ONTMOETINGEN 64
(VERVOLG)
Zo juist heb ik uw brief gelezen en mijn eerste impuls is: terugschrijven. De jongste heb ik net in bed gestopt; de anderen komen pas later binnenstormen.
Bedankt voor uw nachtelijke brief. Leuk. Maar .. ik kan met de beste wil van de wereld niet indenken dat de Heere plezier in mij heeft. Echt niet. Ik ben waard dat Hij van mij walgt, heus.
Want terwijl ik mezelf bekijk en telkens weer tot de conclusie kom, hoe rot ik wel voor de Heere moet zijn, lach ik in mezelf. Vindt u dat dan niet verschrikkelijk: vrolijkheid over m'n eigen zonden! Ik denk zó gemakkelijk en zó luchtig over alles, dat het die vluchtigheid is die mij zorgen baart. Héél tegenstrijdig, niet te bevatten? Dat vind ik zelf ook.
Dat is de kilheid en de lauwheid van mijn hart en daar wil ik van af. Ik ben blind en doof voor de leiding van de Heere. Als Henk bijv. zegt: "Dat heeft de Heere zo geleid", haal ik m'n wenkbrauwen eens op en denk: Mooi, hoor, dat jij dat zo ziet, maar ik glimlach erover en glijd er over heen.
Dan nog het volgende zeurpunt. U zegt: "Ga naar Hem toe en laat je door Hem omhelzen (Lukas 15:20)". Hoe moet ik dat doen? Volgens mij op de knieën, biddend, en dan? … afwachten? verwachten? Ik heb dat al zo vaak gedaan, maar er gebeurt niks. Of ben ik er blind voor?
Moet ik mezelf inprenten of voorhouden: Betsy, j e hebt je nu overgegeven aan Hem, dus ben je nu bekeerd; leef er nu naar, lees, bid en kleed je netjes en vertrouw dat het goed met j e komt. Is het dat?
Maar dan houd ik mezelf voor de gek. Dan eigen ik me zo maar iets toe dat je geschonken moet worden. Dat is diefstal.
Ik zal het wel weer niet begrijpen of iets over het hoofd zien, maar ik weet het ook niet, hoor.
Ik begin langzamerhand lekker-lijdelijk te worden. Hoewel, het wordt weer winter en ik heb een winter-geloof. Dus valt het misschien nog wel mee. Maar als mijn geloof in de zomer vanzelf op een laag pitje komt te staan, is het toch niet echt!? Ik ben erg nieuwsgierig naar üw geloofsbeleving. Gelooft u gewoon dat alle beloften er voor u zijn? Waaruit haalt u die zekerheid vandaan? Alleen uit de Bijbel? Niet tevens uit uw gevoel, uit uw beleving, uit uw hart? Kun je jezelf zo iets niet aanpraten? Ik kan een leugentje vertellen, en nog eens en nog eens en daarna ga ik er zelf in geloven. Dat kan en mag ik toch niet met het geloof doen?
Okay, ik buig en kniel en bid. Ik belijd mijn zonden en vraag om vergeving (hoe weet ik of ze vergeven zijn?) en vraag d a n of ik Zijn kind mag wezen en of Hij me wil leiden. Amen!
En dan sta ik op en ben weer de oude Betsy. Een uur later of een dag of een week daar na ben ik nog steeds de oude Betsy.
Ik wil een nieuw schepsel worden, wederomgeboren. Ik wil niet meer de Betsy zijn, die hier of daar een stukje uit de Bijbel leest en dan de schouders ervoor ophaalt, omdat ze het niet begrijpt; niet een Betsy die 's avonds slaapt, vóórdat ze gebeden heeft; niet een Betsy die 's morgens vergeet te bidden; niet een twijfelachtig mens die anderen ook aan het twijfelen brengt. Ik wil niet overal om lachen en vrolijk zijn; dat wordt m'n ondergang.
Zo, ik stop; de jongens stormen binnen. Sorry hoor voor deze brief, maar ik stuur hem u toch.
