In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

ONTMOETINGEN 62

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONTMOETINGEN 62

OVERDENKINGEN BIJ DE DOOD We kregen onderstaande brief:

10 minuten leestijd

Als ik aan of over de dood denk, gaan al mijn haren overeind staan. Je bent zo machteloos tegenover de dood. Je kunt geen weerstand bieden; je gaat gewoon mee met de dood, als hij je roept, onherroepelijk. Al bibber en beef je voor de dood, al zou je over de vloer kruipen om hem te verbidden, dat helpt niets: hij knipt even met zijn vingers en je bent er geweest. Je gaat met hem mee. De dood is hard, keihard. Vreselijk!

Vandaag is hier een jongeman van 34 jaar begraven. Hij laat een vrouw en vier kleine kindertjes achter. Hij was bang, doodsbang voor de eeuwigheid. Hij wist niet of hij tot het getal der uitverkorenen behoorde, ja of nee. Zijn kerk leerde hem dat de kans dat God genadig op hem had neergezien, uiterst gering was. Ze gaf hem maar een klein kansje om ook tot de bevoorrechten te behoren.

Wat moet dat voor hem, die in de kracht van zijn leven langzaam werd afgebroken, een lijdensweg zijn geweest: met zo'n heel zwak flakkerend lichtje de zwarte tunnel van de dood tegemoet te moeten gaan en er dan doorheen gesleurd te worden, ook al zal hij innerlijk nog zozeer hebben tegengesparteld. Hèèl erg!

Dan denk ik: God móet hem aannemen, God is genadig, barmhartig, goedertieren. Hij wilde ook wel God dienen, maar hem was van kindsbeen afgeleerd d a t j e eerst uitverkoren moest zijn. Het is dan toch zijn schuld niet, dat hij onder zo'n prediking moest leven.

Toen ik hoorde dat hij, naar de mens gesproken, ongeneeslijk ziek was, heb ik hem een keer een brief geschreven. Ik kreeg geen reactie. Dat was te verwachten, want wanneer je niet bij hen behoort, ben je meteen verdacht in de leer. Alle kerken brengen een leugenleer; alleen zij verkondigen de echte bijbelse waarheid. Zo denken zij.

De volgende dag:

Alweer een brief van mij. Ik weet niet of uw antwoord al weg is, misschien kruisen onze brieven elkaar; toch moet ik even nog een soort 'aanvulling' kwijt.

Gistermorgen nam iemand mij (ongevraagd, maar wel fijn) in vertrouwen en vertelde mij drie grote problemen, waar zij mee worstelt, 's Middags vertelde iemand anders me haar verwoeste jeugd: incest. Zij is niet kerkelijk meelevend, maar ik heb gehoord dat zo iets ook in kerkelijke kringen voorkomt. Ik was gewoon verslagen zoveel leed op één dag te moeten aanhoren.

's Avonds ben ik met de kinderen even gaan winkelen en prompt zat er een bekeuring tussen mijn ruitewissers vanwege verkeerd parkeren.

Vrijdag voelde ik me naar en verdrietig. Zaterdag dacht ik: even uitwaaien op de fiets. Ik ben met mijn dochtertje naar de boer gegaan om melk te halen en werd getuige van een auto-ongeluk met één dode.

Nu zie ik de hele dag die auto vóór me: de boom waartegen hij was gereden, halverwege in de motorkap. De ruitewissers staken de lucht in en waren door de klap aangegaan. Ze waaierden heen en weer. In de auto hing een klein, rimpelig vrouwtje in haar gordels … dood. De bestuurder zat versuft en bebloed voor zich uit te staren door een 'blinde' ruit, die bestond uit allemaal kleine blokjes.

Wat wil de Heere hiermee zeggen??? Ik was al zo in opstand gekomen tegen de dood en nu knipt de Heere voor m'n ogen de levensdraad van een mens door. Wéér de dood, pal voor m'n neus. Wil de Heere mij daar iets mee zeggen, nadat ik zo opstandig naar u geschreven had over de dood? Maar wat?

Ik kende de mensen niet, maar hoorde later wie ze waren: uit ons eigen dorp, heel aardige mensen, maar ze waren volledig onkerkelijk geworden. Ze zijn zö de eeuwigheid ingegaan, zonder voorafgaande waarschuwing!

