GEDACHTENWISSELING MET DR. PUNT (2)
Beste ds. Hegger,
Naar aanleiding van uw artikel (IRS-sept. p. 16 e.V.) heb ik de indruk dat u af en toe reageert op standpunten die de Katholieke Kerk vaak worden toegeschreven, maar die ze in feite niet zó leert.
Daarom wil ik ten dienste van uw blad en de diskussie niet uitdrukkelijk weerspreken, maar alleen enkele uitgangspunten van de katholieke leer die u aansnijdt, pogen te verhelderen.
1) De kerk wordt in de katholieke theologie - naar de woorden van Paulus - primair gezien als het 'Lichaam van Christus', waarvan Hij het Hoofd is en wij de leden, en dat opgebouwd wordt door de Geest. Het is dus een natuurlijk- bovennatuurlijke werkelijkheid, goddelijk en menselijk, heilig en zondig tegelijk.
Het betekent dat Christus na Zijn hemelvaart Zijn incarnatie niet heeft teruggetrokken, maar op mystieke wijze voortzet in Zijn lichaam, de kerk, totdat Hijzelf als Hoofd in heerlijkheid zal wederkeren om Zijn 'Bruid'met wie Hij één Lichaam is, definitief tot Zich te trekken.
2. Overlevering betekent in het katholieke denken niet louter mondelinge overlevering, maar ongeschreven traditie ('traditio non scripta'), en dat is veel rijker. Het duidt op het doorgeven van de konkrete heilswerkelijkheid door de tijd heen, in het vieren van de eucharistie, in de biddende gemeenschap in eenheid met Christus, in de levende diakonie enz. In dit alles werkt de Heilige Geest en schenkt Zijn gaven en charismata, kennis en inzicht, niet lós van de H. Schrift als fundament en toets, maar de Schrift kan ook niet zonder de traditie als levende heilswerkelijkheid. In die zin staan beiden naast elkaar. De traditie interpreteert a.h.w. de H. Schrift. Dit gebeurt door de Geest in heel de kerk, maar op bijzondere wijze in het leergezag. Het leergezag staat aldus niet boven de H. Schrift, maar boven onze privé-interpretatie van de H. Schrift.
3. De oude kwestie 'geloof en werken' is in katholieke visie een schijn-tegenstelling. Ook de Katholieke Kerk leert dat de mens niet wordt gered door z 'n goede werken alleen, maar ook niet door het louter betuigen van z 'n geloof in Christus, noch zelfs door z 'n innerlijke overtuiging dat Christus de Heer is. Ook dal kan nog een dood geloof zijn. "Niet ieder die Heer, Heer zegt, zal binnengaan in het Rijk, maar wie de wil doet van de Vader …". Pas door onze werken komt ons geloof tot leven en wordt het tot een geloof dat met Christus verbindt en kracht bezit om ons te redden. Daarom vermeldt Christus in Zijn schildering van het Laatste Oordeel alleen de werken: "Ik was naakt, ziek, hongerig, in de gevangenis …en gij hebt Mij (niet) gekleed, gevoed, bezocht". Daarop worden we uiteindelijk geoordeeld, op onze toewijding aan Christus in geloof gebed én werken, ook al kan dat werk soms - als niets anders meer mogelijk is - alleen nog een diep akt van berouw en beroep op Christus' barmhartigheid zijn.
Tot slot wens ik u alle goeds en Gods zegen en eindig met broederlijke groet: w.g. Dr. J. M. Punt
ANTWOORD
a. Bij het overtypen van deze brief voor 1RS werd ik, meer nog dan hij het eerste lezen ervan, getroffen door de serene sfeer. En ik slaakte de verzuchting: Wat jammer dat dikke kerkmuren mij gescheiden houden van iemand die zo heerlijk kan schrijven over Christus en Diens liefde voor Zijn bruid, de gemeente!
b. Ik heb ook veel bewondering voor dr. Punt, vicaris van het bisdom Roermond, aan wie ik reeds de twee exemplaren van IRS met zijn artikel en onze reacties heb toegestuurd, omdat hij, ondanks de bewogen toon waarop ev. Vanhuysse en ik soms schrijven over de (leer van de) R.-K. Kerk, toch zo vriendelijk blijft. Ik kan me goed voorstellen dat andere priesters daardoor geïrriteerd raken. Nu ter zake:
Ad 1. In een tijdschriftartikel vraag je aandacht voor een onderdeel van de theologie. Je kunt daarin niet de hele theologie betrekken. Dan wordt zo'n artikel onoverzichtelijk en veel te lang. Maar het gevaar is dan d a t j e vanwege je kortheid onjuiste indrukken wekt. Blijkbaar is dat met mijn artikel gebeurd. Daarom ben ik blij met uw aanvulling, want dat is, zoals ik natuurlijk wist, inderdaad de leer van de R.- K. Kerk.
