WANT WIJ WETEN!
Wij horen hier een man aan het woord, nl. Paulus, die in de soms benarde situaties waarin hij terecht is gekomen, niet moe is geworden om te blijven getuigen, maar integendeel in de moeite en smarte die hem overkomt, zeker is van de overwinning en daarom zijn leven niet liefheeft!
Men kan hem zelfs doodslaan, maar men krijgt hem er niet onder, omdat hij leeft door het geloof en daarin deel heeft aan de overwinning in Christus op de dood! Paulus had van de wereld niets meer te verwachten. Ook wij hebben van die wereld niets te verwachten. "De wereld haat u", zegt Jezus! -"Allen die godzaliglijk willen leven in Christus Jezus, die zullen vervolgd worden" (2 Tim.3:12).
En het is misschien ook nodig dat we af en toe eens een klap om de oren krijgen, opdat we weer zouden worden wakker geschud en uitgedreven naar de Heere en Zijn dienst! Want dat is toch onze roeping: getuigen zijn van het Evangelie van redding en genade voor goddelozen. Voor de zovelen die geestelijk op den dool zijn. Redding in Hem alléén, in Jezus Christus en Die gekruisigd!
En niet, en nooit in een horizontaal-aards streven naar een nieuw soort wereldorde, waar onze politieke leiders zich vandaag zo druk om maken. Een wereldorde, die redding en heil verwacht van wat meer humanisme en beschaving. En daar hebben wij het nu precies niet van te verwachten, want de Bijbel wijst ons juist op de rauwe werkelijkheid van een totaal bederf en innerlijke corruptie van de mens!
Redding kan alleen van boven komen, van de Vader der lichten. Daarom is het o zo belangrijk dat wij het horizontale-aardse streven en verwachten leren opgeven.
Dat wil niet zeggen dat wij ons werk in de wereld niet meer moeten vervullen, neen! Maar het is wel nodig dat wij ons leven hier, ons doen en laten, op de juiste bijbelse wijze leren inschatten. Daar hebben we misschien niet altijd oog voor gehad, met het gevolg -en laten we het maar eerlijk toegeven- dat we muurvast zitten aan de dingen van deze wereld, dat we geboeid zijn geworden door geld en goed.
Is het niet zo dat ons leven sterk bepaald wordt door 'werven' en 'genieten'? Dat we het aardse veel te hoog hebben ingeschat, ten koste van het hemelse? Dit blijkt toch uit een steeds meer toenemende wereldgelijkvormigheid; in een benauwende oppervlakkigheid die ongemerkt ons leven binnensijpelt; in een teloorgang van de ware bijbelse vroomheid.
O mijn broeder en zuster, ik wil hier zeker geen klaagzang aanheffen, want daar is niemand mee gediend. Maar ik kan niet voorbij aan wat ik zie en hoor. Ik konstateer in de Kerk van Jezus Christus een geestelijke depressie!
En daarom wil ik u opwekken, met de woorden van Paulus uit Rom. 12, dat gij uw lichamen stelt tot een levende, heilige en Gode welbehaaglijke offerande.
We moeten terug! Terug zoeken naar de dingen die boven zijn!
Daarom is dit woord uit 2 Kor.5 zo een ernstig woord. Het wil ons helpen om onze 'toeristenmentaliteit' -als ik dit woord mag gebruiken- af te leggen en ons op weg helpen om pelgrim en vreemdeling te worden in deze wereld.
Verzekerd van Gods heerlijkheid
Om ons dit te leren worden wij in dit bijbelgedeelte verzekerd van de onaantastbare heerlijkheid van eeuwig leven, en dit door een man als Paulus, die meer dan wie ook midden IN de wereld heeft geleefd en toch niet VAN de wereld was. Voortdurend leefde hij in dat spanningsveld van 'in de wereld' en 'toch niet van de wereld'. De drukste centra van de toenmalige wereld heeft hij bezocht. Hij stond met zijn beide voeten er middenin. Hij was Jood met de Joden en Griek met de Grieken, en toch niet van de wereld! Hoe kon hij het? Wanneer wij nog maar eens een week met ongelovigen optrekken is het één en al zuchten geblazen. Wanneer wij nog maar een week op vakantie gaan, moeten we al bekennen dat het niet meer zo goed zit met ons geestelijk leven. Het is een klacht die elk jaar terugkeert.
Wat had Paulus dan meer dan wij? Wat was zijn geheim?