Ben ik de volgende? Bereidt de Heere mij zo voor op mijn naderende dood? Ik durf niet, ik wil niet. Ik ben bang dat ik toch nog een schijngeloof bezit en ik wil mijn man en mijn kindertjes niet alleen achterlaten.

Ik heb er spijt van dat ik u heb geschreven dat ik me in de kerk verveel. Dat is niet echt zo, dat is uit boosheid geschreven, omdat ik me niet concentreren kon en zo graag iets mee wil nemen van het Woord en het ging niet. Deze zondag was er wél concentratie, zo nu en dan, maar de auto kwam mij ook vaak voor de geest. Sorry, maar ik moest dit allemaal even aan iemand kwijt.

De derde brief:

Vandaag ontving ik IRS-juni met uw overdenking over het sterven. Merkwaardig dat ik daar in de voorafgaande dagen ook zo mee bezig ben geweest. Naar aanleiding van uw artikelen:

Wat is een offer? Wat is onszelf tot een levend dankoffer Hem wijden?

Is het een doen van ons, of een nalaten van ons? Volgens mij is het een nalaten, d.w.z. een leven van zelfverloochening: niet doen wat je zelf wilt, maar je hele bestaan, handel en wandel, je gedachten, woorden en werken in laten vullen door de Heere, met je hart zeggen: niet mijn wil, maar Uw wil geschiede.

Maar dat alles is geen doen van jezelf, maar een nalaten van je eigen 'ik'; en ook dat moet God je geven, anders volg je toch je eigen 'ik' na.

Kun je het sterven ook zö zien? Ik heb er moeite mee. Misschien ook, omdat wat u schreef, iets anders is dan wat ik vaak heb gehoord en daarom vreemd klinkt.

Ik las deze week een preek van A. Gray over het sterven. Hij zegt datje naar die dag moet/mag verlangen, omdat je dan boven alle zonde en ongeloof uit zult zijn. Volgens hem is het goed om bewust met je eindigheid te leven en om veel meer de betrekkelijkheid van alle aardse bestaan in te zien. Dat is dan een aansporing om des te ernstiger werk te maken om je zaligheid met vreze en beven te zoeken.

Dat is ook allemaal wel waar, maar als je jong bent en je kinderen nog klein zijn enzovoort, heb je nog vele redenen om eerst nog een poos hier te willen blijven. Ondanks alle vreugde, schoonheid en heerlijkheid, die je als gelovige mag verwachten na je dood, blijft de dood toch je vijand.

Ik kom nog even terug op uw artikelen. Volgens mij ben ik geheel passief in mijn sterven. Wèl kan ik roemen in Zijn offer en in Zijn wijsheid, heiligheid en rechtvaardigheid. Innerlijk kan er dus iets als een offergave van mezelf zijn, een offer in alle gebrek en onvolmaaktheid, waarin ik door Hem aangenaam gemaakt en gereinigd word, maar letterlijk sta ik volgens mij geheel buiten mijn dood. God roept, God knipt de draad door, en ik kom, maar geheel buiten mijn willen, kunnen en doen om. Ik kan wel eenswillend met dit alles gemaakt worden, maar ik mag mij dan niet verenigen met Christus, ik word dan verenigd met Hem, op Zijn tijd en Zijn wijze.

Dus als geestelijke strekking ben ik het volledig met u eens, in letterlijke zin zie ik het niet als offerande, maar dat bedoelde u misschien ook niet, zodat we het dus over hetzelfde hebben.

Beste Heada,

1. Nee, een verlangen naar de dood vind ik onbijbels voor iemand die midden in een huwelijks- en gezinsleven staat. Er is toch ook nog deze wijze aansporing van Prediker: "Geniet het leven met de vrouw, die gij liefhebt, al de dagen van uw ijdele leven, die (God) u gegeven heeft onder de zon, al uw ijdele dagen" (9:9). Voor jou als jonge vrouw zou het psychisch ongezond zijn naar de dood te verlangen, die zoals je terecht schrijft, een vijand is en blijft.

Zeker, Paulus schrijft:" Want ik word van deze twee gedrongen, hebbende begeerte om ontbonden te worden en met Christus te zijn; want (dat) is zeer verre het beste" (Fit. 1:23). Maar Paulus schrijft die brief uit de gevangenis en in 1:21-23 en 2:17,18 blijkt dat hij ernstig rekening houdt met de mogelijkheid dat hij spoedig zal sterven.

