In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

Le Musée du Désert II

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Le Musée du Désert II

Het Museum van de Woestijn

10 minuten leestijd

Om aan te sluiten bij het vorige artikel over de vervolging van de Hugenoten, wil ik deze keer iets doorgeven over de wrede behandeling en het brute optreden van de 'Dragonders', soldaten met de speciale opdracht om deze dierbare kinderen Gods te vervolgen.

Alles was hun geoorloofd. Het was gewoonweg één grote bende wilden! Ik las over hen als over 'losgelaten tijgers', die vaak vergezeld waren van priesters, die hen aanmoedigden met de woorden: "Courage, mijne heren, 't is de wil des koning!" Opgejaagd door deze 'rovers', vluchtten de Hugenoten in de bossen en de bergen.

Door de soldaten achterhaald, werden zij neergesabeld of opgehangen. Sommige predikanten werden geradbraakt. Onder hen Izaak Homel: "Om dit vonnis aan Izaak Homel, een man van 72 jaar, te kunnen uitvoeren, moest de beul zich eerst bedrinken. De vrome grijsaard leed alles met de standvastigheid van een martelaar; hij bezweek eerst na de dertigste slag" (Dr. C.P. Hofstede de Groot in "De Geschiedenis van het Protestantisme").

Velen probeerden het land te verlaten, en men kon ze, biddend en wenend, zien liggen in de bergspleten, uitgeput en halfdood. Zowel mannen als vrouwen en kinderen!

Het is met geen pen te beschrijven hoe groot het hartzeer en de zielepijn geweest moet zijn van die duizenden kinderen Gods! O zeer zeker, het gebeurde ook wel dat vaders en moeders de kracht misten om de wrede martelingen te doorstaan. Moegetergd door Rome -ja, u leest het goed!- kusten ze tenslotte het door een priester toegestoken kruisbeeld en zwoeren hun geloof af.

Over hen citeer ik het volgende pijnlijke relaas:

"Maar welk een afzwering was dat! Velen werden er waanzinnig onder, enigen kwijnden weg van wroeging, anderen maakten in wanhoop een eind aan hun leven. Men vond ze, die, op velden en wegen, zich op de borst sloegen en de haren uitrukten van zelfverwijt. Als twee van deze ongelukkigen elkaar ontmoetten, of de een de ander geknield zag voor een heiligenbeeld, verdubbelden hun kreten van schaamte en smart. De landbouwer, in de eenzaamheid van zijn veldarbeid aan zichzelf overgelaten, liet dikwijls zijn kar staan, wierp zich op de knieën en boog het beangst gelaat diep ter aarde, om onder bittere tranen vergiffenis af te smeken voor hetgeen hij, bukkende voor het wreedst geweld, misdreven had."

Kerkerholen getuigen

Velen echter die weigerden hun geloof af te zweren, werden in donkere kelders geworpen, waar zij, beroofd van de vertroosting der Schriften, aan de ijselijke martelingen werden onderworpen. Een zekere Le Fèvre, die in 1656 gevangen werd en gedurende 15 jaren in eenzame opsluiting vertoefde, schreef in een van zijn zeldzame brieven:

"Weken lang was het niemand vergund tot mij te komen en zodra er een plaats gevonden werd, waar de lucht nog meer verpest was, voerde men mij aanstonds derwaarts. Maar de liefde voor de waarheid zegepraalt, en God, Die mijn hart kent, steunt mij door Zijn genade. Mijn gevangenis is een onregelmatig gewelf. Vroeger was het een stal, maar te vochtig voor paarden. De ruif en de krib staan er nog. Het licht komt alleen door een rooster met dubbele tralies boven in de deur. Tegenover deze opening bevinden zich ijzeren staven, die met de boveneinden in de muur vastzitten. De plaats is zeer duister en vochtig, de lucht vunzig en walgelijk. Het enige vuur dat ik hier ooit heb gezien, is de vlam van een kaars. Gij zult mij beklagen in deze ellende, maar denk aan de eeuwige glorie, die mij wacht."

Een andere broeder in de Heere, eveneens gevangen gezet in één van deze holen en de wanhoop nabij, kan nog in zijn laatste brief deze heerlijke woorden schrijven: "De Heere doet de dagen van beproeving voor mij voorbijsnellen. Hij maakt het water en brood des lijdens voor mij tot de heerlijkste spijze."