Paulus was gegrepen door Jezus Christus
Ik geloof dat we mogen stellen dat Paulus' leven een leven was in en uit Jezus Christus. Hij was gegrepen door Jezus Christus! "Want het leven is mij Christus en het sterven gewin".
Dat was zijn geheim! Het was de verheerlijkte Heere Jezus Die zijn leven beheerste, Die zijn leven stuwde. Die hem altijd weer drong om te getuigen van de heerlijkheid en de onnaspeurlijke rijkdom van Jezus Christus. Daarom ging Paulus er niet onderdoor. Daarom ging Paulus in de druk en de verdrukking er niet onderdoor! Lijden en verdrukking zag Paulus als dienstbaar aan de eeuwige heerlijkheid. O wat een zegen als je 't zo mag beleven en doorleven.
Bij ons is het veelal zo dat wij lijden en allerlei ongemak van ons willen afschuiven en liefst zo ver mogelijk. Is dat niet typisch een toeristenmentaliteit?
Paulus daarentegen had zo'n heerlijke en recht-bijbelse visie op leven en dood. Daarom ook kon hij lijden en moeite in dienst stellen van de komende heerlijkheid. Is zo'n houding niet typisch voor de pelgrim en vreemdeling?
Vanuit deze instelling kon Paulus, met vreugde in zijn hart, uitroepen: "Want wij weten dat wij een gebouw van God hebben… in de hemelen".
Ernstig en met vreugde kon Paulus spreken over een mogelijk sterven en dit met de vaste zekerheid van eeuwig leven! De gedachte aan zijn sterven zal Paulus constant hebben bezig gehouden. Maar vanuit de zekerheid van eeuwig leven in Christus Jezus, kon Paulus ook afrekenen met het leven. Die gedachte vinden we in het eerste hoofdstuk vers 9: "Ja, wij hadden al zeiven in onszelven het vonnis des doods, opdat wij niet op onszelven vertrouwen zouden, maar op God, Die de doden verwekt".
Ook in Hand.20:24 zegt Paulus: "Maar ik acht op geen ding, noch houd mijn leven dierbaar voor mijzelven".
Mag ik, vanuit dit Schriftwoord, u oproepen om in navolging van Paulus af te rekenen met het leven? Om de dienst aan Jezus Christus hoger te stellen dan uw eigen broze levensgeluk?
Onverwijld moet ik hier denken aan de woorden van Isabeau Menet, die samen met Marie Durand en vele anderen, omwille van haar geloof, heeft vastgezeten in die sombere gevangenistoren 'La Tour de Constance':
"Wij moeten Jezus Christus navolgen, onze hemelse Heere, Die eerst geleden heeft, Hij, de Rechtvaardige, voor ons, onrechtvaardigen, opdat wij overwinnend de zaligheid van het paradijs verwerven.
God schenke ons de genade Hem te volgen, waarheen Hij ons ook roepen zal. Wanneer Hij ons roept, is dat tot Zijn roem en tot ons heil. Wat mijzelf betreft, beschouw ik het als een voorrecht en een vreugde dat Hij mij geroepen heeft schade en schande te lijden omwille van Zijn Naam. God geve mij de genade om mijn loopbaan achter Christus aan tot het einde toe te volbrengen; want ik weet dat Jezus ons daar wacht met Zijn open armen," (uit: 'Marie Durand' 38 jaar in de Toren van de Standvastigheid - Arno Pagel)
Wat een rust in het hart van deze vrouw en dit met de dood voor ogen. Zij had afgerekend met het leven!
Wanneer deze houding de onze wordt, dan worden we niet meer onrustig bij de gedachte aan komend onheil of aan de dood. Dan mogen we met Paulus bijna triomfantelijk uitroepen: "Want wij weten…"!
Ja, wij weten het vast en zeker, dat onmiddellijk met het sterven, met de afbraak van onze aardse tent, wij zullen genieten van een eeuwig leven! En alles wat ons leven hier soms zo moeitevol kan maken, is een vooroefening, een soort trainingstijd, die een alles te boven gaande heerlijkheid uitwerkt!
Geef rekenschap van de hoop die in u is
Daarom ziet Paulus er niet tegenop om te sterven, want sterven is voor Paulus een 'promotie'; het einde van zijn aardse bestaan is het begin van het hemelse!
Paulus noemt dit hemelse een 'gebouw van God', niet met handen gemaakt. Het is van God! Niet een gebouw waar wij, in de mate van onze mogelijkheden, ook nog wel wat aan kunnen meetimmeren. Neen! Het is van God! Precies daarom is het ook zo zeker!
