BEKERING DOOR HET DRAGEN VAN DE 'WONDERBARE MEDAILLE'
In Kath. Stemmen van februari 1992 beschrijft dr. Alice von Hildebrand hoe de bekering van de Jood, Alphonse Ratisbonne plaats vond:
"Ik ben als Jood geboren en ik wil als Jood sterven ", verklaarde Alphonse.
Maar zijn gastheer hield vol. "U bent zo'n jonge vrije geest, dat u het niet erg zult vinden mij een gunst te bewijzen, die u geen moeite kost." Uit zijn zak haalde hij de miraculeuze medaille van Onze Lieve Vrouw en hij vroeg aan Alphonse die om zijn hals te hangen. Hierdoor overrompeld gaf Alphonse toe" (p. 81).
Dat gebeurde op 15 januari 1842. Maar de miraculeuze medaille werkte snel. Reeds op 20 januari had Alphonse een verschijning van 'Maria'. Théodore (de gastheer) trof Alphonse geknield aan, snikkend steeds weer herhalend: Ja, zij was er echt; zij was er echt. Hij had Haar precies zo gezien als Zij afgebeeld stond op de Wonderdadige Medaille, die hij nog altijd om de hals droeg, (p.84)
Bij het lezen van dat verhaal dacht ik aan de uitdrukking: 'iemand oren aannaaien" (volgens Van Dale: iemand voor de gek houden). En aan nog een andere uitdrukking: zo'n onnozele hals om dat alles te geloven!
Hoe ver staat zo'n 'bekering' die zich voltrekt door de magische uitstraling van een amulet, af van de bekering van een zondaar door de werking van het Woord en van de Heilige Geest zoals die in de Bijbel beschreven wordt!
Hoe ver staat dit ook af van het Oude Testament, met name van het tweede gebod! Hoe kan een Jood die het Boek der Makkabeeën kent, ooit door middel van een dergelijke amulet tot 'bekering' komen?
De boeken van de Makkabeeën worden door de R.-K. Kerk als canoniek (= behorend tot de Bijbel) beschouwd, terwijl de Joden en de protestantse christenen deze boeken wel als lezenswaard, maar niet als door de Heilige Geest geïnspireerd zien.
We lezen daarin over de strijd van de Joden onder aanvoering van Judas de Makkabeeër tegen Gorgias, waarbij er enkelen gesneuveld waren. "De volgende dag wijdden Judas en zijn mannen zich aan de dringende taak de lijken van de gevallenen te bergen en ze bij hun verwanten in hun familiegraf bij te zetten. Daarbij ontdekte men onder de kleren van al de gevallenen amuletten van de afgoden van Jamnia, dingen dus die de joden volgens de wet niet mogen bezitten. Toen was het voor allen duidelijk waarom ze gesneuveld waren. Allen prezen de Heere, de rechtvaardige Rechter, Die het verborgene aan het licht brengt" (2 Mak. 12:39-41).
De Miraculeuze Medaille is zeer beslist een amulet, gewijd aan een godin, want de 'Maria' die erop staat gegraveerd, is niet de Maria van de Bijbel, de gezegende moeder des Heeren. Het is een demonische macht geweest, die de fantasie van Cathérine de Labouré op hol heeft gebracht om de mensen ertoe te brengen niet op de levende Christus, maar op een dode amulet hun vertrouwen te stellen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 1992
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 1992
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
