In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

DE AARDE IS DES HEEREN'

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE AARDE IS DES HEEREN'

6 minuten leestijd

"De hartstocht voor het grenzeloze kon niet ingeperkt worden door respect voor evenredigheid en maat" (p. 32).

"Gedurende de eerste vijf eeuwen na de voltooiing van de Talmud hadden de Babylonische academies het hoogste gezag in de Joodse wereld". In de noot: "De Talmud is het voornaamste deel van de Joodse wet, overlevering en gedachtenwereld met inbegrip van de Misjna of tekst en de Gemara of commentaar. Hij werd voltooid in de vijfde eeuw" "De Joden van alle landen waren gewoon om de Geonim, de beroemde hoofden van de academies van Sura en Pumbeditha, steden in Babel, te raadplegen in alle bijzonder moeilijke kwesties". Eerst in de twaalfde eeuw begon het westen zich te emanciperen. In dat tijdperk veranderden twee baanbrekende literaire gebeurtenissen de intellectuele mogelijkheden voor de Joodse studie: Rashi schreef zijn uitgebreide commentaar op de Talmud en Maimonides maakte zijn Code van de Joodse Wet. Zij maakten de Joodse massa's onafhankelijk van de Geonim, wier positie toen in verval begon te raken. Het was niet langer nodig om kwesties aan Babel voor te leggen" (34-35).

"Zij geloofden dat de kwade neiging elke mens achtervolgt, gereed om hem bij elke misstap te laten struikelen. Deze gemoedstoestand leidde zowel tot verrukking als tot droefheid: de Joden voelden de oneindige schoonheid van de hemel, de heilige mysteriën van de vroomheid, maar ook het gevaar en de duisternis van deze wereld. De mens is zo onwaardig en zo eerloos en de hemelen zijn zo verheven en zo ver weg - wat moet de mens doen om niet te vallen in het diepste van de hel?" (67)

"Het vuur van het boze kan beter bestreden worden met de vlammen van de verrukking dan door vasten en zelfkastijding" (69). "God is de oneindige, de Verborgene van al het Verborgene', Die geen denken kan bedenken" (76). "Zelfs eenvoudige mensen wisten als kunstenaars uren van de weekdagen met mystieke vroomheid te vullen. Zij schreven geen liederen, zij waren zelf liederen" (83).

Maar ook deze klacht over het Jodendom van nu, een klacht die ook wij over de kerken en over onszelf zouden kunnen aanheffen: "Wij hebben geholpen om het licht te doven dat onze vaderen ontstoken hadden. Wij hebben heiligheid geruild voor comfort, trouw voor succes, wijsheid voor voorlichting, gebeden voor preken, traditie voor mode" (94).

Abraham Heschel (1907-1972) kon zes weken voor de inval van de Duitsers vluchten naar Londen. Hij zei van zichzelf: "Ik ben een stuk brandhout, gerukt uit het vuur waarin mijn volk verbrandde" (99).

PRIESTERS VLUCHTEN IN ALCOHOL EN DRUGS

Ongeveer tien procent van de r.-k. priesters en kloosterlingen in West-Duitsland is verslaafd aan alcohol en drugs; dat percentage ligt vier keer zo hoog als dat van de overige Duitsers. Aldus een verslag uitgebracht aan de Duitse bisschoppenconferentie.

Onze vraag: is de eenzaamheid die een gevolg is van het door de paus opgelegde celibaat, misschien niet de belangrijkste oorzaak van deze vlucht van de priesters in de alcohol en de drugs? Is het dan niet goddeloos dat die harde heerser van Rome toch de priesters die hun eenzaamheid willen opheffen door de van God gegeven verordening van het huwelijk, blijft bedreigen met doodzonde en hel?

TEGENSTRIJDIGE VISIOENEN

In Katholieke Stemmen lazen we in de vragenrubriek: "Vraag van mevr. A.R. te D. (Antwerpen): O.L. Vrouw zegt aan de Heilige Birgitta: 'Ik heb 15 dagen dood in dit graf gelegen … dus in Jeruzalem; terwijl de grote zienster A.K. Emmerich als ooggetuige beweert dat O.L. Vrouw in Efese is gestorven en begraven. Wat is nu waar?"