Daarom is Paulus niet meer bang voor de dood. Hij durft er rustig over na te denken. Hij durft er rustig over te spreken. En wel omdat hij zijn stervensuur ziet in het licht van de komende heerlijkheid. Wij van onze kant hebben het daar wel wat moeilijk mee. Wij willen de gedachte aan de dood van ons afschuiven. We praten er ook niet zo vlug over. Typeert dit niet onze instelling: we zijn meer toerist dan pelgrim, we zijn mensen die zoveel mogelijk en zolang mogelijk willen genieten van wat ons hier beneden wordt geboden!? We mogen er ook wel van genieten, want alles wat God geschapen heeft, is goed en er is niets verwerpelijk, met dankzegging genomen zijnde (1 Tim.4:4). Maar de neiging in ons is gewoonlijk zo groot dat we teveel krediet geven aan de dingen van deze tijd. Waar of niet? Veronderstel even dat we niet zouden hoeven te sterven, zouden we dan aan God niet durven zeggen: "Heere, U mag Uw hemel gerust houden, laat mij maar eeuwig hier op aarde blijven"?
Wij zouden nog liever de wereld verkiezen boven de hemel!
Onderzoek het maar eens bij uzelf. Laten we 't maar eerlijk toegeven: wij zijn geen vreemdelingen meer in deze wereld.
Het gevolg is dat de kracht om te getuigen van de hoop die in ons is, wordt weggezogen! Wordt weggezogen ook uit onze kerken! De bewogenheid om het Evangelie te brengen naar de wereld, is weggeëbd! Dat is zonde! Dat is de zonde van onze kerken! Wanneer gij uw ongelovige buurman niet wijst op het gevaar dat hem dreigt, dan zal zijn bloed van uw hand geëist worden! Z o spreekt Gods Woord. Kunnen wij zoals Paulus, door moeite en verdrukking heen, nog getuigen: "Wij weten van een gebouw in de hemel"?
Vertolken wij in onze wandel van elke dag die onaantastbare zekerheid van eeuwig leven?!
O mijn broeder en zuster, in een wereld die zienderogen kapot gaat en die stervende is aan haar twijfel en nood, hebben wij te staan en te werken met ons getuigenis van eeuwig leven door het geloof in de Gekruisigde en Opgestane Heere!
Wij moeten ons bekeren, ons bekeren van onze 'toeristen'-houding van werven en genieten, naar de pelgrimshouding die de eeuwige dingen zoekt en die haakt naar de woonstede Gods!
Geef rekenschap van de hoop die in u is. De Heere heeft er recht op. De wereld heeft er behoefte aan! Want zonder uw duidelijk belijden gaan velen voor eeuwig verloren! Steeds krachtiger dreigt de zonde de wereld te wurgen; de zonde die vandaag zulke ontstellende en zelfs demonische vormen aanneemt! Wat een smart wordt de Heere toch aangedaan! Kennen wij droefheid over de zonde in ons leven? Schreit uw hart nog wanneer je hebt toegegeven aan eigenwilligheid en aan het zoeken van eigen genot?
Getuigen: opdracht van de Kerk
Ik geloof dat de maat van de zonde aan het vollopen is en dat de Dag niet ver meer af is dat God de goddeloosheid zal teniet doen. "Bekeert u tot Mij, zegt de Heere, met uw ganse hart!"
Stel uw leven totaal en zonder reserve in Zijn handen. Spreek en getuig van de Verlossing in Christus Jezus. Die boodschap van Hoop en van Leven hebben wij als kerk of gemeente te brengen aan een stervende wereld. Want als wij het niet doen, wie dan wel? Anderen kunnen het niet, want anderen kennen het niet. "Zij kennen Hem niet Die Mij gezonden heeft" zegt Jezus in Joh. 15:21.
Die boodschap hebben wij te brengen, ook aan die velen die de zaligheid van een sterven in Christus Jezus ontnomen wordt, doordat ze hun vertrouwen stellen in de verdienstelijkheid der werken en in de voorspraak van sinten en santen.
Wij weten van een eeuwig huis! Laten we daarvan getuigen, maar voor alles daaruit leven!
Een zucht van verlangen
Zo zullen we het aardse leven op de rechte wijze leren taxeren of inschatten. Paulus spreekt van dit leven als van een tent, die voor een tijdje wordt opgericht en daarna weer wordt opgerold. De Heilige Geest wil ons hierin onderwijzen aangaande de vergankelijkheid en de afbraak van ons aardse bestaan.
