordsvorm (die wij in het Nederlands niet hebben) drukt de Griek een handeling uit, die in het verleden heeft plaatsgevonden, maar die in het heden op een of andere manier nog voortduurt, bijv. vanwege de gevolgen.

Dat is bij jou ook het geval. Je hebt in je jeugd verwondigen opgelopen. Een natuurlijk reactie is dan de woede, de haat en de wraakzucht. En je vraag is: hoe moet je met die gevoelens omgaan?

Je vraag is echter algemeen-menselijk. Daarom ben ik blij dat ik hem hier kan behandelen.

Je brengt heel diepgaande psychische processen te berde, waar elk mens min of meer mee te maken heeft, namelijk de verwerking van wat onze ouders ons bewust of onbewust, terecht of onterecht hebben aangedaan.

De Brief aan de Hebreeën spreekt over de kastijding die ouders hun kind doen ondergaan, "naar dat het hun goed dacht", dus met de beste bedoelingen, omdat ze het welzijn van het kind op het oog hadden. Maar ook van die goed bedoelde kastijding wordt gezegd dat die "geen (zaak) van vreugde, maar van droefheid schijnt te zijn" (12:10,11).

Op het moment dat een kind, ook al gebeurt dat volkomen terecht, door zijn ouders gestraft wordt, vindt hij dat niet prettig en reageert er innerlijk met woede op. Die woede verdwijnt echter langzamerhand naar de mate dat het kind achter die straf de liefde van vader of moeder bemerkt.

Helaas reageren wij, ouders, ook wel eens uit geprikkeldheid. Dan gaat het ons niet meer om het welzijn van ons kind, maar we willen onszelf gewoon ontladen en onze woede koelen aan ons kind. En voor onszelf rechtvaardigen we dat dan met de leugen: het is voor zijn bestwil.

Kinderen voelen die leugen heel goed aan. En als de ouders regelmatig op deze manier 'opvoeden', gaan zich de negatieve gevoelens van haat en wraakzucht in een kind ophopen zoals de druk van een vulkaan die op uitbarsten staat.

Maar in de kerk horen ze iedere zondag: "Eert uw vader en uw moeder". Ze weten daar geen weg mee. Hun verstandje is nog te zwak om alles rustig te bekijken en te plaatsen in het eeuwige licht van Gods heiligheid en liefde.

Ze krijgen er schuldgevoelens van en proberen dan die negatieve gevoelens weg te drukken uit hun bewustzijn. Maar dat heeft tot gevolg dat die opgehoopte, opgekropte negatieve gevoelens met nog meer kracht naar omhoog willen komen en door die harde korst, die het gevoelsgeweten er omheen heeft gelegd, heen willen breken. Het gevoelsgeweten moet dan nog meer kracht bijzetten om de doorbraak van die negatieve gevoelens naar het bewustzijn te verhinderen. Daardoor kan een mens op den duur overspannen worden.

Wat is nu de oplossing?

In de eerste plaats moet je die negatieve gevoelens rustig onder ogen zien en even rustig vaststellen:

a. Die gevoelens zijn zondig. Ik mag niet haten. Ik moet vader en moeder eren.

b. Belijd die zonde vervolgens als schuld voor God. Maar … niet helemaal als een schuld van jou alleen. Die gevoelens van haat en die wraakzucht zijn tevens een gevolg van onze val in Adam. Die stamvader heeft zijn rebellie tegen Gods wil en wet als een smet naar ons overgeërfd.

c. Maar vaak blijft het niet bij zondige gevoelens die zo maar in ons opkomen vanuit de zondige natuur die we geërfd hebben, maar gaan we ook over tot een bewust beamen daarvan. Dan wordt die erfzonde tot een persoonlijke zonde.

d. Maar dan, wat gebeurt er dan? Dan gebeurt er iets wat niemand ooit zou verwachten, als God het niet Zelf in Zijn onfeilbare Woord had geopenbaard.

Dan staat God in Zijn oneindige, barmhartige liefde vlak bij je. Hij straalt Zijn vergevende liefde vanuit de Schrift in Zijn Zoon Jezus Christus naar je toe en zegt vaderlijk tot jou: Als je in Mijn Zoon gelooft, krijg je voor niets de vergeving van al je zonden en zelfs het eeuwige leven; dan neem ik je aan als Mijn kind en word jij een mede-erfgenaam met Mijn Zoon.

Paulus beschrijft dat gebeuren als een optreden van "de rechtvaardigheid, die uit het geloof is'. Hij leidt die Geloofsrecht vaardigheid als een liefdevolle persoon naar je toe, als iemand die zich over je heenbuigt en je met een oneindige vertroosting toespreekt: "Maar de rechtvaardigheid, die uit het geloof is, spreekt aldus: … Nabij u is het Woord, in uw mond en in uw hart. Dit is het Woord des geloofs dat wij prediken, (namelijk), indien gij met uw mond zult belijden de Heere Jezus en met uw hart geloven dat God Hem uit de doden opgewekt heeft, zo zult gij zalig worden" (Rom. 10:6-10).