ANTWOORD
Wat is het moeilijk om een medemens helemaal te doorgronden, zodat je heel fijn aanvoelt waar de moeilijkheden precies zitten. Daarom was ik blij met je brief, waardoor ik je wat meer ben gaan begrijpen en misschien een goed antwoord kan geven.
Ik meen dat je nog steeds de grondbeginselen van de Bijbel niet goed begrijpt, zoals die door de Reformatie zo kernachtig zijn geformuleerd: alleen door genade, door het geloof in Christus alleen!
Wanneer je werkelijk je zonden voor God belijdt en met je hart (dat is niet: je gevoel) je vertrouwen uitspreekt in het verzoenende werk van Christus, dan magje weten dat je een kind van God bent, ook al voel je niets. Sola fide = door het geloof alleen! niet: sola commotione = alleen door emotie, gevoel, bevinding!
Maar … dat betekent niet dat je dan overal mag verkondigen dat je een bekeerd iemand bent. Waarom niet?
In de eerste plaats omdat je pas dan van Christus kunt getuigen, wanneer je Hem door het geloof ook gezien, gevoeld, ervaren hebt.
De apostelen geloofden ook in Christus vóór de Pinksterdag, daarom zei de Heere ook tegen hen: "Gij zijt nu rein om het woord dat Ik tot u gesproken heb" (Joh. 15:3). Daarom noemde Hij hen Zijn vrienden (Joh. 15:15). En Hij draagt Maria Magdalena op: "Ga heen tot Mijn broeders en zeg hun: Ik vaar op tot Mijn Vader en uw Vader, en tot Mijn God en uw God"(Joh. 20:17). Mensen die door Christus "Zijn broeders" worden genoemd en die Zijn Vader ook mogen aanspreken met "Vader", zijn toch zeker echte kinderen van God? Daar zul je het wel mee eens zijn.
Maar wat waren die apostelen nog zwak! Petrus verloochende Hem en ze hebben Hem allemaal in de steek gelaten.
Misschien was dat de reden, waarom Jezus "hun beval dat zij van Jeruzalem niet scheiden zouden, maar verwachten de belofte des Vaders". En wat is die belofte? "Gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal en gij zult Mijn getuigen zijn" (Hand. 1:4,8).
En op de Pinksterdag ontvangen ze ook inderdaad die kracht, die ervaring van de volheid van de Geest, en dan gaan ze machtig getuigen, de voorheen zo slappe Petrus voorop.
Maar al kun je dan nu nog niet getuigen dat je Christus tot in je gevoel ervaren hebt. toch verlangt hij van je dat je nu reeds zoveel mogelijk, eventueel in alle nuchterheid, aan iedereen vertelt wie Hij is, wat Hij over Zichzelf in de Bijbel vertelt.
Zo heeft de Heere ook Zijn apostelen reeds vóór de Pinksterdag opgedragen om in heel Israël te gaan zeggen wie Hij was: "Deze twaalf heeft Jezus uitgezonden"(Mat. 10:5).
Daar was dus ook Judas bij. die zeer beslist geen kind van God was. Wij moeten allen aan iedereen vertellen wie Jezus is, want de opdracht om te verkondigen wat de Bijbel over Jezus zegt, geldt iedereen, bekeerd of onbekeerd. Daarom stuurde Jezus zelfs Judas erop uit om Zijn Evangelie aan anderen uit te leggen.
Wacht dus niet met het verbreiden van het blijde bericht wie Jezus Christus is. Maar wacht wel met het GETUIGEN over Hem, net als de apostelen, totdat de Pinksterervaring ook over jou komt.
En wacht in geen geval met te geloven dat God Zijn belofte ook aan jou waar maakt, namelijk dat wie in Zijn Zoon gelooft, de vergeving der zonden ontvangt. Ga niet twijfelen aan Gods belofte, omdat je nog niks voelt. Die belofte staat los van wat je al of niet voelt.