Een schaapherder, die van het fort St.Nicolas naar Chateau d'If werd gebracht, moest langs een ladder in zijn kerker afdalen. De enige verlichting was een armtierig lampje, waarvoor de gevangenen zelf moesten betalen! Toen hij erin opgesloten werd, moest hij op een modderige bodem liggen, bijna zonder klederen aan. Een monnik, die hen af en toe moest komen opzoeken met de bedoeling ze hun geloof te doen afzweren, verklaarde dat hij zelf de moed niet meer had om nog in de kerker af te dalen. "Hij kon zijn tranen niet weerhouden bij het zien van deze gevangenen, van wie er één, ofschoon nog niet dood, reeds aan de wormen ten prooi was. En het waren er enkele honderden wie zulk een lot trof. Men heeft uitgerekend dat er een tijd is geweest, waarin niet minder dan twaalf- tot vijftienduizend protestanten in Frankrijks kerkerholen zuchtten."

Zij waren allen genoodzaakt zich te krommen onder de zweepslagen van de wrede dragonders, omdat een zinnelijk vorst, De Zonnekoning Lodewijk XIV, de slaaf van bijzitten en priesters, het zo verlangde!

Rome juicht

Die barbaarse wreedheden werden door de vrome geestelijkheid bezongen als 'De grote daden' van Lodewijk XIV!

Bossuet, die geroemd werd als de 'Adelaar van Méaux', schroomde zich niet om te zeggen:

"Laat ons door zovele wonderen getroffen onze harten uitstorten om de lof te zingen van de vroomheid van Lodewijk XIV. Dat onze jubelzangen ten hemel stijgen. Wij moeten tot deze nieuwe Konstantijn, deze nieuwe Theodosius, deze nieuwe Marcianus, deze nieuwe Karei de Grote, zeggen wat de 36 kerkvaders voorheen in het Concilie van Chalcedon zeiden: Gij hebt het geloof versterkt, gij hebt de ketters uitgeroeid; het is een werk uw regering waardig. Dank zij u, is er geen ketterij meer. God alleen kan dit wonder hebben bewerkt. Koning des hemels, behoed de koning der aarde! 't Is het gebed der kerk; 't is het gebed der bisschoppen."

Paus Innocentius XI liet in Rome een Te Deum zingen over de 'bekering' der Hugenoten en zond aan Lodewijk XIV een buitengewone bul waarin hij hem "de eeuwige lof van de Kerk en een bijzondere beloning van God beloofde, voor deze daad van godsvrucht, die zijn regering en zijn naam tot onverwelkbare roem zou verstrekken."

Eén hoop ellende was het gevolg van de herroeping van het Edikt van Nantes. Was het niet de jezuiet P. Letellier die Lodewijk XIV kon overtuigen om het edikt in te trekken?!

Met één slag werden alle rechten en vrijheden van de protestanten teniet gedaan. Je kunt ze nog lezen, de barbaarse besluiten van het edikt, in 'Le Musée du Désert'.

De Raad der goddelozen

Ja, zo kun je 't inderdaad noemen, alles wat vervat ligt in de besluiten van de Herroeping van het Edikt van Nantes.

Enkele ervan wil ik onder uw aandacht brengen:

Die Herroeping verklaarde elke uitoefening van de Hervormde eredienst voortaan onwettig. Zij gelastte de sloping van alle protestantse kerken, beval de leraars het koninkrijk binnen veertien dagen te verlaten en verbood hun, op straffe van de galeien, het werk van een predikant te verrichten.

Alle protestantse scholen moesten gesloten worden en alle kinderen, die na de Herroeping waren geboren, moesten door r.-k. priesters gedoopt en als roomsen opgevoed worden. Geen Hugenoot mocht het land verlaten. De mannen werden met galeistraf, de vrouwen met levenslange opsluiting bedreigd.

Het laatste artikel leek op het eerste gezicht tegemoetkomend, maar getuigde in werkelijkheid van de gruwelijkste wreedheid. Het luidde zo: "De Protestanten die niet van godsdienst zijn veranderd, mogen zolang ongedeerd in de steden en plaatsen van ons koninkrijk blijven wonen, totdat het God zal behagen hen tot inkeer te brengen, zoals Hij anderen heeft gedaan."

Het werd door velen opgevat als een vriendelijke tegemoetkoming, zodat men meende toch nog, al moest het dan in het geheim, zijn godsdienst te kunnen uitoefenen. Maar vrij spoedig ontdekte men dat er bedoeld was: "totdat zij, gelijk het met anderen is geschied, door de 'dragonders' bekeerd zullen zijn."

