In de Rechte Straat cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van In de Rechte Straat te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van In de Rechte Straat.

Bekijk het origineel

ONTMOETINGEN 61

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONTMOETINGEN 61

8 minuten leestijd

ANTWOORD

Graag wil ik vanuit de Schrift enkele punten naar voren brengen, die u wellicht kunnen helpen.

1. Als u naar een kwekerij geweest bent en daar een boompje hebt gekocht, waarvan de verkoper u verzekerde: "Dat is een pereboom", dan gelooft u die verkoper, wanneer die althans als betrouwbaar bekend staat.

Ook als u na drie maanden of zelfs na een of twee jaar nog geen peren aan die boom ziet, blijft u verwachten dat er toch in de toekomst peren aan zullen groeien.

U gelooft dat, ook al had u nooit tevoren een pereboom gezien. U gelooft dat enkel omdat die kweker als betrouwbaar bekend staat.

Nu zegt Christus in het eeuwige, absoluut betrouwbare Woord van God: "Ik ben de Wijnstok (en) gij de ranken" (Joh. 15:5). U gelooft daarom dat de ranken die met deze Wijnstok levend verbonden zijn, vrucht zullen dragen. U gelooft dat ook van uzelf: Als ik een rank ben aan de Wijnstok Christus, zal ook ik vrucht dragen.

Maar dan moet u ook konsekwent zijn in dat geloof. Dan moet u niet gaan twijfelen, wanneer u niet meteen vruchten ziet. Het is voldoende dat anderen dat zien, en in elk geval dat de Heere dat ziet.

Blijf u oefenen in het geloof. "Oefen uzelf tot godzaligheid" (1 Tim.4:7). Blijf tegen de Heere zeggen: Ik geloof dat u de Wijnstok bent en dat ik dus op een of andere manier vrucht zal dragen, ook al zie ik dat nu nog niet.

Door heel de Bijbel heen kunt u lezen dat God verheerlijkt wil worden door dat eenvoudige, onvoorwaardelijke geloof in Hem en niet door een of andere prestatie van onze kant. Verheerlijk dan God door het altijd weer uitspreken van uw geloof in Zijn absolute waarachtigheid, Zijn volstrekte betrouwbaarheid.

2. De vraag die u intussen op de lippen brandt, is: Hoe weet ik zeker dat ik als een rank verbonden ben met deze Wijnstok?

Laten we voor de beantwoording daarvan ons uitgangspunt nemen in de stellige verzekering van de Heere Jezus: "Want alzo lief heeft God de wereld gehad dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderve, maar eeuwig leven hebbe" (Joh.3:16).

Ik zou u willen voorstellen: Concentreer u helemaal op deze heldere en prachtige belofte. Hoor het uit de mond van de Heere Jezus Zelf tot Nicodemus zeggen, toen in die nacht.

Jezus was hier alleen met Nicodemus. Desondanks spreekt Hij over "een ieder": Een ieder die in Hem gelooft, zal nimmer een prooi worden van het eeuwige verderf, maar hij zal het eeuwige leven ontvangen, meteen nadat hij tot geloof is gekomen.

Over het hoofd van Nicodemus heen richt Jezus Zich met deze belofte tot alle mensen, tot "een ieder", dus ook tot u. U bent immers ook een mens, u hoort ook tot "een ieder", u bent daarvan niet uitgezonderd.

Wanneer u dan, in de zekerheid van de absolute betrouwbaarheid van Christus, zegt: "Heere, ik geloof in U en in Uw belofte", dan moogt u er dus zeker van zijn dat u met Hem, de Wijnstok, verbonden bent en dus vrucht zult dragen.

Begrijp mij goed: Je wordt niet door een redeneer-geloof zalig, maar door een levend geloof. Maar daarover heb ik al vaak geschreven.

3. Misschien zult u insisteren: Maar er staan toch ook andere teksten in de Bijbel waarin gezegd wordt dat het geloof een gave is en geen eigen prestatie van de mens.

U hebt volkomen gelijk. Maar… er staan zoveel teksten in de Bijbel, die ik met mijn logisch denken niet aan elkaar kan knopen. Daar staat bv.: "Bidt en u zal gegeven worden" (Lukas 11:9). Maar er staat ook dat wij moeten bidden: "Uw wil geschiede".

Ik aanvaard beide uitspraken van de Heere. Ik kan intens bidden om de genezing van iemand, terwijl toch tevens diep in mijn hart die grondbede aanwezig is: "Uw wil geschiede".

Mijn logisch denkend verstand staat daarbij op een afstand hoofschuddend te kijken. Het snapt daar niets van. Volgens mijn verstand heffen die uitspraken elkaar op en is het dus onzin om te bidden voor een genezing, als je tegelijk moet bidden: Uw wil geschiede.

Maar dat is het nu juist wat de Heere bedoelde, toen Hij zei dat wij moeten worden als de kinderen. Een kind vertrouwt zijn vader, wanneer die hem een cadeau belooft. Dan gaat hij daar niet over redeneren: Kan mijn vader dat wel betalen? Heeft mijn vader niet ergens anders een uitspraak gedaan, waardoor ik toch niet zonder meer op deze belofte kan vertrouwen?

