In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

GELOOF EN WERKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GELOOF EN WERKEN

4 minuten leestijd

ANTWOORD

Ik zou willen verwijzen naar: "Want gelijk het lichaam zonder geest dood is, alzo is ook het geloof zonder de werken dood" (Jak. 2:26).

Jakobus zegt in dat vers dus dat de verhouding tussen geloof en werken kan vergeleken worden met de verhouding, die er is tussen lichaam en geest. Het geloof is in die mooie vergelijking dus het lichaam en de geest is het werk.

Het geloof begint te leven door de werken. Het geloof leeft zich uit in de goede

werken. Het geloof leeft uit de liefde. "Want in Christus heeft noch besnijdenis enige kracht noch voorhuid, maar het geloof, door de liefde werkende" (Gal. 5:6). "Want in Christus Jezus heeft besnijdenis noch onbesnedenheid enig belang, maar alleen geloof zich uitende in liefde" (RKV).

Dat is ook een van de betekenissen van: "De rechtvaardige zal uit het geloof leven" (Rom. 1:17; Hab. 2:4; Hebr. 10:38). De gelovige komt tot bloei in de rechtvaardigheid, in de werken der liefde, in de trouwe vervulling van Gods geboden.

Een gelovige fleurt op, wanneer hij ergens kan helpen, wanneer hij tranen kan

drogen, wanneer hij geestelijk of lichamelijk een beetje warmte kan overdragen op verkleumden en verkommerden. Dan is hij in zijn element als een vis in het water.

Dat is ook de ervaring van elke gelovige. Een vreemde, bovenwereldse, milde zegen daalt op je neer, wanneer je vanuit en door je geloof iets doet louteren alleen omdat God het wil en omdat je die wil van God liefhebt uit de grond van je hart. Het is dan net of dat vervullen van de wil van God voedsel wordt voor je geloof.

Dan ontstaat er een heilige euforie (een zich wèl bevinden) in je, die totaal iets anders is dan een ordinair jezelf op de schouder kloppen, dan burgerlijke, farizeïsche zelfvoldaanheid, omdat je zo braaf en zo vroom bent. Zo'n geloof dat opbloeit in de liefde, schenkt "de vrede Gods die alle verstand te boven gaat" (Fil. 4:7), een vrede waarvan de wereld geen weet heeft (Joh. 14:27).

Dat is ook de zin van het loon op de goede werken, waarover de Bijbel vaak spreekt, o.a.: "En zie, Ik kom haastig en Mijn loon is met Mij om een ieder te vergelden gelijk zijn werk zal zijn"(Openb. 22:12).

Iemand die niet wedergeboren is uit de Heilige Geest, interpreteert dat meteen als een loon, als uitbetaling voor een prestatie. "Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen die van de Geest van God zijn; want zij zijn hem dwaasheid en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden" (1 Kor. 2:14).

Wie door het geloof uit God geboren is (Joh. 1:12,13), gaat steeds meer denken vanuit God. Als Zijn kind gaat hij steeds meer aanvoelen wat de Vader in het Woord bedoelt.

Een kind van God heeft daarom een grondige hekel aan elke vorm van zelfroem, hoewel hij de neiging daartoe steeds weer in zichzelf ziet opkomen. Hij is daarom blij dat hij in Gods Woord leest, dat al het goede in ons de vrucht is van onze verbondenheid met Christus (Joh. 15:5) en niet de vrucht van ons 'vleselijke' bestaan. En hij is blij dat hij in zichzelf ook bevindt dat dit zo is.

Lichaam en geest zijn één geheel. Dat is men de laatste tientallen jaren steeds meer gaan ontdekken. Lichaam en geest beïnvloeden elkaar wederzijds veel meer dan men vroeger vermoedde.

Daarom vind ik die vergelijking van Jakobus, lang vóór de huidige zielkunde, zo treffend. Hij (beter: de Heilige Geest die hem inspireerde) wist al eeuwenlang wat de zielkunde pas sinds één eeuw steeds meer is gaan ontdekken. Dat blijkt bijv. ook uit het verband dat hij in 5:15,16 legt tussen zonde, ziekte en genezing.

Aan beide zijden heeft men echter lichaam en geest, geloof en werken, uit elkaar getrokken.

Rome is het geloof gaan zien als "een aannemen van de waarheden die God geopenbaard heeft", dus als een daad van verstand en wil, zodat men zelfs uitdrukkelijk ontkende dat het wezen van het geloof een daad van vertrouwvolle overgave aan Christus is, waardoor de zondige, geestelijk dode mens tot leven komt. Zo kwam men tot de uitspraak dat de eenmaal (door de sacramenten) gerechtvaardigde mens het eeuwige leven waarlijk zou moeten verdienen door zijn goede werken.

De Reformatie heeft terecht dit als een ernstige afdwaling van Gods Woord afgewezen, maar in de nadagen van de Reformatie is men het geloof soms zo eenzijdig gaan beklemtonen, dat men de visie van Jakobus op de eenheid van geloof en werken hier en daar uit het oog verloor.

Praktische conclusie: laten we zoveel mogelijk goede werken doen uit geloof en dan zullen we merken dat ons geloof daardoor versterkt wordt en toeneemt in kracht, gloed en innigheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 februari 1992

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

GELOOF EN WERKEN

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 februari 1992

In de Rechte Straat | 32 Pagina's