Er komt een moment dat de aardse tent wordt afgebroken, zegt Paulus, en God wil dat we daar rekening mee houden. God wil dat we naar de wet van deze afbraak leren leven, dat we de gebrokenheid en de vergankelijkheid van alle leven voor ogen houden; en dat de gemeenschap met de Heere God in Jezus Christus de grondtoon van ons leven worde!
Dat was zo bij Paulus. Hij was er zo sterk van doordrongen dat hij spreekt van een 'zuchten'. Maar dan een zuchten, niet omdat de omstandigheden zo moeilijk kunnen zijn en het lijden soms zo zwaar kan wegen, maar een zuchten omdat de beloofde heerlijkheid zo groot is en hij nog niet in de volheid daaraan deel kan hebben! Daar ziet Paulus zo sterk naar uit. Hij zucht van verlangen naar die komende heerlijkheid, naar dat eeuwig huis in de hemel.
Ten diepste verlangt hij naar de volle openbaring van de Heerlijkheid van Jezus Christus. Hij haakt ernaar! D.w.z. hij valt bijna in zwijm van verlangen om met de woonstede uit de hemel overkleed te worden!
Och, hoe klein en arm zijn wij toch in ons zuchten en haken naar de woonstede Gods! Zouden wij, van harte, Paulus kunnen naspreken? Wij voelen ons hier beneden nog zo goed. We vinden het nog niet zo mis in deze wereld. Wat kennen we nog weinig van dat zuchten van Paulus. Veel te weinig houden we voor ogen dat ons vaderland in de hemel is, dat ons domicilie daar boven is.
Hoe krachtig daarentegen hebben de O.T.-ische geloofsgetuigen beleden dat zij vreemdelingen en bijwoners waren op aarde!
Wanneer zij, met zoveel minder licht dan wij, zo diep vreemdeling waren, hoe moeten wij die zo rijk begiftigd zijn met licht en waarheid uit het Evangelie, dan niet leven in de verwachting van het komende leven?!
De herberg of het Vaderhuis?
Hoe ernstig worden we opgeroepen om rekening te houden met dit woord! Nestel u toch niet in dit leven. Bedenk steeds weer datje hier maar te gast bent.
Augustinus zei over dit woord: "Door de bitterheid van de geringere dingen wordt ons geleerd de betere te beminnen, opdat wij niet als een reiziger op weg naar zijn vaderland, de herberg lief krijgen, in plaats van eigen huis"
Dat is inderdaad het grote gevaar dat ons dreigt: dat we de herberg lief krijgen i.p.v. ons eigen huis. Daarom is de waarschuwing zo op zijn plaats dat we gedurig indachtig horen te zijn dat ons aardse leven een tent is, die vlug zal worden opgerold, voor afbraak bestemd.
Vanuit deze pelgrimshouding gaan we leren verlangen om uit dit aardse verlost te worden. We gaan, zoals Paulus, geen vrede meer hebben met het bestaande. Niet -ik herhaal het nog eens- omdat het hier zo tegen kan vallen, maar omdat we de heerlijkheid van het toekomstige hebben gezien!
Paulus was met zijn hele wezen erop gericht dat het sterfelijke door het leven verslonden zal worden. Dat is toch wat! Kennen wij daar ook al iets van? Van dat zuchten onder de tweespalt van ons leven? Wat speelt er zich af in onze tenten? Gedragen wij ons als pelgrims, of leven we als toeristen die de herberg hebben lief gekregen in plaats van het Vaderhuis?
Heb de wereld niet lief! Verkijk u niet op wat de wereld te bieden heeft. O zeker, we hebben als kerk in het volle leven te staan, maar dan wel met een grote reserve, want de wereld is een ontzettende verzoeking! Waakt over uw tenten!
Bidt om de Geest van Jezus Christus, want door Zijn Geest wordt het verlangen gewekt en gevoed naar de Voleinding, wordt de hunkering alsmaar sterker naar de volkomen verlossing in Christus Jezus. De weg ernaar is een lang proces van sterven en afbraak. Veel zal er moeten geleden worden, gestreden en gebeden.
En als mens kunnen wij dit niet aan. Het is Gods genadewerk!
Er staat geschreven dat Hij ons daartoe bereid heeft! Dat Hij Zijn Geest ons tot onderpand heeft gegeven. Wat een zekerheid!
Broeders en zusters in de Heere, wij komen thuis! En wij zullen ontvangen een gebouw van God, een woonstede uit de hemel!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juli 1991
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juli 1991
In de Rechte Straat | 32 Pagina's