De r.-k. priester Jos A.M. van Dijk erkent dat dit een tegenspraak is, maar voegt eraan toe: "God en de Heilige Maagd hebben met de visioenen niet de bedoeling de mensen op historische gebeurtenissen en vindplaatsen te wijzen, maar Zij beogen het heil van de mensheid".

Ons commentaar:

1. "Goden de Heilige Maagd"… "Zij beogen "-vreselijk dit naast elkaar stellen van de Schepper en een schepsel, alsof het over twee collega's gaat.

2. Johannes schrijft: "Maar deze (tekenen) zijn geschreven, opdat gij gelooft dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat gij, gelovende, het leven hebt in Zijn Naam" (Joh. 20:31). De Schrift is dus voldoende om daardoor tot geloof te komen in Christus en om dan via dat geloof het eeuwige leven, het heil, te ontvangen. Waarom dan nog geloof hechten aan (ziekelijke) ziensters, die elkaar tegenspreken?

DE VREZE DES HEEREN ONTBREEKT

"Wat in bijna alle gemeenten ontbreekt is de vreze des Heeren. Ik bedoel daarmee liet doordringende gevoel van bewondering en vrees, die over iemand komen, wanneer hij zich realiseert dat hij in de tegenwoordigheid van de almachtige God verkeert. Het is niet slechts een gevoel. Het is een instelling van hart en hoofd, een daad van gehoorzaamheid.

Tozer schreef: "De ware vreze des Heeren komt voort uit de kennis van onze eigen zondigheid en een besef van de aanwezigheid van God". Uit: The Evidence, aug. 1990.

TRANEN UIT HET HART EN/OF UIT DE OGEN?

Er zijn mensen die, wanneer ze duidelijk in het licht van Gods heiligheid de duisternis van hun zonden hebben gezien, alleen maar in hun ziel schreien, terwijl er geen enkele traan uit hun ogen komt.

Anderen huilen tranen met tuiten, maar het zijn krokodilletranen. Hun hart heeft nooit echt geschreid. Dat blijkt uit de onvruchtbare werken der duisternis, die ze ook na hun 'ontroerende bekering' blijven doen.

Terecht zeggen daarom de Dordtse Leerregels, in aansluiting aan de Bijbel, dat de wedergeboorte een ommekeer is van de wil, niet van het gevoel.

IN DRIE GOLVEN

Dit boek van drs. Marijke Amesz(uitg. Buijten en Schipperheijn - Amsterdam, 162 blz. ƒ 22,90) is een nieuwe poging om de leer van de pinksterbeweging te weerleggen (vooral zoals die in de bestaande kerken wil doordringen - gewoonlijk wordt ze dan aangeduid met de naam "charismatische beweging") voornamelijk door het aangeven van bizarre uitingen van pinkstervoorgangers, door de gangbare argumenten tegen hen die menen dat de gaven van de Geest bestemd zijn voor alle tijden, door een theorie van "twee beroemde hersenonderzoekers, J. Eccles en W. Penfield" (p. 86) over het gevaar van hen die beweren dat de mens "slechts een passief kanaal van God" is, enz.

OVER MYSTIEKE THEOLOGIE, ondertitel: Pseudo-Dionysius de Areopagiet, vertelling en essay door B. Schomakers (uitg. Kok-Kampen, 192 blz. ƒ 29,90). Dit kleine geschriftje van Dionysius heeft grote invloed gehad op de westerse mystiek. De beschouwing die Schomakers eraan wijdt, is zo doorspekt met filosofische vaktaal, dat het voor velen niet toegankelijk is.

DE BERGREDE, pastoraal uitgelegd, door dr. D. Martin Lloyd-Jones (uitg. Groen-Leiden, deel 1 - 320 blz., deel 2 - 328 blz., beide paperback ƒ 39,00, gebonden ƒ 49,00). Bijzonder mooi, maar veel te rijk van inhoud om eruit te citeren. Ook een heel prettige vertaling. Heel, heel hartelijk aanbevolen!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 1991

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

DE AARDE IS DES HEEREN'

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 1991

In de Rechte Straat | 32 Pagina's