Misschien moetje wel heel lang op die Pinksterervaring wachten. Misschien krijg je die nooit tijdens je leven. Dat is Gods beschikking. (Hoewel ik mij moeilijk kan voorstellen dat de Heere iemand z'n hele leven lang enkel bij geloof laat leven en Hem nooit eens laat voelen dat Hij zijn genadige Vader is. Maar… niet wat ik mij wel of niet kan voorstellen, is beslissend, maar wat de Bijbel zegt).
Blijf God verheerlijken door ondanks alles wat je al of niet ervaart, in de waarachtigheid van Zijn belofte te geloven. "Zalig (zijn zij) die niet zullen gezien hebben en (nochtans) zullen geloofd hebben" (Joh. 20:39).
Tot slot: Je zou het bovenstaande verkeerd hebben begrepen.
I. wanneer je daaruit zou opmaken dat volgens mij een verstandelijk ja-knikken in de richting van de bijbelse waarheden een echt, zaligmakend geloof zou zijn.
Wij moeten geloven met ons 'hart'; dat is niet het gevoel, maar evenmin het verstand. Het hart is de kern van ons wezen, ons 'ik', onze wil. De DL zeggen, met een verwijzing naar Ef. 4:24, dat "het evenbeeld Gods (in de mens) bestaat in rechtvaardigheid en heiligheid, welke beide ongetwijfeld in de WIL haar plaats hebben" (hoofdstuk 3 en 4, verwerping der dwalingen nr. 2).
Wanneer je met heel je wezen tegen de Heere God zegt: Ik erken dat ik door mijn zonden Uw toorn ten volle heb verdiend en dat U alle recht hebt om mij voor eeuwig van U te werpen in de uiterste duisternis. Maar ik geloof dat U, o God, de wereld (ook mij) zozeer hebt liefgehad dat U Uw eniggeboren Zoon gegeven hebt, opdat een ieder (dus ook ik, Betsy) niet in het onherroepelijke verderf terecht komt, maar deel krijgt aan het eeuwig leven van Uzelf - dan raakt dat ook heel je wezen. Dan is dat een radicale verandering van je ganse bestaan. Dan heb je immersjezelf, met al je pogingen om je ooit voor God aanvaardbaar te maken, voorgoed opgegeven. In de plaats daarvan ben je voor altijd al je verwachtingen gaan stellen in deze mensgeworden Zoon van God.
Naarmate iemand meer of minder gevoelsmens is, zal dat ook voor hem in meerdere of mindere mate een gevoelservaring worden. Maar nogmaals, die gevoelservaring is niet het wezen van het geloof en van de wedergeboorte. Het is er een gevolg, een uitstraling, van.
En vergeet niet: alles komt voort uit het door de Heilige Geest geïnspireerde Woord alleen: sola Scriptura! Dus NIET uit iets NAAST dat Woord, dus ook niet uit een aparte beleving, die de Heilige Geest je zou moeten schenken buiten het Woord om. Tegenover Rome belijdt de Reformatie dat het Woord af is, dat er niets, ook niet een APARTE (buiten het Woord om) influistering van de Heilige Geest, aan moet worden toegevoegd.
2. Je zou mij ook verkeerd hebben begrepen, wanneer je zou zijn gaan denken dat zo'n geloof een wilsprestatie vanjouw kant is. Geloof is wel van de mens uit bezien een gehoorzamen aan de stem van God, een gehoor geven aan Zijn uitnodiging. Maar van Gods kant uit bezien is een echt geloof (ook al voltrekt zich dat zonder een 'zien', zonder gevoel) altijd een gave van Hem. Als je echt bent gaan geloven, is dat niet omdat je jezelf daartoe omhoog hebt gewerkt, maar omdat God je ertoe heeft gebracht.
3. Je zou mij ook verkeerd begrepen hebben, wanneer je zou menen dat je dan niet meer biddend zou hoeven uit te zien naar de "Pinksterervaring", naar de bevinding van dat geloof in je ganse bestaan, dus ook in de sferen van je gevoel, van het 'zien'. Alle vier Evangeliën beginnen met de belofte dat Jezus (op de tijd door Zijn Vader bepaald) zal dopen in de Geest, dat is: vervullen met Zijn kracht en Zijn vreugde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 1991
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 1991
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