In mijn artikelen ging het dok over zo iets: iemand die te horen krijgt: u bent ongeneeslijk ziek en, tenzij er een wonder gebeurt, hebt u hoogstens nog enkele dagen of weken en dan is het met u afgelopen. Hoe moet iemand in zo 'n geval de dood beleven?

2. Natuurlijk moet je door Christus bereid gemaakt worden om ontbonden te worden, zodat je voor altijd bij Hem zult mogen zijn.

Maar de vraag is: als Hij je bereid heeft gemaakt, moet je dan je dood alleen maar gelaten over je laten komen of mag/moet je Hem je sterven aanbieden als een erkenning dat God de mensen, dus ook jou, terecht straft met de dood vanwege je zonde, ook al heeft die dood van jou geen enkele verzoenende waarde voor God? Want alleen de dood van Christus is de verzoening van ons met God.

Je schrijft zelf dat je eenswillend gemaakt moet worden met de wil van God. Inderdaad, maar eenswillend zijn met God betekent dat je zelf wilt wat God wil, dus dat je je dood niet slechts passief ondergaat, maar ook actief beaamt: "Ja, Heere, ik aanvaard mijn sterven, omdat U het wilt en omdat ik de dood als straf voor mijn zonde verdiend heb. Ik verenig mij met het offer van Christus in Zijn verzoenend sterven, waardoor Hij de straf van de dood voor mij gedragen heeft en waardoor ik aangenaam ben geworden voor U".

3. Natuurlijk (= vanwege onze gevallen natuur) zullen we het moeilijk hebben met zo'n innerlijk, geestelijk offer. We zullen telkens aangevochten worden door neiging tot rebellie. We zullen ook niet steeds op deze geestelijke offerhoogte kunnen blijven. Bovendien zal veelal in de laatste ogenblikken ons bewustzijn worden uitgedoofd, zodat we dan het sterven slechts kunnen ondergaan.

Maar toch lijkt het mij bijbels, dat we voortdurend geroepen worden tot het brengen van geestelijke offers, die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus (1 Petr. 2:5).

OCCULTISME - Uitg. Jeugdbond Gereformeerde Gemeente (Postbus 79, 3440 AB Woerden, 62 blz. ƒ 6.-), door meerdere auteurs. Een prettig leesbare uiteenzetting voor wie in vogelvlucht wat meer wil weten over het occultisme.

HET OCCULTE IS DICHTBIJ, door drs. R H. Matzken, A. Nijburg. drs. V.l. Kerkhof (uitg. Groen - Leiden, 152 blz. ƒ 24,95). De auteurs trachten aan te tonen dat de occulte krachten langs allerlei griezelige wegen, o.a. via onschuldig lijkende spelletjes en via de TV en de jeugdboeken proberen door te dringen in de harten van onze kinderen.

HERAUT VAN DE ANTICHRIST, ondertitel: New Age tegen het licht van het eerste gebod,door K. Snijder(uitg. De Banier-Utrecht, 62 blz. ƒ 14,75). VolgensS. is de New Age Beweging een dienen van de satan met als doel te komen tot één wereldregering, die geleid wordt door Lucifer.

NATIONALE SOEVEREINITEIT - gave en opgave, (uitgave SGP, Laan van Meerdervoort 165, 2517 AZ Den Haag, 126 blz. ƒ 17,50). Een weloverwogen, bijbels gefundeerde beschouwing van dit aktuele probleem. Voor ons is interessant de opmerking op p. 119:

"Het is dan ook de vraag of het Rooms- Katholicisme binnen de EG nog zo'n bedreigende macht vormt als in de jaren '50, toen de RK in de EG in het algemeen een sterk overheersende invloed had. Binnen het Christendom in een Verenigd Europa heeft evenwel de RK in veregelijking met het Protestantisme nog steeds een overwicht. Ondanks de saecularisatie binnen de RK zien wij nog steeds de Paus proberen om het Europese eenwordingsproces naar zich toe te trekken. De Paus ziet zich graag als geestelijk leider van Europa. Daarin is hij niet alleen het hoofd van de Rooms- Katholieke Kerk, maar staat hij als stedehouder van Christus ook boven de wereldlijke overheid. Hoe wij ook denken over het realistisch gehalte van het streven van de Paus, dat streven zelf valt niet te ontkennen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juli 1991

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

ONTMOETINGEN 62

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juli 1991

In de Rechte Straat | 32 Pagina's