De vertroosting en de tederheid die je vroeger misschien bij je moeder hebt gemist, treed je dan tegemoet vanuit die nieuwe moeder: de Rechtvaardigheid die uit het geloof is.

Deze Geloofsrechtvaardigheid is zo wonderbaar mooi. Over haar gelaat ligt een eeuwige liefelijkheid uitgespreid. Je mag je in haar warmte als van een voorjaarszon koesteren.

En dan welt vanzelf een diepe dankbaarheid in je naar boven. Je wilt het de Heere voortdurend toeroepen: Ik dank U! Ik dank U!

En die dankbaarheid wil je dan tonen in een leven overeenkomstig Gods wil. Je wilt dan zo dicht mogelijk bij Hem zijn, zo volkomen mogelijk in harmonie en verzoening met Hem leven. Je hebt er dan plezier in om, zoals Hij, liefde rondom je heen te verspreiden.

Helaas, we slagen daar nooit volledig in. Telkens overvalt de zonde ons. Maar dan is het zaak dat we opnieuw terugkeren naar die vergevende God, zodat het proces van de dankbaarheid steeds weer op gang komt en zich in vele variaties herhaalt.

Beste Tetraumatismena, (ik struikel bijna over dit lange woord, als ik het optyp), lieve Gewonde,

Het is heel verstandig van je geweest dat je de hulp van een psycholoog hebt ingeroepen. Zoals wij een arts vragen voor een gewond lichaam, zo heeft de Heere ook aan sommige heelmeesters de kunde gegeven om zielewonden te genezen.

Maar de Heelmeester voor de harten is Christus. Hij alleen kan als een barmhartige Samaritaan "olie en wijn gieten" (Lukas 10:34) op de wonden van een door schuld verslagen innerlijk.

En wanneer een mens dat ervaren heeft, ook al is dat iemand die in de stad bekend stond als een zondares (Lukas 7:36-50), doet hij van vreugde en dankbaarheid dingen, die in de ogen van anderen dwaas zijn. "En staande achter aan Zijn voeten, begon zij Zijn voeten nat te maken met tranen en zij droogde ze af met het haar van haar hoofd en kuste Zijn voeten en zalfde ze met de zalf'. "Daarom zeg Ik u: Haar zonden zijn (haar) vergeven, die vele waren; want zij heeft veel liefgehad". Wat een troost voor ons allen!

Ik hoop dat je wat aan het bovenstaande hebt. Schrijf me anders gerust. Dank je wel dat ik je brief en mijn antwoord mag publiceren. Dat is de gemeenschap der heiligen: elkaar tot steun zijn door openheid naar elkaar toe, een openheid die we echter telkens weer toetsen aan het Woord van God, Die in Christus onze genadige Vader wil zijn.

Geliefde dominee,

Het was Avondmaalszondag. Zondaars werden genodigd te komen zoals ze zijn. We hoeven niets van onszelf mee te nemen. Geloven is rusten op het volmaakte werk, dat volbracht is door de Ander

Het was goed aan het Heilig Avondmaal. De vrede die alle verstand te boven gaat en die de Vredevorst om niet schenkt, was aanwezig, bijna tastbaar,

's Avonds ging ik weer met verlangen naar de kerk. Maar wat viel dat tegen. Ik was het niet eens met de tekstuitleg. De waarde van het met vrucht gebruiken van het Heilig Avondmaal werd overboord gegooid.

De vrede was weg. Weer werd ik gepijnigd door twijfels. En twijfelen is zonde, want dan maak je Gods trouw verdacht.

Ik had de indruk - zeer waarschijnlijk zal dat wel niet het geval geweest zijn - dat de dominee mij de les wilde lezen. Ik had hem namelijk verteld dat ik de boeken van ds. Hegger mooi vond. Hij had me toen gewaarschuwd: "Het moet geen zaak van het verstand zijn, maar van het hart". Is hij bang dat je 'het' te snel van jezelf gelooft?

Alles begint dan weer te borrelen en te sissen in mij. Dan zit ik weer met m'n eigen ongeloof en word ik angstig. Wat is een mens?!

Beste Tetraumatismena,

Mag ik voorzichtig vragen: heb je de dominee wel goed begrepen? Ons luisteren is vaak erg persoonlijk getint. Vanuit een bepaalde spanning vang je een woord op, dat meteen allerlei associaties (= herinneringen, gebeurtenissen, belevenissen die soms alleen maar door de klank van een woord in ons naar boven komen) oproept.