Ad 2. a. Inderdaad, zo verstaat Rome de traditie. Maar dat bedoelde ik ook met het woord 'mondeling', namelijk het levend doorgeven van gegevens door de eeuwen heen. Daardoor wordt de heilswerkelijkheid van Christus steeds mooier en voller door de Heilige Geest doorgegeven en gevormd, echter zonder enige wezenlijke toevoeging aan het Woord, tot aan de wederkomst van onze Zaligmaker.
b. Als ik u goed begrijp, verstaat u de traditie verder in die zin dat zij geen waarheden bevat, die niet reeds, op z'n minst impliciet, in de Schrift te vinden zijn.
Maar ik meen dat dit slechts één theologische stroming is binnen de R.-K. Kerk, die in mijn seminarietijd nog nergens in de handboeken werd vermeld en vooral na de tweede wereldoorlog tot ontwikkeling is gekomen.
Het tweede Vaticaanse Concilie heeft echter de vroegere opvatting (nl. dat de traditie waarheden bevat die niet in de Schrift te vinden zijn) niet veroordeeld, maar beide theologische opvattingen als legitiem beschouwd.
U kunt dat lezen in de verslagen, die namens de leerstellige commissie bij monde van mgr. Florit en mgr. Dodewaard aan het concilie werden uitgebracht. Die verslagen zijn aangehecht aan de Dogmatische Constitutie over de goddelijke Openbaring. Ik citeer daaruit:
"Aan ieder wordt dus de vrijheid gelaten de grondslag van welke van Godswege geopenbaarde waarheid ook, ofwel in de Schrift ofwel in de Overlevering te vinden" (Ned. vertaling p. 61). "Of dit gemeenschappelijke voorwerp (van Schrift en overlevering. H.IH) ook kwantitatief hetzelfde is, wordt noch bevestigd, noch ontkend". "De fameuze kwestie blijft dus open" (p. 63).
Ik kan die nieuwere opvatting over de overlevering waarderen als een poging om Rome en Reformatie dichter bij elkaar te brengen. Maar dat mag niet gaan ten koste van de eerlijkheid. Een interpretatie door de overlevering kan een bijbels 'nee' nooit tot een 'ja' maken. Als dat wèl zou kunnen, wordt de overlevering een zelfstandige bron naast of zelfs tegenover de Schrift. Slechts één voorbeeld:
De Bijbel verbiedt nadrukkelijk elke vorm van beeldenverering. Daarom is het volgens mij niet juist, wanneer men dat bijbelse 'nee'door de overlevering tot een nadrukkelijk 'ja' maakt. Wij, priesters, moesten vroeger onder ede en met de hand op het Evangelie de geloofsbelijdenis van Trente uitspreken: "Met kracht bevestig ik dat de beelden van Christus en van de Moeder Gods, altijd Maagd, en eveneens van de andere heiligen, er moeten zijn en behoren bewaard te worden en dat daaraan de verschuldigde eer en verering moet worden gebracht".
Op deze manier wordt een bijbels 'nee' door een antibijbelse overlevering krachteloos gemaakt.
Ad 3. Ook in dit antwoord zie ik een sympathieke poging van u om Rome en Reformatie dichter bij elkaar te brengen. Maar toch: de christenen van de Reformatie zullen het beslist niet met u eens zijn, wanneer u zegt: "Pas door onze werken komt ons geloof tot leven en wordt het tot een geloof dat met Christus verbindt en kracht bezit om ons te redden".
Wij zijn overtuigd dat het geloof dat door de Heilige Geest in ons gewerkt wordt, levend is in zichzelf, omdat langs de weg van dat geloof, als door een kanaal, het leven van Christus Zelf ons toestroomt.
Een GEVOLG van dat door de Heilige Geest gewerkte geloof is dat we dan goede werken voortbrengen. "Want het is onmogelijk dat, zo wie Christus door een waarachtig geloof ingeplant is, niet zou voortbrengen vruchten der dankbaarheid" (Heidelbergse Catechismus vr. 64).
Hoezeer we het ook graag anders wilden, toch gebiedt de eerlijkheid ons daarom te zeggen dat hier niet sprake is van een "schijn-tegenstelling", maar van een fundamenteel andere geloofsvisie.
Nogmaals heel hartelijk dank aan dr. Punt voor de prettige wijze van deze gedachtenwisseling. We hopen dat rooms- katholieke en reformatorische christenen elkaar daardoor beter gaan begrijpen en over de nog steeds bestaande verschillen met elkaar doorpraten rondom de geopende Bijbel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 oktober 1991
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 oktober 1991
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
