In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

ONTMOETINGEN 64

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONTMOETINGEN 64

8 minuten leestijd

Wat is het weer lang geleden dat ik u schreef! Te lang! Ik heb het overal druk mee behalve met het ène nodige.

Maar nu ik aan het mijmeren sla, vraag ik me af: wie ben ik?

Gewoon Betsy, niks bijzonders. Geloof? Daar sta ik momenteel ver van af. Ik heb nergens behoefte aan, niet aan lezen, zingen, bidden enzovoort. Niks doe ik. Ik leef m'n leventje en alles gaat z'n gangetje, ik ben gelukkig.

Ja, ergens ligt er iets te sluimeren in mijn ziel en als dat wakker wordt, is het of ik in de verte een stem hoor: "Betsy, je moet weer op zoek gaan, je moet nu eens andere wegen inslaan en kijken waar die op uitlopen.

De wegen die ik tot nog toe gevolgd heb, zijn op niets uitgelopen. Ik ben en heb niets. Ik kan niet getuigen van Gods liefde. Ik kan niets zeggen over Zijn leiding in mijn leven. Ik durf niet van Hem te getuigen.

Een heel goede, lieve buurvrouw ligt op sterven. Ik wil er van de week naar toe. Ik wil ze nog eens de weg wijzen. Maar ik weet echt niet hoe? Had ik nu de liefde maar en de geloofszekerheid, dan ging dat vanzelf.

En ik voel het heimwee naar de afgelopen wintermaanden, toen ik intens met de Heere bezig was, in mij naar omhoog komen.

Ik droom weg, hoor mooie liederen, krijg tranen in m'n ogen als ik al die brieven van u nog eens over lees, ik word boos op mezelf, als ik uw antwoorden weer tot me laat doordringen. Uren hebt u in mijn persoontje gestopt. En de uitkomst? Nul, komma nul! Henk snapt niet dat u me niet al lang zat bent. Gèk zou hij ervan geworden zijn. En als ik daaraan denk, durf ik eigenlijk niet meer naar u schrijven.

Nou, dominee, om een lang zwamverhaal kort te maken: wat moet ik doen? Omkeren en nogmaals deze weg overlopen? Of een nieuwe weg inslaan? Of wachten, rustig wachten op de Heere, Die me misschien zal gaan leiden. Dat is eigenlijk wat ik wil.

Waarom roept de Heere mij niet door iets of spreekt Hij mij niet aan in een kerkdienst of iets dergelijks? Ben ik zó verhard? Of ben ik nuchter? Of gewoon ongelovig? Maar, als geloof je gegeven moet worden, moet ik toch wachten, totdat ik eens geloof?

Ik durf nu echt nog niet te zeggen dat Jezus voor mij gestorven is, dat Hij mijn zonden vergeven heeft. Ik dacht een tijd lang dat ik vanzelf zou groeien in het geloof; vergeet het maar; deze boom is verdord … door eigen schuld! want ik heb niet geschreeuwd om water, om voeding. Ik verslapte en vond het wel best zo. Kunt u deze boom die ziek is, nog helpen?

Zo, 't is weer een heerlijke warrige boel geworden, vindt u niet? Snapt u mij nou een beetje? (ik niet!). Ik heb gewoon een geloof voor de wintermaanden, 's Zomers moet ik in de zon zitten, met buurvrouwen leuteren en de schijn ophouden van 'gelovige'. Dat klopt niet.

Dominee, hoe gaat het met u, en met uw gezondheid? Denk erom nog lang te leven hoor, want ik moet u nog veel schrijven en ik hoop dat u nog veel zegen mag ontvangen.

ANTWOORD

Zojuist, kwart voor middernacht, vond ik opnieuw, verloren onder andere post, je brief van 27 augustus, die ik kwijt was geraakt. Ik genoot ervan. Je hebt iets sprankelends, in je humor, in je donkere buien en in je vrolijkheid.

Kun je je misschien indenken dat de Heere nog veel meer plezier in je heeft? Ik zeg dit met heel veel eerbied en toch meen ik het, want:

Je bent Zijn schepsel, oorspronkelijk geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis. Jij en ik, we hebben het verknoeid in Adam en Eva op een wijze die we niet kunnen doorgronden, maar we merken de gevolgen wel voortdurend: in ons dwaalzieke hart, in de telkens bij ons opkomende neigingen tot ongeloof en twijfel enz.

Maar daar boven uit staat Gods liefde groot en voor eeuwig te stralen in Jezus Christus. Die zon gaat nooit onder. Die zon komt op ons af, niet om ons te verzengen, maar om ons te koesteren in tederheid, barmhartigheid, vaderlijke liefde.

Betsy, je hebt van de Heere heel wat gaven gekregen. Eén daarvan is je vrolijkheid. Ik zou je daarom willen aanraden: gebruik die gave van de vrolijkheid wat meer. Lach eens wat meer om jezelf, om al dat 'zwaar' doen, om dat getob en gepieker. Gedraag je eenvoudig als een kind. Vertrouw simpelweg, zonder diepzinnig geredeneer, op je Vader, de Vader van Jezus Christus.