Van de andere kant is ook waar: vermaningen en waarschuwingen moeten voortkomen uit het Woord zelf dat we bedienen, niet uit conclusies die wij uit het Woord trekken, zeker niet als die conclusies niet direct in de tekst zelf voor handen liggen. Dat is, dacht ik, de betekenis van het reformatorische beginsel: Sola Scriptura tegenover Rome dat met allerlei eigenwillige redeneringen de Schrift verre achter zich laat. Wij, priesters, bedienden niet het Woord Gods, maar ons eigen woord of juister: het woord van de paus.

Maar of je predikant in die preek achter eigen conclusies is aangehold, kan ik niet beoordelen. Dat hoef ik gelukkig ook niet.

De dominee heeft in elk geval wèl gelijk, wanneer hij waarschuwt dat we "het niet te snel van ons moeten geloven". Ik zou er zelfs aan willen toevoegen: we moeten het nooit van onszelf geloven.

We worden niet opgeroepen om te geloven in ons eigen geloof of in wat dan ook van onszelf. Als we het in onszelf gaan zoeken, zullen we het nooit vinden.

Maar ik meen dat ik in mijn geschriften altijd heb opgeroepen om de zaligheid niet binnen in ons te zoeken, maar buiten ons, in Christus. Daar alleen is alles te vinden.

Als ik dat niet duidelijk genoeg heb gezegd, wil ik dat nu nog eens dik onderstrepen. Redenen waarom wij onze zaligheid buiten onszelf, in Christus, moeten zoeken, zijn o.a.:

"Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk" (Kol. 2:9). En die God is een en al barmhartigheid. "God is liefde" (1 Joh. 4:16). In Christus is dus alle heil te vinden. "Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar Hem voor ons allen overgegeven heeft, hoe zal Hij ons met Hem niet alle dingen schenken?" (Rom. 8:32).

Dat de liefde van God geen mooi woord is, maar juichende werkelijkheid, heeft Hij getoond: "Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe" (Joh. 3:16).

Kijk daarom altijd weer naar Christus. Verheerlijk God in deze vlees-geworden Liefde. Spreek je vertrouwen uit in die Zelfopenbaring van God. Laat je vrede niet verstoren, wanneer mensen, helaas soms ook met vrome motieven, iets proberen af te doen van die onmetelijke liefde van God.

Misschien heeft je dominee willen waarschuwen voor een dus-geloof, een geloof dat op redeneringen berust. En dan ben ik het helemaal met hem eens.

Helaas is er erg veel dus-geloof (= een geloof dat de gevolgtrekking uit een redenering is, maar dat ons niet persoonlijk met Christus verbindt).

Daarom gaat er over het algemeen zo weinig uit van de kerkmensen. Wanneer ons geloof voortspruit uit de aanschouwing van Christus, de Zaligmaker voor verloren zondaars, dan dringt Hij met Zijn licht en warmte in ons door en dan is dat merkbaar voor hen die Christus nog niet kennen.

Ook is het waar dat je slechts door te zien op jezelf de ware behoefte aan Christus kunt krijgen.

Waarom snel ik altijd weer naar Christus toe? Omdat ik voortdurend op de zonde in mij stoot. Ik heb daar een grondige afkeer van gekregen. Ik kan er niet bij leven.

Daarom kijk ik zo snel mogelijk van mezelf weg naar Hem, de volstrekt Reine, de Heilige, de Rechtvaardige. En … wat een wonder! Hij is altijd opnieuw bereid om mij te ontvangen en mij te reinigen met Zijn verzoenende bloed!

Tenslotte raad ik je aan om veel voor je dominee te bidden. Dat heeft volgens de Bijbel verschillende voordelen:

1. Het bedienen van het Woord Gods is een heerlijke, maar ook een zware taak. Je moet/mag dan het zwaard (!) Gods hanteren. Maar wil je dat goed doen, dan ben je volkomen afhankelijk van de Heilige Geest. En die komt slechts op het gebed dat Hij overigens ook Zelf in de harten van de gelovigen legt.

2. Dan beoefen je de gemeenschap der heiligen. Wij, bedienaren van het Woord, zijn slechts leden van de gemeente zoals de anderen. We hebben wel een bijzondere roeping gekregen, maar we staan daardoor niet boven de anderen. We zijn exact dezelfde zondaren, die net als alle andere gelovigen van genade alleen kunnen leven.

3. Dan krijg je vanzelf ook de juiste instelling tegenover je dominee; die van een liefdevolle, indien nodig van een positieve kritiek.

4. Bid om steeds meer "zalving van de Heilige", want die "zalving leert u van alle dingen" (1 Joh. 2:20,27). Naarmate je meer vervuld bent van de Heilige Geest, zul je ook steeds dieper Zijn bedoelingen in het Woord gaan verstaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 1992

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

ONTMOETINGEN 68

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 1992

In de Rechte Straat | 32 Pagina's