In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

ALLEN HEBBEN GEZONDIGD

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ALLEN HEBBEN GEZONDIGD

… en derven de heerlijkheid Gods (Rom. 3:23)

5 minuten leestijd

In Time Magazine van 10 juni stond een indrukwekkend artikel van Lance Morrow over het probleem van het kwade in deze wereld. Hij poneert drie stellingen:

1. God is almachtig;

2. God is de Algoede;

3. Er gebeuren vreselijke dingen.

Hij citeert dan Frederick Buechner, die heeft gezegd: Je kunt twee van die drie stellingen wel aanvaarden en met elkaar in harmonie brengen, maar nooit alle drie. Onze vraag is dus: wat zegt de Bijbel daarover?

We moeten dan teruggaan naar de schepping van de mens. God die louter vreugde en geluk is in Zichzelf, wilde dat andere wezens zouden delen in diezelfde vreugde in datzelfde geluk. Het was Zijn liefde die Hem daartoe drong. Daarom schiep Hij de mens naar Zijn beeld en gelijkenis en vervulde hem met Zijn heerlijkheid.

Die mens was vrij, zoals zijn Schepper vrij is. God verwachtte van hem, dat hij zijn Maker uit innerlijke vrijheid zou kiezen om voor altijd in liefde met Hem om te gaan. Het zou een hemels heen en weer worden: God die Zich in liefde zou verlustigen in de mens; de mens die zich in liefde zou verlustigen in God.

Maar de mens heeft zijn vrijheid misbruikt en koos voor de vorst van de duisternis en pleegde verraad tegen de Koning van het licht. Die hem geschapen had. Daardoor werd de mens slaaf van die harde heerser van de hel en verloor zijn vrijheid, die hij behouden zou hebben, wanneer hij zijn Schepper trouw was gebleven.

Als je die bijbelse gegevens op je laat inwerken, kan het niet anders of je moet, althans met je verstand, erkennen dat God het volste recht had om de mens over te geven aan de Boze, waarvoor hijzelf gekozen had, met alle gevolgen van dien: zonde, ziekte, dood, haat, zelfzucht, kortom: het boze, het kwade.

Zo kunnen we ook verklaren dat God de natuur die Hij ten dienste van de mens had geschapen, niet altijd maar weer in toom wilde houden, ook als de verwoestende krachten van die natuur zich tegen de mens keerden zoals bij aardbevingen (die er de laatste tijd zo vaak zijn gebeurd), orkanen (zoals in Bangladesh), besmettelijke ziekten (zoals vroeger de pest en nu aids) enz. met honderdduizenden, miljoenen slachtoffers.

Desondanks is God nog uitermate barmhartig geweest en heeft Zijn eigen Zoon gegeven tot redding van het schuldige mensdom. Maar wat is er gebeurd?

Wij, mensen, hebben dat Godsgeschenk aan Hem retour gezonden: gegeseld, bespuwd, geschonden, gedood na een lange marteling aan het kruis.

Opnieuw was God echter barmhartig en heeft dat lijden en sterven van Zijn Zoon willen aanvaarden als een verzoeningsoffer voor de zonden van hen die in Zijn Zoon zouden willen geloven.

Maar wat is daarvan terecht gekomen? De over-, overgrote meerderheid heeft ook dat aanbod van de genade afgewezen. Niet met zoveel woorden, maar wel in feite heeft men God weggehoond: "Wij zullen onze eigen boontjes wel doppen; wij hebben Uw neerbuigende genade niet nodig".

En die enkelen die wèl door de werking van de Heilige Geest tot geloof zijn gekomen? Heeft de Heere aan hen, aan u en mij, veel plezier mogen beleven?

Als de Heere de aarde overschouwt, dan ziet Hij daar de overgrote meerderheid van de mensen, die uitsluitend op zichzelf zijn gericht. Ze zijn niet bekperd tot God, maar gekeerd tot zichzelf. Ze wijzen God volstrekt af.

En tussen die miljarden ziet Hij enkele miljoenen (laten we hopen dat het er zovelen zijn), die door Zijn Geest innerlijk zijn omgevormd. Ze zijn daardoor tot de erkenning van hun schuld gekomen en hebben in geloof beleden dat ze alles alleen verwachten van het Lam Gods, Dat hun zonde wegnam. Ze zijn door Hem als Zijn kinderen aangenomen en Hij heeft ze gemaakt tot mede-erfgenamen met Zijn Zoon, erfgenamen van het eeuwige leven, waarvan ze reeds nu iets mogen smaken.

Maar wat is er nog veel zonde in die kinderen van Hem. Wat is er bij hen nog veel zoeken van eigen eer, macht, genot, geld! Wat is er weinig liefde in hen voor elkaar!

Wat is er ook bij ons, kinderen Gods, niet vaak veel werken met de ellebogen, een elkaar verdringen om maar de eerste te zijn of te lijken!

We proberen elkaar de loef af te steken, zelfs met onze vermeende vroomheid. We kijken neer op de anderen en veroordelen hen, omdat ze niet zo'n diep zondebesef hebben als wij, of althans volgens ons niet voldoende de bedorvenheid van de mens benadrukken of minder vol zijn van de Heilige Geest. We wagen daar zelfs hele kerkscheuringen aan of houden die nodeloos in stand.

Zeker, de R.-K. Kerk maakt het nog veel bonter. Zij bestaat het om tegenover God, die ons voorhoudt dat wij ALLEN gezondigd hebben, staande te houden: "Nee, dat is niet waar; er is er één uitgezonderd, nl. Maria. Zij heeft nooit gezondigd". Maar ook al zijn wij dan zuiver in de leer, moeten wij "de Heilige Geest Gods door Welke gij verzegeld zijt tot de dag der verlossing" (Ef. 4:30), niet uitermate bedroeven, wanneer Hij ziet hoe wij ons, als verdeelde protestantse kerken, boven elkaar verheffen vanwege onze vermeende voortreffelijkheid, onze nóg zuiverder leer, ons nóg meer wroeten in onszelf, onze nóg grotere Avondmaalsmijding enzovoort? En dat ondanks Zijn vermaning: "Door ootmoedigheid achte de een de ander uitnemender dan zichzelf" (Fil. 2:3)?

Laten wij toch terugkeren tot die eenvoudige beginselen van de Bijbel, zoals die door de Reformatie weer zijn ontdekt: door de Schrift alleen, door de genade en geloof in Christus alleen!

Wanneer wij leven uit Christus alleen, zullen alle vragen naar het waarom van het lijden in de wereld verstommen. Dan derven wij niet langer de heerlijkheid Gods, maar dan worden wij naar "hetzelfde beeld in gedaante veranderd, van heerlijkheid tot heerlijkheid, als van des Heeren Geest" (2 Kor. 3:18).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 1991

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

ALLEN HEBBEN GEZONDIGD

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 1991

In de Rechte Straat | 32 Pagina's