Jurieu, een Hugenootse predikant, die na heel wat omzwervingen is kunnen vluchten naar Nederland, en later zelfs predikant is geworden te Rotterdam, klaagde in een brief over wat in Frankrijk gebeurde, in de hoop toch nog enig gehoor te kunnen vinden:

"Wij worden behandeld als waren wij vijanden van de Naam van Christus. Als waren wij onreinen, wij mogen geen pasgeboren kind aanraken. Van alle wetenschappelijke bedieningen zijn wij uitgesloten; de koning mogen wij niet naderen. A lle openbare posten worden ons onthouden. Wij mogen niet in ons eigen onderhoud voorzien. Het gepeupel heeft vrij spel met ons; onze duurgekochte vrijheid, ja, onze kinderen, een deel van ons zelf, alles wordt ons ontnomen. Zijn wij dan Turken? Zijn wij ongelovigen? Wij geloven in Jezus Christus, de eeuwige Zoon van God, de Verlosser der wereld. Onze zedeleer is rein boven alle verdenking, wij eerbiedigen de koningen. Wij zijn goede onderdanen en goede burgers; wij zijn evenzeer Fransen als hervormde christenen."

Hij sprak echter tevergeefs! Niemand hoorde!

Gelaarsde Apostelen

Ja, zo kun je ze noemen die dragonders, maar ook al die r.-k. priesters die meeheulden met Lodewijk XIV en de besluiten van dit vervloekte edikt ondersteunden. Er waren er bij die het volk naar hun kerken riepen om zich te verenigen in gezamenlijk dankgebed voor de moedige 'bekeringsijver' van de koning. Een koning die de gezinnen der Hugenoten uit elkaar scheurde, door te bepalen dat alle kinderen boven de zes jaar, waarvan de ouders verdacht werden niet oprecht rooms te zijn, in gestichten of kloosters moesten worden opgenomen. De kinderen van de rijken die voor hun opname konden betalen, werden aan de priesters toevertrouwd!

Maar hoe harder de verdrukking werd. hoe sterker de afkeer werd van een kerk die dergelijke methodes hanteerde en zulke herders in dienst nam! Het waren gelaarsde apostelen, opgezweept om te slaan en te breken.

Tot slot dit getuigenis

"Zij vielen op de protestanten aan en geen marteling, hoe afgrijselijk ook, die niet werd aangewend om hen tot verandering van godsdienst te dwingen. Onder schreeuwen en vloeken werden mannen en vrouwen aan het haar of aan de voeten opgehangen aan de zolder der kamer of aan de balken van de schoorsteen, terwijl onder hen vochtig hooi werd gebrand; de ongelukkigen, tot stikkens toe benauwd, werden dan naar beneden gelaten, doch als zij weigerden hun geloof af te zweren, terstond weer opgehesen. Sommigen werden in opzettelijk ontstoken vuren geworpen, totdat zij half gebraden waren; anderen in diepe putten op en neer gelaten, totdat zij beloofden zich te bekeren, of men bond hen vast als tot het rad veroordeelden, stak hun een trechter in de mond en goot hun wijn in de keel, totdat zij, van hun bewustzijn beroofd, alles beloofden wat men wilde.

Enigen werden van het hoofd tot de voeten met spelden bestoken, met pennemessen gesneden of met de neus tussen een gloeiende nijptang gemarteld, totdat zij door hun jammerlijk gekerm de pijnigers bewogen hen los te laten.

Anderen werden met stokslagen gedreven naar het r.-k. kerkgebouw, waar hun gedwongen tegenwoordigheid gold voor afzwering van hun geloof. Sommigen werden op de wreedse wijze, dagen en nachten achtereen uit de slaap gehouden, totdat zij ten laatste hun verstand verloren. Zieken werden op hun legerstede met oorverdovend geraas gekweld, zolang totdat de ongelukkigen beloofden van godsdienst te zullen veranderen."

Een appèl aan ons

Geconfronteerd met dergelijke onverdraagzaamheid van Rome tegenover het waarachtig geloof der Schriften en hun belijders, worden wij opgeroepen tot uiterste waakzaamheid.

Waakzaamheid overigens tegenover elk godsdienstig systeem, dat uit de mens en zijn arglistig hart is ontsproten. Geloof toch maar niet dat Rome is veranderd! De reakties van vele priesters en kloosterlingen op de hun toegestuurde brief spreekt duidelijke taal! Bijtend en spottend wordt het Evangelie van vrije genade afgewezen! Maar wij weten dat lijden en smaad omwille van de Naam blijvend ons deel zal zijn in deze wereld.

Maar blijdschap en eeuwige vreugde zal de uitkomst zijn!

"Geliefden, houdt u niet vreemd over de hitte der verdrukking onder u, die u geschiedt tot verzoeking, alsof u iets vreemds overkwame. Maar gelijk gij gemeenschap hebt aan het lijden van Christus, alzo verblijdt u; opdat gij ook in de openbaring Zijner heerlijkheid u moogt verblijden en verheugen"(1 Petr. 4:12-13).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 oktober 1991

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

Le Musée du Désert II

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 oktober 1991

In de Rechte Straat | 32 Pagina's