U zei dat u een jongeman bent, vader van een kind. U neemt het uw kind toch ook niet kwalijk dat het u simpelweg gelooft, wanneer u het iets belooft. Dan wordt u toch ook niet boos, omdat uw kind niet een heel denksysteem heeft opgezet over hoe u het misschien toch nog anders hebt bedoeld dan het op het eerste gezicht lijkt.

Welnu, de Heere Jezus spoort ons voortdurend aan om te worden als een kind dat Zijn hemelse Vader vertrouwt. Dan zal ook Hij het ons niet kwalijk nemen, wanneer wij kinderlijk, zonder verder geredeneer, vertrouwen op Gods belofte in Hem. Of dacht u - of een lezer(es) van IRS - daar anders over?

En om alle mogelijke twijfel die bij ons, achterdochtige mensen, zo gemakkelijk opkomt, uit te sluiten, zegt de Heere het nog eens uitdrukkelijk: "Wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen" (Joh.6:37).

Op het moment dat u de Heere Jezus de belofte van Joh. 3:16 hoort uitspreken, hoeft u aan geen andere teksten te denken. Op dat moment kijkt de Heere u door dat levende Woord heen indringend aan en vraagt u: "Geloof je Mij?"

Of denkt u dat Hij met kleine lettertjes werkt, zoals dat in een verzekeringspolis gebeurt? Hij werkt niet met geheime clausule's, die Zijn beloften toch weer leeg en krachteloos zouden maken. (Ik spreek hier heel simpel zoals ook Jezus Zelf steeds weer Zijn liefdevolle bedoeling duidelijk trachtte te maken door gelijkenissen uit het gewone, dagelijkse leven).

Daarom kan de belofte van Joh. 3:16 door geen enkele latere tekst te niet worden gedaan of krachteloos worden gemaakt.

Paulus geeft daarvan een duidelijk voorbeeld, als hij in Gal. 3:17 zegt dat de belofte aan Abraham dat de mens door geloof alleen gerechtvaardigd wordt, niet "krachteloos wordt gemaakt door de wet (van de Sinaï), die na vierhonderd jaren gekomen is"

We moeten daarom in het geloof ook vasthouden aan de duidelijke belofte van Joh. 3:16, ook al LIJKT het erop dat andere teksten die belofte krachteloos maken. God is nooit dubbel- zinnig in Zijn beloften.

4. "Ja maar … Jezus heeft toch ook een waarschuwing laten horen over een goede boom, die geen slechte vruchten kan voortbrengen".

Inderdaad, dat kunt u lezen in Mat.7:13:23. Maar …

a. Het gaat daar over "valse profeten die in schaapskleren tot u komen" Van hen, niet van degenen die in Christus geloven, zegt Hij: "Aan hun vruchten zult gij hen kennen".

b. De Heere zegt dus niet: "Aan uw vruchten zult gij te weten komen of u een goede boom bent". Als Hij dat zou gezegd hebben, zou niemand zeker kunnen zijn of hij een kind van God is.

De R. -K. Kerk leert wèl dat je slechts uit de vruchten van de goede werken die je voortbrengt, enigszins zeker kunt zijn d a t j e in de hemel komt. Daarom hebben ze ook de geloofszekerheid van het eeuwig heil onder vervloeking afgewezen. "Indien iemand beweert dat het Evangelie slechts een absolute belofte van het eeuwige leven is, zonder de voorwaarde van het onderhouden van de geboden, die zij vervloekt" (Trente, zesde zitting, canon 20).

Of wij een goede boom zijn, kunnen we in de eerste plaats slechts weten, wanneer we bevestigend kunnen antwoorden op de vraag: Geloof ik in Jezus Christus als de absoluut Betrouwbare, die Zijn belofte: "Wie in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven" (Joh. 6:47) gestand doet en nooit breekt?

Zeker, de Heid. Catechismus zegt terecht dat we in de tweede plaats ook zekerheid van ons kindschap Gods kunnen ontvangen uit de goede werken die we verrichten. Maar dat moet dan ook beslist pas op de tweede plaats komen.

Plaatsen we de vruchten van onze goede werken op de eerste plaats als basis van onze heilszekerheid, dan verlaten we de weg van het geloof. Dan eren we Christus niet meer als de Wijnstok uit Wie wij slechts waarachtig vrucht kunnen voortbrengen, vrucht van het geloof in Hem. een vrucht die alleen aan God aangenaam is. Dan roemen we ten diepste in onszelf, ook al zullen we misschien, net als de Farizeeër die vooraan in de tempel stond, de Heere danken, omdat we die prachtige prestaties van onze vroomheid en van onze heldhaftige deugdbeoefening slechts door een extra-injectie van Zijn bovennatuurlijke kracht hebben kunnen volbrengen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1991

In de Rechte Straat | 32 Pagina's

ONTMOETINGEN 61

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1991

In de Rechte Straat | 32 Pagina's