Je schrijft terecht: jij bent niet belangrijk; dat ben ik ook niet. De Heere alleen is groot. Maar Hij zegt van Zichzelf: "God is liefde" (1 Joh. 4). Laat Hij dat tegen je zeggen. Gun Hem die vreugde dat je dan antwoordt: Ja, Heere, ik geloof U op U w woord; ik geloof dat U liefde bent. En waag het dan eens om eraan toe te voegen: "… behalve voor mij. Voor mij bent U niet liefde, maar hardheid, onverbiddelijkheid, meedogenloosheid". Zou je dat durven zeggen? Schrijf het mij dan eens.

Het is intussen bijna half één. Ik ga maar eindigen, want mijn gedachten zijn niet meer helder. Maar één ding weet ik, ook als straks mijn denken uitdooft in mijn dood: "God is Liefde. Zozeer heeft God de wereld liefgehad dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder - ook Betsy Clarijs - niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe". Heel veel liefs, ook voor Henk.

De volgende morgen:

Lieve Betsy,

Je schreef: "Als geloof je gegeven moet worden, moet ik toch wachten tot ik eens geloof?"

Die conclusie, namelijk datje moet afwachten totdatje het geloof dat een gave is, krijgt, trek JIJ, maar niet de BIJBEL. Inderdaad, de Bijbel verkondigt heel duidelijk dat het geloof een gave is, maar nergens trekt diezelfde Bijbel de conclusie datje DUS moet afwachten tot het geloof je gegeven wordt. Overal roept de Bijbel de mensen op: Geloof in de Heere Jezus! We kunnen niet begrijpen hoe het geloof tegelijk een gave én een opgave is, een geschenk èn een gebod. Maar God begrijpt het wèl. (Jes. 55:9).

Betsy, wees toch eenvoudig als een kind. Het is toch genoeg dat God alles weet; jij, Betsy, hoeft toch niet alles eerst te weten, voordat je ja zegt tegen de Heere.

Geloven is worden als een kind, je menselijk geredeneer stopzetten en eenvoudig luisteren naar Gods stem in Zijn Woord, daar gehoor aan geven en Hem in geloof gehoorzamen en naar Hem toe gaan.

Je schrijft ook dat je niets voelt. Altijd weer diezelfde misvatting. Jezus zegt toch niet: "Je mag alleen tot Mij komen, als je wat voelt". Hij zegt: "Wie dorst heeft, kome; en wie wil, neme het water des levens om niet" (Openb. 22:17). De Heere zegt: "Wie wil …", niet: "Wie wat voelt …" Waarom geloof je Hem niet op Zijn Woord. Uit al je brieven blijkt d a t j e dorst hebt naar het levende water van de Heere en dat je er graag van wilt drinken, waarom geef je dan geen gehoor aan Zijn uitnodiging?

De Heere stelt geen voorwaarden. Die voorwaarden stellen mensen en jij gelooft wat mensen zeggen, maar gaat voorbij aan wat de Heere met zoveel stelligheid verzekert. Waarom bedroef je nu al zo lang deze Zaligmaker van Wiens hele gestalte de liefde afdruipt tot in de druppels van Zijn bloed dat Hij gestort heeft? Je belijdt het bijbelse grondbeginsel van de Reformatie: Sola Scriptura! De Schrift alleen! Maar jij hebt aan de Schrift niet genoeg.

Jezus belooft: "Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven" (Mat. 11:28). Waarom zou je dan niet in Zijn waarachtigheid geloven. Jij bent bang dat Hij je zo maar pardoes zal terugsturen. Maar, alsof Hij jouw aarzelingen vooruit zag, verzekert Hij: "Wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen" (Joh. 6:37). Wil jij dan tegenover Hem staande houden: "Maar als ik, Betsy, kom, houdt U Zich niet aan Uw belofte en wijst mij af"?

Lieve Betsy, laat dit toch eens tot je doordringen. De Heere spreekt tot jou door Zijn Woord. Dat Woord moet ons genoeg zijn. We moeten daarnaast niet nog eens iets extra willen.

Je schrijft: "Henk snapt niet dat u mij niet al lang zat bent! Gèk zou hij van mij geworden zijn. En als ik daaraan denk, durf ik eigenlijk niet meer naar u te schrijven".

Betsy, ik ben maar een zondig mens. En toch verlang ik er zo naar dat jij tot de volle vreugde en de diepe rust in de Heere kom. Daarom word ik je niet zat.

Maar de Heere is volmaakt. Hij is pure liefde. "En daarom zal de Heere wachten, opdat Hij u genadig zij en daarom zal Hij verhoogd worden, opdat Hij Zich over u ontferme, want de Heere is een God des gerichts; welgelukzalig zijn die allen die Hem verwachten" (Jes. 30:18).

De Heere is een en al verlangen om jou, Betsy, genadig te zijn. Laat Hem dan niet langer wachten, maar ga naar Hem toe en laat je als de verloren dochter door Hem omhelzen (Lukas 15:20).

Jezus heeft gezegd: "En Ik, zo wanneer Ik van de aarde verhoogd zal zijn, zal hen allen tot Mij trekken" (Joh. 12:32). Laat je door de Heiland, verhoogd aan het kruis, tot Zich trekken. Ga naar Hem, ootmoedig als zondares, ootmoedig als een kind, ootmoedig in geloofsgehoorzaamheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 1991

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

ONTMOETINGEN 64

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 1991

In de Rechte Straat | 32 Pagina's