In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

DE MISLEIDING VAN DE 'MIRACULEUZE MEDAILLE'

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE MISLEIDING VAN DE 'MIRACULEUZE MEDAILLE'

4 minuten leestijd

Vertaling van het document op p. 4:

DE ALGEMENE OVERSTE van de Congregatie van de Missie en van de Sociëteit van de Dochters van Liefde aan de in Christus geliefde eerwaarde heer Herman Hegger, priester van de Congregatie (=kloosterorde) van de Redemptoristen, heil in de Heer.

Vanuit het bijzondere voorrecht dat de Heilige Stoel ons geschonken heeft, delegeren wij u om te zegenen en op te leggen de Medaille van de Onbevlekte Maagd Maria, populair de Wonderbare (Miraculeuze) Medaille, met de aflaten die de Heilige Stoel aan die Medaille heeft verleend.

Als bewijs daarvan hebben wij opdracht gegeven u deze brief te sturen, eigenhandig ondertekend en voorzien van ons zegel.

Gegeven te Parijs, in ons moederhuis, de 27ste van de maand november in het jaar des Heren 1940.

Dp de binnenkant van het document wordt beschreven hoe je die medaille moet zegenen en moet opleggen.

Op de achterkant die we op p. 17 afdrukken, staan de voor- en achterkant van de medaille afgebeeld. Let daarbij op Maria, die wordt afgebeeld staande op de wereldbol met onder haar voeten de slang, alsof niet Christus, maar zij die voor ons verpletterd heeft. Let ook op de twaalf Maria-sterren, die opgenomen zijn in de Europa-vlag; op het kruis dat rust op de grote M van Maria; op de twee harten van Jezus en Maria, evenwaardig naast elkaar, waarop wij onze verwachtingen moeten bouwen; op de stralenbundels, die vanuit haar handen zich over de wereld verspreiden: 'Maria' het Licht der wereld.

Tevens worden de aflaten (= kwijtscheldingen van de straffen in het vagevuur) vermeld, die de dragers van de medaille ontvangen:

1. Een volle aflaat, op de dag waarop de medaille iemand wordt opgelegd, elk jaar op de Paasdag en op het feest van de Onbevlekte Ontvangenis van de Zalige Maagd Maria (deze aflaten zijn door de paus verleend op 12 nov. 1895). II. Een aflaat van 100 dagen, "zo dikwijls, en in welke taal dan ook, zij het schietgebed zullen uitspreken dat op de Medaille staat geschreven: O Maria, zonder zonde ontvangen, bid voor ons die onze toevlucht tot u nemen " verleend op 6 juni 1904). Deze aflaten kunnen op reeds gestorven mensen worden toegepast.

Als ik mij nu realiseer dat ik dat vroeger allemaal geloofd en gepraktizeerd heb, kan ik mij daar diep schuldig over voelen. Wat heb ik de mensen misleid! Ook ik heb meegedaan aan deze vervalsing van het Evangelie: "In een van haar verschijningen gaf de Heilige Maagd haar (Cathérine) opdracht een vereniging te organiseren om iedereen te helpen deze 'kostbare parel' te vinden (vgl. Mat. 13:46), die de devotie tot Maria is" (K.S. p. 154).

Maria is reeds lang gestorven. Nergens staat in de Bijbel dat zij met haar lichaam ten hemel is gevaren, zoals Rome leert. Jezus heeft Maria vanaf Zijn openbare optreden nooit meer aangesproken met 'moeder'. In strijd met Zijn eigen voorbeeld heeft de R.-K. Kerk de noodzaak van het aanroepen van Maria als moeder tot dogma verheven. Dit innerlijke omgaan met de gezegende, maar wel gestorven Maria wordt genoemd de "parel van grote waarde" waarvoor een koopman alles verkocht wat hij bezat om hem te kunnen kopen!

Maar als die misleiding van vroeger mij benauwt, denk ik aan Paulus, die eveneens, als de R.-K. Kerk, in alle felheid de verdienstelijkheid van de goede werken leerde en daarom de Gemeente Gods vervolgde, omdat die verkondigde dat de mens slechts uit genade door het geloof in Christus alleen behouden wordt. En ik mag het hem nazeggen: "… die te voren een (gods)lasteraar was en een vervolger en een verdrukker; maar mij is barmhartigheid geschied, daar ik het onwetend gedaan heb in (mijn) ongelovigheid" (1 Tim. 1:13).

Vorig jaar schreef kard. Simonis mij dat ik zou moeten terugkeren naar de R.-K. Kerk en mij opnieuw zou moeten onderwerpen aan de paus. MIJN VRAAG:

Petrus, de zogenaamde eerste paus. verloochende zijn Meester, doordat hij drie keer onder ede beweerde: 'ik ken Hem niet". Zou ik Petrus daarin moeten navolgen en ook moeten beweren: "Ik ken Christus niet als mijn enige en volkomen Zaligmaker?"

En dat, terwijl ik dagelijks mag leven vanuit de gelovige aanschouwing van Hem, Die in mij woont en in Wie ik ben door Zijn Woord en Geest: "Hieraan kennen wij dat wij in Hem zijn" (1 Joh. 2:5)?

Nee, kard. Simonis, ik kan en wil mijn Heere niet verloochenen. Waarom niet? Omdat ik zo'n sterk karakter heb? Nee, maar omdat Hij nooit zal toelaten dat iemand, geen kardinaal en geen paus, mij ooit zal rukken uit Zijn hand (Joh. 10:28). Hij zal mij trouw doen zijn, niet door mijn trouw, maar door Zijn trouw.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 1992

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

DE MISLEIDING VAN DE 'MIRACULEUZE MEDAILLE'

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 1992

In de Rechte Straat | 32 Pagina's