KRUIPEN VAN ELLENDE?
Als ik mezelf, los van Christus, zie in het licht van Gods heiligheid, kan ik kruipen van ellende om de geringste zonde. Want wat is zonde?
Zonde is: God zegt: "Gij zult dat niet doen", en ik zeg in de zonde: "Maar ik doe dat tóch!" Dan stel ik dus MIJN willetje tegenover de heilige WIL van de Almachtige, die Mij geschapen heeft, de Maker van het ganse heelal.
God zegt: Je zult Mij liefhebben met heel je hart en met al de krachten die Ik je gegeven heb. Maar ik zeg: Dat is te veel gevraagd. Dat weiger ik. Ik wil U ook wel een beetje liefhebben (ik maak mezelf dan wijs dat dat toch echte liefde is), maar ik wil daarnaast vooral mijn eigen begeerten bevredigen. (Nee, als orthodoxe kerkmens zal ik dat niet uitdrukkelijk zo zeggen; met de mond belijd ik dat ik God boven alles wil liefhebben en ik zing daar mooie liederen over).
God zegt: Je zult Mij alle eer geven. Maar ik j a ag mijn eigen eer na; ik wil zeifin het middelpunt van de belangstelling staan (Ik heb daar een mooi smoesje voor: je moet jezelf geen minderwaardigheidsgevoel aanpraten).
God zegt: Je mag niet jaloers zijn. Maar als ik de ster van een ander zie rijzen, begint er bij mij een pijnlijk, geel lichtje te branden. Ik gun het hem niet.
God zegt: Je mag je niet kwaad maken. Maar ik vind dat het een uiting is van een gezond zelfbesef, wanneer je je woede soms eens flink afreageert.
God zegt: Je moet steeds zuiver de waarheid spreken. Maar ik weet zo vaak te schipperen, als het in mijn kraam te pas komt. Dan schrik ik er niet voor terug om de ander (een beetje) verkeerd weer te geven, zodat ik hem gemakkelijk kan bestrijden en daardoor in de gunst kom te staan van de achterban.
God zegt dit … maar ik doe dat. Dat is het wezen van elke zonde: zich verzetten tegen de wil van God. En die zonde bega ik niet één keer in mijn leven, maar talloze keren per dag; misschien niet in daden en woorden, maar wel in de opwellingen van mijn hart, in de begeerten van de 'oude mens'.
MAAR …
O dat gelukkige "maar"! Wanneer ik tot geloof in Christus ben gekomen, word ik eens en voorgoed van al die zonden gereinigd door het bloed van Gods Zoon.
En als ik na die wedergeboorte dan toch nog telkens weer die zonde, die oprispingen van de begeerte in mij (waaraan ik soms misschien zelfs bewust toegeef) zie, dan heb ik de neiging om weer van ellende over de grond te kruipen.
Maar … als gelovige weet ik d a n dat ik aan die neiging niet mag toegeven. Ik moet - en ik wil dat dan ook - voortaan niet meer mijn gevoel (ook al lijkt dat nog zo vroom) laten beslissen, maar uitsluitend gehoorzamen aan wat God zegt in Zijn Woord.
Daarin zegt Jezus Christus - en deze Zoon kent Zijn Vader volkomen - dat God niet wil dat wij nog van ellende over de grond kruipen, nadat Hij ons levend één heeft gemaakt met deze Zoon. Christus verzekert ons dat wij door de Vader volledig als Zijn kind zijn aangenomen. Hij roept ons op om voortaan te leven vanuit die heilige adelstand van het kindschap Gods.
Jezus heeft dat bijzonder mooi beschreven in de gelijkenis van de verloren Zoon in Lukas 15. "En toen hij nog ver (van hem) was, zag zijn vader hem en werd met innerlijke ontferming bewogen; en (toe)lopende, viel hij hem om de hals en kuste hem". Hier staat dus niet dat de vader de zoon in ellende naar zich toe liet kruipen, maar dat de vader op de zoon toeliep.
"En de zoon zeide tot hem: Vader, ik heb gezondigd tegen de Hemel en voor u, en ik ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden".
En wat zei die vader toen? "Inderdaad, het is vreselijk wat je gedaan hebt. Je mag blij zijn dat ik je nog als knecht in dienst wil nemen, zodat je tenminste door noeste vlijt en gestage, plichtsgetrouwe arbeid in je levensonderhoud kunt voorzien. Want je begrijpt natuurlijk zelf ook wel dat ik je nooit meer als een kind van mij kan beschouwen, na alles wat je mij hebt aangedaan"?
Nee, wat een gelukkig 'nee'! "Maar de vader zeide tot zijn dienstknechten: Brengt (hier) voor het beste kleed en doet het hem aan en geeft een ring aan zijn hand en schoenen aan de voeten; en brengt het gemeste kalf en slacht het; en laat ons eten en vrolijk zijn".
Als iemand dan beweert dat de hemelse Vader niets liever heeft dan dat verloste zondaars voortdurend van ellende aan Zijn voeten kruipen, dan is dat een pertinente onwaarheid. We moeten zo'n dwaalleraar beslist niet geloven. Niemand kan toch immers beter weten hoe de Vader is dan de Zoon.
Als Petrus tegenover de broeders in Jeruzalem de Doop van het heidense gezin van Cornelius verdedigt, dan is zijn doorslaggevende argument dat iedereen overtuigde, niet: "Ze hebben net als wij over de grond gekropen van ellende", maar: "Ze zijn zoals dat met ons gebeurd is op de Pinksterdag, vervuld geworden van de Heilige Geest en gingen daarom God grootmaken" (zie Hand. 10:45,46; 11:15-18).
Het bijbelse kenmerk van een echte gelovige is dat hij vervuld is met de Geest Die hem van zonde overtuigd heeft, namelijk van de zonde dat hij niet of nauwelijks in Christus geloofde, maar Die Hem er nu toe brengt van Christus te getuigen en daardoor God groot te maken.
Elk mens is leugenachtig, dat staat in de Schrift (Rom. 3:4). Dat hebben we in de voorbije tijd weer eens duidelijk kunnen zien. De leiders van de coup in Moskou beweerden dat Gorbatsjow ernstig ziek was, zodat hij zijn functie als president niet meer kon uitoefenen. Maar een paar dagen later arriveerde hij gezond en wel uit zijn vakantieverblijf in de hoofdstad.
Laten wij daar om nooit vertrouwen op het woord van mensen, maar alleen op het Woord van God. In ieder van ons zit de neiging om allereerst ons eigen belang te zoeken en daarvoor desnoods anderen op te offeren. Maar "God is liefde" (1 Joh. 4:8, 16).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 oktober 1991
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 oktober 1991
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
